Monumentale gruzelementen

Daar lagen ze dan, onderaan de Academietoren, in gruzelementen: de grafstenen van founding fathers van de RUG, onder wie Ubbo Emmius, Maresius en Van Velzen. Rector magnificus Frans Zwarts keek er mistroostig naar, met een nerveus peukje in zijn mond…”

Ik kwam er langs maar zou ze misschien niet eens hebben opgemerkt als iemand me er niet op geattendeerd had. Geruststellend is dan, dat er in het weekend nog een telefoontje kwam met een tip (ook al was die overbodig) en dat een collega het dinsdag nog eens ten overvloede doorgeseind kreeg.

De RUG-voorlichter klonk vandaag wat bezorgd. De gruzelementen in de kop en de inhoud van de eerste alinea zouden lezers op het verkeerde been kunnen zetten. Bij het ANP lezen ze zo’n bericht soms niet helemaal door en dan komt het verkeerd in de grote landelijke kranten.

Op de foto’s bij dit vervolgverhaal is duidelijk te zien dat er al flink wat scheuren in de zerken zaten voordat ze er werden uitgehaald.


Aanschouwelijke bibliotheekinstructie

De Universiteitsbibliotheek van de RUG is kennelijk bezig met het YouTubiseren van haar bibliotheekinstructie voor eerstejaars:

Wordt ongetwijfeld vervolgd op het kanaal van De Bibliothecaris.


Electrocutie van een augurk

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Men neme een plankje, jasse er een paar spijkers doorheen en prikke daarop een augurk van middelmatige lengte. De spijkers verbinde men elk met een pool van een electriciteitsdraad, en men steke de stekker aan het andere eind van deze draad vervolgens in het stopcontact. E voila: de augurk licht op als een natriumlamp. De truuk valt ook te doen met een zure haring.

Filmpje 1

Filmpje 2

Het verhaal dat erbij hoort

NB: Gelieve de spijkers, de augurk en de haring niet aan te raken zolang de stekker nog in het stopcontact zit.


Eng bij de ACLO

Kijk eens moeder, met één hand


Cogito ergo boem

En hier kunt u zien waar mijn geachte collegae zich zoal mee bezig houden.


VERA in de jaren zestig

Nieuwe leden werden bekogeld met rot fruit en dan ging de brandspuit erop. Toch kenmerkte de Groningse studentenvereniging VERA zich door zorgzaamheid, aldus de lichting 1962. Hun jaarclub Tricor komt na al die tijd nog steeds bij elkaar.

De eerste avond kwam kapper Piëst de jongens kaalscheren. Die ene met lang haar werd alleen aan de ene kant kaalgeknipt, en kreeg aan de andere kant vlechtjes die hij niet mocht verwijderen. De meisjes hielden hun haar, maar moesten knullige groene kapjes in elkaar knutselen die ze de hele groentijd ophielden.

Elke ochtend was er gezamenlijk appel. Dan moesten ze hun namen en nummers noemen, in alfabetische volgorde graag. Tenzij het een Russisch appel was, want in dat geval moesten ze hun namen van achter naar voren opzeggen. Soms viel iemand flauw in de ruimte, waar ze met zijn allen precies inpasten.

In de grote zaal en op de kamers moesten ze handtekeningen van ouderejaars in hun groenboekjes verzamelen. Moeilijke vragen kregen ze voorgelegd: “Zeg feutmans, waarom mag ik geen ruitje uit je das knippen?” “Zeg feutmans, wat vind je van de uitverkiezing?” “En waarom zou je nou niet blaffen, feutmans?”

Bij de meisjes ging het er wat subtieler aan toe, daar was het vooral zaak om een theekopje goed vast te houden. Deed je dat, dan pakten ze je op je dubbele achternaam.

De meisjes hoefden ook niet mee te donderen, op de laatste avond van de groentijd. Van de groenteveiling kwam er dan een vrachtwagen vol met rot fruit, en de jongens moesten een uitgestippeld parcours door de sociëteit heentijgeren, terwijl ouderejaars ze met dat fruit bekogelden. Na afloop ging de brandspuit erop. Zodoende gingen de feuten nat naar huis, en waren ze de volgende dag allemaal wat snottererig.

Toch ging de ontgroening op VERA, want over die voormalige studentenvereniging aan de Oosterstraat gaat het hier, ook weer niet al te fanatiek aan toe. Romaniste Myra Kuijper Boone, nu Dijksma, kan zich niet herinneren dat ze sancties kreeg, toen ze nog moest nagroenen, maar in plaats daarvan lekker ging winkelen.  En de ouderejaars die Vindicaters mee lieten doen met het koeioneren op hun kamer, kregen volgens socioloog Jan Buiter “dik op hun lazer”.  Volgens farmaceut Martien van de Poll namen acht jaargenoten tijdens het rotte ooftbombardement zelfs straffeloos een notoire sadist te grazen: “Want tijdens zo’n spervuur kon je je heel goed verdedigen”.

Mede daarom kijken de leden van jaarclub Tricor positief terug op hun groentijd van eind september 1962. “Het heeft de solidariteit bevorderd”, zegt Van de Poll. “Het versterkte de saamhorigheid”, beamen Myra Dijksma en sociaal-geograaf Victor Timmer. “Ik heb het niet als vervelend ervaren”, aldus Dijksma. Timmer: “Je leerde heel veel mensen kennen op verschillende niveaus, dat was het leuke”.

Afgelopen zaterdag waren ze dan ook van de partij, bij de reünie ter gelegenheid van Tricors’ negende lustrum, die onder meer een rondleiding door de UB, een rondvaart door de diepenring en een bezoek aan een stadshuis van een jaargenoot aan de Zoutstraat omvatte. In totaal deden daar 34, nu merendeels gepensioneerde jaargenoten aan mee, van de ongeveer 110, 120 die de lichting 1962 bij VERA vormden.

Maar heel weinig jaarclubs komen na zo’n lange tijd nog steeds samen. “Wij waren altijd al een heel hecht jaar”, zeggen Dijksma en Timmer over het onderscheid met andere jaarclubs. Buiter wijst erop dat het ook een “heel actief jaar” was: “Wij leverden het VERA-bestuur twee voorzitters”. Daarnaast is het zo dat verschillende bestuurders uit dit jaar iets progressiefs aankleeft. Zo was Dijksma, toen Kuijper Boone, de eerste vrouwelijke voorzitter ooit van een jaarclub op VERA en behoorden jaargenoten tot commissies die het kaalscheren van eerstejaars en het jasje-dasje in de sociëteit wilden afschaffen. “Ik denk dat wij een jaar in de golf van de liberalisering waren”, zegt Van de Poll dan ook, een van beide VERA-voorzitters uit de lichting ’62. In zijn bestuursjaar 1965/1966, toen VERA ongeveer duizend leden telde, heeft hij van zichzelf wel eens stevig op de rem moeten trappen.

In zijn eerste studiejaar was Van de Poll “heel bewust” nog geen lid van een studentenvereniging geweest. Hij besloot te kijken waar hij zich het meest thuisvoelde, bij Vindicat, Unitas of VERA. “Bij Vindicat”, vertelt hij, “heerste veel meer het recht van de sterkste en dat sprak me minder aan. Unitas was meer voor de onderkant van de studentensamenleving, en bij VERA viel me de onderlinge solidariteit en zorgzaamheid op. Daarom maakte ik, heel rationeel, de keuze voor VERA.”

Hij was lang niet het enige VERA-lid uit een vrijzinnig hervormd nest. Hoewel VERA een gereformeerde grondslag had, leefde die ook niet zo erg meer bij de vele leden met een gereformeerde achtergrond, vaak afkomstig van het Groningse en Friese platteland. Weliswaar tekenden Veranen die grondslag, maar ze kenden deze voornamelijk een symbolische betekenis toe. En baden ze aanvankelijk nog wel voor vergaderingen en voor een gezamenlijke maaltijd in de eigen mensa, ook dat sleet af. “Dat gereformeerde karakter merkte je niet zo”, zegt Timmer, iets wat Dijksma beaamt: “Ik kan me nooit herinneren dat dat nou zo’n stempel op de vereniging drukte.” “Nee, fanatiek godsdienstig was VERA beslist niet”, aldus ook Buiter. “We zaten niet  continu kerkje te spelen, geloof was meer een persoonlijke zaak.”

In bijna elke studentenstad bestond er een studentenvereniging die zich Societas Studiosorum Reformatorum noemde. “En als SSR hadden wij in landelijk verband nogal de naam dat wij liberaal en het meest links waren”, memoreert Buiter. In eigen huis bleek de oriëntatie misschien nog niet eens zozeer uit de kelderbar, die op zeker moment grotendeels rood geverfd werd, als wel uit het heersende vormingsideaal, dat leidde tot serieuze “studiecursussen” over maatschappelijke thema’s. Volgens Van de Poll kwamen er soms wel 600 mensen op zo’n avond af. De oud-preses herinnert zich, dat Gerard Reve eens kwam spreken. “Hij had net een van zijn eerste shockerende romans geschreven. In onze bestuurskamer pakte onze assessor secundus een fles drank, en Reve zei: “Wat is het toch een lekker jochie hè?!”

Kleding had (en heeft) een hoge symboolwaarde. “Jasjedasje was geen punt”, zegt Timmer, “dat hoorde bij heren in de dop”. Buiter: “Je moest pertinent jasjedasje aan hebben, anders kwam je de sociëteit niet in.” De socioloog denkt dat dit voorschrift in 1966 of 1967 afgeschaft is. Preses Van de Poll verzette zich daar nog tegen: “Ik kwam ’s zomers ook wel zonder colbert in de sociëteit, maar wilde strikt de hand houden aan jasjedasje om de anarchisten herkenbaar te maken. En ben daarom als reactionair in de Vrij Nederland neergezet.”

Belangrijk binnen VERA waren de disputen, die leden uit verschillende jaren trokken, en soms eigen panden hadden. Anders dan Vindicat indertijd, was VERA ook een gemengde vereniging: een kwart à eenderde van de leden was vrouw.  Zij hadden hun eigen disputen, en een eigen ruimte boven, de Kemenade. De jongens mochten daar alleen tussen zes en acht komen. Maar omdat de dames meer in de algemene sociëteitszaal zaten, en verder in alle commissies meedraaiden, kwam er ook een eind aan die aparte afdeling, in 1967.

Of er toen nog een ander gebruik in stand bleef? “Als meisjes na twaalven de sociëteit verlieten”, vertelt Timmer, was het de gewoonte om die thuis te brengen. Die kon je zo laat niet alleen over straat laten gaan.” Volgens Van de Poll wees het sociëteitsbestuur de begeleiders aan: “Ik vind dat een voorbeeld van de onderlinge solidariteit en het besef op VERA, dat je taak hebt om elkaar voor vervelende dingen te behoeden.”

Naschrift 3 mei 2015:

Aangezien de UK zijn archief nooit weer terug online heeft geplaatst, heb ik het indertijd gelinkte stuk hier maar geplaatst.

 


Niets veranderlijker dan een hooggeleerde opponens

Mooi verhaal vanochtend van Alex Klugkist, de bibliothecaris van de UB. Hij vertelde bij een rondleiding dat een hoogleraar scheikunde het indertijd zéér bedenkelijk vond, dat electronische tijdschriften de papieren langzamerhand gingen vervangen. Immers, als wetenschapper zat je wat te bladeren in zo’n papieren tijdschrift, en al zocht je het een, je stuitte toch vaak op iets anders wat bruikbaar was. En dat soort onbedoelde ontdekkingen of serendipiteit ging je missen, als je met die electronische tijdschriften alleen nog maar efficiënte zoekresultaten voor je neus kreeg. Nee, de bibliothecaris kon het mooi brengen, maar hij snapte er niets van. De hoogleraar was mordicus tegen zulke nieuwlichterij.

Een poosje geleden sprak Klugkist dezelfde hoogleraar weer, toen er een nieuw tijdschrift uitkwam dat louter op papier verscheen. Hopeloos ouderwets vond de hoogleraar dat nu. Immers, in zo’n electronisch tijdschrift zocht je als wetenschapper het een, en stuitte je vaak onbedoeld op iets anders wat je gebruiken kon. Met zo’n papieren tijdschrift was de hele serendipiteit weg. Hoe kon Klugkist in vredesnaam het feit verdedigen dat dat tijdschrift louter op papier uitkwam. “U begrijpt er niets van, typisch iets voor een bibliothecaris, dat een tijdschrift gedrukt zou moeten zijn”, zei de hoogleraar nu. Zijn opmerkingen van indertijd bleek hij helemaal vergeten te zijn.


Simon Kuipers leest Leidse lummels de les in hun eigen krant

Geplaatst op 5 september 2007

De Universiteit van Leiden wil dermate graag een überconcurrerende topuniversiteit zijn, dat ze niet de minste inbreuk op haar imago meer kan velen, en besloten heeft het universiteitsblad Mare helemaal de tanden uit te trekken. Er mag geen nieuws meer in staan. Het mot een tam leibandeblaadje worden.

In de NRC is daar al protest tegen aangetekend, in de Trouw staat er ook een commentaar of twee, maar de kroon spant Mare nu zelf, door Simon Kuipers, de collegevoorzitter van de RUG, aan het woord te laten. En wat zegt hij over de positie van de Groninger universiteitskrant UK?:

“Wij hechten zeer aan de onafhankelijkheid van ons universiteitsblad. Onze wetenschappers, studenten en ander personeel mogen alles zeggen wat ze willen, mits niet in strijd met de goede zeden of de wet. Het staat iedereen vrij diepgaande kritiek uit te oefenen op faculteitsbesturen, directeuren of het college van bestuur. Dat houdt ons scherp. Binnen een universiteit moet dat ook kunnen, onze academie is immers primair een gemeenschap van en voor vrijdenkers. Daarvoor is een onafhankelijk medium onontbeerlijk en dat is bij ons de UK.”

Hulde aan deze man!!!

(Met dank aan Davey voor het attenderen en Reyer voor de foto.)

 


De nieuwe RUG-homepage & de eeuwige terugkeer

Hoeperdepoep zat op de stoep en laat ons vrolijk wezen. Maandag begint het nieuwe academiejaar, en vandaag heeft de RuG haar nieuwe homepage:

Geplaatst op 1 september 2007  rug homepage 1

Op dit digitale boegbeeld zal men de afko RuG niet meer aantreffen, omdat deze in internationaal verband associaties op zou wekken met een Engelse term voor vloerkleedje. Ook zijn het wapen en de rest van het logo en de standaardbalk op de webpagina nu gedacht in een Bordeaux-achtig rood. Hetgeen, maar dit terzijde, al tot een enorme correspondentie tussen enerzijds Plopatou en anderzijds de RuG, de Hoge Raad van Adel, en de Provincie Groningen heeft geleid. Plopatou vindt dat de RuG het provinciale wapen verkracht heeft en houdt als oud-Fortunist ook niet zo van rood.

Tussen 2003 en vandaag zag het RuG-smoel op internet er ongeveer zo uit:

Geplaatst op 1 september 2007  2

Persoonlijk vond ik dat iets te stemmig. Bij het doorvoeren van deze digitale huisstijl verdwenen ook een heleboel persoonlijke, erg anarchistisch opgemaakte pagina’s van medewerkers, om plaats te maken voor personeelspagina’s in een standaard-sjabloon waar geen kraak of smaak meer aan was.

Dan vond ik deze homepage, fungerend vanaf de millenniumwisseling tot 2003, leuker. Alleen riepen de kleuren bij mij wat vage associaties op met de Roemeense vlag:

Geplaatst op 1 september 2007  3

Geinig was ook die boom der kennis, uiteraard in zomertooi. Tot slot nog even de homepage zoals de RuG die voor 2000 had, en die geen hond zich meer herinnert:

Geplaatst op 1 september 2007  4

Qua blankheid en wapen lijkt de nieuwste opmaak terug te grijpen op deze oudste. Nietsche zei het al: Alles is een eeuwige terugkeer van altijd hetzelfde, zij het in iets andere vorm. En ach, zolang geen hond zich dat herinnert is dat ook niet erg, toch? Overigens haalde ik beide laatste homepages van het onvolprezen Archive.org, de grote bewaarkamer voor wat anderen niet meer kunnen luchten of zien op internet.


Collegevoorzitter gaat tuinieren

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Zoals bekend kregen de leden van het RUG-bestuur onlangs een forse salarisverhoging, omdat de Raad van Toezicht bang was dat er zich anders helemaal geen opvolgers zouden aandienen. Het douceurtje wordt goed besteed. Naar verluidt gaat de hoogste baas van de RUG, collegevoorzitter Simon Kuipers, na zijn ophanden zijnde pensioen wat groter wonen, met vooral ook een grotere tuin bij zijn huis. Scheidende Universiteitsraadsleden gaven hem vandaag alvast een nieuw kameraadje voor in die tuin.


Kikkeren met Dizkartes

Vismarkt, vanmiddag om 17.15 uur. Adspirant-leden van studentenvereniging Dizkartes bewegen zich massaal op skippyballen rond een vierkant perk. Hoewel ze er onmiskenbaar grote, bij tijd en wijlen orgasme-achtige vreugde aan beleefden, wekte het bij mij onwillekeurig associaties op met ’t kikkeren, waartoe eerstejaars bij studentencorpora werden (en worden?) gedwongen, welke onvrijwillige gymnastiekvorm tevens in Jappenkampen in zwang was. Een filmpje:


Hoe meer interesse, hoe minder studenten

Komende donderdagmiddag komt schrijfster Annejet van der Zijl hier in het Academiegebouw de Letterenlezing houden. Volgens haar is geschiedenis de laatste tijd enorm in populariteit toegenomen bij het grote publiek, wat zich uit in bestsellers als van Geert Mak, en kijkcijfers als van Andere Tijden. In haar lezing wil ze die populariteit nader gaan verklaren.

Maar neemt die populariteit wel echt toe, vraag ik mij af. Op de peildatum 24 augustus hadden zich dit jaar landelijk 924 eerstejaars geschiedenis aangemeld. Vorig jaar waren dat er nog 981 op die datum. Een afname in belangstelling met maar liefst 6 %, terwijl er het aantal universitaire aanmeldingen in het algemeen tegelijkertijd groeit met 6,6 %.

Mij treft dat contrast. Eenzelfde soort bewering als Van der Zijl nu doet om haar lezing te promoten, zie je ook heel vaak in inleidingen op historisch werk staan. Pontificaal wordt daarin dan gepostuleerd dat de belangstelling voor fenomeen zus of zo de laatste jaren zo enorm toenam. Echt kwantificeren doet men zo’n uitspraak nooit. Die is ook zelden kwantificeerbaar. Je hebt er wel een mooie reclame aan, maar je schiet er geen donder mee op.


“Yuck”, denkt de dokter

Bastiaan, een vierdejaars student geneeskunde, loopt momenteel mee op de afdeling dermatologie van het UMCG. Vooraf is dat beslist geen populaire plek, maar studenten raken er toch enthousiast door de goede begeleiding van de tamelijk jonge staf, en het werk dat ze zelfstandig mogen doen. Zoals het stellen van diagnoses bij patiënten die voor het eerst in de poli komen. Het meest frequent onderkennen ze er aandoeningen als eczeem, psoriasis, open beenwonden en huidkanker. Bovendien zijn er de venerische ziekten. Bastiaan verbaast zich er hogelijk over hoe mensen praten over hun promiscuïteit. Onder het vernis van de normaliteit speelt zich heel wat af, zo blijkt maar weer. Nog verbaasder is hij over het gebrek aan persoonlijke hygiëne bij zulke mensen:

“After the exam, when male patients pull down their trousers and hold their penis so we can see what’s wrong, most people don’t wash their hands. It gets particularly nasty, when they go back to the desk with the doctor to continue the consult: people tend to, er, touch their face or support their head when listening intently to something. It’s just a bit yuck when someone rubs his eyes, after pointing out his genital warts…
After we shake hands and the patient’s left, we go wash our hands immediately…”


UK-redactie walgt van eigen tabloid

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Dikke trammelant bij de Groninger Universiteitskrant UK. Van het ene moment op het andere besloot de UK-hoofdredactie het 180 graden over een andere boeg te gooien, in een ommezwaai die zijn weerga niet kent in de vaderlandse en internationale persgeschiedenis. En de redactie, die pikt dat niet.

Naar uit goed ingevoerde bron is vernomen, kreeg de opmaakredactie zonder enige waarschuwing een keihard dienstbevel voor de kiezen: “Jij maakt een Boulevard-layout, of anders is daar het gat van de deur!” “Nou ja zeg”, zo reageerde de totaal verbouwereerde opmaakchef René L. Dezelfde nacht nog mocht hj een hele stapel exemplaren van The Sun bestuderen, wilde hij niet alsnog op staande voet ontslag krijgen.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Naar verluidt kwam de hoofdredactie met het ongehoorde dienstbevel na consultatie van het College van Bestuur van de RUG. Was de UK vorige week nog een gortdroog bolwerk van zure linkse behoudzucht, nu vertelt zij openhartig over de huwelijksperikelen, liefdesbaby’s en tragische sterfgevallen bij de sterren der wetenschap. Uit de crème de la crème van de academie-toppers heeft zich inmiddels een comité gevormd, dat de hoofdredactie als Raad van Toezicht terzijde staat.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De gewone onderwijs- en wetenschapsredacteuren, studentredacteuren en freelancers waren totaal verbijsterd toen zij woensdagochtends over de coup hoorden. En nog meer verbijsterd toen zij ’s middags de correctieproeven aan de muur zagen hangen. Hun kopij was dusdanig verminkt en verknipt, dat zij er nauwelijks meer iets van hun eigen teksten in herkenden. Aldus verklaarde een getuige, die slechts tegen ons wilde praten op belofte van volstrekte anonimiteit.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een urenlange praatsessie tussen  redactie en hoofdredactie klaarde de lucht niet op. Zojuist zijn partijen uiteengegaan, zonder nader tot elkaar te komen. Volgens onze anonieme bron gaf de hoofdredactie geen duimbreed toe tegen de gebelgde journalisten.

De bedrijfsledengroep van de journalistenvakbond NVJ heeft gemeend, voor vandaag het stakingsparool uit te moeten geven. Donkere wolken, kortom, pakken zich samen boven de UK.


Edmund Wellenstein en de kotsbak-affaire

Op de UK-reportage, waarin de reporter heeft gemeld hoe haar schrijfblok tot twee maal toe in de kotsbak van Vindicat belandde (zie ook deze discussie), kwam er tot nu toe een trio ingezonden brieven. Alledrie zijn deze missives afkomstig uit het milieu van de studentenverenigingen en ze werpen een schril licht op de mentaliteit die daar heerst.

Dat geldt bij uitstek voor de brief van Edmund Wellenstein. Namens de gezamenlijke verenigingen is deze Wellenstein de voorzitter van de stichting die de open avond bij de verenigingen op touw zette en de fooien op deze avond inzamelde, om het bijeengebrachte geld naar een goed doel door te sluizen. Volgens Wellenstein noemde de UK-reportage ten onrechte Jantje Beton als dat goede doel. Kijken we echter op de website van zijn eigen stichting, dan zien we daar wel degelijk Jantje Beton als bestemming staan. Niet alleen was dus, zoals reeds uit de reportage blijkt – en wat onbestreden blijft – het doel van de avond bijzonder slecht aan de achterban van de verenigingen gecommuniceerd, ook blijkt Wellenstein niet eens te weten waar het geld heen gaat, dat zijn stichting inzamelt. Ik denk dan ook dat de boeken van die stichting maar eens een grondige inspectie moeten ondergaan, om te kijken of het geld wel echt de geadverteerde bestemming bereikt.

Volgens dezelfde Wellenstein had de UK “een objectief verslag” horen te brengen, “dat de positieve insteek van de actie weergeeft”. Nu is een reportage nooit een objectief verslag, omdat een reportage gaat over de zaken die indruk maken op de reporter. Maar hiervan afgezien, lijkt Wellensteins’ voorschrift tot “een positieve insteek” ook nog eens sprekend op het directief, dat dictatoriale regimes aan een gebreidelde pers plegen mee te geven. Uiteraard kan je daar je schouders over ophalen, want who the fuck is nou die Edmund Wellenstein? Tsja, meneer Wellenstein komt uit een familie van diplomaten en Europese topambtenaren, en ambieert getuige zijn studie Internationale Betrekkingen & Internationale Organisaties zelf ook een loopbaan in die richting. Geheel gespeend van betekenis kan ik zijn uitlatingen dus niet vinden. Als dit soort lui het voor het zeggen krijgt, ligt een jaknikkerspers voor de hand.

Een en andermaal heeft Wellenstein het gore lef om de UK-reporter voor leugenaar uit te maken. “Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat geen van deze zaken daadwerkelijk zo hebben plaatsgevonden”, schrijft hij. Wellenstein ontkent dus de feiten, die bijvoorbeeld door de dader van het kotsbakgeval en het Vindicat-bestuur volmondig zijn erkend. Ik hoop van ganser harte dat meneer Wellenstein zijn branie waarmaakt en zijn pootje net zo lang in het vuur houdt dat het ook werkelijk heel erg au doet. Maar dat zal wel niet, want zijn oogkleppen zijn hem kennelijk veel te lief.