Cultuurhistorische Waardenkaart
Geplaatst op: 14 oktober 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenOnlangs kwam de Cultuurhistorische Waardekaart van de gemeente Groningen online. Je kunt er bijvoorbeeld historische kaarten – zoals die van Van Deventer (1565), Haubois (1643) en het eerste kadaster (1825) – mee projecteren op een moderne topografische kaart.
Feldwebel van Rabenhaupt
Geplaatst op: 13 oktober 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenDe collecties van het Legermuseum in Delft zijn nu ook van buitenaf doorzoekbaar. Ik trof er deze feldwebel uit het regiment van Rabenhaupt aan, zoals hij in de zomer van 1672 moet hebben rondgelopen in het belegerde Groningen. Dat trefwoord Groningen leverde verder onder meer aquarellen op van geïnterneerde Britse militairen in het Engelse Kamp (1914-1918) en impressies van de uniformen zoals ze werden gedragen door Groninger schutters (voor 1795), gardes d’honneur (1812), en vrijwillige flankeurs (1831).
Jerney Kaagman bij Vindicat
Geplaatst op: 10 oktober 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenMedio jaren tachtig trad Jerney Kaagman een keer op bij Vindicat aan de Grote Markt. Cabaretier en schrijver Arthur Umbgrove, indertijd een jaar lang de pro-rector van Vindicat, herinnert zich dat optreden nog goed, vooral omdat Kaagman een paar maanden eerder in de Playboy stond:
“Een van de corpsleden had het lumineuze idee gehad om bij de uitgever de inmiddels verouderde exemplaren op te halen, zodat toen Jerney het podium betrad vijfhonderd man de uitklapposter met haar naakte beeltenis omhoog hielden.
‘He jongens, doe die poster nou eens weg’, probeerde Jerney na elk liedje, maar hoe vaker ze het vroeg des te fanatieker joelden wij HOERRR en BROEK UITTT.
Het was een historische avond waarover wij weer maanden konden napraten…”
Bron: Volkskrant.
Crispijn en Crispiniaan
Geplaatst op: 4 oktober 2008 Hoort bij: Stad toen 8 reacties
Eind zeventiende, begin achttiende eeuw had je in de Groninger Jacobijnerstraat een herberg, die kortweg de Crispijn, en voluit Crispijn en Crispiniaan heette. Een alternatieve en veel meer gewone benaming was de Schoenmakerskroeg. In deze herberg kwamen de meesters en knechten van het schoenmakersgilde samen.
Anno 1730 kochten de Staten van Stad en lande de herberg ten behoeve van een academische manege, waar studenten het paardrijden onder de knie konden krijgen. De kroeg verhuisde toen naar de Hofstraat noordzijde, dus een blok verder van de Grote Markt af. Eind achttiende, begin negentiende eeuw zat de Crispijn daar niet meer, maar aan de Laan, in het A-kwartier. Het uithangbord verhuisde dus nogal eens.
Dat uithangbord is ons niet overgeleverd, maar er zal een konterfeitsel op hebben gestaan van de heilige broers Crispinus en Crispinianus, die in de derde eeuw na Christus vanuit Rome naar het noorden trokken, daar eerst rondzwierven, maar zich uiteindelijk vestigden in wat nu Noord-Frankrijk is. Zij deden het schoenmaken voor de kost, en werkten volgens hun hagiografie ’s nachts gratis voor de armen. Later waren deze broers vrij algemeen de schutspatroons der schoenmakers.

Uit het boekje met koddige en ernstige luifelteksten, waaruit ik hier al eens citeerde, blijkt dat menige schoenmaker ook in zijn eigen reclame aan Crispijn en Crispiniaan refereerde:
“Hier maakt men Schoenen en Muilen na iders begeer,
Sinte Crispinus gaf de schoenen om Gods wil en hy stal het leer.”
Een schoenmaker in Bergen op Zoom gaf een ietwat misanthropische draai aan zijn verwijzing:
“Hier in Krispijn kan de mensch uit beestevellen
Elk schoenen na sijn voet voor gelt terstont bestellen:
Doch menig beest alhier steekt in een menschevel,
Draagt zelf sijn broeders huit en ’t staat dat beest noch wel.”
Terwijl een collega elders meldde dat hij toch wel graag betaald wilde worden:
“Sinte Crispinus en Crispiniaan,
Den een was bloots voets, en d’ander had geen schoenen aan.
Sinte Crispinus zeid,
het loon versoet den arrebeid.
Zou het loon den arrebeid niet verzoeten,
Dan zou de schoenmaker de poort uitmoeten.”

Variaties op de laatste regels – ‘We’re in it for the money’ – komen nogal eens voor in de opschriften op de luifels, potkasten en uithangborden van schoenmakers:
“Hier woont een jonge held,
Hij maakt schoenen om gelt.
Zo ’t om ’t gelt niet en waar,
Hij maakte niet een paar.”
Van het gratis werken voor de armen, zoals de schutspatroons deden, moest deze jonge schoenmaker waarschijnlijk weinig weten.

Oosterweg in deplorabele staat (1754)
Geplaatst op: 3 oktober 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen
“Alsoo de Heeren van de Clufft naa ingekomene doleances en berighten en nauwkeuriger ter occasie van de laaste gewoone stadsvisiten in de Schouwinge van de soo genaamde Oosterweg of straat buiten de Oosterpoorte, niet sonder eenige bevreemdinge is voorgekomen en gebleeken, dat voorseyde straat bij naa van vooren tot agteren, geheel waar gedevaliseert, in stukken en bijkans impracticabel ofte onbruikbaar, en in het heen en weer rijden stootelijk en ongemakkelijk, alwaarom deselve necessair diende gerepareert en hermaakt en tot een commode gebruijk gebragt te worden.
Soo hebben de Heeren van de Cluft naa gehoudene deliberatie, als hier in amptshalven moetende voorsien, geresolveert en geordonneert dat een jegelijk, wie hij ook zij, die an voornoemde straat of weg met syn huis, hof en tuin, als anders, niets uitgesondert, komt te swetten, gehouden sal zijn om deselve straat, voor soo verre sijn pandt is, binnen de tijd van vier weeken na vertoning deses wederom te herstellen en repareren, de ingereetene spooren en gaaten in deselve toe te maaken, en met vlinten te sluiten, voorts geseyde straat schouwbaar vrie te maaken, opdat de klagten zijn weggeruimt en komen te cesseren.
En wort de Clufts dienaar G. Wiardi gelast, om desen ten bekenden eynde an de rotmeester Aarent Jans buiten de poorte aldaar te insinueren en te overhandigen, ten eijnde deselve dese welmeijninge en ordinatoir ten spoedigsten an sijn onderhebbende en gehorige volkeren behoorlijk notificere en bekent make en daarvan an hem en an haar lieden een goet en ernstige verslag doe.
Donderdag den 3 oktober 1754″
Groninger horeca in vervlogen tijden
Geplaatst op: 26 september 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenBorstkas heeft een nieuw album met oude ansichten op Webshots, Horeca in Groningen. Het accent ligt in die serie op hotels als de Doelen en Victoria op de Grote Markt, en Willems, Frigge en Baulig in de Herestraat. Later, rond 1980, stonden de laatste drie vooral bekend als kraakpanden.
Daarnaast zien we beelden voorbij trekken van restaurants als De Oude Meet, Suisse en het Boschhuis, terwijl de café’s er ietwat bekaaid afkomen, al is De Unie wel weer vertegenwoordigd.
Heel mooi vond ik het kaartje met de reclame voor bar ’t Luifeltje van Baulig:
“Bist du traurig, geh zu Baulig,
Bist du froh, geh ebenso”
Groningen was ook op de kusten van China vernoemd
Geplaatst op: 22 september 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenDat je een plaats Groningen in Suriname hebt, en een boerderij Groningen in Zuid Afrika, is hier wel eens aangestipt. In hedendaagse atlassen vind je echter nergens meer de rots Groningen bij Denemarken, die ik onlangs in een negentiende-eeuwse Engelse krant tegenkwam. De Deense rots, de Zuid Afrikaanse heerd en de Surinaamse plaats zijn vrijwel zeker naar de stad genoemd door Groningse zeevaarders en kolonisatoren . Dat geldt vast ook voor de Groningen of Groningse Baai aan de Chinese kust, die ik zoëven ontdekte. Deze baai staat op een voorstudie van de atlas van Blaeu die omstreeks 1666 werd geaquarelleerd in opdracht van de VOC:

De rel bij de Unie
Geplaatst op: 16 september 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenDeze brief, afgedrukt in de World van vrijdag 14 maat 1788, is nogal partijdig. De prinsgezinden, verzameld in het Gouden Hoofd en de Gouden Roemer, zouden met grote moeite een rel en plundering, begonnen door de patriotten van de Unie, hebben voorkomen. In werkelijkheid werd de Unie belegerd door orangistisch gepeupel, waarop sommige patriotten in de Unie in paniek begonnen te schieten.
De rel vond plaats op 20 februari 1788. In de Gouden Roemer, een wijnhuis aan de oostzijde van de Guldenstraat op de hoek van de Grote Markt, vierden vooraanstaande prinsgezinden dat hun partij de macht in de stad weer helemaal in handen had. Ze maakten muziek, die door de open ramen de aanwassende meute op straat bereikte. Deze zong graag mee:
“Al is ons Prinsje nog zo klein, hij zal nogthans Stadhouder zijn”
In de Unie, een herberg en sociëteit aan de noordzijde van de Grote Markt tegenover de huidige Waagstraat, durfden de patriotten er eerst nog wel tegenin te zingen:
“Al is de Prins nog zo groot, echter hij zal in de slood.”
Dat was koren op de molen van de orangistische meute, die zich opmaakte om de Unie te bestormen, waarna er vanuit de Unie dus werd geschoten. Nog net op tijd kwamen de Burgerwacht en militairen tussenbeide, anders was er een bloedbad gevolgd.
De slag bij de Waag, zoals de rel naderhand heette, bood het nieuwe orangistische stadsbestuur een mooie kans om de patriotten mores te leren. Het ontbond de patriotse sociëteit in de Unie en nam de papieren in beslag. Jan van Bolhuis, de kastelein van de Unie, en zijn heetgebakerde broer Berend gingen bovendien het gevang in, en bleven daar nog wel een jaar zitten. Een ander vooraanstaand Unie-lid, Pieter Boelens, nam de benen, maar kreeg een levenslange verbanning aan zijn broek.
Bron: J.K.H. van der Meer – Patriotten in Groningen 1780 – 1795, pag. 189-193.
IJshoorn Talamini pleite
Geplaatst op: 11 september 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen
In Enschede is een manshoge ijshoorn voor een Italiaanse ijssalon weggejat. Misschien zegt u: Wat kan mij dat nou schelen? Maar weet dan dat de ijszaak in kwestie Talamini heet. De Enschedese eigenaar kreeg de ijshoorn ook ten geschenke van wijlen zijn naamgenoot die aan onze Grote Markt een soortgelijke zaak dreef. Het betreft dus Gronings erfgoed.
Groninger ondernemers in de walvisvaart
Geplaatst op: 7 september 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenWie waren nou de reders van die enige Groninger walvisvaarder in 1755?
In het alfabetische overzicht van alle walvisvaart-commandeurs sinds 1700 dat de Zaanse makelaar Gerret van Sante in 1770 publiceerde, een overzicht dat hij aanvulde met productiecijfers, prijsstatistieken, en namen van reders, vinden we hun namen. Althans, in 1755 is de doopsgezinde Groninger koopman Jan Modderman directeur van de Groenlandse visserij-compagnie, en in 1756 diens weduwe.
Afgaande op deze lijst duurde de Groninger bemoeienis met de walvisvaart niet erg lang. Welk schip Jan Tonkes Modderman en zijn weduwe Elsje Derks Modderman uitrustten valt ook op te maken uit het boekje van Van Sante. Op diens lijst met de namen van alle Groenlandse Commandeurs staat, dat dit het schip van Hendrik Jacobsz Broertjes was. Broertjes woonde in Huisduinen en voer volgens Van Sante tussen 1741 en 1764 met wisselend succes uit naar Grooenland. In 1755 vingen Broertjes en zijn mannen het equivalent van 5,75 walvissen die 155 vaten spek en 216 quardelen traan opbrachten en in 1756 kwam de vangst neer op 3 walvissen, goed voor 50 vaten spek en 66 quardelen traan.
Met Jan Tonkes Modderman en zijn weduwe kom ik dicht bij huis, want ze waren voor de helft eigenaar van de oliemolen aan het Winschoterdiep in Groningen. Een zwaar belang in dat familiebedrijf had later haar zuster Trijntje Derks Modderman, die getrouwd was met koopman Harmen Alringh. Zo’n belang had tevens de aan hen vermaagschapte en eveneens doopsgezinde Groninger koopman Gerrit van Olst. Zijn naam en die van de weduwe Alringh vinden we, naast die van koopman Menne Sijpkens uit Zuidbroek, op de lijst met intekenaren die de verschijning van het boekje van Van Sante mogelijk maakten. Klaarblijkelijk vormden voor dergelijke doopsgezinde ondernemers de dierlijke vetten uit de Noordelijke IJszee gewoon een niche op de handel in plantaardige vetten in hun woonplaats.
Dode natuur
Geplaatst op: 5 september 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen
Viooltjes, aangetroffen in De Dichtwerken (1889) van JJA Goeverneur.
De afschaffing van de Groninger Sint Jacobsmarkt
Geplaatst op: 27 augustus 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen
We zijn ´t niet anders gewend – je hebt jaarlijks twee kermissen in Groningen: in mei en na de zomervakantie. Voor 1669 echter, waren het er drie. Er was ook nog een Sint Jacobs- of Jacobimarkt, ieder jaar op of rond 25 juli.
Over die zomerse vrijmarkt is nauwelijks iets bekend. Dat ze oud was, blijkt uit de naam, die uit de katholieke tijden van voor 1594 moet stammen. In dit geval had men weinig égards voor een oude instelling. Na de editie van 1668 klaagde president-Burgemeester Van Julsingha in de raad,
“…dat Paesch acht daege merckt en die kermis op St. Jacob in julio op een seer onbeqaeme tijt, als wanneer die huisman sijn ploegh moet waernemen en die vruchten inarmen, comt voor te vallen.”
Voorheen was Groningen bij uitstek een veeteelt-provincie, maar door de opkomende akkerbouw voldeed de traditionele jaarmarkt- en kermiskalender niet langer. Na Van Julsingha’s klacht besloot het stadsbestuur om de achtdaagse Paasmarkt en de midzomerse Sint Jacobsmarkt ineen te schuiven tot een veertiendaagse jaarmarkt, ieder jaar te houden vanaf 23 april. En daarmee haalden Burgemeesteren en Raad vooral een streep door de Sint Jacobsmarkt.
In de Haerlemsche Courant van 8 september 1668 kondigden ze de verandering aan:
“’t Wordt een yegelijck bekent gemaeckt, dat binnen Groeningen op den 23 April, 1669. ende soo vervolgens alle Iaren, een Iaermarckt van alderhande Waren en Coopmanschappen sal werden gehouden, en veertien Werckdagen gedueren. Oock sal de ordinaris Vry-marckt op den sevenden September Iaerlijckx continueeren, sullende de Marckten, 14 Dagen nae Paesschen en op St. Jacob pleegh ghehouden te werden, hier mede afgeschaft zijn; waer na sigh een yegelijck sal hebben te reguleren.”
Drie dagen voor de eerste editie van de nieuwe voorjaars-vrijmarkt herhaalden ze deze bekendmaking in wat andere termen. In 1671 begon de nieuwe markt al eens op de traditionele verhuis- en inhuringsdatum 1 mei, in plaats van 23 april, iets wat later zo’n permanent karakter kreeg dat deze kermis in 1701 reeds te boek stond als meimarkt. Daarentegen vond de herfstkermis of najaarsvrijmarkt, die oorspronkelijk gehouden werd in de drie weken van 7 tot 28 september, dankzij de viering van Groningens Ontzet steeds vroeger plaats.
Universiteit krabbelt weer op
Geplaatst op: 17 augustus 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenAdvertentie Oprechte Haerlemsche Courant d.d. 24 september 1672
“Rector ende Professoren der Universiteyt van Stadt Groeningen ende Ommelanden maecken mits desen bekent, dat, also door Gods genade deselve Stadt van de Belegeringe verlost is, ende wederom alles in de oude postuer gebracht wort, sy geresolveert zijn met den eersten weder te keeren tot hare Lessen ende andere Exercitien, ende de studerende Jeught met hare onderwijsinge te dienen.”
Van Houten Klaas tot acrobaat
Geplaatst op: 15 augustus 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen
Over Hindrik Uilenbroeck staat me nog vaag bij dat hij schoolmeester was van ’t een of ander weeshuis – ik denk het Groene van de armoe – en dat hij wegens mishandelingen die al te zeer de spuigaten uitliepen zijn congé kreeg. Hoe dan ook, zijn weduwe woonde later niet ergens achteraf, maar aan de Grote Markt, waar ze in wijn handelde. Tot haar nalatenschap behoorde in 1722 een dambord (dat ze van buurman Jacques Fabre bleek te hebben geleend, vier tinnen inktpotten, twee Hoogduitse boeken en één “Holten Klaas”.
Het is de enige keer dat er een Houten Klaas op een Groninger inventaris vermeld staat. Zo’n ding intrigeert. Maar als je gaat zoeken in het grootste woordenboek ter wereld, het Woordenboek der Nederlandsche Taal of WNT, geeft dat geen bescheid. Want onder de lemmata ‘houten’ en ‘Klaas’ noemt dat alleen de overdrachtelijke betekenis van ’t woordenpaar. Een manspersoon, aldus het WNT, is een Houten Klaas, als hij van hout lijkt en zich houterig, onbeholpen, links, onhandig. verlegen, lomp, saai en stijf gedraagt, vooral in de liefde.
Echter, op de inventaris van de weduwe Uilenbroeck staat geen mens, want die zet men in een beschaafde stad als Groningen niet als eigendom op boedellijsten. Hier gaat het om een voorwerp, dat de humane Houten Klaas zijn naam gaf. En wat voor ding dat is, laat de site van het Poppenspelmuseum zien, die bij Houten Klaas een plaatje geeft en doorverwijst naar de Duitse term Step Tänzer,
“…voor een dansend figuurtje op een plank: een plankmarionet, jiguer of stomper doll. Ook wel Dancing Man, Limber Jack of Mister Stepper genoemd.”
Met zo’n stokpop, legt het Poppenspelmuseum uit, gaat iemand schrijlings zitten op het ene uiteind van een halve meter lange, dunne, verende lat, waarvan hij het langste deel vrij laat uitsteken. Aan het staafje in de rug van de pop houdt hij deze met de voetjes iets boven het andere uiteind van de lat. Door nu met de vrije hand de lat te laten trillen, gaan de poppevoetjes op de trillende ‘dansvloer’ tikken. Bovendien zet het ritme zich voort in de los bewegende armen van de pop, zodat het net lijkt, of die danst.
De omschrijving doet me op haar beurt grijpen naar ‘Van boerenerf tot bibliotheek’, het boek over de grote opgraving van begin jaren negentig aan de Boteringestraat. Daarin staat (pag. 456 – 458) een acrobaatje van overwegend populierenhout. Waarschijnlijk werd dat poppetje (zie plaatje) tussen 1780 en 1795 gemaakt in het Alpengebied, met name Oberammergau, waar ze deze met gezichtshaar beschilderden en voor de rest beplakten met kleding. Op zich gaat het hier niet om een Houten Klaas, maar het acrobaatje van de Boteringestraat was er zeker wel familie van.
De hobby van een vroedvrouw
Geplaatst op: 14 augustus 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenAls het stadsbestuur van Groningen in augustus 1666 de inboedel van wijlen Fennetien vrouwmoers laat opschrijven – dit op verzoek van haar kinderen – komt de inventarisator tussen allerlei heel gewone en gangbare spullen het volgende tegen:
- een vogelkooi met een papegaai
- twee vogelkooien met andere vogels
- een volière met vier afdelingen
- twee volières met duiven op zolder
- een volière met kanaries
- nog een kooi met vier kanaries
Blijkbaar had Fennetien, tussen alle huilende babies door, thuis behoefte aan andere geluiden…





Recente reacties