Een hoenderkoper presenteert zich

Geplaatst op 4 juli 2008  a

“WILLEM SWARTENBROEK, Getrouwt aan de Oude Meyd van de Wed. NIEUWEN HUYSEN, maakt mits deezen bekend aan alle Edelen, Heeren en Inwoonderen deezer Provintie, dat de Pouillalier of Hoenderkopers Negotie, dewelk lange jaren met veel succes door Wylen voornoemde Wed. voor aan in de Oude Ebbinge Straat, op de Hoek van Quinken Plaats geëxerceert, door Hem W. Swartenbroek en Vrouw in ’t zelve Huys zal worden gecontinueert, praesenteerende zynen dienst aan alle Edelen, Heeren en Inwoonderen, dezelve voor een Civile prys, van allerley zoorten van Wilt, Hoenderen en Calkoenen &c. te zullen bedienen. Verzoekt verders alle Jaagers, Wilt-schutters en Anfokkers van Hoenderen, Calkoenen &c hunne Waaren tot verder geryf van allle, by hem ter Koop te willen presenteeren.”

Bekendmaking in de Groninger Courant van 9 februari 1748. Ik vind dit een leuke advertentie omdat er een heel verhaal in zit. Eerst bezat de wed. Nieuwenhuizen dat poeliersbedrijf op de hoek van de Ebbingestraat en het Kwinkenplein, maar ze had blijkbaar geen kinderen, want haar dienstmeid en haar man namen de zaak over. Bedacht de weduwe ze in haar testament? Dat valt na te gaan. Verder geeft de trits edelen, heren en inwoners mooi de hiërarchie bij de klandizie weer. Alleen de vertegenwoordigers van de eerste twee categorieën haalden bijvoorbeeld de krant, als ze in de oorlog sneuvelden. Bovendien frappeert dan nog de term wildschut voor jager – die term is ook al zodanig in vergetelheid geraakt, dat families met die naam niet eens meer weten waar hij vandaan komt.


Huis en veldnamen in de Groninger Courant

Van 1743 tot 1878 verscheen de Groninger Courant, de allereerste krant in het Noorden des lands. Jaren geleden heb ik alle jaargangen doorgenomen, en onder andere de daarin voorkomende huis- en veldnamen in en onmiddellijk om de stad Groningen genoteerd. Daar wilde ik  altijd nog een index op maken, en om het nuttige met het aangename te verenigen heb ik het eerste jaar vanavond maar eens als logje ingeklopt. De namen waar het om gaat zijn vet gezet.

4.1.1743
Jan Pot in de Folkingestraat in de Tabakskarverie (tabakskerverij) levert goedkope tabakken. In de advertentie staat zijn assortiment.

4.1.1743
Veiling ten huize van Gerrit Hulshof, herbergier op de Nieuweweg in de Zwarte Arend, van Gerrit Lucas zijn halve korenmolen in de Driemolendwinger.

18.1.1743
Jacob Mindelts laat het koopmans- en kramersgilde een partij tabak veilen in Het Gouden Hoofd

18.1.1743
Hopman Westerbaan laat een smalschip veilen thv de weduwe Jacob Pieters in het Schippersgezelschap.

22.1.1743
De heer De Mepsche van Faan laat de borg Haykema te Zeerijp veilen op 22 januari thv de wijnhandelaar Stortenbeek in de Kleine Toelast

1.2.1743
Wordt bekend gemaakt dat de postwagen van Groningen naar Steenwijk zal binnenvaren  op donderdag 21 februari en vervolgens alle donderdagen. De afvaart van deze postwagen is precies een kwartier na vijf uur voor het huis de Gouden Helm aan de Brede Markt.

19.2.1743
Veiling ten huize van J. Smidt in Het Gouden Hoofd van de opmerkelijke tuin van Raadsheer Hofsnider.

22.2.1743
Twee tabaksveilingen thv Pauel Melhoorn in het Hagje.

26.2.1743
Koopman H. Hemsing heeft uit de hand te koop zijn extra wel ter nering staande behuizing aan de Kremerrype, waar (het wapen van) Leeuwarden uithangt. Hij doet daar negotie in katoenen, sitzen, lijnwaden, Meppeler buir etc. (zie ook nr. 17 voor een helderder afdruk). Bovendien heeft hij te huur een huis in de Kleine Haddingestraat wz., het derde huis vanaf de Nieuwstraat, het Optrap.

1.3.1743
Berend Schutte, herbergier in de Gouden Jachtwagen – hier is de veiling van het hof van Johannes Cramer.

12.3.1743
Nieuweweg tegenover de Pluimersgang: in de Coffi en Theewinkel. Assortiment.

22.3.1743
Jan Schmit, wijnhandelaar in het Gouden Hoofd.

26.3.1743
Wypke Feikens laat veilien het huis met de winkel en het hof, zoals hij zelf bewoont en gebruikt. Veiling vindt plaats thv Louis Carrier herbergier voor ’t Kleinpoortje in de Karper.

29.3.1743
Boeldag aan de Vismarkt, naast De Oude Spijkerboor.

16.4.1743
Wordt aan de heren en liefhebbers bekend gemaakt dat bij vaandrig Jan van Alsema in de Drie Laurierbomen in de Herestraat aan de boog een grote partij van extra puik puik van auricola’s, dubbele en enkele hyacinten te koop en te zien zijn, in de aanstaande week en de volgende weken een grote partij baguetten en bijbloemen, bisarden, vroege tulpen, ranonkels, anemonen, trosnarcissen, violetten. En nog meer ander gewassen zullen volgen, deze bestaan in enige honderden van soorten. Iemand die genegen is (tot aankoop) kan zich bij bovengemelde adresseren.

19.4.1743
De participanten in de loodgieterij A. Verburgh en J. Sickens veilen hun octrooi (vanaf 1737) en alle gereedschappen op 29 april thv J. van Someren in de Gouden Roemer aan de Guldenstraat.

3.5.1743
H. Muller en vrouw, nu wonend op de Vismarkt bij de A-kerk, hebben per Allerheiligen te huur het Nieuwe Herenlogement aan de Grote Markt tegenover de Waag. Met 12 kamers, een grote keuken met alle gerief van fornuizen, aanrecht, kleer- en provisie- en turfzolders en twee gewelfde kelders, als tot een ordinaris behorende, gelijk hier vele jaren met succes gedaan is.

3.5.1743
Veiling van de wel ter nering staande behuizing aan de zuidzijde van de Vismarkt, alwaar de Drie Snoeken uithangt. Veiling vindt plaats thv Monsieur van Someren, wijnhandelaar in de Guldenstraat in de Gouden Roemer.

7.5.1743
De olderman H. Louters, ledikant- en kamerbekleder, woont nu voor in de Messemakerstraat (nu Poststraat HP). alwaar het Prinsen Lit d’Ange boven de deur staat. Assortiment.

14.5.1743
De Hollandsche Koffie en Theewinkel is verhuisd van de Nieuweweg tegenover de Pluimersgang (zie boven) naar de Herestraat tegenover logement en ordinaris het Parlement van Engeland. De winkel heeft te koop alle soorten fijne thee, koffie, chocolade, sinasappels, citroenen, Spaanse noten, kastanjes etc.

14.5.1743
De zonnewijzermaker Kranenborg logeert in het Gouden Hoofd met een partij extra curieuze, sferische zonnewijzers.

24.5.1743
Veiling van een huis aan de Nieuweweg thv de wed. Hajo van Lingen in de Daniel .

4.6.1743
De voorstanders over de minderjarige kinderen van wijlen de Gezworene F. Amsing en de heer N. Amsing veilen hun behuizing aan de Oude Boteringestraat naast de Blauwe Leest. Deze veiling vindt plaats op 11 juni thv Schmidt in het Gouden Hoofd.

21.6.1743
Veiling van de pottenbakkerij van Hinricus Pottema en vrouw in het Gouden Hoofd.

21.6.1743
Het koopmans- en kramergilde veilt een partij tabak thv B. Stortenbeek, wijnhandelaar in de Kleine Toelast.

9.7.1743
Veiling buitenplaats Haren in het Gouden Hoofd.

16.7.1743
Olderman Hemsing laat veilen de behuizing aan de Kremerype waar Leeuwarden uithangt. thv wijnhandelaar Van Someren.

16.7.1743
Veiling zonnewijzers van Stedum thv J. Stortenbeek, wijnhandelaar aan de Brede Markt in de Kleine Toelast.

26.7.1743
De Oude Leenbank aan het Martinikerkhof.

30.7.1743
Vaandrig Thomas Lieftinck verkoopt op 1 augustus diverse wijnen bij het anker in de wijnkelder onder de Wijnberg aan de Grote Markt.

16.8.1743
J. van Someren wijnhandelaar in de Guldenstraat waar de Roemer uithangt.

13.9.1743
Veiling tabak door het koopmans- en kramergilde thv Bernardus Stortenbeek in de Kleine Toelast.

5.11.1743
Primawesi logeert met zijn barometers en thermometers in de Toren van Babel.

19.11.1743
Herberg te huur per aanstaande mei waar de Koning van Engeland uithangt, tegenover de A-kerk. Te bevragen bij brouwer N. Nanninga aan de Schuitendiep.

6.12.1743
brouwerij De Sleutel

13.12.1743
Popko Houttuin veilt een huis en twee kamers aan de zuidzijde van het Noorder-A tussen de Boteringe- en de Kijk in het Jatsboog. Veiling vindt plaats thv Wolter Luijes in het Ameland op vrijdag 27 december.

31.12.1743
Aanbesteding Wetzingerzijl thv de wijnhandelaar J. vam Someren in de Gouden Roemer.


Koddige en ernstige opschriften in Groningen (1698)

TABAKSBRIEFJE

Bedoeld is een kladde of puut voor tabak (II, 109) – de Suipenstraat was de naam van de Waagstraat voordat er een Waag stond:

Hier toont sich goe Toeback Verijn,
Vry dienstigh tot u medicijn,
Die krachtigh tegens hooftpijn werckt,
Daarom smookt vry by bier en wyn.
Ghy sult in kort genesen zijn
Dese opregte Virgini Toback vint gy te koop by kleine partyen tot groningen tusken de hoek van suipenstraat by
IM

LUIFELSCHRIFTEN

Bij een bezembinder (IV, 4)

Ik leef van de hey, dat menig verdriet.
De hey te hand’len verveelt my niet,
De hey verstrekt hier tot mijnder baten,
Schoon menig op hey haar leven moeten laten.

Van een boekdrukkerij (IV, 15)

Ik leefde eerst van druk,
Door druk quam ik in drukken,
Nu druk ik door ’t geluk,
Om beter ooft te plukken.

In de Landvreter (IV, 27)  – bedoelde huisnaam is mij onbekend en lijkt fictief:

’t Land op te vreten word by sommige geacht
Zo dat schier der een na deze kennis tracht,
Doch ik zal ’t myne zelfs, eer ’t and’re doen, verteren,
En dan, als and’re, mee het land opvreeten leeren.

GLASSCHRIFTEN

In de Paus (I, 8), wat een huis (herberg) was Achter de Muur, tussen de Ebbingestraat en de Boteringestraat,. op de hoek van de Pausgang:

Jonge Dochters sijn geschapen
Voor studenten, niet voor Papen:
Dies haat ik der Papen orden.
En ben een Student geworden.

In het Stads Wijnhuis (II, 79/80), naast het Raadhuis:

Laat een rechtsgeleerde loopen;
Al zijn loopen is maar wint
Want hy zal zijn ziel verkoopen,
Om het gelt dat hy bemint,
Dit’s de Kunst en gantschen handel
Van zijn doorgeslepen wandel

In een herberg bij het Raadhuis (II, 99), wat de Bolderij zou kunnen zijn of Daniël in de Leeuwenkuil:

De deur van Staat en Achtbaarheid, o Godt!
Vind d’armoede in het slot:
Maar voor den rijken zot
Staat Hof en Raadhuis open,
De tong, met Goud bedropen,
Voert nu het hooghste woort.
De wijsheit werd versmoort,
Wanneer die zich vertoont
Met ongeschoeide voeten.
Geen Mensch wil haar begroeten.
In ’t lomp en plomp gewaat.
Het gelt regeert den Staat:
Men heerscht met eigen baat,
En niemand derft haar laken.
Want die die Noot wou kraken,
Die beet zijn tanden uit,
En kreegh een mont vol gal.
Dus blijft het recht geboit:
En d’arme wijsheit mal.

In de Vonk (III, 17), wat of het huis in de Brugstraat of de herberg buiten Kleinpoortje is:

De Heer van Geenenborg,
Leeft zonder pyn en zorg.
En weet van geen geweeten.
Hij is elk een sijn Logentolk,
En niet van dat Jan Klaassens volk,
Die met een schraale elle meeten.

Niet nader gespecificeerde lokatie: (III, 27)

Elk leest Pithagors les ’t geen dat hy heeft geschreven,
Als dat de ziel vervaart van ’t een in ’t ander leven,
Na dat sijn handel is hier op der aard geweest.
Moet leven in een beest, als een onzalig beest.
Indien dit waar moet zyn ? Zoo staat het wis te schromen.
Dat noch dees man sijn geest in ’s varkens kot zal komen,
Want die sijn geest en vleesch voed met Toebak en wyn,
Die leeft hier als een beest. Maar sterft gelyk een Swyn.

OP DOODBAREN

Elk gilde had eigen doodbaren, die de gildebroeders voor de begrafenis uit een kerk ophaalden.

Van de bakkers? (I, 21)

Warkt Fielten heet,
In aansichts sweet,
Om uw brood te bekomen,
Denkt aan d’Uitvaart,
Weer tot der aart
Waarvan gy zijt genomen.

Van het timmermansgilde: (I, 51)

Dat krom is maak ik recht
Daarom ben ik Josephs knecht.

Van de zilversmeden (III, 44)

Het is geen gout al ’t geen dat blinkt,
En geen fijn zilver wat er klinkt.
Gebruikt den Toetsteen die noit liegt,
Eer u de bleek doot bedriegt

Aan de kleine doodbaar van de bakkers (III, 47)

Voor korte vreugd een eeuwig verdriet,
Dat geeft de wereklt en anders niet.

Aan de kleine doodbaar van de schoenmakers (III, 84)

Ten zy gy u bekeert en kinders wert gelyk
Zo zult gy nimmermeer be-erven Gods Ryk

GRAFSCHRIFTEN

In de Martinikerk (I, 39)

Laat lopen die voortaan lopen lust,
Ik heb gelopen en leg in rust.

Exacte plaats onbekend (I, 89), maar waarschijnlijk toch ook de Martinikerk:

Hier leyt begraven Styntje Klaas, mijn lieve lam,
op datze zou komen aan rotterdam,

In de Martinikerk (II, 108 + III, 30)

Hier rust dien vervaarlijcken Didrik de Vette,
Die hem twee daagen voor sijn doot ging op een weegschaal setten.
En hy woogh twee hondert en sestigh pont swaar,
Dit is geschiet in ’t vijftienhonderste jaar.

Bron: zie hier


Calvinus, de Byekoer en ’t Hemelrijk

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Groninger uithangtekens, genoemd door Van Lennep & Ter Gouw (1868). NB – Waar niet expliciet een plaatsnaam genoemd wordt, gaat het om de stad Groningen:

UITHANGBORDEN

In den Stapel Koffie
Van een kruidenier.
(pag. 186/7)

In het Nieuwe Tabaksvat
(pag. 187)

De vergulde Drukkery
Van de academiedrukker, Hopman en Gezworene Hans Sas, alias Joannes Sassius, begin zeventiende eeuw.
(pag. 178)

De Boek en Bijbelwinkel
Lubbertus Huysingh, tweede helft achttiende eeuw.
(pag. 182)

Cicero
Borstbeeld van de Romeinse redenaar en filosoof bij Jacobus Dikema, boekverkooper in de Zwanenstraat (1783 – 1814).
(pag. 205)

Laurens Jansz. Coster
Bij Jacob Bolt, boekverkoper tegenover het Stadhuis. Dit bord dateerde van ca. 1760 en hing een eeuw later nog aan hetzelfde huis.
(pag. 210)

Rudolf Agricola
Aan de boekwinkel van Warner Fabius, Brede Markt (ca. 1750).
(pag. 210)

In Calvinus
Bij de boekdrukker en boekverkoper Lucas van Colenbergh, Boteringestraat (1700 – 1750).
(pag. 216)

De Liggende Leeuw
voor een tabakswinkel.
(pag. 321)

Den Bonten Tijger
tabakswinkel.
(pag. 321)

Het Tijgerpaard, het Oude Tijgerpaard en het Getijgerde Paard
Drie (ik denk twee) logementen (aan de Nieuwe Ebbingestraat HP).
(pag. 334)

De Vette Koe
bij Zuidhorn.
(pag. 337)

t Witte Schrijfboek
bij de (school-)boekhandelaar Johannes van den Rade of Radens (1606).
(pag. 251)

’t Schrijfboek
Bij de stadsdrukkers en (school-)boekhandelaar Jan Klaassen of Johannes Nicolai (eerste helft 17e eeuw), en diens opvolger Frans Bronkhorst (na 1650).
(pag. 251)

De Byekoer
– met onderschrift “in slecht Friesch”:
“In ’t hus de Byekoer
Der bakt men Grinserkoeke,
Mar troch de goede waer
Mat men de minscen loeke.”
Vertaling van Van Lennep en ter Gouw: “In ’t huis de Bijekorf, daar bakt men Groninger koek; maar door de goede waar moet men de menschen lokken”. Schrijvers noemen zo’n Friese tekst zeldzaam, “want zelfs in de provincie Friesland is de Friesche taal van de uithangborden zoo goed als verdwenen”. NB: Buiten de A-poort verwees meestal naar de lintbebouwing langs het Hoendiep noordzijde. Daar vindt men nog steeds een fabriek van Groninger koek! Aan deze kant van de stad, in het Westerkwartier, wonen nog steeds de meeste mensen van Friese komaf.
(pag. 368/369)

De Waag
Van een tabaksverkoper vlakbij de Waag.
(pag. 296)

Het Halve Kanon (moet zijn Het Halve Kartau HP)
Tabaksverwerker en -verkoper aan de Steentilstraat (achtiende eeuw).
(pag. 275)

De Orangeboom
Herberg in Windeweer, waarvan het uithangbord geschilderd werd na de omwenteling van 1813. Om het politieke symbool stonden mannen met schoppen, die op rijm werden toegesproken door een man op de voorgrond:
“Gij dom en dwaas geslacht, wilt gij dees boom uitroeijen?
Die is van God geplant en blijft daar eeuwig groeijen.
Ei, werpt de schoppen weg; het graven kan niet baten,
Gij moet d’ Oranjeboom met rust en vrede laten.”
Op de achterkant van het bord stond nog een stukje reclame:
“Komt vrienden, komt in huis en eet en drinkt met maten.
De waard verlangt naar geld, de brouwer naar de vaten”.
(pag. 375/376)

De Paus
Wijnhuis (zeventiende eeuw) waar veel studenten kwamen. Een van hun schreef een versje op het glas dat hij uit liefde voor het andere geslacht liever student dan Paus was.
(pag. 125)

Den gekroonden Hoed
Aan een hoeden-, petten-, en sigarenwinkel.
(pag. 215)

’t Hemelrijk
Herberg bij Adorp/Harssens.
(pag. 94)

De (oude) Rodehaan
Herbergen, later buurtschapje.
(pag. 168)

De Zaadzaaijer
Aan een tabakswinkel te Groningen,
maar (HP) ook op een molen langs het Winschoterdiep.
(pag. 89)

De Gouden Roemer
In de tijd van Van Lennep en ter Gouw (1860, 1870) een tabakswinkel, maar (HP) in de achttiende eeuw een wijnhuis.
(pag. 233)

Het Wapen van Drenthe
Tabakswinkel (aan het Schuitendiep HP).
(pag. 371)

Het Wapen van Hunsingo
Tabakswinkel in Warffum.
(pag. 371)

De Drie Marylanders
Rond 1860 nog een kruidenierswinkel aan de Peperstraat, aldus Van Lennep en ter Gouw, maar eerder (HP) een tabakswinkel.
(pag. 146)

De Wereld vol druckx
Uithangbord van de boekdrukker Samuel Pieman (17e eeuw).
(pag. 4)

De oude Sint Jacob
Boekwinkel van Dominicus Lens (1672-1678) – in de Zwanestraat (HP).
(pag. 108).

GEVELSTENEN

Job
Volgens Van Lennep en ter Gouw aan de Laan bij de Visserstraat. tegenwoordig in de Hoekstraat.
(pag. 57)

Kapwagen en vier paarden, met rijmpje:
“De wel de weg bespoort,
En rit des Heeren wegen,
De rit blijmoedig voort,
Godt laat hem nooit verlegen.”
Van de voerman Sicco Joestens aan de Nieuweweg 1762,
(pag. 263)

Boven een portaal van de Martini-kerk (diakonie-ingang?):
“Mit aelmissen te geven,
Gerechtigheyt te plegen, daer ende neven,
Beërven wy in Gode dat ewighe leven.
Gedenckt den armen in uw testamenten,
Want Ghy en hebt geen beter renten”.
(pag. 294)

In de binnenpoort van het Rode of Burgerweeshuis, met een afbeelding van weeskinderen en dit uit Amsterdam overgenomen rijm:
“Wij groeyen vast
Tot grooten last
Der voogden, dies ze ook klagen.
Gaat toch niet voort
Door dese poort,
Of helpt wat mede dragen.
(pag. 160)

Ick kick noch in ’t jat
Nog steeds bestaand, eind Oude Kijk in ’t Jatstraat oz.
(pag. 417)

OPSCHRIFTEN

Al te Naauw
Herberg bij Fransum.
(pag. 393)

Kop-af
Logement bij Nieuwolda.
(pag. 396)

Op een van de doodbaren die nabers uit een kerk konden halen:
“Wij gaan gekleed in ’t zwart,
Gelijck als David dee.
Al valt het ons wat hart,
De tijd die brengt het mee.”
Hier werd gezinspeeld op de laatste eer van koning David aan de verslagen Abner.
(pag. 66)

De Toekomende Vrouw, Troost voor Moederloos, de Trekvogel, de Zeeploeg
Merkwaardige scheepsnamen uit resp. Groningen, Wildervank, Delfzijl en weer Wildervank.
(pag. 398)


Het Klokhuis van ’t Winschoter en Delfzijlster veer

Geplaatst op 31 mei 2008  klokhuis

In Borstkas’ meest recente album vind je deze foto van ca. 1890. Links piept de Martinitoren boven de bebouwing uit. Iets naar rechts zie je een glimp van de Steentilbrug en nog meer naar rechts liggen wat snikken aan Kleinpoortjeswal. Achter de middelste van deze drie trekschuiten staat een pand met een dakruiter en over dat pand wil ik het nu eens hebben.

Het werd in 1655 gebouwd als ‘corps de garde’ of ‘kortegaard‘, oftwel een wachthuis voor de militaire en burgerwacht. Maar het kreeg meteen ook een andere functie, zoals blijkt uit een resolutie van Burgemeesteren en Raad van eind dat jaar. Op verzoek van de provincie kwam er een klok boven te hangen. Daarvoor was een dubbele verhuisoperatie nodig. De klok die boven het Wijnhuis op de Grote Markt hing, liet het stadbestuur naar de Herepoort overbrengen, terwijl het klokje boven de Herepoort naar de nieuwe kortegaard ging.

Hier moesten, zo bepaalde het stadsbestuur, ook de snikken aanleggen, die ’s avonds na de gewone poortsluiting om negen à  tien uur de stad nog binnenkwamen. Begin 1656 benoemden Burgemeesteren en Raad een functionaris, die de klok voor elke afvaart van Oldambster snikken moest luiden. Deze Tonnis Alers kreeg tevens het toezicht op de voetbrug buiten Kleinpoortje en ontving voor zijn gewichtige taken een tractement van 100 gulden per jaar.

Naderhand verordonneerde het stadsbestuur, dat Tonnis zijn klokje stipt een kwartier na de uurslag van de Martinitorenklok luiden moest. Ook mocht hij vanaf 1661 een halve stuiver beuren van iedere persoon die het Kleinpoortje na poortsluiting binnenkwam. Maar dat de klokluider van het Winschoterveer niet alleen van zijn stadsinkomsten leefde, blijkt in 1669. Als klokluider van de provinciale snikken in de richting van Delfzijl ontving hij tevens een tractement van de provincie. Zijn opvolger Gerrit Hartelius, Artelius of Hartelink werd dan ook door stad en provincie beide benoemd, waarbij de twee overheden afspraken dat ze diens ambt voortaan om de beurt mochten begeven.

Hartelius was tevens poortier van het Kleine Poortje. Een ambt dat men kennelijk onverenigbaar achtte met dat van het klokluiderschap, omdat beide functies in 1681 weer uit elkaar werden gehaald. Gedeputeerde Staten benoemden Willem Snal als klokluider, terwijl Burgemeesteren en Raad havenmeester Egbert Claassen als poortier van het Kleine Poortje aanstelden.

Acht jaar later wilde Snal zijn baantje reeds overdragen, maar het stadsbestuur weigerde om zijn verzoek in te willigen. Pas in 1695 kreeg hij een opvolger, in de persoon van Timen Berends. Als extra emolument ontving deze vanaf 1703 jaarlijks vijf à  zes voer lichte turf, maar blijkbaar reikten ’s mans verdiensten ook toen nog niet toe, want in 1704 benoemde het stadsbestuur ‘Timen de klokluider’ tot opzichter van het nieuw gemaakte verlaat van het Damsterdiep.

In de achttiende eeuw werd het ambt jarenlang door een vrouw bediend, Ebelje Drentelmans. Na het overlijden van deze klokluiderse van het Damster- en Winschoterdiep nam Arend Gruno (35) de dienst waar. Hij was neef van de oude en zeer verzwakte havenmeester Beem, en werd nog hetzelfde jaar diens opvolger.

In 1800 tenslotte, koos het stadsbestuur Lucas Ottens als opvolger van Hindrik Kloen, die zijn benoeming dus aan de provincie dankte. Maar het stadsbestuur trok het tractement in. Of dat ook door de provincie gebeurde weet ik niet, maar waarschijnlijk moest de klokluider van de Winschoter- en Delfzijlster snikkeveren voortaan leven van geld, dat de passagiers inbrachten.

De situatie nu:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De drie of vier panden op deze plek zijn nu helemaal op elkaar betrokken en vormen zodoende één geheel. In het oude klokluidershuis ligt zelfs een glazen vloer die zicht geeft op de oude, overwelfde kelder. Ook zijn de deur en het meest linkse bovenraam van het vroegere klokluidershuis dichtgemetseld – er loopt nu een regenpijp langs – en de overige ramen verbreed. Maar je kunt zien dat het ‘klokhuis’ nog steeds bestaat en als je het terug zou willen restaureren, is dat een fluitje van een cent.


RM aan de Poelestraat en de Kwintlaan

Ik zou de beeldmerken van Reinier Muller aan de Poelestraat en de Kwintlaan nog fotograferen. Dat heb ik vanmiddag gedaan. Dat aan de Poelestraat, van de groothandel, ziet er zo uit:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

En dat in het voormalige fabriekshek aan de Kwintlaan zo:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Aan de Poelestraat haakt de R links in op de M, terwijl hij aan de Kwintlaan centraal op de M zit. Ook verschillen de lettertypes op beide lokaties. De monogrammen zijn dus niet identiek zoals ik meende, maar de gelijkenis valt wel op.


Bijna duizend jaar oud fluitje onder de Grote Markt

Bij de proefopgraving aan de oostzijde van de Grote Markt is een fluitje gevonden. Volgens opgravingsleider Bert Tuin is het gemaakt uit een ganzenbotje en hij schat dat het in de elfde, misschien twaalfde eeuw in een mestkuil belandde. In elk geval kon de toenmalige bespeler met het duimgat bij het mondstuk en de drie gaatjes voor de andere vingers een toonladder produceren.

Een andere vondst stond vandaag in het Dagblad. Er kwam een bakstenen secreet uit de zeventiende eeuw tevoorschijn. Op de bakstenen zat een dikke laag kalk, vanwege het eeuwen urineren. Er lag een kannetje in het secreet, dat mogelijk bedoeld was om de boodschappen door te spoelen. Van de verdere inhoud zijn monsters genomen, omdat er ook allerlei kleine beestjes in zo’n privaat vielen. Inderdaad zijn er al botjes van een muis aangetroffen.

De proefopgraving duurt nog een week. De archeologen schaven misschien nog twintig centimeter grond af, dan zitten ze op het kale zand van de Hondsrug. Eigenlijk breekt nu de interessantste fase aan, want de oudste bewoningssporen komen bloot. Vanmiddag werd er al een gevonden, dat dateert van voor de stenen bebouwing uit de dertiende eeuw. Dit spoor bleek een iets andere oriëntatie te hebben dan de latere rooilijn. Met een beetje mazzel hoorde het bij een houten huis.


Turfsingel 10, een bewonerslijst

Geplaatst op 20 mei 2008

Naar aanleiding van het stukkie over Turfsingel 10 stuurde Borstkas me deze foto toe. Dat kwam goed uit, want ik had de opname net als fotocopie gezien in de fotomap Turfsingel van de Groninger Archieven. Toen ik daar de echte foto voor me op tafel wilde hebben, bleek dat ze er momenteel de volledige fotoverzameling aan het digitaliseren zijn. Straks komen die foto’s, net als de ansichten, allemaal op internet, maar zolang het scannen duurt, weet slechts een enkele medewerker waar zo’n foto te vinden is. En die medewerker was er nou net niet, vorige week dinsdagavond. Vandaar dat ik van mijn bestelling moest afzien.

Nu kreeg ik hem dus toch. Het archief dateert hem op 1895 en dat zal wel ongeveer kloppen, want de schoenmaker W. Oostmeijer die in de potkast zijn ambacht uitoefende, staat alleen in 1894 en 1896 op dit adres in de Groninger adresboeken. In 1894 heet het adres Turfsingel C 134, in 1896 Schuitendiep oz. P 164-A. Zowel de straatnaam, als de lettercijfercombinatie wisselen dus. De buurman, manufacturier L. de Wolf, staat in het adresboek van 1896 geboekt op het adres Schuitendiep nz.  O 62, Helaas is wagenmaker Bus of Bos, die achterin het pand zijn bedrijf uitoefende, in geen van beide adresboeken te vinden. Ik denk dat hij er niet woonde.

In elk geval zaten er middenstanders in het pand. Doordat de straatnaam wisselt en de huisnummering begin twintigste eeuw ook nog eens omgegooid wordt, terwijl er een groot bewonersverloop was, is het tot 1922 niet eenvoudig om een bewonerslijst op te stellen. Pas vanaf 1922 is het adres definitief Turfsingel 10, en vanaf dat jaar lukt het vrij eenvoudig:

  • 1922 – Joh. Fokkelman, voerman
  • 1923 – wed. Joh. Fokkelman
  • 1924 – wed. Joh. Fokkelman
  • 1925 – wed. Joh. Fokkelman
  • 1926 – B. Zuidland, werkman
  • 1927 – B. Zuidland, werkman
  • 1928 – S.S. Carsauw, pakhuisknecht
  • 1929 – A.J. Balk, slagersknecht op 10 en op 10-2A H.J. Vollmer, ijsventer
  • 1930 – K. Ronda, tabaksbewerker op 10 en op 10-2A B. Vosser, koopman
  • 1931 – K. Ronda, tabaksbewerker op 10 en op 10-2A B. Visser, oogopticiën
  • 1933 – K.M. Holen, stuurman op 10 en op 10-2A B. Visser, opticiën
  • 1935 – nummer 10 onbewoond en op 10-2A weer Visser
  • 1939 – Mej. M. Balkema op 10, op 10-2A W. Elerie, groente- en aardappelexport
  • 1940 – Mej. M. Balkema op 10, op 10-2A W. Elerie, groente- en aardappelexport
  • 1941 – Mej. M. Balkema op 10, op 10-2A W. Elerie, groente- en aardappelexport
  • 1943 – H. Kleersnijder en N. Kranenburg, werkman op 10 en op 10-2A nog steeds W. Elerie, groente- en aardappelexport
  • 1950 – W.R. Stoel, boekhouder op 10 en op 10-2A W. Elerie, koopman
  • 1958 –  W.R. Stoel, boekhouder op 10 en op 10-2A W. Elerie, koopman in groenten
  • 1961 –  W.R. Stoel, boekhouder op 10 en op 10-2A W. Elerie, koopman in groenten
  • 1964 – W.R. Stoel, boekhouder op 10 en op 10-2A W. Elerie, koopman in groenten. Bij Elerie wonen dan in een Mej. H. Tacoma en een mevr. S. Schöppl
  • 1968 –  WR Stoel op 10 en op 10-2A mej. S. Schöppl en mej. L.A. Elerie, telefoniste
  • 1972 – geen bewoners vermeld

In de jaren twintig proletariseert de bewoning, maar juist als met de crisis van 1929 het pand gesplitst wordt, keert de middenstand weer terug. In 1935 heeft er mogelijk een verbouwing plaatsgevonden. Een vaste bewoner is daarna tot 1964 W. Elerie, koopman in aardappelen en groenten. De juffrouwen die in de jaren zestig bij hem in komen wonen als hoofdbewoners zullen kamerbewoonsters zijn geweest. Ook boekhouder W.R. Stoel woonde langdurig in het pand, zo’n beetje de hele jaren vijftig en zestig. Als ik de geschiedenis van het pand zou willen schrijven, dan ging ik eerst eens op zoek naar de nazaten van Elerie en Stoel.

Een verband met L.F. Timmermans, de maker van het naieve schilderijtje uit 1935, viel niet te leggen.


Een fabrieksoutlet aan de Poelestraat

Aan het begin van de Poelestraat zuidzijde heb je hoog aan een gevel de met elkaar doorvlochten initialen RM staan. Dat beeldmerk vind je ook in het oude toegangshek van de Reinier Muller tricotagefabriek aan de Kwintlaan, en toen ik het jaren geleden voor het eerst zag, dacht ik al dat ze met elkaar te maken hadden. Vanavond vond ik het bewijs in de collectie documentatie bedrijven van RHC Groninger Archieven. Dezelfde Reinier Muller die de fabriek in de Oosterpoort had, bezat ook een groothandel aan de Poelestraat in onder meer gebreide en geweven goederen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ik zal de identieke beeldmerken binnenkort eens fotograferen.


Wroeten onder Huis Panser

 

Geplaatst op 16 mei 2008  panser

Huis Panser aan de oostzijde van de Grote Markt (zie pijl) was oorspronkelijk een middeleeuws steenhuis, de stedelijke pendant van een gelijknamige borg of stins tussen Zoutkamp en Vierhuizen, die eveneens in het bezit was van de hoofdelingen- of jonkersgeslacht Panser. Werd die borg in de achttiende eeuw dankzij inpolderingen een van de allergrootste boerderijen van de Ommelanden, jonker Sicco Panser voorzag het stedelijke huis omstreeks 1611 van een fraaie renaissancegevel:

Geplaatst op 16 mei 2008  pabnser b

De beroemdste bewoner was later ds. Abraham Trommius, de man van de bijbelconcordantie die nog steeds in gebruik is. In 1774 veranderde de functie van het stedelijke Panser van woonhuis in onderkomen van de Groote of Herensociëteit. Tot 1932 kon de lokale elite hier entre nous zijn en beschaafd converseren, kranten en boeken lezen, dineren en biljarten:

Geplaatst op 16 mei 2008  panser c

Tot zover de historie, nu de prehistorie. Bij de proefopgraving op de Grote Markt zijn de archeologen inmiddels zover, dat ze de vloeren van Panser hebben opgeruimd.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Alleen de dikke fundering zit nog in de grond. Deze dateert mogelijk uit de dertiende eeuw. De vraag is of er nog resten van oudere bebouwing zijn – stadsarcheoloog Gert Kortekaas (de man met het blauwe overhemd) vermoed van niet.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Schuin onder de Panser-fundering vonden de archeologen vanmiddag opnieuw een hoog-middeleeuwse aarden kruik:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Anders dan die van gisteren, lag deze geheel in scherven:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Eerder troffen ze op de opgravingssite al puntige paaltjes aan, waarschijnlijk de restanten van een slootbeschoeiing. Dat hier een sloot geweest is, op de top van de Hondsrug, doet misschien wat vreemd aan, maar je kunt er aan zien hoe droog we alles hebben gemaakt, in de loop der eeuwen.

De proefopgraving is goed te volgen op een videoblog. Ook zet de gemeente OOG-reportages op haar website.


Hoogtepunten van de canon-expositie

Het signet of zegelstempel van de stad Groningen, dertiende eeuw. Uitgesneden is de toenmalige Martinikerk, de parochiekerk van de stedelijke gemeenschap:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Aardewerken vrouwenkopje, 1561. Aangetroffen op het terrein van het verdwenen klooster Selwerd:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Verguld zilveren doos met zwarte en witte geëmailleerde keurbonen (1726). De vijf gezworenen die de zwarte bonen uit de hoed trokken werden taalmannen en kozen op 8 februari de nieuwe Raadsheren in het stadsbestuur. Aan deze bonen danken de Groningers wellicht mede hun bijnaam mollebonen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De legpenning, behorend bij de Nobelprijs van de RUG-natuurkundige Frits Zernike (1953):

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Deze en andere schatten zijn te zien op de tentoonstelling ter promotie van de Groninger Canon. Erg druk was het er niet, vanwege het mooie weer. Jammer, want Groningen wordt niet verwend qua historische exposities. Nog te zien tot en met 23 mei in de Groninger Archieven, Cascadeplein 4. Gratis toegankelijk.

Naschrift:

Het uitvoerigste artikel over de canon stond in het Nederlands Dagblad. (met dank aan R.)


Naief stadsgezicht op Turfsingel 10

H. vond dit naïeve stadsgezichtje op een rommelmarkt:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het is in 1935 gemaakt door de verder onbekende L.F. Timmermans. H. vroeg of het pandje mij ook bekend voorkwam. En dat deed het. Op de Turfsingel, gedeelte tussen Ebbingebrug en Boterdiep, heb je zo’n huisje met zo’n potkast, relict van de ambachtswerkplaats die ooit in de kelder zat. Hier heb je het pand in zijn huidige staat en omgeving:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De brievenbus en het kastje voor aankondigingen zijn van de voorgevel verdwenen, de ramen hebben een oudere roedeverdeling (terug-)gekregen, de schoorsteen is ingekort en bekapt, en aan de achterkant hebben de stal- en de (hooi-)zolderdeuren plaatsgemaakt voor onder meer ramen, wat erop wijst dat daar nu gewoond wordt. In de omgeving, links en achter, verdwenen wat pakhuizen, maar de bebouwing rechts lijkt in principe nog dezelfde te zijn.

Tegenwoordig zit er een reisbureau, gespecialiseerd in individuele reizen op maat naar Madagascar, Ethiopië en Mali aan de voorkant van het pand, terwijl aan de achterkant een biologisch cateringbedrijf huist. Ik zal eens kijken wat er vroeger domicilieerde, misschien is er een link te leggen met de naam van de schilder, die het werkje wellicht maakte uit persoonlijk-nostalgische overwegingen. Want om nou te zeggen dat dit pandje erg vaak in beeld gebracht is, nee – in de verzameling prentbriefkaarten van de Groninger Archieven ontbreekt het bijvoorbeeld.


‘Hier heerscht Engelsche ziekte’

Geplaatst op 24 april 2008

In Trouw stond vandaag al een selectie van foto’s. Daar stond bij, dat de BeeldbankWO2 morgen pas actief zou worden. Maar zonet kon ik er toch al in. Zij bevat zo’n duizend foto’s en affiches met de tag Groningen: vooral de bekende puinhopen van ’45, maar ook NSB-spul en relatief veel prenten van Delfzijl en Onstweddde, zag ik in de gauwigheid. Bovenstaande kiek is in 1943 genomen in de stad-Groninger Kijk in het Jatstraat. Daar bekladden NSB-ers de etalage van een drogist die de Nieuwe Orde niet welgezind was.


Ranja. Met een rietje.

Geplaatst op 21 april 2008 ranja delft

Deze gerestaureerde gevelreclame, gefotografeerd door Gerard Stolk, bevindt zich aan de Coenderstraat in Delft. Zoals onderaan te zien is, gaat het om een product uit Groningen. De schildering is een variatie op het etiket dat van 1930 tot 1941 op de flessen Ranja zat.

Volgens Stad van het Noorden (pagina 31/32 en 112) richtte C. Polak Gzn. in 1881 een distilleerderij, likeurstokerij, limonade- en extractenfabriek op aan de Petrus Campersingel 31 alhier (vooral ook zichtbaar vanaf het Damsterdiep). Na 1903 kwam dit bedrijf bekend te staan(pdf pag. 78) als ‘de natte’ Polak, dit om het te onderscheiden van ‘de droge’ of AJ Polak, die aan de Viaductstraat een puddingpoederfabriek begonnen was.

Bij de natte Polak werkten in 1917 zo’n 25 man en 35 kinderen. Vanaf 1921 produceerde de onderneming de sinasappelsiroop Ranja, een merknaam die al voor de Tweede Wereldoorlog tot een algemene productnaam voor limonade werd. Aan de Petrus Campersingel werkten in 1939 zo’n 75 personen, maar intussen kwamen er ook nevenvestigingen bij.

Dat het etiket waarnaar de Delftse muurschildering gemodelleerd is, in 1941 veranderde, zal wel komen door de joodse naam. Opvallend is dat op na-oorlogse etiketten de afkorting CP stond. Op de affiches van die periode (a, b, c, d), keert de naam Polak echter wel terug. Slechts voor kort, want de iets modernere posters vanaf 1950 (a, b), eveneens ontworpen door Dirk Hart, bevatten weer de afko.

Ranja vormde in 1965 de substantie die Johnny Lion zijn heldin Sophietje bij voorkeur met een rietje dronk. Volgens mij stond Johnny wel twee maanden bovenaan de hitparade met dat nummer. Helaas heeft YouTube het enkel in een Engelse versie voor de Zweedse markt. Maar er zijn ook nog wat latere coverversies, die wel Nederlandstalig zijn (a, b, c).

Geplaatst op 21 april 2008  ranja brf


Het vis-imperium van de familie Bulk

opnamedatum: 15-12-2006

In het Rijksmuseum hebben ze een foto-album, en in dat album staat deze plaat van vishandel H. Bulk, Zuiderdiep 43, Groningen. De foto dateert van omstreeks 1920. Op het trapje kijkt de piekfijn geklede heer des huizes, de dan 38-jarige Harm Bulk, met de hand in zijn zak toe hoe zijn vrouw, de iets jongere Trijntje Talens, afrekent met een klant. Achter Trijntje staat hun zoon Henderikus.

Op de toonbank staan drie grote ronde schalen met gebakken schelvissen, in de open kasten aan de achterwand bevinden zich potten en keurige stapels met blikjes. De etalage, met uitzicht naar de Pelsterstraat, heeft vierkante Jugendstil-ruitjes, de vloer is van graniet en de toonbank is betegeld in een geometrisch art-deco patroon. Bij het trapje hangt een telefoon – het mag opmerkelijk heten dat Bulk die al had, want de meeste middenstanders vonden telefoon nog veel te duur.

Bulks telefoonnummer was 2175, weten we uit de Groninger Adresboeken. Uit die bron viel ook te achterhalen, dat Harm Bulk hier aan het eind van de Eerste Wereldoorlog  was begonnen met zijn handel in vis en – dan nog – zoetwaren. In het Adresboek van 1920 adverteert hij eenmalig. Kennelijk loopt zijn zaak goed, want in 1923 blijkt die uitgebreid te zijn met het belendende adres Pelsterstraat 61. Ook Pelsterstraat 59 koopt hij er weldra bij, welk perceel hij gaat gebruiken als bergplaats. In 1925 ook, krijgt de zaak zijn eerste filiaal in de stad, en wel aan de Oude Kijk in het Jatstraat, op nummer 23. Het zal niet de laatste nevenvestiging zijn.

In 1928 overlijdt Harm Bulk en zet zijn zoon de zaak voort. Maar Harms weduwe blijft op het adres Zuiderdiep 43 wonen en je mag aannemen dat ook zij in de winkel actief blijft. Ondanks de economische crisis blijkt er in 1935 nog een filiaal bijgekomen te zijn op A-Kerkhof 9, en twee jaar later nog een filiaal op Oosterstraat 5. Naar dat laatste adres verhuist de weduwe Bulk-Talens, terwijl Bulk junior metterwoon naar Haren vertrekt, vrijwel zeker een teken dat het hem naar den vleze gaat, al klinkt dat wellicht een beetje vreemd voor een vishandelaar.

In 1941 is het filiaal aan het A-Kerkhof opgedoekt. Tegelijkertijd verhuist Bulk jr. terug naar de stad, nou ja Helpman, Verlengde Hereweg 86. In en vlak na de oorlog moet het een stuk minder met zijn bedrijf zijn gegaan, want in 1950 bestaat “Bulk’s Viswinkels, Visbakkerij enz.” nog slechts uit de zaak aan het Zuiderdiep en het filiaal aan de Oosterstraat.

Op Nieuwjaarsdag 1957 overlijdt Henderikus. Zijn weduwe Aukje Bulk-Kolen houdt beide winkels aan, en begint nog weer een nieuwe op haar woonadres aan de Verlengde Hereweg, waar dan ook haar schoonmoeder komt wonen. Zetbaas op het Zuiderdiep is daarna, in de jaren zestig, een D. Bruggemann, die te boek staat als “chef visbakkerij”. Nog tot in de jaren zeventig blijft Bulk’s viswinkel hier bestaan. Volgens een advertentie uit ca. 1968, met de portretten van de grondleggers Harm en Henderikus, had de zaak inmiddels “duizenden tevreden klanten”.