Spinnewebbenseizoen
Geplaatst op: 4 september 2020 Hoort bij: Hoogkerk 1 reactie
En hierbij verklaren wij het spinnewebbenseizoen officieel voor geopend. Was er helaas net iets te laat bij.
Bioscoopaffiche, gedrukt door H.N. Werkman
Geplaatst op: 2 september 2020 Hoort bij: Kunsten, Stad toen 2 reacties
Op zoek naar een bekend affiche van de graficus en valsemunter Schlette, over wie het komende Historisch Jaarboek Groningen een mooi artikel van Alina en Margriet Dijk bevat, kwam ik langs dit bioscoopaffiche, met een programma dat liep van 23 tot 26 september. Maar van welk jaar, is dan natuurlijk de vraag.
Het bleek 1910. Het Bioscope Theater aan de Guldenstraat bestond van 1908 tot 1912. E. Wulff was er tussen september 1910 en mei 1911 de directeur van. en exact hetzelfde programma stond op 24 september 1910 als advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden:

Vertoond werden een actueel beeldverslag, wat korte speelfilms, zowaar een vroege kleurenfilm van Italiaanse makelij (De Tyran van Jeruzalem) en een doumentaire over de destijds inderdaad indrukwekkende Italiaanse artillerie. Zo’n programma duurde misschien een uur en revolveerde ettelijke keren per dag: je kon er op elk gewenst moment binnenstappen. Zo werkte de Luxor aan de Herestraat midden jaren 60 nog steeds, tenminste overdag, zo herinner ik me van mijn allereerste bibliotheekbezoek (nog onder begeleiding).
Om op dat affiche terug te komen, het werd gedrukt door Hendrik Nicolaas Werkman, die indertijd zijn drukkerij nog had op het adres Peperstraat 5.
Werkman kennen we nu door zijn kunst, maar daarmee begon hij toen hij een poos weinig of geen opdrachten voor handelsdrukwerk had en noodgedwongen duimen zat te draaien.
Aansprekend aan het bioscoopaffiche is vooral de figuur van de soldaat achter de schutting. Die staat wel heel ver weg van Werkmans latere beeldtaal. Maar waarschijnlijk heeft Werkman juist dit kleurige deel van het affiche niet gedrukt, en betreft het een passepartout, waarvan de bioscoop afgepaste stapels aanleverde, en waaraan Werkman slechts het actuele programma hoefde toe te voegen:

Mupi
Geplaatst op: 31 augustus 2020 Hoort bij: Stad nu 6 reacties
(Hoornsediep nabij de IJsselstraat.)
Fairport Convention – Sailor’s Alphabet
Geplaatst op: 27 augustus 2020 Hoort bij: Muziek 4 reactiesDe beste shanty ooit, jarenlang een stukje afwasmuziek van me:
Groningen als drankzuchtigste provincie
Geplaatst op: 26 augustus 2020 Hoort bij: Geschiedenis 3 reacties
In 1881 hoorde Groningen al tot de top 3 van Nederlandse provincies qua alcoholgebruik. Alleen in Noord- en Zuid-Holland was het de hoeveelheid genuttigde drank per hoofd van de bevolking groter. In 1891 en 1899 echter, nam Groningen de toppositie over. En dat ondanks de veldwinnende geheelonthouding. Het drankgebruik verminderde hier wel, maar in Friesland en Noord-Holland liep het bijna dubbel zo hard achteruit.
Het tabelletje trof ik aan in een brochure Drenthe.en de jenever (1914).
Prinsenvreugde vergt vuurwerkslachtoffer
Geplaatst op: 25 augustus 2020 Hoort bij: Drenthe vrogger, Stad toen Een reactie plaatsen
Dat niet iedereen altijd even gelukkig was met stadhouderlijke festiviteiten, heb ik hier wel eens verteld: in 1773 daverden de kanonnen op de Groninger stadswallen zodanig, dat de woning van een bejaard echtpaar buiten de Apoort forse schade opliep.
Van zo’n geval hoor je zelden in de vreugdegalmen en andere pamfletten, die zulke festiviteiten immer in juichtonen beschrijven. Zo raakte ik ook alleen via een Drentse omweg op de hoogte van een soortgelijk geval dat zich op 15 september 1729 in de stad Groningen voordeed.
Die dag was er een om nooit te vergeten voor Jacob Brandts (ook wel Brants of Brans), de koetsier van de heer De Hertoghe van Feringa. De Hertoghe was een aanzienlijk en machtig potentaat in Groningerland, en diens karos was dan ook de derde in een optocht van karossen, die zijn opwachting kwam maken bij het inhalen van prins Willem IV. De prins zou op die dag meerderjarig worden verklaard en werd daarmee tevens ingehuldigd als stadhouder van Groningen en Drenthe. De Hertoghes koets stond als derde van voren in de rij! En als koetsier deelde Jacob Brants in die eer van zijn baas. Hij zat dicht op het vuur!
Te dicht, zoals bleek. Want die avond, toen Jacob met duizenden andere mensen toekeek hoe een groots magnifiek vuurwerk “ter eeren van zijn Doorlugtige Hoogheijt” werd aangestoken, gebeurde er iets verschrikkelijks. Door onvoorzichtigheid van wat helpers bij het vuurwerk raakte er een kist met vuurpijlen en soortgelijk spul in brand. En Jacob trof het ongeluk
“van door een pijl in zijn linker been zodanig gewondt te worden, dat zijn beide scheenbotten van de knie af tot middelweegs het been aan gruis waren geslagen en vermorzelt, zodat als doodt ter aarden was gevallen…”
Wel een jaar lang had hij “onder doctoren en meesters handen” op bed gelegen. Maar de artsen en chirurgijns hadden weinig voor hem kunnen doen. Op dat been van hem zou hij nooit meer kunnen gaan of staan, en zijn broodheer had hem daarom zijn congé gegeven. En dat terwijl Jacob, afgezien van zijn koetsiersloontje, totaal geen andere middelen van bestaan had.
De gewezen koetsier kreeg op zijn verzoek wel wat geld los bij de Staten van Stad & Lande, maar dat was te veel om van te sterven en te weinig om van te leven. Er was echter nog een lichtpuntje voor Jacov: de inhuldiging van de prins als stadhouder gold immers ook voor de Landschap Drenthe en daardoor kwam Jacob op het idee om ook bij Ridderschap en Eigenerfden te verzoeken om een jaarlijkse of wekelijkse toelage.
Wonder boven wonder gaven de Drentse heren hem ook wat: 100 gulden maar liefst. Maar, zo waarschuwden ze, dat was “eens voor al”. Jacob moest, met andere woorden, niet nog eens in Assen om geld komen vragen.
Dat deed Jacob Brants toch. In 1732 deed hij zijn verhaal nog eens op de Drentse Landdag, met het verzoek om “een klein jaarlijks penzioentjen”. Hij ving bot, Ridderschap en Eigenerfden ‘difficulteerden’ in zijn verzoek.
Intussen hebben de Drentse resoluties me wel op het spoor gezet van Groningse besluiten. Had er vandaag even geen tijd voor, maar zal binnenkort eens kijken hoe dit geval in de resoluties van de Groninger Staten terechtkwam.
—
Bronnen: Drents Archief, Tg. 1 (OSA) inv.nr. 6.10: resoluties Ridderschap en Eigenerfden d.d. 20 maart 1731 – art.16. en 18 maart 1732 – art. 12.
‘Beewerk’ bij verhuizingen
Geplaatst op: 23 augustus 2020 Hoort bij: Drenthe 3 reactiesIn zijn bundel Een goede buur (1935), behandelt de predikant-antropoloog P.W.J. van den Berg uit Nijeveen onder andere het ‘beewerk’, een vorm van naberhulp waar expliciet om moest worden gevraagd.
Het ging onder meer om burenhulp bij verhuizingen, volgens Van den Berg in 1935 nog algemeen gangbaar in Drenthe en Overijssel. Mijn grootouders zullen twaalf jaar eerder dus op die manier van Tubbergen naar Uffelte verhuisd zijn.
Als iemand een huis betrok in een nieuwe omgeving, ging hij of zij een paar weken voordat hij er zijn intrek nam, eens bij de toekomstige buren langs om kennis te maken en om ze hulp te vragen bij de aanstaande verhuizing, zo tegen mei. Buurmannen trokken dan met paard en wagen of vrachtauto naar het oude adres van de nieuwkomer om diens huisraad op te halen. Intussen maakten de buurvrouwen en dochters het nieuwe huis schoon.
Als de nieuwe buren eenmaal geïnstalleerd waren, hoorden zij alle nabers die hierbij geholpen hadden, uit te nodigen voor een visite met koffie en koek en een borrel toe. Zo’n visite (en nadere kennismaking) bezegelde als het ware de opname in de naoberschap.
Mensen die hier niet aan meededen, werden erop aangekeken. Ze werden genegeerd, niet gegroet en nergens mee geholpen.
In boerenmilieus lieten verhuizers vaak percelen met winterrogge achter in hun oude omgeving en anno 1935 mocht het dan inmiddels gewoon zij om die rogge “op de wortel” te verkopen, eerder werd dit koren vaak voor de nieuwe buren ingehaald door vooral de jongere nabers:
“Met Sint Jacob is de winterrogge die de nieuwe meier op zijn vroegere land heeft achter gelaten rijp, en nu trekken de jongelui vooral er heen en maken op één dag het maaien gedaan, om na eenige dagen den heelen oogst naar huis te halen.”
Ook hier stond weer een onthaal tegenover, nu met wat meer bier of jenever dan koffie, reden dat het ook wel eens uit de hand liep.
Beewerk kon diverse gedaanten aannemen en Van den Berg had er rond 1920 nog allerlei voorbeelden van gezien in Havelte en omgeving.
Het gebeurde ook juist vaak op zondag, wat uiteraard niet strookte met het christelijke zondagsgebod, maar daar was volgens van den Berg een scholastieke mouw aan gepast, in die zin dat beewerk niet voor aards gewin, in welke zin dan ook, mocht gebeuren, en dat het dus alleen toegestaan was als men het gratis en om niet deed. Ook maaltijden, ‘bedebieren’ en dergelijke waren eigenlijk uit den boze, het mocht alleen uit reine naastenliefde en natuurlijk niet tijdens de godsdienstoefeningen in de kerk.
—
Het is de locht achter Vinkhoezen en dei buie bie Oldiek
Geplaatst op: 23 augustus 2020 Hoort bij: Westerkwartier 4 reactiesPaar spetjes op de kop bij Aduard; achter de brug daar lag een front:

Bij het kerkje van boer Harkema:

Bij Fransum:

Meulntjes:

Achter Den Ham:

Deze ontfietste ik net:

Oldijk voorbij Suttum:

Zelfde plek, eindje verder:

Bij Ezinge in de buurt:

Tussen Ezinge en Oldehove:

Garnwerd:

De lucht achter Vinkhuizen:

Geen weg door het moeras tussen Veenhuizen en Haule
Geplaatst op: 22 augustus 2020 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Het gebied ter weerszijden van de Drents-Friese grens tussen Veenhuizen en Haule, ca. 1824. Kaartje ontleend aan H.J. Versfelt en M. Schroor, De Atlas van Huguenin (Groningen/Veendam 2005).
Op de remonstrantie van Frederik van der Donk, vertonende, [in] wat voegen deselve vermeint te sullen konnen effectueren een bequame passagie voor peerden en wagens door het moeras van de Veenhuijsen tot den Hauwel in Friesland, met een bequame dijk aldaar te graven, waardoor de commercie en communicatie der ingesetenen van dese Lantschap met die van de provincie van Friesland grotelijks soude konnen worden gefaciliteert, tot merkelijk voordeel van de ingezetenen deser Landschap an die kant woonachtig; en dewijl sodanig project niet sonder grote moeijte en kosten werkstelligh soude konnen worden gemaakt, so was des remonstrants versoek dat voor het maken van gem. dijk en het altijd onderhouden van dezelve, aan den remonstrant eene tol na redelijkheit van de passerende wagens en vhee mogte worden toegelegt.
Hebben de de heeren Ridderschap en Eijgenerfdens hierinnen gedifficulteert.
De Veenhuizer ondernemer Frederik van der Donk wilde in 1727 een voor paard en wagen begaanbare weg aanleggen op een dijkje door het hoogveen tussen het Drentse Veenhuizen en het Friese Haule, Voor die moeite en het toekomstig wegonderhoud verzocht hij om tol te mogen heffen van de wagens en het vee die gebruik maakten van die weg. De toenmalige Drentse Staten zagen hier echter niets in. Het plan werd zonder opgaaf van redenen afgewezen.
Het zou kunnen dat die afwijzing was ingegeven door defensieve motieven, de weg maakte de Zwartendijksterschans bij Een immers overbodig. Maar binnen een eeuw lag die weg er, zoals het kaartje boven laat zien.
—
Bron: Drents Archief, Tg. 1 (OSA) inv.nr. 610, resolutie R&E 18 maart 1727 art. 26.
De skiffeuse en haar streep door het kroos
Geplaatst op: 20 augustus 2020 Hoort bij: Stad nu 4 reactiesFietsend over de Van Hallbrug, ontwaarde ik aan mijn rechterkant een lange, rechte streep door het kroos op het Noord-Willenskanaal. Gauw van het fietsje af, fotootje maken:

Maar ik wou haar natuurlijk weer in het verlengde van die streep zien, aan de voorkant ervan Alleen: dat ging niet door. Er kwamen iets veel mensen over de smalle brug. De skiffeuse verdween al snel onder de opeenvolgende bruggen en de lange rechte streep door het kroos trok al even snel weer dicht. Ik had het moment niet kunnen pakken.

De omgeving Zoutkamp-Vierhuizen op een kaart van 1626
Geplaatst op: 19 augustus 2020 Hoort bij: Geschiedenis 8 reactiesEr kwam vandaag een perkamenten kaart uit 1626 voorbij. Met alleraardigste dorpsgezichtjes. Zoals dat van Zoutkamp, aan de binnenkant van de Lauwerszeedijk (de bruine band rechts), De acht of negen huizen zijn geen eenvormige vignetjes, zoals gewoonlijk, maar hebben allemaal een eigen karakter:

Even verderop, ook bijna tegen de dijk aan, het steenhuis of de borg Panser:, met nog een paar oude en smalle, maar vooral brede, moderne vensters:

Vierhuizen, met zijn kerk in het midden. Het schip was romaans, de allang afgebroken toren gotisch. Door de verdubbeling van het aantal huizen, onderling al even verschillend als die van Zoutkamp, deed het dorp zijn naam geen eer meer aan::

Buitengaats vaart een gewapende driemaster voorbij met een omgekeerd roodwitblauw in top:

Een ander deel van de kaart is met het geheel gebruikt als illustratie bij een artikel van Albert Buursma over een verdronken nederzetting in deze omgeving, dat verschijnt in het septembernummer van Stad & Lande.
Rondje Gaarkeuken
Geplaatst op: 16 augustus 2020 Hoort bij: Westerkwartier 10 reactiesHet pontje van De Poffert:

Enumatil:

Koeien zoeken massaal het reepje schaduw op bij de Dijkstreek:

Blaarkopkalfjes op het Oosterzand:

Buikstedepad nabij het Westerzand, Lutjegast:

Bij het Buikstedepad:

Verruigd hoekje, Gaarkeuken:

Brug bij Gaarkeuken:

De sluis van Gaarkeuken. Heb je als schipper net je schip vastgezet, moet die schroef er weer uit:

Aan de oostkant van Grijpskerk heb je een gebouwtje in Delftse schoolstijl. Het was ooit van de PTT (nu KPN):

Die Delftse schoolstijl is historiserend – dat kan je ook zien aan deze dam. De muur lijkt sterk op de ‘baren’ die het water van de Groninger stadsgracht scheidden van Hoornse- en Winschoterdiep. Er staat zelfs een ‘munnik’ in deze ‘baar’:

Door deze deur komt weinig volk in de kerk van Niezijl (er is nog een andere, wel gebruikt):

Uit welke hoek je hem ook ziet, die spoorbrug van Zuidhorn blijft fotogeniek:

Dorpsgezicht Noordhorn:

Door grazige weiden. Op de achtergrond ontwaar ik nu een ooievaar,. In totaal heb ik her en der een 15 à 20 stuks gezien, meest in plukjes van 4 of 5:

De nieuwe trein van Arriva:.

Heideplukkers
Geplaatst op: 14 augustus 2020 Hoort bij: Drenthe vrogger 2 reacties
Ze waren gebelgd, de markegenoten van Pesse. In hun gemeenschappelijke buitengebied hadden ze “gehele troupen heijdeplukkers uit ’t Hogeveen” aangetroffen. En pogingen om die lui daar weg te krijgen, werden beantwoord “met gewelt”. Maar gelukkig voor de Pessenaren waren de lijntjes kort in deze regio. De hoogste uitvoerende macht van Drenthe, “den Heere Drost van Echten tot Echten”, resideerde immers op het Huis te Echten. Op de klacht van de Pessenaren, dat ze “in het vrije gebruick van haar eigen heijdevelt werden geturbeert”, gaf deze baas enkele bevelschriften af die er vast niet om logen. Toch hielpen ze niet: de Hoogeveense heideplukkers bleven gewoon hun gang gaan in het Pesser veld. En dus verzochten de Pessenaren in maart 1710 de Landdag, de hoogste wetgevende macht van Drenthe om, ter handhaving van hun recht, afdoende maatregelen te treffen tegen de heideplukkers. Ridderschap en Eigenerfden spraken bij die gelegenheid ook uit,
“dat die gene welke in andere velden, daar niet geregtigt zijn, heijde komen te plukken, gelijk ook de sodanige welke willens en wetens sulke heijde ankopen, na merites sullen worden gecorrigeert”.
Of er inderdaad Hoogeveense heideplukkers en hun ‘helers’ tegen de lamp liepen, moet ik nog eens nakijken in de protocollen van de Etstoel, de hoogste rechterlijke macht van Drenthe. Feit is, dat de klacht in politieke zin verstomde – de eerste tien jaar erna werd er in de Landdag niets meer over vernomen.
Wie op de beroepsaanduiding ‘heideplukker’ gaat zoeken, vindt niet echt veel, maar voornamelijk Drentse verwijzingen. Bijvoorbeeld dit bericht uit Ooststellingwerf, februari 1871:
“Op de heidevelden in deze gemeente zijn dagelijks een groot getal manspersonen bezig, om heide te plukken. Het is inderdaad een lust om te zien, hoe vlug velen een bos heide weten te plakken en samen te binden. Deze bossen verkoopen zij aan personen, die in heide handel drijven. Vooral te Smilde wordt veel heide opgekocht, die in het voorjaar naar de steden wordt verzonden, om daarvan bezems, handschrobbers enz. te vervaardigen. Een heideplukker kan, als er geen sneeuw ligt, daags met dat werk p.m. 40 à 50 cts. verdienen.“
Uit de verbazing over de handvaardigheid laat zich aflezen, dat het ‘ambacht’ heideplukker even over de Friese grens vanouds wat minder bekend was. De handelaren die de geplukte heide inkochten woonden ook niet in Ooststellingwerf, maar in Smilde. Met de vervening zal de heide daar verdwenen zijn, zodat men zijn toevlucht over de grens ging zoeken.
Het loon voor een dag heideplukken – 8 à10 stuivers – lijkt voor die tijd niet zo heel hoog, maar het ging kennelijk om winterwerk, terwijl ’s winters gewoonlijk weinig werk voorhanden was – de lonen lagen dan ook lager. Voor mensen in de marge van de samenleving ging het sowieso om aantrekkelijke verdiensten.
Bronnen:
- Drents Archief, Toegang 1 (Oude Staten Archieven) inv.nr. 6.9, handelingen Landdag maart 1710 art. 40.
- Leeuwarder Courant 24 februari 1871.
Fotocursus
Geplaatst op: 10 augustus 2020 Hoort bij: Stad nu 1 reactie
(Asingastraat, nabij de Bedumerweg.)
Retour Ezinge
Geplaatst op: 9 augustus 2020 Hoort bij: Westerkwartier 6 reactiesVanmorgen om een uur of half tien: mamelluswolken, als ik het wel heb:

Het was ook heiig en het werd wat benauwd. Later stak er een lekker briesje uit het noordoosten op. Maar dat duurde ook weer niet zo lang, helaas. Gezicht op de Gaaikemadijk:

Steentil:

Bij de ree van Harkema’s kerkje, achter Aduard:

Museum Wierdenland, collectie van de oprichter:

Ik kwam er om foto’s voor Stad & Lande te maken van de tentoonstelling over Het Oude Riet. Oaltoek (of oalgeer of elger) – hiermee ving men paling:

Weefsel op een primitief weefgetouw:

De molen van Feerwerd:

Drie kraaien – waar zijn de dode ridder en de jonkvrouw?

Bij de brug van Garnwerd – de sleepboot Willem uit Zoutkamp, die je kunt huren als bed-and-breakfast:

Onderonsje op de Reitdiepdijk bij Wetsingerzijl:

Het hele dameskransje:

Aandachtig luisterende en begripvolle mevrouw:

Grazige weiden, de kant van Adorp op:

Einstein op Zernike:

Een wijze uil pakt altijd de fiets:


Recente reacties