Studentengeschiedenissen

Pieter Caljé promoveerde eind september in Maastricht op een lijvig proefschrift over de Groninger studenten in de negentiende eeuw. Hier de bespreking van zijn boek.

En verleden zaterdag vierde de Groninger Studentenbond zijn 35-jarig bestaan. Bij de reünie in het ORKZ kwamen alleen de lichtingen vanaf begin jaren negentig, maar de mede-oprichter en eerste voorzitter, Thewis Wits, woont nog in de stad en heeft als projectmanager indirect nog regelmatig met studenten te maken.


Vijf jaar sinds de terreurdaad

Om kwart over drie die middag klopte Guus, de toenmalige hoofdredacteur van de UK, op mijn deur. Ik was heel geconcentreerd bezig met het uitwerken van een interview en schrok. Zijn mededeling:

“Harry, ik vind dat je dat wel even weten moet, maar er is een vliegtuig in het World Trade Centre in New York gevlogen en zonet vloog er een tweede vliegtuig in de andere toren, zeggen ze.”

Als de boodschap tot me doordringt roep ik een paar keer hartgrondig gvd. En: “Ze hebben het zelf over zich heen gehaald, de Amerikanen hebben het zelf over zich heen gehaald”.

Precies wat ze altijd zullen blijven ontkennen. Maar de situatie met Israël contra Palestijnen was dankzij de Amerikaanse steun aan Israël dermate uitzichtsloos, dat ik een jaar eerder al mijn boeken over het conflict in het Midden Oosten had weggegeven. Er was geen hoop meer, waarom zou je dan nog je kennis willen bijhouden?

Sinds die afschuwelijke terreurdaad zijn we dan in oorlog. Die in Afghanistan kon ik billijken, omdat daar dat zootje baardapen zat. Met die in Irak had ik het een stuk moeilijker, want het viel te voorzien dat de Amerikanen de zaakjes daar niet konden managen, dat ze de sjiïten in het zadel zouden helpen en er een burgeroorlog uit zou breken op een ruim duizend jaar oude breuklijn.

Digitaal archief


De Academiebrand van 1906

Geplaatst op 7 september 2006

In geen jaren was er zo’n brand geweest. Boven de hele stad hing een flakkerende rode gloed, waartegen de torensilhouetten macaber afstaken. Overal daalden gloeiende stukjes houtskool neer. En tot in Uithuizen waren de rookwolken te zien.

Die avond fikte het Groninger Academiegebouw af. Van boven naar onder, van rechts naar links, en van voor naar achter. Oorzaak was het verwijderen van ouwe taaie verf op een gootlijst. De schildersknechten blusten een beginnend vuurtje, maar achter die gootlijst smeulde het ongezien door naar de zolder, waar zaagsel op de vloer lag tegen de lekkerij. Van de zoldervloer stortte het vuur in het Museum van Natuurlijke Historie, dat de algehele bovenverdieping in beslag nam. De duizenden opgezette beesten en honderden flessen met sterk water vatten vlam, ook lekte er brandend spiritus naar beneden en zo raakte de hele tent in lichterlaaie.

Eerst probeerde het personeel zelf te blussen. Maar de zolderdeur zat op slot en er kwam nauwelijks water door de slang. Met hetzelfde euvel kampte de gealarmeerde brandweer. De stralen bereikten niet eens het dak. En de stoomspuit werkte pas na drie kwartier, toen er weinig anders meer opzat dan het het nathouden van belendende percelen. Van het neo-classicistische Academiegebouw, gebouwd in 1850, resteerde zo slechts een Grieks aandoend karkas.

Op 30 augustus 1906 was dat, nu honderd jaar geleden. Voor de RUG aanleiding om een boekje uit te geven, waarin Wim Koops en Franck Smit stukken over en foto’s van de brand hebben verzameld. Vorige week presenteerden ze dit boekje, het eerste deel in de EH Waterbolk-reeks voor bronnen-uitgaven over de geschiedenis van de RUG.

Terug naar de brand. Afgezien van het Museum voor Natuurlijke Historie, dat reddeloos verloren ging, bleef het overgrote deel van de inboedel gespaard.  Notabelen, hoogleraren, studenten, werklui en passanten hielpen mee bij het ijlings ontruimen van benedenverdieping. Zodoende beschikt de RUG nog steeds over de oude professorenportretten, archieven, meubelstukken en een studentenvaandel uit 1665.

Op veilige afstand gehouden door de politie, vergaapte een menigte mensen zich aan het zuigende, blazende, knetterende vuur. Tussen al die toeschouwers stond, met betraande ogen, het grootste slachtoffer, de hoogleraar dierkunde Hendrik Jan van Ankum (1845-1940). Vanaf 1872 had Van Ankum het Museum voor Natuurlijke Historie uitgebouwd  tot een bezienswaardigheid van de eerste orde. Met Gronings Ontzet, vlak voor de brand, kwamen er nog ruim ruim duizend mensen af op de  opgezette giraffe, neushoorn en duizenden vogels, de enorme walvissenkop en het tijgerskelet. Dit levenswerk was in één klap weg. Getraumatiseerd en ontroostbaar nam Van Ankum ontslag. En hoewel geboren Groninger, verhuisde hij naar Zeist, waar hij tot zijn dood een teruggetrokken leven leidde.

Het Groninger  Academiegebouw, intussen, werd razendsnel herbouwd. Op de oude fundamenten, maar in een totaal andere stijl, die van de Neo-Renaissance. Nog geen week na de brand had Rijksbouwmeester Vrijman al een ontwerp voor de voorgevel klaar. Binnen een maand stond het gehele gebouw op papier. Vlak voor het kerstreces stemde de Tweede Kamer in met de herbouw, paniekverhalen dat  de universiteit dicht zou gaan bleken dus ongegrond.

De bouw duurde twee jaar en de kosten bedroegen 350.000 gulden. Op dinsdag 29 juni 1909 werd het “mooiste en best ingerichte” academiegebouw van Nederland geopend, dat er nu nog steeds staat. Met zijn vele gewapende beton gold het als bijna onbrandbaar. Bovendien kreeg het niet alleen centrale verwarming en electrisch licht, maar ook water-closets, zodat de tonnetjeshalers van de gemeentelijke faecaliënophaaldienst voortaan niet meer langs hoefden te komen met hun onwelriekende karren.

F.R.H. Smit en W.R.H. Koops – De Groninger Academiebrand 30 augustus 1906. Uitgave RUG, 7,50 euro bij het Universiteitsmuseum

(In iets andere vorm verschenen in de UK van deze week)


Types op de KEI-Markt

De KEI-week begon weer met de traditionele informatiemarkt. En daar komen vogels van zeer diverse pluimage op af. Allereerst natuurlijk de nieuwe eerstejaars. Zo te zien gaat het om een uitermate ambitieuze generatie:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Maar ook enkele landelijke politici gaven acte de présence (wat echt helemaal niets met de aanstaande verkiezingen te maken heeft, hoe kom je erbij):

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Verenigingsbestuurders die straks met driftig boenen zichzelf mogen ontgroenen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

En Dr. Tussen de Oren, voor al uw geestelijke ontknopingen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


UK-jubileum

 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het zevende lustrum van de UK stond in het teken van de Seventies. ’s Middags was er in de sjoel aan de Folkingestraat onder meer een praatje van Martin Bril. Over zijn periode als student in Groningen. De jonge Bril maakte een bliksemstart als redacteur van de Nait Soez’n, woonde op miniscule kamertjes in Lewenborg en de Gelkingestraat, en had een knipperlicht-relatie met een feministe in tuinbroek, die hem uiterst geduldig de fijne kneepjes van de vrouwelijke seksualiteit bijbracht.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

 

Tussendoor nasten we een Indische rijsttafel op het Harmonieplein. Smoor, yummie. Met de rijkelijk gevulde doggy-bag kom ik dit weekend wel door. 🙂

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

 

En ’s avonds gingen bij adequate muziek de voetjes van de vloer in de Puddingfabriek. Het was ten strengste verboden om de liederlijke taferelen daar te kieken. Vandaar dat hier noodgedwongen moet worden volstaan met een onschuldig glimpje.


De anarchistische scheurmakers van de Aktiegroep Aktivering

In oktober 1973 nam de Afdelingsraad van Geschiedenis een motie aan, om de RUG Domela Nieuwenhuis-universiteit te noemen, naar de socialistische voorman die eind negentiende eeuw in anarchistisch vaarwater belandde. Volgens de historici  konden veel studenten studeren dankzij “de geestelijke bevrijding” die Domela hun grootouders en ouders had gebracht. De historici stuurden hun voorstel naar de Universiteitsraad, en zo kwam het ook terecht bij de UK, die op haar ludieke achterpagina peilde hoe het viel. Terwijl collegevoorzitter Ter  Borch meer zag in een Troelstra-universiteit, kwam er vanuit de UK-redactieraad Fré Meisuniversiteit als optie. En zo sneuvelde dadelijk het idee, tot verdriet van de historici, die zich niet serieus genomen voelden, en de UK “een compleet gemis aan journalistieke feeling” verweten.

Op dat moment bestond de Afdelingsraad bij Geschiedenis twee jaar. Sowieso zaten er zes studenten in, zes docenten en iemand van het ondersteunende personeel. Maar naast de dertien gekwalificeerde zetels waren er ook vijf vrije. De raadsleden die deze vrije zetels innamen, werden gekozen door de instituutsbevolking als geheel. Op die manier had bij de verkiezingen van begin oktober 1973 een linkse studentenpartij, de Aktiegroep Aktivering, tien van de achttien zetels gekregen. Het voorstel om de RUG naar Domela te vernoemen, was afkomstig van deze AA.

De AA stamde uit het najaar van 1969 en bestond aanvankelijk uit geradicaliseerde jongerejaars die zich afzetten tegen “de ouwe hap” op het Instituut voor Geschiedenis. Eigenlijk beoogde de AA de totale democratisering van het Instituut. Volgens haar moest een Algemene Vergadering van de gehele instituutsbevolking het hoogste orgaan zijn. Ook moest daarin het principe van ‘one man, one vote’ gelden. Maar hoewel het bestuursreglement van 1971 was goedgekeurd door zo’n volksvergadering, die bij zware kwesties op papier ook nog een rol hield, kwam er in de praktijk van dat radicale uitgangspunt weinig terecht en schikten de AA-ers zich in de wat minder ideale toestand.

Zolang de AA een minderheid in de Afdelingsraad vormde, bereikte ze weinig. De docenten in de raad konden de AA-ers met gemak aan en de onderlinge sfeer bleef goed. Maar met de verkiezingsoverwinning van de AA in oktober 1973 raakten de verhoudingen gepolariseerd. Keer op keer maakten de docentenfractie in de raad gebruik van haar vetorecht, en tegelijkertijd ontstond er een competentiestrijd tussen de Afdelingsraad en de  Docentenraad, die formeel over de uitvoering van het studieprogramma en de beoordeling van studieresultaten ging, maar steeds meer uitspraken in beleidskwesties deed.

Die polarisatie culmineerde bij AA-acties tegen de studentenstop. Het hoogtepunt daarvan was een 24-uursbezetting, in februari 1974. Hoogleraren kregen te horen dat ze niet welkom waren op het instituut, als ze zich niet solidair verklaarden. Terwijl de een zich geshockeerd toonde, waren anderen woedend. Ook het feit dat de bezetting gepaard ging met “muziek en pils, vrouwen en gedempt licht” en een “onaangename hoeveelheid lawaai”, ’s nachts, zette kwaad bloed. En de stemming werd er niet beter op, toen de AA een maas in de wet ontdekte en in het najaar zeventien uitgelote studenten colleges liet volgen. Een deel van de docenten weigerde de tentamens van deze extraneï na te kijken en haalde pas bakzeil toen het RUG-bestuur met garanties kwam. Uiteindelijk liep deze zaak zo met een sisser af, en stroomden zeven extraneï  door naar het normale tweedejaarsprogramma.

In dat studiejaar 1974/1975 stond ook een van bovenaf gedecreteerde bestuurshervorming op de agenda. Toen de docenten in mei ’75 het AA-voorstel om de toekomstige raden en -commissies paritair te maken, met een zoveelste veto troffen, was de maat vol. De AA stapte uit alle bestuurlijke organen. Ruim een jaar duurde de boycot. Omdat zowel de studenten – vanwege de democratie – als de docenten – vanwege de autonomie – een subfaculteit wilden, tekenden ze de vrede weer. De subfaculteit kwam er overigens niet. Wel kreeg geschiedenis eind 1977 een studierichtingsraad, waarin 11 docenten en 9 studenten kwamen te zitten, en de AA dus de meerderheid verloor.

Intussen had de bestuurscrisis veel tijd opgeleverd voor studie-inhoudelijke activiteiten. Eerder was de AA al een drijvende kracht achter de invoering van theoretische geschiedenis, en dat werd ze ook bij het in zwang raken van sociale en vrouwengeschiedenis. Juist die inhoudelijke gerichtheid slokte veel energie op, wat ook ten koste ging van het bestuurlijke werk. Doordat AA-ers in de raden het contact met hun achterban verloren en naar hun gevoel maar weinig bereikten, raakte de club in 1978 in een identiteitscrisis. Weliswaar hief ze zichzelf nog niet op, maar dat was een kwestie van tijd. De nieuwe professionele beheerder van het instituut maakte een eind aan allerlei studentenprivileges – zoals de onbeperkte toegang tot de stencilmachine waarop talloze pamfletten waren gedrukt – en in 1981 gooide de AA er definitief het bijltje bij neer, na een conflict over een nieuw studieprogramma.

Binnen het geheel van de studentenbeweging nam de AA een bijzondere plaats in. Veel AA-ers waren wel lid van de jongere Groninger Studentenbond (GSb) die aan de RUG de hoofdstroom van die beweging vormde, maar hadden er tegelijkertijd stevige kritiek op. De gerichtheid van de GSb op materiële belangenhartiging kon niet door hun beugel en ook hadden ze weinig op met het democratisch-centralisme, het marxistisch-leninistische organisatieprincipe waarbij een minderheid zich maar moest voegen naar de meerderheid. Van de CPN, die de GSb aan de leiband had, wilden de meeste AA-ers weinig weten. Meermalen leidden de verschillen tot “heftige heisa”, ook in de UK, en menigmaal scholden GSb-bonzen AA-ers uit voor “scheurmakers”, die de boel zaten te “verzieken”.

Als ze terugkijken, zijn oud-AA-ers vooral trots die onafhankelijke positie. “Bij ons leefde meer het anarchistische gedachtengoed”, zegt Paul van Tongeren, nu hoofd voorlichting bij Oxfam-Novib. “Die GSb was een heel vervelend gemanipuleerd zootje.” “Bij de GSb zaten de dogmatische hardliners”, aldus Frank van Vree, nu hoogleraar journalistiek in Amsterdam. “Bij de AA daarentegen, bestond ruimte voor een grote variatie van opvattingen, en ging het veel meer over inhoudelijke zaken. Ook zat er bij ons meer een spel-element in en bleven wij meer on speaking terms met de staf. En dat voorkwam dat er ongelukken gebeurden. Bij andere instituten werd de staf afgezeken, en gingen mensen totaal overspannen weg. Het zegt toch wel iets, dat dat bij geschiedenis nooit is gebeurd.”

NB: Dit stuk is eind juni 2006 in iets andere vorm gepubliceerd in het Seventies-nummer van de UK, maar hier alsnog geplaatst, omdat het UK-archief nog steeds aan de openbaarheid onttrokken is.
(5 mei 2015)


66 Studentenweblogs

 

Geplaatst op 22 juni 2006

Afgelopen weekend ben ik nauwelijks buiten geweest, ondanks het mooie weer. Had het te druk met het maken van de middenpagina voor de UK, die vandaag uitkwam.

Die middenpagina gaat over studentenweblogs. Ik verzamelde er vanaf augustus ruim honderd. Die van clubjes, colleges, Hanze- en uitwisselingsstudenten streepte ik af, maar uit de 66 overgebleven, meer persoonlijke weblogs van Nederlandse RUG-studenten, verblijvend in Groningen, haalde ik van het weekend nog ruim 130 Word-pagina’s aan citaten. Vervolgens moet je focussen op de essentieelste thema’s en schrappen tot op het bot. En zodoende kwamen maandag en dinsdag de aller-, aller-, allerbruikbaarste passages in twee verhalen en twee kaderstukkies terecht. Hier zijn ze:

Een verborgen hoekje op het internet: over de motivatie van webloggers. Wordt voorafgegaan door het kader met de getalletjes.

Mijn boeken huilen om aandacht: hoe studentenbloggers tegen hun onderwijs aankijken. Wordt gevolgd door een top 10 met links.


Ana van Es en de ongeschreven regel

Ana van Es (19) schreef een spraakmakend boek over het opsluiten van moeilijk opvoedbare jongeren in jeugdgevangenissen, wat schrijnende toestanden ten gevolge heeft. In dat boek doet de rechtenstudente terloops verslag van een studentenexcursie naar Het Poortje in Groningen. Officieel is Het Poortje geen penitentiaire inrichting, maar er staan metershoge hekken met prikkeldraad omheen, en in de volksmond is het – mede doordat het die functie vroeger had – wel degelijk een jeugdgevangenis.

Onlangs las de directeur van het Poortje het boek, met dat excusieverslag. Hij schreef een klaagbrief naar de rechtenfaculteit, en dat epistel gaf de rechtendecaan Leo Damen weer aanleiding om Ana van Es op het matje te roepen. Zij zou de ongeschreven regel van vertrouwelijkheid bij dergelijke excursies geschonden hebben en zich als undercover-journalist hebben ontpopt. Haar carrière zag er somber uit, zo zou de decaan hebben gezegd.

Deze week onderzocht de UK, hoe serieus je die ongeschreven regel nou moet nemen. Voor de eerste twee deskundigen staat de vertrouwelijkheid van excursies buiten kijf. De derde toont weliswaar sympathie voor de handelswijze van Ana van Es, maar is ook van mening dat ze nog eens apart naar Het Poortje had moeten gaan, voor het halen van wederhoor.

Op haar kersverse weblog doet Ana van Es nu uit de doeken dat de ongeauthoriseerde uitspraken afkomstig waren van nota bene een pr-medewerkster van het Poortje. Bovendien deed die pr-juffrouw ze in een zaal met twintig studenten. Er was dus geen sprake van een vertrouwelijk karakter. Ook verschijnen er – inderdaad – regelmatig excursieverslagen in faculteitsbladen en op verenigingswebsites. Zelfs bevatten studentenweblogs wel eens de neerslag van individuele gesprekken met opgesloten mensen, kan ik daaraan toevoegen.

Met het verwijt dat ze geen wederhoor gaf, is Ana van Es het nu wel eens.

“Al weet iedereen die bij een justitiele jeugdinrichting wel eens zoiets heeft geprobeerd, dat er van de authenticiteit van het stukje geen spaan heel was gelaten. De laatste inrichtingsdirecteur aan wie ik zekere passages ter inzage heb gegeven, eiste de ‘eindregie’ op over de gehele publicatie, inclusief uitlatingen van derden.”

Over de gang van zaken aan de faculteit concludeert Van Es ietwat bitter:

“Ik had niet verwacht dat het zo’n affaire zou worden, met relatief weinig oog voor de maatschappelijke context van de situatie. Misschien kun je als student aan de rijksuniversiteit Groningen maar beter geen kritisch boek schrijven.”

Die laatste conclusie onderschrijf ik uiteraard niet, want je mag niet generaliseren op basis van dit ene geval. In het algemeen bestaat er aan de RUG zeker waardering voor kritische studenten, in mijn beleving. Wel had die rechtendecaan zich eerst eens achter de oren mogen krabben, voordat hij met zijn ongeschreven regel op de proppen kwam. Zo’n regel is een konijn uit de hoge hoed, passend voor een goochelaar. Als een vooraanstaand jurist er achteraf mee op de proppen komt om er een student het vel mee over de oren te halen, kan dat slechts betiteld worden als een holle vertoning, slechts bedoeld voor het kalmeren van een boze relatie.


Een promotie met pomp, statie en vleesvee

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Er stonden twee koetsewagens voor het Academiegebouw. Even dacht ik dat het College van Bestuur zich vanwege de exorbitante benzineprijzen genoodzaakt had gevoeld om de dienstbolides af te schaffen, maar het begeleidende gezelschap bleek in afwachting van een promovendus, en zat met de prangende vraag hoe lang zo’n promotieplechtigheid duurt.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op de bok stalhouder Kuipers van de Friesestraatweg. De meneer links bleek de koetsen te hebben gehuurd om zijn vriend de promovendus te verrassen. Aardige man, die meneer. Met het noemen van zijn naam ging me een lichtje op. Hij bleek inderdaad de Kor Buist die op zijn eigen ‘landgoed’ in Noordlaren begraven wil worden, wat van de gemeente Haren helemaal niet mag. De zaak sleept al twee jaar en ligt nu bij Gedeputeerde Staten, die haar vandaag of morgen terugverwijst naar de gemeente Haren.

Het duurde nogal voordat de promovendus zich vertoonde en Buist zette uiteen dat hij niet zozeer een landgoed bezat, als wel drie boerderijen. Maar, wist ik, hij was toch die hele grote schildersbaas? Ja, dat was hij ook. Hij wees op de UB. Die was nog door zijn bedrijf opgeschilderd. Maar tegenwoordig zat hij meer op afstand van die schildersonderneming, hij was nu veel meer boer en hield enige honderden koeien. Vleesvee?, ried ik. Ja, Limousins. Ze liepen in allerlei natuurgebieden rond. Tegenwoordig werden ze vlakbij de stad geslacht, omdat hij het gesleep naar slachterijen in het zuiden beu was.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Daar kwam eindelijk de dolgelukkige promovendus aan met zijn pasverworven bul. Deze vennootschapsjurist was al RUG-hoogleraar, maar nog steeds meester. Met het succesvol verdedigen van zijn proefschrift is dat nu dan meester-doctor.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het promotiepubliek zwaaide de koetsen allerhartelijkst uit. Via de woonst van de professor-meester-doctor ging het gezelschap naar de promotiepartij in restaurant De Twee Provinciën waar het vanavond en vannacht vast nog lang onrustig blijft.

Intussen heeft uw scribent natuurlijk gauw even op die aardige meneer Buist gegoogeld. En inderdaad is hij mega-rundveehouder. Lees hier maar eens:

“Met 1.200 ha en ruim 600 stuks Limousin vee verdeeld over drie bedrijven is Kor Buist de grootste natuurboer van Nederland en tevens de grootste biologische vleeshouder.

Dat vee van Buist loopt vooral in de Eelder- en Peizermaden, een van mijn lievelingsgebieden. Met het oog op waterberging en nieuwe natuur koopt de overheid dat hele gebied stukje bij beetje op, “en sluist het door naar Natuurmonumenten, die het vervolgens in erfpacht uitgeeft aan Buist.

Afgezien van 20 hectare heeft Buist geen grond in eigendom. Een interessante opmerking in het licht van het voorgaande logje:

“Buist meent, dat zijn werkwijze een veel zakelijker aanpak mogelijk maakt, dan wanneer Natuurmonumenten het zelf zou doen.

Voor de liefhebbers van een mals biologisch runderlapje uit de Peizerma: het vlees van Buist zijn puike koeien ligt te koop bij slagerij De Groene Weg.


Excuses geaccepteerd

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het allereerste telefoontje hedenochtend kwam van de voorzitter van de club met het besloten forum waar ik gister uit putte. Zij bood namens de club haar verontschuldigingen aan. “Het was niet erg netjes wat er op ons forum stond, dat had netter gekund”, zei ze. Ook benadrukte ze dat iedereen op dat forum op persoonlijke titel schreef, en dat de geventileerde meningen niet die van de club zijn.

Uiteraard heb ik de excuses geaccepteerd. De huidige generatie bestuurders van die club keek ik al niet of nauwelijks aan op die ontboezemingen.

De voorzitter bevestigde dat het forum uit de lucht gehaald was, en opgeschoond wordt. En omdat het tympaan boven de deur van het vroegere Labaratorium voor Hygiëne aan de Broerstraat vanochtend om half elf ook zo mooi uitgelicht werd, vind ik een plaatje van dat tympaan hier wel passend.


Schrijfverbod, letterlobotomie, of gewoon dood

24 schrijfverbod letterlbotomie

Een anonymus speelde me per e-ansicht de sleutel tot een zogenaamd besloten studentenforum toe. Hij was er zat van, zei hij.

Zoals ik al verwachtte, stond er weinig nieuws op dat forum. Hoogstens kreeg ik weer eens zicht op de cynische ballensfeer, waarin sommige deelnemers verkeren zodra ze zich onbespied wanen. Als je ze aan de telefoon hebt, dan trillen hun stemmen, in het openbaar zetten ze altijd hun allervriendelijkste gezicht tegen je op, maar op zo’n forum vertellen ze hoe ze werkelijk over je denken. Best interessant, moet ik zeggen.

Een meisje dat carrière in de internationale diplomatie wil gaan maken, laten we haar Mireille noemen, woog heel zwaar in die club. Op dat forum noemt ze mij een “trieste haas”, “een heel slecht journalist” en een “kneuzerige rukker”.

“Met Harry praten, dat heb ik één keer geprobeerd”, zegt een jongen die nog steeds in besturen zit:

“Die gast is echt niet helemaal lekker (maar dat konden we natuurlijk ook gewoon in de UK en op internet lezen). Uberhaupt: wat de fuck heeft die gast voor leven?! De hele dag bij vergaderingen zitten die je niet eens snapt…”

Deze jongen gooit er nog een schepje bovenop:

“Dit soort idioten moet wettelijk verboden worden om ooit nog iets te schrijven (dus ook geen weblog, dagboek, boodschappenlijstje: niets) en het liefst moet het deel van hun hersenen waarin ze de lettertjes opslaan eruit gehaald worden.”

De jongen heb ik een alleszins vriendelijk mailtje gestuurd en op het weblog van het meisje heb ik een eveneens heel vriendelijke boodschap geplaatst, om ze te laten merken dat ik kennisnam van hun verheffende uitlatingen (die ik uiteraard ook copieerde, met nog een heleboel andere). Van de jongen vernam ik tot op heden nog niets, maar het meisje begon een nieuw draadje op dat forum, getiteld:

“Harry Perton is nog niet dood …………….helaas”.

Wat ik zelf eigenlijk wel jammer vind is dat ze er een grap van een van haar clubgenoten in vermoedt. Vertwijfeld roept ze uit:

“Wanneer stoppen jullie nu eens te denken dat ik een dom hert ben?”

Update 00.50 uur
Het lijkt er sterk op dat dat forum nu helemaal uit de lucht is.


Diverse journalistieke ervaringen

6 diverse journalistieke ervaringen

Dit was wel een leuke meneer om eens te ontmoeten. Een heuse componist. Gister ging zijn ‘Bede tot Aphrodite’ in première.

Je kunt het ook minder treffen. Zo zat ik van de week weer eens achter iemand aan die verstoppertje speelde. Na zeven vergeefse telefoontjes belde deze persoon eindelijk de volgende morgen terug op uitgerekend het moment dat ik het stukje schreef waarvoor ik hem nodig had. Al had ik de feiten inmiddels al wel zo’n beetje rond via een andere weg.

Het liep tegen de deadline aan, toen hij belde. Of ik nu zelf bel of opneem, per telefoon kondig ik me altijd duidelijk aan als journalist, om misverstanden te voorkomen. Sommige mensen echter denken alles te kunnen maken.

Ik vroeg hem wat ik wilde weten.
Hij: “Waarom wilt u dat weten dan?”
Ik: “Die kwestie blijft nu in de lucht hangen, de lezers zullen er naar vragen, en ik ben zelf ook nieuwgierig naar het waarom.”
Hij geeft schoorvoetend toe dat mijn vraag legitiem is en ik stel mijn vraag dus opnieuw. Hij antwoordt, en ik begin door te vragen.

Hij: “Ik erger me aan uw arrogante toon, wat zit u me te ondervragen. Waarvoor heeft u dat nodig. Wie bent u eigenlijk, bent u journalist en in dienst van…”
Ik: “Ja, en ik heb me ook duidelijk als zodanig kenbaar gemaakt toen ik de telefoon opnam. En een journalist stelt nu eenmaal vragen met het oog op de stukken die hij schrijft.”

Uiteindelijk eist hij inzage in mijn artikel.
Ik zeg dat dat hoogst ongebruikelijk is voor een kort stukje nieuws en dat bovendien de tijd begint te dringen.
Hij: “Anders geef ik geen toestemming tot publicatie”.
Ik: “Uw toestemming hebben we helemaal niet nodig.”
Hij: “Nou, dan houdt het voor mij op. U krijgt van mij geen informatie meer. Daag.”
En de hoorn gaat op de haak.

Al die tijd heeft die gast dus nauwelijks informatie gegeven!
Zijn obstructie heeft me flink wat tijd gekost, en ook nog eens mijn humeur bedorven.

Niet dat dit een medicus was, maar zulke heerschappen tref je relatief wat vaker in de medische sfeer aan.
En ik gruw ervan.

Geef mij dan die componist maar.


“Wat heeft Groningen toch een natuur in de stad”

Vandaag liet ze in haar college muziek horen van Knochenklang. En maandag meldde ze op de wisselweblog van het Groninger Forum een verzoek haar “licht te laten schijnen” over vogels, ingekrast op een Zuidoost-Turkse steen van ruim 8000 voor Christus. Haar correspondent opperde dat het om de dodo zou kunnen gaan, maar daar gelooft ze duidelijk niet zo in.

Wietske Prummel is archeozoöloog. Ze onderzoekt de relatie tussen mens en dier in het verleden. Dan kan het gaan om

“het dier als voedselproducent voor de mens, als leverancier van lichaamsbedekking en grondstoffen, als kameraad of harde werker voor de mens, als medium voor contact met het bovennatuurlijke, bijvoorbeeld als offerdier.”

De belangrijkste bron voor haar onderzoek:

“De harde delen van dieren die bewaard kunnen blijven in de bodem, zoals botten van zoogdieren, vogels of vissen. Maar ook schelpen van weekdieren…”

Haar weblog is tot nu toe weinig bespiegelend, maar geeft een mooi kijkje in haar rijk gevulde agenda. Ze is lang niet alleen met botjes bezig, haar werk bestaat juist ook uit veel contacten, iets wat ik in die mate niet verwachtte.

Grappig zijn de tussendoortjes over levende have, die laten zien dat haar belangstelling niet beperkt blijft tot dode. Vanochtend vroeg hoorde haar “eerste fitis van het jaar”. Maandag ontwaarde ze al “het bekende groepje reeën ten oosten van de spoorbaan tussen Haren en stad”. En gister spotte ze in het A-torenplantsoen een luidkeels zingende boomkruiper. Haar quasi-verbaasde uitroep:

“Wat heeft Groningen toch een natuur in de stad”.


Ron met de VUT

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“De meest kleurrijke figuur van het Alfa-gebouw”; “het sociale hart van de afdeling Nederlands”; “een zachte cynicus en vrolijke nihilist, met een dwarse kijk op het leven”; “een nietsontziende en ongezouten columnist, de Jan Blokker van de UK”. Dat waren zo wat van de typeringen die vanavond voorbijkwamen op de afscheidsreceptie van Ron van Zonneveld.

Ron ging met de VUT. Vanuit Leiden kwam hij ooit naar de Groninger universiteit met de gedachte: “Eens kijken hoe lang ik het daar volhou.” Het werden er dertig jaar. Inmiddels heeft hij al zijn taalkunde-boeken weggegeven en houdt hij zich nog louter met schilderen bezig.

Bij de UK was Ron de man die het vaakst voor boze ingezonden brieven zorgde. Hij was ook de man die de toenmalige rectrix van Vindicat de uitspraak ontlokte: “Wat ben jij een graftak geworden zeg”. En naar het schijnt heeft het college van bestuur hem zelfs eens officieel berispt voor een stukje.

Er kwamen dan ook fraaie anecdotes voorbij, vanavond. Ik hou het beperkt tot één. Komt Ron de oude Sassen tegen, de hoogleraar Nederlands en zijn leidinggevende. Die hem vraagt: “Ron, hoe begin jij je taalkundige dag eigenlijk?”
Ron: “Met inloggen.”

Ron zag naar eigen zeggen dagenlang tegen deze receptie op, had er nachten niet van kunnen slapen: “Want er komt geen hond, ik zou ook niet gaan”. Al die tijd had hij zich onledig gehouden met het schrijven van drieregelige rijmpjes:

“Bedankt voor het afscheid
ik wens jullie allemaal een mooie tijd
bij deze universiteit.”


Almanakkentrofee

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De jury heeft eindelijk de knoop doorgehakt en een winnaar aangewezen van de grote UK-almanakkenwedstrijd. Helaas rust op de uitslag nog een streng embargo tot donderdag. Ook het uitkiezen van de wisseltrofee bleek geen sinecure. Urenlang dwaalde de jury door de volgepakte krochten van medaillehuis Suurd, voordat ze tot een verantwoorde keuze kon komen.

Update 16 maart: de uitslag