De kermiszanger Albert Bakker
Geplaatst op: 30 december 2019 Hoort bij: Uncategorized Een reactie plaatsenWie der ouderen onder ons herinnert zich niet den liedjeszanger en orgeldraaier Albert Bakker, die, zooals het heette, getrouwd was met een domineesdochter? Hoe fier stond hij niet voor z’n hoog opgehangen „schilderij”, waarop de inhoud van het lied in helle kleuren stond afgeverfd! Vooral „het vrouwtje van Stavoren” was een succesnummer. Op de „schilderij” zag men de rijke weduwe uit den tijd van koning Radboud, nagenoeg levensgroot en rijkelijk met gouden sieraden behangen. Met een langen aanwijsstok werd, onder het zingen en orgelen door, de omstanders alles duidelijk aangewezen. Soms zweeg Bakkers forsche stem eventjes, eventjes ook maar… de pruim werd vlugjes-behendig van den rechterkant naar den linkerkant geduwd. Was het „Weeuwtje” afgedraaid, dan verandering van doek:
„De bloedige battalje van zeuve meissies om de bakker z’n broek!
Hij was ’n liefhebber van de jonge meisjes,
maar het is hem leelijk opgebroke.
Hij had wel zeuve aan de hand,
Daardoor kwam hij tot groote schand!”Zulke liedjeszangers als Bakker – we bedoelen met aanschouwelijke tafereelen – zijn d’r tegenwoordig niet meer. In den ouden tijd trof men ze veel aan op de kermissen, ja werden ze wel eens geweerd, omdat ze dingen zongen, welke „nijet dienende weren omme bij alle menschen gehoort te worden.”
—
Bron: Nieuwsblad van het Noorden 12 mei 1915.
Liedjeszangers, -venters en -verkopers
Geplaatst op: 29 december 2019 Hoort bij: Geschiedenis, Muziek 3 reacties
Heb met %lied* en %liet* in Alle Groningers gezocht naar liedjeszangers, -venters en-verkopers, beroepsaanduidingen die doorgaans op hetzelfde neerkomen: het zingen van liederen of liedjes op jaarmarkten en langs huizen en boerderijen, in de hoop dat die liederen de toehoorders zo bevallen, dat deze een exemplaar van het gedrukte liedvel of de liedbundel afnemen. In totaal ben ik zo 28 vertegenwoordigers van die beroepsgroep op het spoor gekomen, die ik in bijgaande tabel heb ondergebracht.
In kolom 1 staan het jaar en de maand waarin de burgerlijke standsakte is opgemaakt met de melding van een liedjeszanger etc. Mei springt er qua aantal meldingen uit – blijkbaar is in die maand de beroepsgroep het meest actief. Het betreft de maand met de dienstbodenvakanties en de meikermis in de Stad.
In kolom 2 zie je de aard van de akte. In de grote helft van de gevallen gaat het om geboorteaktes, in de kleine helft om overlijdensaktes, terwijl slechts een enkele akte een huwelijk betreft.
In kolom 3 staan de namen van de liedzangers etc. In 17 gevallen gaat het om mannen, in 11 om vrouwen. Die vrouwen zijn in 8 gevallen ongehuwd, vaak met een kind waarvan de vader onbekend is. De leeftijden van de liedzangers etc. – zie kolom 4 – lopen uiteen van 24 tot 64 jaar.
Interessant is hun woonplaats, in kolom 5. In slechts een minderheid van 12 gevallen ligt die in Groningen, maar hierbij gaat het vooral om de latere meldingen. Vooral het veenkoloniale zuidoosten van de provincie (Stadskanaal, Zuidbroek) springt eruit. Maar meestal wonen de liedzangers elders en zwerven ze rond. Bij de elders gedomicilieerden komt Friesland 5 maal als woonplaats voor (Kollumerzwaag springt eruit), terwijl er 4 uit Holland (en dan met name Amsterdam) en 2 uit Gelderland komen. Van 5 liedzangers etc. zegt de akte dat ze zonder vaste woonplaats zijn – een van deze zwervelingen blijkt geboren in Friesland, een ander in Oost-Friesland.
Tot slot hun verblijfplaatsen: die liggen redelijk verspreid over de provincie Groningen. De nadere adressen, als ze genoemd worden, geven echter te denken. Achter de Muur en de Jonkerstraat zijn in de Stad min of meer achterbuurten, terwijl in het hospitaal, nosocomium of stadsziekenhuis gewoonlijk alleen de zeer armen baren en sterven – anderen willen er dood nog niet gevonden worden Qua platteland duiden plekken als Plaggenburg (een heidenederzetting bij Jipsinghuizen) of “in eene hut zonder nummer” onder Stadskanaal evenmin op een grote welstand. En verder wijzen de verblijfplaatsen buiten de provincie Groningen erop, dat het ook de autochtone liedzangers etc. niet ontbreekt aan zwerflust.
| Jaar akte | Soort akte | Naam | Leeftijd | Beroep | Woont in | Verblijft te |
| 1816-2 | Geb. | Ernst Groeneveld | – | Liedverkoper | Leeuwarden | Groningen, Achter de Wal |
| 1816-11 | Geb. | Jan Leendert Korsse | – | Liedzinger | Franeker | Groningen, Jonkerstraat |
| 1817-3 | Geb. | Israël Mozes Visscher | 24 | Liedjeszanger | Amsterdam | Kleinemeer |
| 1818-10 | Geb. | Jakob Timmer | 45 | Liedboekverkoper | Ingen (Gld.) | Pieterburen
“bij gelegenheid in” |
| 1820-3 | Geb. | Hendrik Everts Meiring | 28 | Liedjesverkoper | Enkhuizen | Oude Pekela |
| 1830-5 | Geb. + Ov. | Bettje Lazarus | 24 | Liedjeszangster | Geen vaste woonplaats | Groningen, hospitaal |
| 1832-2 | Geb. | Johannes Hendriks | 34 | Liedjeszanger | Amsterdam, Roosjestraat | Oude Pekela |
| 1833-1 | Geb. | Elisabeth Oukes van der Zwaag | 40 | Liedjesverkoopster | Kollumerzwaag | Loppersum |
| 1833-6 | Geb. | Salomon Heimans le Grand | 29 | Liedjeszinger | Leeuwarden | Groningen, Prinsenstraat |
| 1834-10 | Ov.* | Isel Meijer | 45 | Liedjeszanger | Elburg | Wildervank, Oosterdiep |
| 1835-7 en 8 | Ov. + Ov. Kind, geb. App. 1834 | Jantje Jans Kuiper | 24 | Liedjeszangster | Geen vaste woonplaats, geb.
Hatzum (O-Fr.) |
Groningen, stadsziekenhuis |
| 1836-4 | Ov. | Hermanus Jacobus van Oosterhout | 43 | Liedjesverkoper | Amsterdam | Garrelsweer |
| 1836-5 | Ov. Kind van 3 mnd | Johannes Peter Hertog en | – | Liedjeszanger | Groningen | Ermelo |
| idem | idem | Elisabeth de Hoijer | – | Liedjeszangeres | Groningen | Ermelo |
| 1837-5 | Ov. (door diakonie) | Doede Bades de Vos | 64 | Liedjesverkoper | Zonder vaste woonplaats (geb. Warga (Fr.) | Eenrum |
| 1838-4 | Ov. (kind) | Elske Oukes van der Swaag | – | Liedjesverkoopster | Kollumerzwaag | Loppersum |
| 1838-5 | Geb. | Jan Idzes Bakker | 24 | Liedjeszanger | Stadskanaal | Plaggenborg, gem. Vlagtwedde |
| 1838-8 | Geb. | Wijtske Wijtses Korveboer | 24 | Liedjeszangster | Geen vaste woonplaats, geb. Drachten | Groningen, Nosocomium academicum |
| 1840-11 | Geb. | Martje Egberts van der Linde | – | Liedjeszangeres | Farmsum | Eenrum |
| 1841-5 | Geb. | Pietertje Korsse-Bakker (vgl 1816) * | – | Liedjeszangeres | Stadskanaal, gem. Onstwedde | Stadskanaal, gem. Onstwedde |
| 1843-3 | Ov. Zelfde kind | Idem +
Tjerk Jans Kosse |
– | Liedjezanger | idem | Idem + “in eene hut zonder nummer” |
| 1844-10 | Ov. | Hendrik ter Burg | 37 | Liedjeszanger | Slochteren | Kampen |
| 1845-5 | Geb. | Maria Dotter | 33 | Liedjeszangster | Zonder vaste woonplaats, geb. Berlicum (NB) | Groningen |
| 1846-5 | Geb. | Helena van Vriezen | – | Liedjeszangster | Groningen | Eenrum |
| 1851-11 | Ov. | Hans Harmens Popstra | 60 | Liedjesventer | Oldekerk | Haulerwijk |
| 1883-6 | Ov. kind | August Wilhelm König | – | Liedjeszanger | Zuidbroek | Zuidbroek |
| idem | idem | Rozina Frederica König- Bosse | – | Liedjeszangeres | Zuidbroek | Zuidbroek |
| 1909-3 | Huw | Roelf Hebels | 49 | Liedjeszanger | Vlagtwedde (geb. Borger, later Wildervank) | Vlagtwedde |
Plaggenburg of Erica – duel om een boerderijnaam
Geplaatst op: 28 december 2019 Hoort bij: Drenthe vrogger, Geschiedenis, Veldnamen 2 reactiesFrederiksoord, 18 Aug. Eenige dagen geleden had in de onmiddelijke nabijheid dezer plaats een even komiek als zeldzaam voorval plaats. Op een gedeelte heideveld van de verscheiden (= verdeelde) marke van Vledder wordt eene kapitale boerderij opgetrokken. Door het grootsch aanzien, dat deze boerderij voorzeker krijgen zal, kwam men op het denkbeeld de behuizinge een naam te geven. Men was het hieromtrent evenwel niet eens, daar de een het den naam van “Plaggenburg” en de ander het den naam van “Erica” wilde geven. Bij het leggen van den eersten steen kwam men op de plaats der timmering tezamen en ziet, op het onverwachts traden twee mannen geharnast tevoorschijn, de een met groote Ietters op het harnas geschreven hebbende den naam van Plaggenburg, de ander integendeel dien van Erica. Toen men het niet eens konde worden, begonnen de beide geharnasten om den naam te duelleren, en, tot groote vreugde der omstanders, moest hij, die den naam van Plaggenburg op zijn schild voerde, het onderspit delven.
Bron: Provinciale Drentsche en Asser Courant 20 augustus 1856.
Commentaar: Waarschijnlijk vond het publiek bij het duel de naam Erica (voor heide) toch wat sjieker dan Plaggenborg. Erica is ook gebleven: nog steeds ligt er op de westkant van Vledder een Hoeve Erica. Destijds, in 1856, verrees de vroegste voorganger daarvan dus op een stuk onontgonnen heideveld dat het gemeenschappelijke bezit was geweest van de boeren in de marke van Vledder, Het ging om een perceel vlakbij de grens van Vledder met de Koloniën van de Maatschappij der Weldadigheid (Frederiksoord).
In Groningerland ligt intussen wèl een Plaggenborg, namelijk tussen Wollinghuizen en Jipsinghuizen in Westerwolde. Afgaande op een gelijknamige familie die er vandaan kwam en wat oude kaarten, dateert dit Plaggenborg uit het derde kwart van de achttiende eeuw. Het hoorde bij Jipsinghuizen, werd gesticht op een ontgonnen stuk heidegrond aan de rand van het grote Bourtangermoor en lag bij een ruime bocht in de weg naar Wollinghuizen.
Wikipedia geeft een volksetymologische verklaring voor de naam van dit Plaggenborg:
deze verwijst naar de plek waar men de plaggen borg. Dus niet alleen het steken van de plaggen maar ook het stapelen (het bergen) om ze te drogen.
In een eerdere versie van het lemma zei Wikipedia nog:
Hoewel het niet meer zo wordt ervaren, is de naam een scheldwoord, verwijzend naar de plaggenhutten die door de bewoners als borgen (kastelen) worden gezien.
Al zou ik liever van een spotnaam dan een scheldwoord spreken, dit sluit mijns inziens wel wat meer aan bij de mislukte vernoeming in Vledder. In beide gevallen gaat het immers om een vestiging op pas ontgonnen heideveld. Mogelijk werd er bij zo’n ontginning geplagd, waarbij de plaggen als onderlaag in een potstal dienden. De met mest en gier verzadigde plaggen werden vervolgens gebruikt voor het bemesten van het ontgonnen land. Mogelijk gaven een of meerdere stapels plaggen dan de (goedmoedige spot)naam in.
Naschrift 19.10.2021
Van nog een derde Plaggenburg is sprake in het proefschrift van Willem de Blécourt, Termen van toverij. De veranderende betekenis van toverij in Noordoost-Nederland tussen de 16de en 20ste eeuw (Nijmegen 1990) 198-199. Deze Plaggenburg lag in de marke van Roswinkel, dus in Drenthe ten zuiden van Ter Apel.
Rondje Eiteweert – Den Horn – Leegkerk
Geplaatst op: 25 december 2019 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk 2 reactiesEen en al oor – paarden bij het Omgelegde Eelderdiep:

Eelderdiep vanaf uitloper Stadspark:

Madijk Peizermade:

Matsloot:

Boerderij op Matsloot:

Gedumpt camouflagenet, Westpoort:

Zuidwendingermolen:

Zwaan:

Zuidwendingermolen:

Druppende zwaan:

Arrivatrein, gistsilo van de suikerfabriek en Hibex:

Zijlvesterweg Leegkerk:

Brillejood
Geplaatst op: 24 december 2019 Hoort bij: autobio, Taal 11 reacties
Naast de kleinste van de klas, was ik op de lagere school geruime tijd ook de enige met een bril. Pas in de zesde of hoogste klas verscheen er zo’n ding op de neus van enige andere leerlingen. Daarentegen droeg ik al een dergelijke gezichtsprothese vanaf mijn tweeëeneenhalfde, toen ik een tijdelijk succesvolle operatie onderging om mijn ene oog recht te zetten.
Op het schoolplein spraken sommige pestkoppen mij wel aan met het scheldwoord “schele”, zo mogelijk gecombineerd met “professor”. Dat laatste was dan nog als eerbetoon op te vatten, maar daarnaast was ‘brillejood’, eventueel ingeleid met ‘schele’ een manier om mij te bejegenen. Wat een brillejood was, wist ik niet – zoveel had je daar niet meer van, na de oorlog – maar het werd minachtend uitgesproken, en dat kwam aan. Zo’n beetje de laatste keer dat ik het mocht horen ben ik pestkop nummer 1, een klasgenoot die een paar koppen groter was dan ik, aangevlogen, kreeg hem onder, en heb ik hem links en rechts om zijn oren gestompt, totdat een onderwijzer me van hem aftrok.
Het gekke is, dat de term brillejood überhaupt nog bestond, begin jaren zestig op een schoolplein in Drenthe. Volgens een zuidelijk krantenbericht uit 1937 was het scheldwoord namelijk toen al “uit den tijd geraakt”:
lemand, die een bril draagt, behoeft niet bang meer te zijn daarom dat hatelijke brillenjood naar zijn hoofd te krijgen.
‘Brillejood’ was oorspronkelijk, in de negentiende eeuw, een populaire beroepsaanduiding voor rondtrekkende, joodse brillenverkopers, waarvan je er ook in Groningerland een stuk of wat had. De minachting kwam natuurlijk niet van het zegenrijke werk dat deze handelsreizigers voor ons gezichtsvermogen deden, maar werd opgewekt door het zwerven en daarmee de lage status en het vreemd zijn van deze kooplui, om over het wijdverspreide antisemitisme maar te zwijgen.
Kennelijk was die cocktail van afkeer toch wat langer blijven hangen in Drenthe, ook al waren er geen joden meer.
Een ‘ingekankerd vooroordeel’ bij de Polen
Geplaatst op: 22 december 2019 Hoort bij: Geschiedenis, Uncategorized 1 reactieHAMBURG den 18 December. Van de Poolsche Grenzen word berigt dat de reeds meermaalen gemelde gevangen zittende Jooden in het Oostenryks aandeel van Poolen, die beschuldigd zyn een Christenkind te hebben omgebragt, niettegenstaande zeeven christen-geneesheeren eenpaarig hebben verklaard dat het bewuste kind eenen natuurlyken dood gestorven zy, het graauw egter aanhoud te eisschen dat de gevangenen door middel van den pynbank tot het bekennen van dien pretensen moord, zouden gedrongen worden. Onaangezien nu de welbereedeneerde Deductie of Verdeedingsschrift der gezaamentlyke Jooden, waarin zy het belagchelyk vooroordeel (alsof de Jooden tot het vieren van hun Pascha Christenbloed noodig hebben) te keer gaan, weet men nog niet wat het uiteinde weezen zal, hoewel men hoopt dat de genoemde Deductie der Jooden eindelyk de oogen der Polakken openen zal, teneinde van dit ingekankerd vooroordeel geneezen te worden.
Bron: Groninger Courant 27 december 1774.
Met het Oostenrijkse deel van Polen wordt bedoeld Galicië, dat even tevoren, namelijk in 1772, door Oostenrijk-Hongarije was veroverd. Een 170 jaar later lagen in deze landstreek vier van de vijf grootste vernietigingskampen van de nazi’s: Auschwitz, Sobibor, Majdanek en Belzec.
Willemens kijk op jonge boeren
Geplaatst op: 20 december 2019 Hoort bij: De actuele wereld, Kunsten 7 reacties
De politiek tekenaar Kees Willemen werkt aan een boek, gebaseerd op vier jaargangen ‘De winkelhaak‘, sinds 2015 zijn dagelijks weblog op Facebook over natuur, landbouw en plattelandsleven. Wie niet op Facebook zit, kan zolang het schrijfproces duurt, dagelijks een verse cartoon van Kees in zijn mailbox ontvangen. Dit is de zending van vandaag.
Twee lentes binnen één jaar
Geplaatst op: 19 december 2019 Hoort bij: Hoogkerk 4 reacties
Met de hoge temperatoren voor deze tijd van het jaar, lopen de dotters langs de Johan van Zwedenlaan weer uit. Die winter is vergangen, zo lijkt het. Althans: ik zie de bloemkens hangen.
Brandpreventie in Midwolda
Geplaatst op: 16 december 2019 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieOp 19 mei 1808 lieten enkele boeren en de molenaar van Midwolda zich aandienen in de Oldambtster drostenborg, waar ze zich kwalificeerden als “directeuren van de brandkasse te Middewolda”. Met die brandkas bedoelden zij de onderlinge brandverzekering die er bijna zes jaar eerder was opgericht. In hun verzoekschrift klaagden ze over dorpsgenoten die geen lid van hun “brandcontract” wilden zijn. Ondanks herhaalde waarschuwingen, gingen deze gewoon door met het
”zeer onverzichtig handelen met hunne haardasch, welke zij dikwijls glooiende op de mesthopen brengen, waardoor als dan lichtelijk, zoo als ook nog onlangs zoo als bekend is, brand kan en is veroorzaakt geworden, waar door dan de rem[onstran]ten brandcontract eenige aanmerkelijke schade niet alleen kan worden toegebragt, maar ook bovendien met hunne medeburgers totaal geruïneerd kunnen worden”
De angst was zeker niet ongegrond. Destijds kwamen er nog grote dorpsbranden voor, zoals in Zuidlaren 1803. De Midwoldigers vroegen de drost om het nemen van “maatregelen ter voorkoming van ongelukken”. Een paar dagen later besloot de drost om een gerechtelijke publicatie tegen de aangekaarte misstand uit te vaardigen. Helaas lijkt deze niet bewaard, al is ook zonder dat wel ongeveer te raden wat er in heeft gestaan.
De brandverzekering diende hier zo als aanjager voor brandpreventie.
Eerstejaarskamertje
Geplaatst op: 12 december 2019 Hoort bij: autobio 10 reacties
Mijn eerstejaarskamer, Coendersweg 20 bij de familie Bisschop, voorjaar 1975.
Op het bureau (V&D) ligt Palmer, een vanuit linkse hoek zwaar bekritiseerd Amerikaans handboek voor nieuwe en nieuwste geschiedenis, dat hier bij een van de laatste hoofdstukken opengeslagen ligt. Verder zie ik Calvocaressi liggen, het feitenrijke handboek voor contemporaine geschiedenis, voor het laatste tentamen dat jaar. Omdat ik gemiddeld zo hoog stond, dat zelfs een 1 me nog niet kon deren, heb ik daar nauwelijks wat voor gedaan. Toch kreeg ik er nog een 7 voor. Dat tentamen werd mondeling afgenomen en Chris Baljé, docent en Statenlid voor de VVD, zaagde me door over zuidelijk Afrika, waarbij ik het Rhodesië van Ian Smith alvast Zimbabwe noemde, zeer tot verbazing van Baljé want die naam stond toch niet in het handboek.
Aan de muur hangt een programma van Studium-Generale, ik meen over arbeiderszelfbestuur. Het stond op de middenpagina’s van de UK, net als de programma’s van filmclub Liga ’68 die destijds vaak ook werden opgehangen in studentenkamers of -wc’s. In de hoek staat de HEMA-wekker op een muziekencyclopedie van Larousse, betrokken bij De Slegte. In en op de HUBO-boxen rechts staan woordenboeken, deeltjes van de Fischer Weltgeschichte over de middeleeuwen en het toen bestaande Arabische rijk, plus wat nummers uit de Fibulareeks, ook voornamelijk over middeleeuwse onderwerpen.
Ik ging geschiedenis studeren voor de middeleeuwen. Naderhand switchte mijn belangstelling naar nieuwe, nieuwste en sociaaleconomische geschiedenis. Maar toen was ik alweer twee keer verhuisd naar adressen zonder hospita. De Bisschops, die in de kamer ernaast sliepen, hadden last van mijn nachtmerries, dat was de push, maar er was ook een pullfactor, want ik wilde er zelf ook graag weg. Eerst kwam ik via Frank van Vree terecht op een zolderkamer aan de Jozef Israëlsstraat, maar daarover een volgende keer.
Martinitoren als tattoo
Geplaatst op: 10 december 2019 Hoort bij: Oosterpoort Een reactie plaatsenHet wapen van Hoogkerk als tattoo is hier al eens aan bod geweest. maar ik wist dat ik ook nog ergens een Martinitoren op een kuit had. Die kwam nu eindelijk weer tevoorschijn – ik bleek hem te hebben gemaakt op het buurtfeest van de Oosterpoort in 2005. Overigens komt de drager oorspronkelijk uit Hoogkerk…

Ommetje Lagemeeden
Geplaatst op: 5 december 2019 Hoort bij: Hoogkerk, Westerkwartier 1 reactieAchterkant suikerfabriek:

Vierverlaten met dampend vloeiveld suikerfabriek op de achtergrond, gezien vanaf Westpoort:

De Poffert bij de Pannekoek: buizerd met ‘ambtsketen’ op zandbult:

Vanaf boerderij Van Zanten, Leegkerk – de nieuwe toren in de verte:

(Foto’s van gister; vandaag was het te mistig en grijs.)










Recente reacties