Ommetje Eiteweert – Den Horn

Het witte stierkalf staat nog steeds in het weiland bij zijn moeder aan de Langmadijk:

Vogelwikke en uitgebloeide distels, Roderwolderdijk:

Moerasspirea (opnieuw met dank aan Hendrika) op oever Peizerdiep:

Zwanenbloem, Matsloot:

Op een stukje grond met bouwmaterialen, Westpoort:

Bevers (waterscouts) op het Hoendiep, op weg naar hun thuishaven bij Lettelbert, nog wel een eindje varen:

Onrustige paarden bij de Weersterweg tussen Den Horn en Leegkerk:

Het hooi rond de picknickplaats bij de Tichelwerkbrug was verbrand:


Onderdoorgang Paterswoldseweg (2)

(Foto’s van eind vorige week.)


Iets loos in Hoogkerk?

Kwam op mijn avondrondje langs het Hoendiep en er haalden me twee politiewagens in. Op de Hoogkerkerbrug stond nog een derde op ze te wachten:

Terwijl er op de hoek van de Kotterstraat een vierde bijkwam uit de tegenovergestelde richting:

Waarvoor deze vrij zware inzet nodig was, bleek niet. Wel lagen bij de spoorwegovergang een aantal markeringsborden omver. Maar verder zag ik geen vervelio’s en was het gewoon rustig in de buurt. Misschien wilde men iemand oppakken?

(De foto’s zijn uit de losse pols vanaf de fiets gemaakt, vandaar de onscherpte.)


Rot op met je echte dit of dat

Gister had ik een vervelende aanvaring op Twitter, vooral doordat ik te snel hapte. Ik sloeg aan op “èchte Noorderlingen” ­­­­­­­– in de ogen van enkele voorstanders van vliegveld Eelde waren alle “echte Noorderlingen” namelijk voor verdere uitbreiding van vliegveld Eelde. Met andere woorden: als je daartegen bent, hoor je er niet bij. Volgens deze lui moeten nog tientallen lijnen van prijsvechters bijkomen. Leve de bulderbaan voor vluchtige passanten naar vakantiebestemmingen, die juist het kalme toerisme van verblijfsrecreanten uit Noord-Drenthe wegjaagt en de boel op den duur onleefbaar maakt.

Het zichzelf als “echte” dit of dat benoemen, is een gratis lintje dat men zichzelf opspeldt, om daarmee een aristocratische status te verkrijgen waarvoor men helemaal niets heeft hoeven doen. Iemand die dat als argument in een maatschappelijke discussie hanteert, is uit op uitsluiting. Alleen de status “echt” geeft zeggenschap, andersdenkende “import” moet zijn bek houden.

Dit speelde al in het dorp waar ik geboren en getogen ben, namelijk Havelte, toen daar vanaf ongeveer 1970 steeds meer mensen van buiten kwamen wonen, vaak mensen uit het maatschappelijk middenveld – artsen, leraren – die ook beter gebekt waren dan de autochtonen. Voor aardrijkskunde wilde ik er op de middelbare school een scriptie over schrijven, maar Jan Datema, de uit Peize afkomstige leraar die zelf “import” in Havelte was, wilde er niet aan. Jammer, want zo’n stuk had ik nu nog wel eens willen lezen.

Het speelde decennialang ook in de Groninger volkswijk de Oosterpoort, waar studenten de plek van de meeste (los) arbeiders en kleine zakenlui hadden ingenomen. Nog in de jaren negentig probeerde een oude middenstandster, mevrouw B., me in een verkeersdiscussie de mond te snoeren met de opmerking dat zij een èchte Oosterpoorter was. Met andere woorden: zij had recht van spreken en ik niet. Terwijl zij nooit ene flikker voor de buurt had gedaan, en ik me als buurtvrijwilliger 30 uur per week de benen uit het lijf liep.

Ook waar ik nu woon, in Hoogkerk, bestaat deze buitensluitende strategie door autochtonen. Als twee mensen met eenzelfde project bezig zijn, dan geeft een club van Hoogkerkers altijd de voorrang aan de persoon die ze vanouds kent, ook al heeft de nieuwkomer een beter verhaal.

Zo langzamerhand wil ik me er niet meer over stil houden. “Echte Hoogkerkers” mogen graag zwijmelen in nostalgie naar hun o zo prachtige gemeente die in 1969 jammerlijk opgeslokt werd door de intens gemene metropool Groningen. Waar je die “echte Hoogkerkers” nooit over hoort is dat Hoogkerk anders met het Westerkwartier zou zijn samengevoegd – of men daarmee beter af zou zijn, is zeer de vraag. Maar dat willen de mensen dus niet zien. Ze volharden liever in hun veel te rooskleurige voorstellingen van een gewaand paradijs, ruim een halve eeuw terug.

Overigens annexeerde Hoogkerk zelf Leegkerk, maar daar hoor je die Hoogkerkers natuurlijk niet over. Geheel ten onrechte staat het plaatsnaambord Hoogkerk helemaal voorbij Gravenborg, halfweg die wijk en de Koperen Jan. Dit bord hoort anderhalf kilometer zuidelijker te staan, bij de brug over het Kliefdiep, de oude kerspelgrens tussen Hoogkerk en Leegkerk. Aan de andere kant van de brug moet een bord Leegkerk komen te staan.


Rondje Gaarkeuken – Oosterzand

Schuin tegenover de Westpoortbrug:

Boerderij de Erfgooier bij Den Horn:

Hoekje parallelsloot Hoendiep nz.:

Amerikaanse windmotor voorbij de Kerkewegsbrug, Hoendiep zz.:

Ik twijfel tussen twee bijschiften: They’re coming to take me away haha of No passaran!

Zuiderweg Zuidhorn:

In een bepaalde hoek van Zuidhorn was ik nog nooit geweest. Laat daar nou net de plek zijn waar de Hankemaborg heeft gestaan – de plattegrond, die is aangegeven met en in het plaveisel, strekt zich uit tot over de straat:

Langs de noordkant van het Van Starkenborghkanaal zijn zo’n 50 populieren gekapt – om en nabij de 40 (dus ca. 80 %) waren op soortgelijke wijze als deze aangetast:

Bij de Swakkenburger molen:

En de molen zelf:

Landschapje met damwanden:

Het leek of er een aalscholver nestelde op deze lantaarnpaal; hij/zij bleef gewoon zitten:

De brug over het Wolddiep bij Gaarkeuken:

In de berm van de Oosterzandsterweg:

Bij het Kolonelsdiepje was de ene kant gehooid en de andere niet:

Buizerd in de verte, Dijkstreek Enumatil:


Paul is dood

Op de genoeglijke reünie van ons jaar hoorde ik vanavond dat Paul van Tongeren onlangs is overleden. Paul was een tijdje politiek-mentaal een soort van oudere broer van enkele jaargenoten en mij, midden jaren 70. Later heb ik hem nog eens geïnterviewd over de actiegroep bij geschiedenis waarvan we beiden deel uitmaakten.

Op de reünie bracht het doodsbericht een milde vorm van schrik teweeg. Niet iedereen wilde het ook geloven. Er zijn landelijk meerdere Pauls van Tongeren bekend. Gelukkig hebben we tegenwoordig Mensenlinq zodat je de rouwberichten kunt opzoeken. Helaas bleek het waar.

Vrienden van Paul tekenden in hun rouwadvertentie een herkenbaar portret:

Sinds dat interview volgde ik hem op afstand zo’n beetje en begreep dat hij niet geheel en al senang vertrok bij de Oxfam-Novib, waarbij hij als voorlichter/woordvoerder werkte. Naderhand werd hij actief voor een Engelstalige club voor dierenwelzijn. In elk geval was het zo iemand waarvan je goeie herinneringen met je meedraagt en die je dus graag nog wel eens zou willen tegenkomen. Dat kan nu dus niet meer.


Oldambtster toertje

Naar Beerta om een exemplaar van de Groninger aardbevingsvlag op te halen bij de ontwerper, tevens uitbater van restaurant Smederij1872. Sinds de beving van Oosterwijtwerd , een poosje geleden, zitten er ook scheuren in zijn pand, en dat terwijl hij het tien jaar geleden volledig restaureerde:

Enkele zaken in het interieur van het restaurant herinneren nog aan de smederij die het ruim een eeuw geweest is, bijvoorbeeld deze zeer verweerde weerhaan:

En een vrijwaringsverklaring van de smid voor het beslaan (met hoefijzers) van paarden (uitgave Smecoma, nadruk verboden):

In de buurt van Finsterwolde:

De grafstenen van mijn betovergrootouders staan er nog mooi bij op het kerkhof van Finsterwolde. Heb dat hoge gras aan de voet van de stenen maar even weggehaald:

Sommige graven in de buurt waren rood van de sedum:

De kerk stond open; dus even binnen geweest:

Stukje grafheraldiek met een boven water klimmende eenhoorn:

Nieuw voor me, dit bord op de hoek van de Hoofdweg en de Goldhoorn in Finsterwolde – de vorm en de figuren lijken jaren 50/60, maar het zal dan recent opgeknapt zijn met belettering van nu:

Altijd mooi, het uitzicht op de Goldhoorn, ook als de tarwe er nog groen is:

Aan de Oostwoldiger kant van de Goldhoorn nodigden Quiren en Charel me uit voor hun “best day ever”:

Toch maar doorgefietst. Gezicht op de brug over het kanaaltje naar de Blauwe Stad tussen Oostwold en Midwolda:

Beetje dichterbij – het gebouw van rode baksteen links is een oude school, nu ook horeca. De Blauwe Stad trekt zo links en rechts toch heel wat toeristische bedrijvigheid aan:

Helaas is een boerderij dichtbij deze plek een poos geleden opgebrand:

Korenbloemen en tarwe in de achtergelegen polder:

In Midwolda aan de Hoethslaan houden ze ook van schaatsen; naar het noorden of het zuiden, het maakt ze niet uit , ze gaan alle kanten op:

Arbeiderswoninkje met dichte luiken aldaar:

De kerk van Midwolda, waar de grote Schortinghuis preekte:

Bij de Ennemaborg was er gehooid:

Dorpsgezicht op de oostkant van Scheemda:


Het Pannekoekheem

De Pannekoek was een boerderij-herberg aan het Hoendiep, aan de Hoogkerker kant van de Zuidwending. Een jaar of 20, 30 geleden is deze gesloopt, en de plaats gaat langzamerhand op in de natuur. Dit weekend heb ik er op een avond even rond zitten kijken

Bij de entree:

Vergeten hek:

De eerste kattestaarten:

Betonnen koepad:

Zuring:

Verdrogende grond:

Dood mos in een streep avondzon:

En over alles heen de geur van kamille:


Kabelhaspel

Mijn grootvader had als aannemer van kabelwerken een jeep met een bak erachter, waarin een kleine kraan met zo’n kabelspoel paste. Sindsdien hebben die spoelen altijd mijn warme belangstelling. Aan de Roderwolderdijk staat al een poosje dit oranje exemplaar, met een paar andere. Gek genoeg zit er nog geen leus op voor de voetbalvrouwen:


Noord-Drents rondje

Noord-Drenthe is de leefbaarste regio van Nederland, naar het schijnt. Daar moest ik dus maar weer eens heen.

Slenk in de Onlanden:

Onder de brug aan de ene kant:

Aan de andere:

Ik dacht dat het een distelvlinder was, maar Hendrika zei dat het ging om een atalanta:

Graasfront van rode blaarkoppen bij de Waalborg:

Hoekje met koren achter Foxwolde:

Nog niet rijp maar groen:

Vlakbij Roden – eerst dacht ik dat het een waarschuwing tegen eikenprocessierupsen was:

Er zwommen twee meisjes in het Lieverderdiepje – boven was het water warm, onder  was het nog koud, zeiden ze:

Verderop was een boer aan het zwelen:

Voorbij Lieveren – dit als zebra verklede paard krijgt het de komende dagen erg warm:

Deze alpaca in de buurt van Nieuw-Roden was juist van zijn jas verlost:


Eind van de lente

Op het bankje bij de eerste Onlander brug vanaf het gehucht Peizermade – wat voor vogel zingt daar?


Spoortunnel Paterswoldseweg

– schiet al lekker op:


Rondje Ezinge

Dorstige koe aan de Zijlvesterweg bij Dorkwerd:

Bij de Platvoetsbrug – waakzame scholekster:

Op de Wierumerschouw staat tegenwoordig ’s zondags een busje waarin twee dames yoghurtijs verkopen. Het smaakte best:

Er een beetje rondgelopen met dat ijs. Op de diepswal stond dit voor mij nieuwe bordje. Het verwijst naar een website over oorlogsslachtoffers in het Westerkwartier:

Swaalfke bij het dijkpad naar Hekkum:

Dijkpad voorbij de Wetsingersluis:

Idem, er naderde een bui:

Deze kwam los bij het Feerwerder kerkhof, waar ik schuilde onder een boom:

Gezicht op dezelfde bomenrij vanaf het Lucaspad naar Ezinge:

Altijd mooi – volle zon met een afdrijvende bui:

Bij de begraafplaats van Ezinge wemelde het van havikskruid:

De tuin van mijn achterneef Johannes:


Rondje Hoornsedijk (nu met klassieke auto’s)

Minibieb aan het Hoornsediep:

Het huisje staat er nog steeds:

Bij Hemmerwolde deze Peugeot, naar het schijnt een 204, die een voorproefje bleek te zijn:

Bij de Meerweg, Paterswolde:

Klein Afghanistan op de oever van het Omgelegde Eelderdiep:

Deelnemers aan een rally voor klassieke automobielen pleisterden bij Van der Valk, tegenover Transferium Hoogkerk. Op het parkeerterrein stonden zo’n 50 oldtimers, onder andere dit doppie van Fiat:

Een Rolls Royce onder de plakplaatjes:v

Met de Spirit of Ecstacy voorop:


Onlander rondje

Ook aan de Bruilweering is er iemand voor het eindexamen geslaagd. In plaats van de vlag hangt er een pop – teken dat zij/hij volwassen geworden is?

Selfie vanaf de brug over de Matsloot:

In het water ontstonden zonder spugen of regen allerlei ‘spontane’ kringetjes:

Zwientjessiësta, Roderwolde:

In de berm van de Hooiweg veel havikskruid:

Kamille-explosie, Roderwolderdijk:

Opeens op verschillende plekken vingerhoedkruid, zowel de lila variant –

Als de witte: