Keizer Barbarossa Bierbrouwerijen

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

In de etalage van antiquariaat Berger en De Vries aan de Pelsterstraat staat dit ingelijste reclame-affiche van Keizer Barbarossa Bierbrouwerijen, eertijds gevestigd aan de Emmastraat in Helpman. De plaat leek me een geheid hebbeding voor een fameuze Groninger bierverzamelaar, iemand die ook van alles over Barbarossa weet. Daarom maakte ik gister een foto door de etalage heen. Dit kiekje bevredigde mij niet, maar de winkelier wilde de prent wel even voor me rechtop houden, zodat ik hem wat beter in beeld kon krijgen. Toch blijf je ondanks wat kunstgrepen zien dat hij achter glas zit.

Van de prijs sloeg ik bijna steil achterover. Het ding moet de lieve somma van 850 euro opbrengen. Maar volgens de man van de winkel viel er misschien wel wat van de prijs af te halen. Hij zei dat het net was ingebracht door iemand die bij Barbarossa had gewerkt. Vanwege een stukkie in de een of andere krant over Barbarossa achtte de inbrenger de tijd rijp voor de verkoop.

Toen ik de foto naar de bierverzamelaar mailde, bleek die exact dezelfde prent al vier jaar of zo te hebben, met dezelfde lijst ook nog. Kennelijk is er indertijd een hele serie van geproduceerd voor het personeel. De bierverzamelaar vertelde dat hij zijn exemplaar voor 50 euro kocht. Nog niet zo gek lang geleden stond er eentje op Marktplaats, zei hij. Voor 200 euro. En dat vond hij al een pittige prijs.

Hoe dan ook, volgende week gaat de prent naar een verzamelaarsbeurs in Utrecht. Mocht je er het geld voor over hebben, wees er dan als de kippen bij.


De Toekomst, tempel van de oude beweging

Ik kwam vanmiddag langs ‘De Toekomst’ aan de Coehoornsingel, een gebouw dat opgeknapt en verbouwd is. Sinds deze zomer was de pandnaam al zichtbaar in een vak bovenaan de gevel:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De rest van het pand bleef nog een poos in de steigers staan, maar die zijn onlangs verwijderd.  Volgens een bord op een raam verhuurt ‘Beter Wonen’ er ruimtes. Op hun website stond, dat het ging om ateliers, maar inmiddels is die pagina weer weg en volgens een buurman gebeurde er weinig in het pand:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De Toekomst werd in 1888 gebouwd als het drankloze onderkomen van de Groninger Arbeidersmaatschappij en Coöperatie De Toekomst. Ook is er veel vergaderd. Zo vond er eind 1893 het landelijke congres van de oude socialistische beweging plaats, dat de scheiding der geesten tussen anarchisten en sociaal-democraten onvermijdelijk maakte. Aan de voorstellingen boven de ramen is er van die tweedracht nog niets te merken. De ene symboliseert met schaaf, troffel, aambeeld, schrijven en lectuur de opbouw van het socialisme:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Terwijl de andere gewijd is aan de hier nog gevestigde coöperatieve bakkerij die in verschillende volkswijken verkooppunten had, maar haar puike broodjes zo te zien ook met de bakkerskar aan de man bracht:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Golfen > Kolven > Golfen

Geplaatst op 3 november 2007

Deze Jugendstil-plaat uit 1898 komt uit een sportalbum van het Koninklijk Huis. Het aardige is dat ze nog een rechtstreeks verband legt tussen het oud-vaderlandse kolven en de ‘moderne’ sport golf. Enerzijds doet ze dat door golf als ‘terrein-kolven’ te betitelen, anderzijds door het samenbrengen van golf- en hockeyclubs en kolfverenigingen op één pagina.

Vanuit Nederlands perspectief maakte dat kolven of golfen een merkwaardig circelvormige ontwikkeling door. Het begon in de Middeleeuwen als een typische buitensport, waarbij de spelers hun ballen flinke einden wegmepten met stokken die metalen dwarsuiteinden hadden. Meestal mocht dat alleen buiten de stadswallen, maar het gebeurde ook wel eens op de straten van de stad en dan sneuvelden er gemakkelijk ruiten of vielen er gewonden.

In de zeventiende eeuw ontwikkelde het kolven zich uit deze middeleeuwse voorvorm van golf, doordat er steeds meer op stedelijke banen gespeeld werd, die met houten schotten begrensd waren tot een rechthoekig perk waarbinnen de ballen van paal naar paal moesten worden geslagen. Gaandeweg werden die banen kleiner, en de schotten eromheen hoger, tot er geleidelijk aan een proces van overkapping van de banen begon.

Tegen 1800 bestonden er alleen al in Amsterdam zo’n 180 kolfbanen, waarvan uiteindelijk een kwart overdekt was. In en om Groningen moeten er omstreeks die tijd enige tientallen kolfbanen geweest zijn. Deze bevonden zich bijna uitsluitend bij herbergen, maar lang niet bij elke herberg lag er een, want er moest natuurlijk wel ruimte voor zijn. In de binnenstad waren het er dus relatief weinig, en onmiddellijk buiten de stad relatief veel. Zo waren er in de eerste helft van de negentiende eeuw ten zuiden van de stad Groningen nog open en onoverdekte kolfbanen te vinden bij ‘De Vonk’ en ‘Nabij en Buiten’ aan het Winschoterdiep en bij ‘De oude David’ en ‘Het Fortuin’ aan de Hereweg. De enige overdekte banen waren hier die bij ‘Het Blauwborgje’ of ‘Goedgelegen’ in het latere stationsgebied en ‘La Solitude’ aan de Oosterweg.

Gewoonlijk waren deze banen zo’n dertig meter lang en vijf meter breed. Ze hadden een gladgemaakte lemen vloer met genummerde vakken. Voor de korte zijden van het perk stonden de palen waarop de spelers moesten mikken, om de bal in die genummerde vakken terug te laten ketsen. Meestal ging het trouwens om mannen en jongens, die de stokken met hun verlode of verijzerde koppen en de witte schapenleren balletjes met kalfshaar huurden van de kasteleins.

In de tweede helft van de negentiende eeuw raakt het kolven allengs in onbruik. De kolfbond werd juist opgericht, om verdere teloorgang te stuiten. Alleen in Noord-Holland echter, bleef de sport behouden. Elders kent men alleen nog het golf, zoals dat via Schotland uit Amerika repatrieerde.

Zie verder:


Deuren Damsterdiepverlaat heelhuids verwijderd

Vanmiddag kwam het voorlopige klapstuk van de opgraving op het Damsterdiep, de verwijdering van de sluisdeuren.

Maar eerst even een overzichtje en enkele details. Op de bodem van de sluiskolk zie je een eikenhouten vloer. Die ligt er waarschijnlijk al sinds de zeventiende eeuw en erachter ligt de drempel of richel waarop de valdeur van het verlaat berustte, voordat het in die tijd draaiende sluisdeuren kreeg. Houten vloer en drempel berusten op keizand. Erachter ligt weer een stenen vloer, waarschijnlijk uit de negentiende eeuw:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Van het muurwerk ontbrak aan de bovenkant ruwweg een meter, een gedeelte dat weggesloopt is bij het dempen van de sluis in 1883. Van datgene wat er overbleef zijn de kleine steentjes aan de bovenkant lapwerk uit de negentiende eeuw, terwijl de wat grotere en donkerder stenen aan de onderkant uit de zeventiende eeuw stammen. Dat zulk muurwerk het ondanks vorst en dooi eeuwenlang kon volhouden kwam doordat het gemetseld was met tras, een heel erg watervaste cement die grotendeels bestond uit gemalen tufsteen uit het Duitse Eifelgebergte:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De rondlopende geul is het het zogenaamde sluisriool, dat water van boven uit de sluis afvoerde als men het peil in de sluis liet zakken van het Winschoter- naar het Damsterpeil:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De klep of schuif waardoor dat water afgevoerd werd was er ook nog, met een mechaniek om deze te bedienen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bij het dempen van de sluis in 1883 zette men er drie palen en een dwarshout voor. Het dwarshout moest weg, de twee buitenste palen raakten hun koppen kwijt, en de middelste paal moest helemaal weggezaagd worden, met het oog op het heelhuids verwijderen van de sluisdeuren:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Onder de sluisdeuren lag nog slib, dat ook weg moest, wilden er banden onderdoor kunnen. Vervolgens kwam er nog een stroompje grondwater op gang.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het verwijderen van de eerste sluisdeur:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

En het neervleien van de tweede:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Er zat tijdsdruk op deze klus, want volgende week beginnen de slopers al met het verwijderen van de sluismuren. Dan ook beginnen de archeologen aan het opengraven van het voormalige Damsterdiep achter het voormalige verlaat. In 1952 werd dat kanaal gedempt, de mare ging dat er nogal wat oorlogspuin in zou liggen, maar daar is bij sonderingen niets van gebleken – er zat alleen maar zand in de boor. Verwacht wordt dat ter hoogte van de Oostersingel de fundamenten van het poorters- of portiershuisje nog tevoorschijn zullen komen, terwijl de vroegere kanaalbodem natuurlijk ook het een en ander zal bevatten aan ooit weggegooide spullen. Onder die bodem, in het zand, liggen mogelijk nog ploegsporen van celtic fields, zoals ze ook aangetroffen zijn in overeenkomstige grondlagen bij het Winschoterdiep en op het UMCG-terrein.


Damsterdiepverlaat geeft zijn eerste schat prijs

Bij de opgraving op het Damsterdiep kwam dit sjagrijnige kopje tevoorschijn. Mogelijk maakte het ornamentje met het aanhangende stuk zandsteen deel uit van een weggegooide raamomlijsting van de Martinikerk:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het lag bij een grote dikke aanmeerpaal. Qua hout kwam ook een vierkant bodemrooster tevoorschijn, dat waarschijnlijk ooit een laad- en loskraan gefundeerd heeft:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ik had me vanochtend verslapen, moest in de buurt nog wat afgeven en viel met mijn neus in de boter. Er was namelijk net een rondleiding van politici, ambtenaren en pers aan de gang, zodat de hekken open stonden. Hieronder een overzicht van de opgravingslokatie, die zich nu nog beperkt tot het verlaat of de sluis die tussen 1573 en 1883 het Damsterdiep en het Schuitendiep met elkaar verbond:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Gezien de kleine bakstenen is het tot nu toe blootgelegde muurwerk negentiende eeuws, maar mogelijk zitten er nog oudere stukken onder. De sluisdeuren, eveneens uit de negentiende eeuw, bleken nog zo goed dat ze flink wat grondwater tegenhielden. Het Noordelijk Scheepvaartmuseum gaf al aan dat het ze graag wil hebben, maar dan zullen ze wel eerst moeten worden geconserveerd:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

 

Bericht GIC


Intacte gevels

Blijkbaar omdat hij het erg mooi vond, al die glimmende laarzen met marsmuziek, en niet naar Stalingrad en Der Untergang keek, heeft de een of andere neo-fascist uit Pescara, Italië, vannacht dit filmpje op YouTube gepost. Het gaat om het bezoek dat Seyss Inquart in 1940 aan Groningen bracht, met een parade te zijner ere van de Waffen SS. Ze zagen er nog piekfijn uit, die gasten. Toen nog wel. De Grote Markt ook trouwens. Naast onbesmette, monumentale gevels zijn die van het Scholtenshuis aan de oostzijde en het NSB-café De Pool aan de noordzijde nog helemaal intact.


De Groninger reptielen & Hottentot-tent

Geplaatst op 25 oktober 2007

LC 17 juli 1832

Ik zocht in de digitale leggers van de Leeuwarder Courant naar advertenties voor papegaaischieterijen, en vond daarbij deze advertentie van de Groninger menagerie-houder A.N. Prins, die in juli 1832 op de Leeuwarder kermis stond met diverse slangen, een Nijlkrokodil en een echte Zuid-Afrikaanse hottentot. Prins en zijn tent waren me onbekend uit de Groninger Courant, die ik jaren geleden doornam van 1743 tot 1878.


Het interieur van het Nieuwsblad-pand

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Iedereen kent de buitenkant. Of niet soms? Maar het gewezen Nieuwsblad-pand aan het Zuiderdiep, een Jugendstil-ontwerp van de Groninger architect G. Nijhuis dat in 1903 gereedkwam, heeft ook een fraai interieur.

– Met glas-in-loodramen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Prachtige deurpartijen met van dat ouderwetse glas:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Al hangt er wel eens een lelijk systeemplafonnetje boven:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Wat gelukkig in de hal ontbreekt:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Met fraaie tegeltableaus:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Hier en detail te zien:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Deze reclameposter ontbrak, maar had er niet misstaan:

Geplaatst op 16 oktober 2007  h

(Met dank aan het personeel van Uitzendbureau Start, dat mij binnen liet fotograferen.)


Het rijmpje van de ‘Oude Meet’

geplaatst-op-15-oktober-2007-oude-meet

Vroeger had je in de Herestraat op nummer 20 een café-restaurant dat ‘De Oude Meet’ heette. Met mijn grootvader, die oorspronkelijk uit Zuidhorn kwam, maar electriciën was in Dwingeloo, ben ik er wel eens geweest. Begin jaren zestig was dat. Hij parkeerde zijn Ford Anglia pal voor de deur en nam er een uitsmijter. Het was überhaupt de eerste keer dat ik dat woord hoorde.

Ook zei mijn opa een reclame-rijmpje op, dat ik sindsdien nog wel eens een heel enkele keer tegenkwam, maar totaal vergat. Volgens Kes, Ger, Fred en Dolf, die ik bij deze bedank voor het opfrissen van mijn geheugen, luidde het echter als volgt:

“Twee huizen, waar je lekker eet.
Thuis en bij De Oude Meet.”

Of, omdat je in die tijd nog met U werd aangesproken:

“Er zijn twee huizen waar U lekker eet:
het Uwe en de Oude Meet”

De architectuurgids zegt dat de Jugendstil-voorgevel van het nog steeds bestaande pand uit 1908 stamt, toen De Oude Meet nog café-restaurant Metropole heette. Vanwege die voorgevel staat het pand op de gemeentelijke monumentenlijst.

Aanleiding voor dit logje vormde het suikerzakje op de site van Jan Colly. Indertijd was een DK Roelofs uitbater van De Oude Meet. Volgens Kes was dat later een Theo Dijkstra.

Naschrift (2 oktober 2021):

Die Theo Dijkstra was de zoon van de grondlegger van de zaak, Hendrik Dijkstra, wiens biografie (uit 2018) hier te vinden is.


De stad Groningen in 1979

eplaatst op 14 oktober 2007  stad in 1979

In 1974 verhuisde Jack vanuit Groningen naar Ameland, waar hij sindsdien als chef in verschillende restaurants heeft gewerkt. Fotografie was (en is) zijn hobby – hij had zelfs een eigen doka. Zo maakte hij vijf jaar na zijn verhuizing, in 1979, een aantal foto’s van de stad waar hij opgroeide, omdat hij daar behoefte aan had. Op die foto’s staan bijvoorbeeld de vijf pijpen van de Hunzecentrale en het nieuwe stadhuis van architect Vegter. Ook wordt er nog geparkeerd in de Oosterstraat, die ook nog een vreselijk brede rijbaan heeft.  De foto’s zijn hier op Flickr te vinden. Mogelijk komen er nog meer.


Groningana in de Atlas van Stolk

Op goed voorbeeld van BibliOdyssey ben ik maar eens flink wezen grasduinen in de databank van de Atlas van Stolk, een enorme prenten-, cartoon- en fotocollectie in Rotterdam. Af en toe denk je dat je alle oude prentbriefkaarten van de stad Groningen wel eens gezien hebt, maar dan blijken er in zo’n fonds toch nog weer compleet onbekende ansichten te zitten. Zoals:

– Herestraat tweede gedeelte, ca. 1905 (met de nummering die begint bij de Grote Markt zal de straat links de Hoogstraat zijn; de blik is naar het zuiden en naar beneden gericht). Uitgave: Dr. Trenkler Co, Leipzig:

Geplaatst op 4 oktober 2007  a

– Een Vismarkt met koets, uitgave Kunstchromo J.H. Schaefer, 1905:

Geplaatst op 4 oktober 2007  b

– De Westerhaven met een blik op de westelijke gevels (de Hoogkerker kant zeg maar). Uitgave: Dr. Trenkler Co, Leipzig, 1906:

Geplaatst op 4 oktober 2007  c

– Het Bernoulliplein, nog zonder woningen en met een vrije blik op het schoolgebouw van de MTS (uitgave: v.h. Roukes & Erhart, Baarn). Deze modernistische creatie van de architecten JG Wiebenga en LV van de Vlugt werd in 1925/1926 opgetrokken in beton en staal en dus door menigeen verfoeid. De woningen ervoor dateren van een  paar jaar later. In de tussentijd is de foto gemaakt:

Geplaatst op 4 oktober 2007  d


Jacob Eduard de Witte, banneling en literator (1763 – 1853)

Geplaatst op 2 oktober 2007

Begin 1797 kreeg Jacob Eduard de Witte van Haemstede een aanstelling als magazijnmeester en opzichter van het Franse militaire hospitaal in het voormalige Prinsenhof te Groningen. Hij beurde er het bepaald niet slechte tractement van bijna 50 gulden per maand, met vrije inwoning, turf en kaarsen, en iedere vier dagen vlees en brood toe. Weldra kwam ook zijn gezin naar Groningen over.

Nog geen drie maanden later zat De Witte gevangen op de A-Poort. Hij had voor eigen gewin goederen van het hospitaal verkocht. Ook bracht hij veel meer daglonen in rekening voor los personeel – zoals was- en naaivrouwen – dan dit dagen had gewerkt. Een beschermer in Den Haag trok zijn handen van hem af. Uiteindelijk werd De Witte medio 1798 veroordeeld tot tien jaar verbanning uit Stad en Lande, waar hij ook nooit meer een ambtelijke functie zou mogen bekleden.

Het was niet de eerste veroordeling van deze militair en oplichter, en zeker ook niet de laatste.

Hij was geboren in Den Bosch, als zoon en kleinzoon van generaals der genie, die ten onrechte meenden dat hun famille van graaf Floris V afstamde. In 1772 werd zijn vader directeur van de stadswerken en stadsgebouwen in Amsterdam. Ondanks het riante inkomen van ruim 5000 gulden per jaar, nam hij steekpenningen aan van aannemers, wat in 1777 uitkwam, zodat de familie de stad moest ruimen, om zich in Amersfoort te vestigen. In die stad werd Jacob Eduard junior in 1780, op zijn zeventiende, zelf vaandrig. Twee jaar later moest hij naar het Zeeuwse Schouwen, frontgebied in de Vierde Engelse oorlog, en daar was het dat hij uit geldnood militaire gegevens verkocht, wat hem op een aanklacht wegens landverraad en een doodvonnis kwam te staan.

Dankzij allerlei geharrewar kwam hij er uiteindelijk met zes jaar gevangenisstraf zeer genadig vanaf. Die tijd bracht hij door op de Gevangenpoort in Den Haag, waar hij zich ontwikkelde tot literator en broodschrijver van sentimenteel zwijmelwerk. Opmerkelijk is dat hij er maar liefst voor 22 stuivers per dag verteerde (exclusief bewassing, turf, kaarsen en alcoholica), wat twee, drie maal zoveel was als een gewone gevangene in Groningen in die tijd. Ook kreeg hij er, vanaf 1787, regelmatig bezoek van een bewonderaarster, de dichteres Maria van Zuylekom, met wie hij een brievenroman schreef. Nog voor zijn vrijlating zou hij haar twee maal bezwangeren.

Na zijn vrijlating trouwden ze, en omdat De Witte bij hetzelfde vonnis uit 1784 dat hem bevrijdde van de doodsstraf, voor eeuwig verbannen was uit de Holland, Zeeland, Friesland en Utrecht, vestigden hij en de zijnen zich alternerend in Brabant en Gelderland. Na de Bataafse Revolutie (1795) leek de kust in Amsterdam weer veilig voor hem. Hij werd er benoemd tot schrijver van de stadscourant, maar na negen maanden alweer ontslagen. Den Haag bleek minder veilig – daar pakte men hem in mei 1796 op wegens overtreding van zijn bannissement. Opnieuw de gevangenis in hoefde hij niet, maar hij moest wel weer Holland uit, en belandde toen in Groningen.

Van Groningen vertrok hij naar Zwolle waar hij even meetkundelessen heeft gegeven. Hij mocht er niet blijven wonen, probeerde per schip naar Rusland te gaan, waar zijn vader sinds 1784 weer generaal was, maar betaalde de schipper niet en moest van boord. Vanuit Breda probeerde hij van zijn levenslange verbanning uit 1784 af te komen. begaf zich tegen die verbanning in weer naar Den Haag (1801), waar ze dit keer niet meer coulant waren en hem voor twee jaar opsloten. In 1803/1804 verbleef hij in Antwerpen, een stad die hij ruimde onder achterlating van allerlei schulden. Vervolgens werd hij gearresteerd in Alkmaar, waar zijn vrouw en kinderen woonden. De straf was dit keer drie jaar brommen in Gouda, waar hij “ongepermitteerde liaisons” aanknoopte met de binnenmoeder van het Tuchthuis. Ook in 1807 overtrad hij zijn verbanning en zat hij weer een poos op de Haagse Gevangenpoort, maar kwam toen dankzij een uitvlucht met de schrik vrij.

Tussen 1807 en 1845, als hij in Den Haag opduikt, is zijn woon- en verblijfplaats onbekend. Af en toe publiceerde hij nog wel wat werk, maar veel minder dan vroeger. De autobiografische tekst die hij in 1825 schreef bleef in elk geval onuitgegeven. Die ‘Fragmenten uit de Roman van mijn Leeven’ heeft de DBNL nu echter op het web gezet.


4 x Dezelfde hoek van de Vismarkt

1945 – Dankzij een ontplofte Duitse munitieauto in de Stoeldraaierstraat lag ook de hoek op de Vismarkt geheel in puin:

Geplaatst op 1 oktober 2007  a

1961 – Er stond weer een  pand in de stijl van de Delftse architectuurschool. Mensen vergapen zich voor de grote etalages van Meijering Mode. Let ook op het vliegtuig en de auto’s in deze reclame:

Geplaatst op 1 oktober 2007  b

1964 – De geactualiseerde advertentie, zonder overbodige tierelantijnen:

Geplaatst op 1 oktober 2007  c

2007 – Meijering Mode maakte ca. 1980 plaats voor de Kwantum-Hallen, die inmiddels weer het veld hebben geruimd voor Schuurman Schoenen. Dit is hoe het pand er gister bij stond:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


De stad Groningen anno 1923

De stichting Beeld en Geluid heeft dit keer enkele ‘stomme’ stedenfilms op YouTube gezet, waaronder een van Groningen uit 1923. Te zien zijn het station met stoomtreinen, de Grote Markt met het stadhuis, het Martinikerkhof met het provinciehuis, de Vismarkt, het Academiegebouw, het Anthoniegasthuis, de Noorderhaven, de Stationsstraat, de Herestraat – wat is de sokkel van Moeders Graf nog schoon! – het Noorderplantsoen, opnames vanaf het dak van de tram op lijn 1, de Ebbingestraat, de Fongers-fietsenfabriek aan de Hereweg, het bottelen van ranja bij CP (Polak) aan de Viaductstraat (waar later het stadsarchief zat) en Van Calcars’ electrische houtzagerij. Ook van buiten de stad zijn er wat beelden, namelijk van Scholtens’ aardappelmeelfabriek in Sappemeer en de overslag van schepen in Delfzijl. De film besluit echter met de Elevatormaatschappij aan de Oosterhaven:


UK-pand ouder dan gedacht

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De zijgevel van het UK-pand, Oude Kijk in het Jatstraat 28, wordt opgeknapt. In het kader van die opknapbeurt gingen er wat plakken stucwerk af, en op die manier kwamen er wat zeer grote bakstenen bloot. Ik mat ze gisterochtend even op, de grootste bleken 25, 27,5 en 28 centimeter breed en dat wees er, dacht ik, in elk geval op dat die zijmuur eeuwenoud is. Maar hoe oud precies?, vroeg ik de stadsbouwhistoricus, Taco Tel. Wist hij ’t wellicht uit zijn blote hoofd, of kon hij vanaf een vlug raadpleegbaar tabelletje nagaan, uit welke periode die maat bakstenen stamden?

Taco mailde terug dat hij puur op basis van de maten niet veel zeggen kon over de datering: “De aard van het muurwerk, metselverband, kleur van de stenen etc zijn van groot belang om iets meer te kunnen zeggen over de ouderdom. Verder valt op dat het maatverschil erg groot is, zijn de stenen hergebruikt? Ik fiets er zelf langs om even te kijken.”

Vandaag kwam zijn nadere bericht. Het viel hem op dat het muurwerk uit twee delen bestaat. Het deel dat het dichtst bij de straat ligt, tot iets voorbij de regenpijp, heeft

“een tienlagemaat (10 lagen metselwerk + 1 voeg) van 72 tot 73 cm. Daarachter is dit boven de kelderzone 57 tot 58 cm. Het muurwerk van de kelderzone lijkt op dat van het voorste deel, de vijflagenmaat van 36,5 cm komt ook ongeveer overeen. Het voorste deel en de kelderzone kunnen zeventiende eeuws zijn (eerste helft). De gebruikte bakstenen zijn in ieder geval niet jonger. Gezien de plaats in de straat is een dergelijke datering goed mogelijk. Het deel boven de kelder dateert uit de tweede helft van de zeventiende eeuw of uit de achttiende eeuw.”

Toch hield hij nog een slag om de arm. Weliswaar constateerde hij dat ons pand op de kadastrale minuutplan van omstreeks 1825 al de huidige omvang bereikt had. Maar:

“Pas wanneer het hele pand onderzocht wordt kan de datering met meer zekerheid gegeven worden.”