Bij de Van Hallbrug
Geplaatst op: 29 april 2020 Hoort bij: Stad nu 1 reactieBij de Van Hallbrug over het Noordwillemskanaal ter hoogte van de spoorbrug lag een zooitje oud ijzer. Blijkbaar was de gemeente er aan het dreggen geweest, nu het pad tijdelijk gestremd was. De buit bestond allereerst uit liefdeloos in de plomp gekwakte fietsen. Bovendien kwam er een klein assortiment winkelwagens uit de plomp:

Er is maar één supermarkt in de buurt, de Coop aan de Paterswoldseweg, slechts een kleine 220 meter hier vandaan. Een loopje van niets dus en toch vonden de karretjesleners dat al te veel moeite. NB: die karretjes kosten iets van 150 euro per stuk (prijspeil van jaren geleden). Omwille van de eigen gemakzucht waren de leners bereid een ander een redelijk grote schade te berokkenen. Heb wel zo’n idee waar ze vandaan kwamen, want zoveel bewoning is er niet in de omgeving van het Emmaviaduct. Als ik de eigenaar van de supermarkt was, zou ik daar eens een briefje op prikborden verspreiden.
De onderstaande voorwerpen kon ik niet identificeren. Hebben ze misschien met de scheepvaart te maken?

Bij de gebroeders Soer dansten de kippen op tafel
Geplaatst op: 28 april 2020 Hoort bij: Drenthe vrogger, Familie 8 reacties
Foto: Johan Witteveen.
Meermalen hoorde ik mijn moeder over een krantenstuk, dat twee bejaarde broers uit de omgeving van Havelte portretteerde. In welke krant het gestaan had, wist ze niet meer, maar ze had er de grootste lol om. De titel herinnerde ze zich als: “Bij de gebroeders Soer dansen de kippen op tafel”.
Checks met deze termen in de verschillende krantendatabases brachten het stuk echter niet tevoorschijn. Het stond in elk geval niet in de Telegraaf, het Nieuwblad van het Noorden, of de Leeuwarder dan wel de Meppeler Courant. Ook ontbrak in die kranten elke verwijzing naar het stuk. Eigenlijk had ik de moed al opgegeven het ooit te vinden, tot vorige week het Algemeen Dagblad bij Delpher online kwam, een krant waarop, zoals ik me naderhand realiseerde, mijn ouders in de jaren 70 geabonneerd waren. Het was vrijwel meteen raak: het AD van 26 maart 1977 bevat het stuk waar m’n moe zo’n plezier om had.
Het heeft een iets andere titel dan ze weergaf: “Bij de broers Soer danst de haan op tafel”. Het betreft een soort van korte sfeerreportage van een duidelijk literair bevlogen, maar anonieme verslaggever, die op visite is gegaan bij de monumentale, half ingestorte ’beestenboerderij’ van de gebroeders Marinus en Roelof Soer, respectievelijk 71 en 68 jaar oud.
Juist op dat moment dansen een haan en een kippetje op de tamelijk morsige tafel. Op die tafel liggen – o jakkie – ook al wat poepjes. Gestaag dwarrelen er veertjes naar beneden. Naast haan en kippen hebben de broers namelijk parkieten en duiven, binnen en buiten in kooitjes aan de muur. Bovendien lopen er nog ganzen rond op het erf dat een superbe zooi is, met een keur aan oud roest en een batterij wrakkige konijnenhokken.
Een paar jaar na dit stuk verschenen de broers nog in Showroom, een TV-programma over paradijsvogels van diverse pluimage dat vooral aandacht besteedde aan de deplorabele staat van de boerderij, naast het auto-ongeluk van de oudste broer en diens naïeve schilderijtjes, veelal portretten van TV-figuren.

Foto: Johan Witteveen.
Rondje Eelde
Geplaatst op: 27 april 2020 Hoort bij: Uncategorized 8 reactiesOp het stuk Onlanden dat vroeger de Peizermaden heette, staat opeens een heilige van cortenstaal in een vierschaar van palen met schrikdraad. Nul informatie erbij:

Het laatste eindje Helmerdijk bij de boerderij van Natuurmonumenten:

Ontluikend beukeblad met op de achtergrond de schuur bij die boerderij:

Mandelandenweg:

Legroweg – voormalig tolhuisje (?) in de beschutting van monumentale eiken:

Polder Lappenvoort:

Bij het begin van de Hoornsedijk graasde dit gemaskerde paard:

Hoornsedijk vanaf de Rollematen:

Een eindje verder een eend en haar jongen, onaangedaan door de passanten siësta houdend pas naast weg:

De pulletjes waren verdeeld in twee kluitjes. Dit is het ene:

En dit het andere:

Tulpen op de wal bij de Bolle Domus:

Hoe de schroom voor Jefta week
Geplaatst op: 27 april 2020 Hoort bij: Geschiedenis, Taal Een reactie plaatsen
Ik hoorde een verhaal over een jongetje dat Jephta of Jefta heet.
Jephta, Jefta – iets zei me dat er wat met die naam was. Iets bijbels. Daarom op naar de Wikipedia. Ah juist, een van de Richteren:
“Jefta was een buitenechtelijke zoon van Gilead en een naamloze prostituee.”
Vandaar ook, dat die naam zelden voorkwam. In Alle Groningers, met in principe alle doop- en geboorteakten vanaf de zeventiende eeuw tot 1920, is die naam slechts één enkele keer genoteerd en wel in de ph-variant. Eind 1679 lieten Harmen Geerts en zijn vrouw Geesjen, die bij de Herepoort woonden, hun zoon Jephta dopen in de Groninger Martinikerk.
De gegevens van de laatste 140 jaar staan op de Voornamenbank van het Meertensinstituut (zie grafiek boven). Jephta levert daar te weinig gevallen op voor een grafiek, maar tot medio jaren 50 werd de naam Jefta nooit vergeven! Vanaf de jaren 60 kwakkelt het wat op laag niveau, en sinds 2004 lijkt de naam in de mode te komen.
Dat de naam voor 1954 niet vergeven werd, moet haast wel samenhangen met de bijbelvastheid van mensen. Geen mens dat zich (min of meer) christelijk (of joods) noemde, wilde dat zijn kind geassocieerd werd met een hoerenzoon en bastaard uit de Schrift.
Sindsdien schreden ontkerkelijking, ontkerksing en ontkerstening voort en week de schroom voor de vernoeming Jefta. Men vindt het gewoon een mooie naam, zonder zich te bekreunen om de achtergrond.
Naschrift 27.4
Kreeg een mailtje dat de schroom voor het gebruik van de naam Jefta te maken heeft met Jefta’s bereidheid zijn dochter te offeren aan God, als Jefta een veldslag zou winnen. Dat zal best ook zo zijn, maar de mailschrijver onderschat volgens mij de rol van eer in vroeger tijden.
Maar ook als we de amendering accepteren, tast dat de stelling niet wezenlijk aan. Hoe dan ook bestond er schroom tegen de naam, en die schroom is sinds de jaren 50 geweken voor een esthetische waardering, die er niet zou zijn geweest als men het bijbelverhaal nog goed kende. Overigens zou het interessant zijn de verschillende bijbelse namen eens te bekijken op hun werdegang in de periode 1650-1920.
Rondje Faan
Geplaatst op: 26 april 2020 Hoort bij: Uncategorized 3 reactiesRaapzaad galore, bij de opgang naar de Onlanden vanaf de Langmadijk:

Het was er vrij druk met fietsers, zelfs vergeleken bij een gewone zondag. Een bejaard echtpaar dat me op een halve meter afstand inhaalde, vindt me vast niet leuk.
Koe tegen dijk Peizerdiep:

Nog nooit zoveel vissers gezien bij het stukje Peizerdiep ten noorden van Eiteweert:

Ook de talud bij de afrit van de A7 bij Matsloot staat vol raapzaad:

Parallel aan de A7 bij Hogema:

Onderaan het viaduct bij Lettelbert allemaal daslook:

En wat andere bloemen:

Aan de andere kant van de A7 liggen er al dikke kussens waternavel in de sloot. Dat is vroeg, door de zachte winter. Het lijkt of er een beest doorheen gebanjerd is, ik vermoed een reiger, omdat die vis vanonder het bladerdek kan wegvangen:

Het hoekje naar de Pasop:

Niekerk, huis beschaduwd door bloeiende kastanje:

Op ’t Faan kwam een verzameling ouwe tractoren tevoorschijn:

Bij thuiskomst bleef dit waterhoen pal op haar plek aan de slootwal staan. Ze trok zich niets aan van mijn gefotografeer. Waarschijnlijk heeft ze een nest met eieren onderaan de wal:

Akelige kroegen in Beerta
Geplaatst op: 25 april 2020 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieSedert eenige jaren, na de verdubbeling van de belasting op het gedestilleerd , zijn te Beerta in Groningen vele kroegjes ontstaan, waar liet dienstbaar volk zich bijna iederen avond het vermaak verschaft zich voor een dubbeltje dronken te drinken en later bij den weg de rustige burgers op een concert te vergasten, als deze liever slapen dan het ellendig geschreeuw, dat bijna altyd met rusie vergezeld gaat, te hooren.
Nu vraagt men misschien, waarom het wordt toegelaten, dat daar na 10 uur wordt getapt ? Wel – is het antwoord – eenvoudig omdat deze kroeghouders geen patent hebben. Daardoor heeft de politie – al is zij nog zoozeer overtuigd dat daar voor geld wordt getapt – in die huizen geen toegang en moet het dus maar rustig aanzien, dat daar de paria der maatschappij zich ontwikkelt, zoowel in mannen als vrouwen.
Eene dezer kroeghoudsters is reeds door den invloed der actieve ambtenaren onder het regt van patent gekomen, terwijl op den gang der anderen wordt gelet. Eergister werd nog eene vrouw van die soort bekeurd. De rijksambtenaren, bijgestaan door den veldwachter, deden onderzoek in het kamertje van de wed. Lameijer, en, niettegenstaande zij den spiritus nog in tegenwoordigheid der commiezen poogde weg te maken, werd zij toch bekeurd, terwijl de ambtenaren de satisfactie hadden eenige kannen voorloop van brandewijn aan het kantoor van den ontvanger te kunnen bezorgen, waarmede tevens, naar men hoopt, één van die akelige kroegen zal worden opgeruimd.
Bron: Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage 6 januari 1870.
Commentaar
In principe mocht de politie alleen neringdoenden met een patent controleren. Dat patent was een soort vergunning voor het mogen uitoefenen van een nering, waarvoor de overheid van de ambachtsman of winkelier een som gelds beurde. De besproken kroegjes te Beerta waren geen officiële nering en dus had de politie er niets te zoeken.
Terwijl er van alles aan de hand was. Dat het hier om smokkelkroegen ging, stille knijpen of knippen, vaak gedreven door vrouwen, blijkt allereerst uit het gelegde verband tussen hun ontstaan en de verhoging van de belasting op sterke drank. Net als later Al Capone waren de kroeghoud(st)ers alleen te pakken door de belastingdienst. Die betrapte de weduwe Lameijer op heterdaad met spiritus en kannen voorloop of foezel, typisch smokkelwaar.
Tot ver na de gewone sluitingstijd van 10 uur ’s avonds zaten dienstboden en arbeiders in zulke kroegjes. De krant noemde ze “paria der maatschappij”. Op weg naar huis hielden ze de brave burgerij uit de slaap met hun gezang.
Ommetje Den Horn
Geplaatst op: 24 april 2020 Hoort bij: Hoogkerk, Westerkwartier 4 reactiesBangeweer – gelieve hier kikkergekwaak bij te horen:

Groeten uit Leegkerk:

Blaarkoppen, rood en zwart – deze week voor het eerst naar buiten:

In de berm bij de Nieuwbrug:

Bloesem, ook daar:

Weersterweg:

Weersterweg:

Opruiming bij spoorverdubbeling Den Horn:

Lagemeeden:

De laan is geel, het land is groen, nog steeds Lagemeeden:

In de berm bij de Zuidwending:

Kastanjeknoppen bij de Zuidwending:

Een paar kwamen al uit:

Paardebloem:

Hondsdraf?:

In dierenweide Minerva waren er drie hangbuikzwijntjes aan het wroeten en grazen:

Hersensurrogaat
Geplaatst op: 23 april 2020 Hoort bij: De actuele wereld, Hoogkerk 9 reactiesBij het doen van boodschappen herinnerde ik me opeens weer het gevalletje van afgelopen maandagochtend, ook in de supermarkt.
Het was er bepaald niet druk, er stond maar één enkele andere fiets in de rijwielstanders tegen de gevel. Wel was er binnen een heel regiment vakkenvullers bij de schappen aan het werk. Goed, ik pak mijn dingen en omzeil de vakkenvullers, door steeds een andere gang te nemen dan die waarin zij aan het werk zijn. Bij de kassa gekomen zie ik de eigenaar van de andere fiets, een man van in de zestig, afrekenen.
Ik leg mijn spullen op de band en de kassajuffrouw piept ze af. Als het mijn beurt is om te betalen, zie ik dat mijn voorganger nog steeds bij de eindband staat en heel secuur zijn kassabonnetje nakijkt. Zijn boodschappen raakt hij niet aan en liggen nog steeds maximaal uitgespreid over de eindband. Als ik op de gewone plek, rechts van de kassa, het kassabonnetje in ontvangst zou nemen, zou ik in zijn cirkel komen. Dus ik grap tegen de kassajuffrouw dat dat nog wel een jaar gaat duren en gebaar tegen haar dat ik die kassabon graag links van de kassa ontvang.
Goed, ze legt het bonnetje daar glimlachend neer en ik pak het eveneens glimlachend op om het in mijn jaszak te stoppen. Mijn spullen liggen intussen voortdurend op de eindband vlak naast die van de man. Ik moet om hem heen, maar kan dat niet in de vrij krap bemeten ruimte tussen de eindband en het neerhangende anticorona gordijn van doorzichtig plastic, tenminste niet als ik niet in zijn anderhalvemetercirkel wil komen. Dus ik wacht en kijk het nog even aan.
Achter me ontstaat op dat moment een kleine file. De man voor me echter, doet of hij niets in de gaten heeft en kijkt bedragje voor bedragje op het bonnetje na, tergend langzaam, met zijn vinger langs de bedragen. Zijn spullen liggen intussen nog steeds maximaal uitgespreid op die eindband, naast die van mij.
Eindelijk verlies ik mijn geduld en ga er zo wijd mogelijk om hem heen, waarbij ik mopper dat het coronatijd is, dat er mensen op hem staan te wachten en dat hij best wel wat meer haast mag maken. Op dat moment gaat hij net bezig met het uitvouwen van een uiterst zorgvuldig opgevouwen tweedehands plastic tas voor het eindelijk maar dan toch opbergen van zijn boodschappen. “Sorry”, zegt hij, “ik kan niet sneller”. Dat is baarlijke nonsens, want hij had dat bonnetje ook wel op een andere plek in de winkel of thuis kunnen narekenen, en hoefde dat niet perse bij de kassa te doen waar anderen met smart op hem staan te wachten. Het gemier bij een kassa om een eventueel teveel betaald dubbeltje vind ik überhaupt al niet zo sympathiek als anderen daarop moeten wachten. Maar ik slik mijn antwoord in en prop mijn boodschappen als de wiedeweerga in mijn tas om van hem af te zijn.
Sommige mensen, zo is mijn conclusie als ik mijn fiets van het slot afhaal, hebben na een dikke maand ‘intelligent lockdown’ nog steeds niet door wat er rondwaart in de wereld waarin we nu leven. Zich aanpassen – ho maar.
Vooruit, ik zal me van mijn beste kant laten zien. Zultkoppen zal ik ze heus niet meer noemen, maar er zit wel hersensurrogaat op de plek waar bij normale mensen een brein zit.
Costa Cascade
Geplaatst op: 22 april 2020 Hoort bij: Stad nu 2 reactiesNieuw strand in Stad ligt er totaal verlaten bij:

Stro voor het huis en toch naar de stembus
Geplaatst op: 22 april 2020 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenDe verzameling leggers van de Winschoter Courant bij de Groninger Archieven begint pas met die van 1873. Toch bestond er al eerder, in 1857, een krant met gelijke titel, waarvan een curieus bericht werd overgenomen door het Residentie-blad dat deze week op Delpher is gezet.
Dat bericht gaat over de gemeenteraadsverkiezing, begin augustus dat jaar, in Finsterwolde. Destijds traden gemeenteraden periodiek voor een gedeelte af, waarna er een verkiezing voor de opengevallen plaatsen kwam. Aan zo’n verkiezing mochten alleen die mannen deelnemen , die een bepaalde minimumsom (census) bijdroegen aan de hoofdelijke omslag. Dat zullen in Finsterwolde vrijwel alle boeren geweest zijn en een bovenlaag van burgerij en middenstand. Bij dit selecte gezelschap waren er zo te zien twee partijen – de (oud)liberalen en de jong-liberalen of radicalen. Welke partij er bovenlag, is niet bekend, maar de verkiezingsstrijd was fel en de oppositie deed er alles aan om haar kandidaten in de raad te krijgen:
o. a. is door haar een zeer bejaarde kiezer, die reeds eenigen tijd bedenkelijk ziek was, naar het gemeentehuis vervoerd en letterlijk naar de stembus gesleept tot verwondering van allen die dit schouwspel zagen, aangezien reeds eenigen tijd voor diens behuizing de weg met stroo was belegd, en men ieder oogenblik zijnen dood tegemoet ziet.
Aardig is dat detail van het stro, dat op de weg was gelegd voor het huis van de doodzieke kiezer. Dat stro temperde het lawaai van de ijzeren wagenwielbanden voor diens huis, zodat de stervende geen last van het geratel ondervond. Desondanks was hij naar de stembus gesleept. Dat gold ook voor een blinde man van 86, al werd die erheen “geleid”. Zoveel moeite deed de oppositie om de verkiezing te winnen, waarmee ze mogelijk een raadsmeerderheid zou krijgen. En toch mislukte de toeleg, want alle drie de zetels gingen naar de afgetreden leden. De oude raad keerde onveranderd terug.
—
Bron: Residente-blad 5 augustus 1857.
Rondje Buikstede
Geplaatst op: 21 april 2020 Hoort bij: Westerkwartier 2 reacties(Zondagmiddag)
In training op Westpoort:

Doorkijkje in Enumatil:

“Hut” bij het Hoendiep zuidzijde, Zuidhorn:

Gaarkeuken:

Buikstederpad, Lutjegast:

Watermolen met schuur tussen het Westerzand en Sebaldeburen:

Daar vlakbij: poldermolen de Eendracht (1997), Sebaldeburen:

Wiekenkruis Eendracht:

Vervallende kroeg, Sebaldeburen:

Windvaan in de vorm van een (wal)vis op de Ichthuskerk te Oldekerk:

Abraham in Oostwold:

Ben je vijftig en word je in een scootmobiel gedacht:

Rondje Oostwold
Geplaatst op: 20 april 2020 Hoort bij: Westerkwartier 11 reactiesDe blakende fruitbomen op Westpoort, een overblijfsel van een boerenboomgaard:

Stookhut bij het Hoendiep:

Voor het eerst valt me op dat hier een waterscheiding ligt: het water voorbij de dam staat vrij wat lager dan aan deze kant:

De zwembadboerderij van Oostwold kreeg een nieuw rieten dak:

Prieeltje, Oostwold – alleen te zien vanaf de Kerkeweg:

Tulpentuintje aan de Kerkeweg:

Hoekje bij de Munnikevaart, Oostwold:

Obsoleet hek bij de Blokhut, Oostwold:

Parallelweg langs de A7 – goed te zien is hoe een naast elkaar fietsend stel ruim de helft van het wegdek inneemt. De weg zal hier een 3,5 à 4 meter breed zijn. Er blijft dan nog genoeg ruimte voor een inhaler of tegenligger over. Op smallere wegen en paden, zoals op de voorgrond, is dat niet zo:

Oostwold weer, onder de A7 door – het hoekje van de paralellweg aan de andere kant bij de Munnikevaart:

Afgedankt schrikdraad bij de boom van hierboven:

Aardig boerderijtje bij de A7, even ten westen van Westpoort:

Onbekend stadsgezicht
Geplaatst op: 19 april 2020 Hoort bij: Stad nu, Stad toen 5 reactiesHet bruggetje bij de Mondriaanstraat moet er al zo’n dertig jaar liggen. Maar ik had het nog nooit gezien, omdat ik nog nooit iets te zoeken had in deze omgeving. Het bruggetje verbindt twee delen van de Nieuwe Schildersbuurt over een zijkanaaltje van het Reitdiep. Ooit lag hier de Donghorn, je zou zeggen de plek waar mest verzameld werd. Al was er elders in de stad nog een Pishörn en daar was nu weer geen opslag van gier:

Hoe dan ook, het is zo in het voorjaar een bekoorlijk plekje, ook al is de nieuwbouw hier finaal karakterloos. Boven alles uit steekt de watertoren bij de Colleniusbrug. Over Pishörn gesproken – het waterreservoir bovenin in die toren werd bij de bevrijding van Groningen met een antitankkanon lekgeschoten door de Canadezen, die zodoende enkele Duitse sluipschutters verdreven. De toren leek toen een poosje op een reusachtig grote broer van Manneke Pis. Met de Duitsers kwam er een miljoen liter water naar buiten.
—
Bron van het verhaal over de watertoren: Christiaan Gevers, ‘Herman Colleniusstraat 72. Een Gronings huis en zijn bewoners in de oortlog’, in Stad & Lande 2020-1, 10-15.
Kibbeling en corona
Geplaatst op: 18 april 2020 Hoort bij: autobio, De actuele wereld 1 reactie
Tevoren had ik al bedacht: ik zou wel een gebakken visje lusten. Maar ik koos voor de kortste route naar het Hoendiep en kwam zodoende niet door Hoogkerk met zijn twee viskramen.
Het plan was eigenlijk om naar Lutjegast te gaan. Bij de Oostwolmerdraai echter, wakkerde de wind in mijn rug zo aan, dat ik bij voorbaat de tegenwind op de terugreis ging vrezen. Dus gooide ik mijn plan om en nam een kortere route: linksaf naar Oostwold. Om daar te belanden bij de Munnikevaart, volgens een bijgeplaatst straatnaambordje “de mooiste straat van Oostwold”.
Terwijl ik richting snelweg fietste, zag ik bij de laatste woning dezelfde viswagen staan die op donderdagen in Hoogkerk rondrijdt. Er stond één wachtende klant bij. Ik parkeerde mijn fiets enkele meters achter hem en hoefde niet lang te wachten. Helaas, de tong was uitverkocht en een lekkerbekje had de visboer ook niet meer. Dan maar kibbeling, iets wat ik normaal nooit neem. “Hier opeten”, zei ik, iets wat ik anders ik nooit doe.
Terwijl de visboer me over zijn counter het bakje kibbeling met saus toeschoof en ik pinde om af te rekenen, kwam er een volgende klant enkele meters schuin achter me staan. Ik trok me terug naar mijn fiets en begon er aan mijn portie kibbeling. Op dat moment arriveerde er nog een man, de bewoner van het huis waarbij de viskar stond. Het bleek een buurman van de eerste klant na mij. Ze knoopten een gesprek aan. Ze hadden elkaar een hele poos niet gezien, zo bleek, en dat kwam doordat de laatst aangekomene in het ziekenhuis had gelegen. Met corona, verklaarde hij. Maar hij was lang niet de ergste patiënt in het ziekenhuis geweest en had er ook niet zo lang gelegen – hij was nu alweer zo’n veertien dagen thuis.
Zodra ik het woord corona hoorde, was ik natuurlijk een en al oor. Maar ik ging me ook wat zorgen maken. De met goed gevolg ontslagen coronalijder stond weliswaar een meter of 3 à 4 van me af, maar de nog steeds aanwakkerende noordoostenwind woei precies vanaf zijn positie mijn richting uit! En de man praatte ook nog aan de harde kant met zijn buurman. Het zou me niet verbazen als er virusdruppeltjes mijn kant op vlogen.
Tegelijkertijd hield ik er rekening mee dat het een grap was. Dat de beide buurmannen mij, de vreemdeling in hun contreien, met hun coronapraatjes op stang probeerden te jagen. In elk geval slaagde ik in het onderdrukken van mijn neiging om te vluchten. Vluchten ging ook moeilijk met een fiets en een open bakje kibbeling plus saus. En dus zette ik mijn meest doodgemoedereerde gezicht op, probeerde me te concentreren op mijn eten èn tegelijkertijd het gesprek te volgen, maar durfde toch ook weer niet hun gezichten op te nemen om te peilen of ze me misschien een streek leverden. Ik heb zelfs nog mijn handen met gel schoongemaakt bij de viswagen, voordat ik er vandoor ging.
Terug in Hoogkerk bezocht ik nog even de supermarkt en ontmoette weer buiten P., een oude kennis van café ’t Gesticht. Hem wat lacherig het verhaal van de Munnikevaart gedaan. P. was verontwaardigd en vond het absoluut niet kunnen van die man in Oostwold. En al helemaal niet als het een grap was.
Weer thuis kijk ik dadelijk na hoe lang corona besmettelijk kan blijven als er ogenschijnlijk geen symptomen meer zijn. Zo’n acht dagen. Pfieuw, ik ben ontsnapt.
Even afkloppen. Mocht me over een dag of wat toch iets mankeren, weet dan waar het vandaan komt.
Eh, is er misschien een notaris in de zaal?
Rondje Leutingewolde, Roderesch, Altena
Geplaatst op: 17 april 2020 Hoort bij: Drenthe, Uncategorized 6 reactiesEr waren, aan de roestige rommel te zien, magneetvissers actief geweest op de brug over het Koningsdiep, Hoogkerk:

Viaduct over de A7 Roderwolderdijk:

Viaduct over de A7, Matsloot:

Gemaal, Matsloot:

Dorpsgezicht Sandebuur-west:

Dorpsgezicht Leutingewolde vanaf de es:

Uitlopend eikenloof, Norgerweg tussen Roden en Roderesch:

Stoffige boel bij Roderesch:

Keuterij bij de Markeweg naar Lieveren:

Bomen bij de Norgerweg, gezien vanaf de Markeweg:

Achtererf bij Altena, de hond bleef lekker pitten:

Slootje bij Peizerwold:


Recente reacties