Olde Reithok
Geplaatst op: 2 april 2019 Hoort bij: Stad toen 2 reacties
Collectie Groninger Archieven 917-10302-1.
Liep bij de Beeldbank Groningen tegen dit plaatje aan, dat ik niet kende. Volgens het bijschrift betreft het een aquarelletje uit de eerste helft van de negentiende eeuw in het familiearchief De Marees van Swinderen. Op de Beeldbankpagina wordt de voorstelling omschreven als:
Stadsgezicht nabij de wallen. Op de achtergrond een molen in een dwinger (?). Rechts enige huisjes vermoedelijk tegen de stadswal gebouwd.
Inderdaad doet het plaatje wat romantisch aan, de datering zit dus wel goed., al is ze wat ruim. Vanwege het molentype en de locatie deed het plaatje mij meteen denken aan het (Oude of Olde) Reithok, ook wel de (Oude) Reithoksmolen genoemd, een korenmolen in de Kruis(straat)dwinger. Deze heeft bestaan van 1636 tot 1832 toen hij is afgebrand. De huidige locatie is Noorderplantsoen in het verlengde van de Grote Kruisstraat). Mogelijk was het verste huisje rechts de ‘sarrieshut’, waar de chercher woonde. Deze kleinste aller belastingcontroleurs zag toe op de betaling van het gemaal, een belasting op gemalen graan.
Ten tijde van het eerste kadaster, ca. 1830, stonden er nog vijf korenmolens op de Groninger wallen, qua uiterlijk meest lijkend op de molens zoals we die nu nog kennen. Het Oude Reithok was een uitzondering.
—
Bronnen: Voor de ‘huisnaam’ en de locatie zie het Groninger huisnamenbestand van Duco Kuiken: Groninger Archieven Toegang 1700 inv.nr. 5. Zie verder Kor Feringa’s register van Groninger straatnamen op Wikipedia.
Törf in Fransum
Geplaatst op: 31 maart 2019 Hoort bij: Muziek 1 reactieTörf speelde gisteravond een nieuw programma, ‘Gries Laand’, ‘in het kerkje van Fransum bij Aduard. Helaas gebeurde dat voor een veel te klein publiek. Een van hun topnummers:
Het kerkje van Fransum hield zich bij aankomst mooi aan de titel van het programma door boven de dook uit te komen:

Van links naar rechts: Marius Greiner (viool; componist en arrangeur van veel nummers), Geert Ridderbos (accordeon), Flip Rodenburg (doedelzak), Henk Scholte (stem), Jos Kwakman (gitaar), Eddy de Jonge (basgitaar):

Flip en Henk:

Op zaterdagavond 6 april speelt Törf in Galerie De Groninger Kroon achter Finsterwolde. Meer informatie.
Veenkoloniaal toertje
Geplaatst op: 29 maart 2019 Hoort bij: Drenthe, Ommelanden 21 reactiesTransformatorhuis op de Kalkwijk, ten zuiden van Hoogezand:

Metaaldetectorist in het veld – in de zeventiende eeuw ging er vrij veel stadsdrek naar deze streek, en er kwam wel eens iets van metaal mee: muntjes, knopen, etc.:

Kiel-Windeweer:

Kiel – bovenlicht met paard:

Klap, Kiel:

De Amshoff:

Wegje achter de Amshoff:

Op de dakruiter staat een windvaan met het wapen van de stad Groningen:

Veenboerderij, nog steeds Kiel-Windeweer:

Schuur werd door afbraak afdak; vraag me af of er geen asbest in die bult zit:

Kielsterdiep:

Annerveenschekanaaal:

Op de kop van dat kanaal staat het Grevylinkhuis (1785):

Het werd volgens de gevelsteen in zestien dagen gebouwd:

Begraafplaats Annerveen, midden in het veld:

Veenboerderij Annerveen:

Jugendstil-dampaal, Oud-Annerveen of Zuidlaarderveen:

Dorpsstraat:

Met kalk bemest land, Zuidlaarderveen:

De vier Heemskinderen zijn er nog of weer, Zuidlaren:

Achter de kerk van Zuidlaren:

Bij Noordlaren in de Oostpolder weinig weidevogels. Toch nog een kievit gezien:

Raar waterplantje in sloot bij De Punt:

Een exoot? Iemand die de naam weet?

Bij de Punt reed ik mijn achterband lek door een scherpe steen op het pad. Band was meteen leeg. Ik besloot verder naar huis te lopen, maar het was een tijdje geleden dat ik op die manier ruim 13 kilometer heb afgelegd. Nu dus behoorlijk stijf in de benen en met beste blaren op de voeten.
Oud-NSB’er trapte mij letterlijk de klas uit
Geplaatst op: 28 maart 2019 Hoort bij: autobio 7 reacties
Bonting bij zijn afscheid (1981).
Het moet in 2 gym geweest zijn, want in de brugklas was ik nog een gezeglijk jochie dat flink zijn best deed en braaf zijn huiswerk maakte. In de tweede lag mijn moeder, thuis de drijvende kracht, een maand of wat in Beatrixoord terwijl ik danig begon te puberen. Daar hoorde klieren op school bij. Propjes schieten met een dik elastiek, een stuitbal keihard tegen het bord aan laten knallen terwijl de lerares net de blatyfus uitlegde, dat soort dingen. Mijn cijfers kelderden met elk rapport en aan het eind van het schooljaar bleef ik met glans zitten, waarbij ik van 2 gym oude stijl afdaalde naar 2 atheneum krachtens de Mammoetwet, naderhand overigens zeer tot mijn zin.
Goed, het gebeurde dus in 2 gym, schooljaar 1968-1969. Ik weet absoluut niet meer wat ik uitvrat, maar het zal niet veel goeds geweest zijn en Bonting, onze geschiedenisleraar, keek derhalve niet bepaald blij – hij stuurde me de klas uit. Ik stond demonstratief langzaam op, slenterde zo mogelijk nog langzamer langs het podiumpje met Bontings tafel voorin de klas, en begon een actuele hit te fluiten. Terwijl ik op deze wijze de deur uitliep, hoorde ik achter me gedruis. Ik keek om, zag nog net een stoel van het podium afkukelen terwijl de ziedende Bonting op me afstiefelde. Hij gaf me een enorme trap onder mijn hol. Op deze wijze ben ik dus letterlijk de klas uitgetrapt.
Het moet een fraaie scène zijn geweest. Tegenwoordig zouden ze zoiets filmen en op internet zetten, maar destijds kraaide er geen haan naar. De rector zal me wel aan het naschoolse pleinvegen hebben gezet, ik weet het waarachtig niet meer. Thuis zijn er in elk geval geen woorden aan vuil gemaakt – ik denk niet dat mijn ouders het te horen kregen.
Deze episode met Bonting popte vanochtend uit mijn geheugen op, toen we het tijdens de pauze in de kantine hadden over het linkse lerarenmeldpunt, dat de Baudettenbrigade in het leven wil roepen. Mijn collega zat op dezelfde school als ik – de RSG aan het Zuideinde in Meppel – en we namen onze leraren door op politieke standpunten. Hij vroeg of ik wist dat Bonting in de oorlog advocaat was geweest, en na de bevrijding van het tableau was afgevoerd wegens NSB-lidmaatschap. Nee, dat wist ik helemaal niet. Waarna ik het op mij toegepaste standrecht releveerde. Ben ik daar warempel door een NSB-er de klas uitgetrapt. Nog blij dat ik het kan navertellen!
Bonting NSB-er – ik kon het haast niet geloven. En nam me voor dit eens haarfijn uit te gaan zoeken. Hetgeen een middagje werk kostte, maar dan heb je ook wat.
Martinus Bonting, zo heette hij aanvankelijk voluit, was in 1916 geboren als zoon van een gelijknamige kantoorbediende te Amsterdam. In 1934 haalde hij het gymnasiumdiploma in Haarlem, en in 1937 legde hij met succes zijn kandidaats- en in 1942 zijn doctoraalexamen geschiedenis af in Amsterdam. Van een rechtenstudie was toen dus geen sprake, laat staan van een loopbaan in de advocatuur. In 1944 noemt hij zich ook “drs. litt.”, als hij in Heerlen trouwt met een Duitse vrouw.
Ze zouden geen kinderen krijgen. Aan het eind van de oorlog woonden ze in Gouda, waar hij leraar geschiedenis aan het stedelijk gymnasium was. Per 1 augustus 1945, dus enkele maanden na de bevrijding, werd hij echter ontslagen op grond van het Zuiveringsbesluit, een ontslag dat begin 1947, mogelijk na een beroepsprocedure, definitief werd en in de Staatscourant stond. Het klopte dus dat Bonting fout was. Nou waren er ook lichtere straffen voor ambtenaren en leraren mogelijk: berisping, overplaatsing, of schorsing voor een bepaalde tijd. Bonting echter, kreeg de zwaarste straf. Dit deel van het verhaal klopte dus.
Dat onze geschiedenisleraar in de advocatuur had gezeten, bleek evenwel broodje aap. Pas na zijn ontslag als leraar studeerde Bonting rechten – hij haalde zijn kandidaats eind 1951 in Utrecht, en zijn doctoraal in maart 1956 aan de VU in Amsterdam. Om die reden staat hij ook als “mr. drs.” in het gedenkboek van de rijksscholengemeenschap Meppel. Maar hij was hier in augustus 1956 al begonnen als leraar, en kan dus slechts een paar maanden advocaat zijn geweest, zo hij dat beroep überhaupt ooit heeft uitgeoefend.
Omdat ik in de Mammoet viel, heb ik Bonting gelukkig maar twee jaar als leraar gehad. Ik vond het een onsympathieke, zure man, en mijn collega had ook geen beste herinneringen aan hem: hij kon een leerling bij een beurt enorm sarcastisch te kakken zetten. Vandaar waarschijnlijk ook mijn tartende onverschilligheid bij het verlaten van de klas, wat me op die schop onder mijn gat kwam te staan.
Wat ik ook helemaal vergeten was, is dat Bonting in 1973, toen ik al bijna van school af was, nog conrector is geworden van de brugklassen, die weggezet waren in een bijgebouw van de school aan de Catharinastraat. Deze locatie heette ook wel “het schooltje van Bonting”. Bonting had er geheel eigen huisregels ingevoerd en stond er bekend om karakteristieke uitspraken, waarvan er helaas geen enkele in geschrifte overgeleverd is. Bij zijn pensionering, in 1981, prezen zijn collega’s hem voor zijn niet aflatende ijver. Ook voerden leerlingen een cabaret op, waarin ze onder andere zijn hobby volksdansen demonstreerden. Tevens werd hij erelid van V.E.S.T.E.R. (Van Een Stamelaar Tot Een Redenaar), de corpsachtige leerlingenvereniging, die na Bontings dood ook een advertentie plaatste, “bedroefd maar dankbaar voor zijn daden”. In zijn latere jaren op onze school lijkt Bonting zich nog een zekere populariteit te hebben verworven, wellicht dat hij wat ontdooide. In elk geval noemde hij zich destijds geen Martinus meer, maar Tom, ook een manier om van een verleden af te komen.
Martinus alias Tom Bonting overleed in 1996 na een langdurig pijnlijk ziekbed en werd op zijn eigen wens in kleine kring gecremeerd.
De uil als zinnebeeld in onze vaderlandse Renaissance
Geplaatst op: 27 maart 2019 Hoort bij: Kunsten, Uncategorized 1 reactieVandaag staan wij een wijle stil bij de verschillende aspecten van de uil in de prentkunst van de Nederlandse Renaissance.
Destijds reeds, werd de uil bezien in verschillende gedaanten.
Allereerst was het ook toen al een bijster wijs dier, anders zou het immers nooit in een studeerkamer geportretteerd zijn:

Uil, schrijvend aan lessenaar, ca. 1580. Collectie onbekend.
Zijn weinige, maar intensief gelezen boeken staan echter met hun gesloten krappen nogal onpraktisch op de plank: je kunt de titels op hun ruggen niet lezen, omdat die ruggen naar de wand gekeerd zijn. Uiteraard is het nacht, getuige de klok en het pikkeduister achter het venster. De uil krabbelt in zijn foliant geheime symbolen op, in dit geval dat voor Mars, nu meer bekend als het mannenteken. Deze kamergeleerde houdt zich onledig met oorlog, of in elk geval iets polemisch, zo lijkt het.
Een wat fijnere prent van bijna een halve eeuw later toont nog steeds die uil, bij nacht en ontij bezig met het vergaren van wijsheid en kennis:

Cornelis Bloemaert (II) naar Hendrick Bloemaert, Uil met bril en boeken, ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.
Alleen is diens educatieve missie tot mislukken gedoemd. Het boek dat hem tot profijt moet strekken blijft gesloten en dicht – “Wat baet kaars off bril, als den uul niet sien en wil?” Als iemand er niet voor open staat, is iedere wetenschapsvoorlichting bij voorbaat kansloos.
Een geheel andere gedaante die de vaderlandse Renaissance-uil aanneemt, is die van de pelgrim:

Pieter van der Heyden, Vastenavond (detail) 1567. Collectie Rijksmuseum.
Hierboven zien we een dergelijke uil als beeldcitaat op een Vastenavondprent uit 1567. De inventor van de geciteerde houtsnede was Jeroen Bosch. Diens uil stapt, beladen met zonde en onreinheid, van het duister in het klare daglicht en gaat met bedelstaf en schelpenhoed op naar Santiago de Compostella om penitentie voor zijn zonden te doen. Het is dus eigenlijk een deugmens, of althans: dat wil hij worden. En om te laten zien dat het hem menens is doet hij de lange wandeling op slechts één been, zodat hij dubbel zo lang onderweg is.
Een soortgelijke uil staat op een ingekleurde gravure:

Monogrammist MH (graveur), Uil uitgedost als pelgrim, ca. 1500-1549. Collectie Rijksmuseum.
Niemeijer is jarig
Geplaatst op: 26 maart 2019 Hoort bij: Uncategorized 4 reactiesDe leeuw van Samson draagt een Groninger vlag in zijn muil:

Javaanse jongens zonder shag en gamelan:

Vaandels ter ere van Niemeijers verjaardag halverwege de Peizerweg, waar de tabaksfabriek een grote opslag heeft:

Bij de hoofdvestiging aan de Paterswoldseweg staan soortgelijke vaandels:

Een hele grote zit tegen de muur bij de hoofdingang – voor mij mogen ze alle muren zo behandelen:

Meer van hetzelfde. Baas BAT maakt zich kenbaar:

Heel vroege musjes
Geplaatst op: 26 maart 2019 Hoort bij: Dieren Een reactie plaatsenHet jaar 1817 was een warm jaar met ook een warme februarimaand. Daarvan getuigt bijvoorbeeld dit bericht:
Groningen, den 13 Maart.
Uit het naburig Winschoten wordt ons gemeld bet volgende buitengewoon natuurverschijnsel:
„Den 17den februarij 1817 werd alhier op een duivenhok een muschennest gevonden met vijf eijeren, waarin reeds levende jongen waren, zoodat dezelve spoedig uit de doppen moeten komen, eene bijzonderheid welke in dit gewest op dien tijd zonder voorbeeld is.”
(Provinciale Groninger Courant.)
Bron: Nederlandsche Staatscourant 19 maart 1817.
Uilen in de Stad
Geplaatst op: 25 maart 2019 Hoort bij: Kunsten 3 reactiesBij het Emmaplein:
Bij het Kasteel aan de Kraneweg:
Bij het Harmonieplein:
Bij het Akerkhof noordzijde:
Rondje Peize – Paterswolde
Geplaatst op: 23 maart 2019 Hoort bij: Drenthe 3 reactiesGeknotte wilg bij Rodrwolde”:

De Waalborg:

Voetpaadje bij Peize:

Ooievaar, eindje verder:

Belgisch paard bij blokje hooi, Achterstewold Peize:

Koeien bij de boerderij van Natuurmonumenten, Peizer kant van Eelde:

Scholeksters op palen bij de ijsbaan van Paterswolde:

Paard met hooi, Hoornsedijk:

Ommetje Aduard
Geplaatst op: 22 maart 2019 Hoort bij: Westerkwartier 15 reactiesStapel grillig gevormde populierenstammen bij de houtzagerij aan de Zuidwending – er zullen wel tafelblaadjes van gezaagd worden:

Roest en oud hout:

Narcissen bij een voormalige ree, Lagemeeden:

Het huisje bij de spoorwegovergang tussen Den Horn en Aduard dat ze nu toch gaan slopen:

De nieuwe brug bij Aduard:

Andere kant:

Zicht op de Gaaikemadijk:

Fuut bij Nieuwklap:

Vermist: Arabische schoenen, een met een “voorstootje” op de neus
Geplaatst op: 19 maart 2019 Hoort bij: Geschiedenis 21 reacties
Gestolen te Aduard in 1804: “Schoenen met vier lange gespleren; Arabische schoenen, zijnde aan de ene een voorstootje en maar weinig gebruikt”. De gespen, gemaakt door zilversmid Hubert in Groningen, hadden “een strik erop, daar de beugels waren ingezet”.
Weet iemand een plaatje met schoenen die erop lijken? Zo goed als nieuw, met of zonder “voorstootje” (lichte beschadiging op de punt)?
De waakzame roderoede van Aduard
Geplaatst op: 18 maart 2019 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen

Opmerking in de marge van een brief uit 1804, waarin wedman Luitjen Raangs van Aduard het signalement van een dievegge doorgeeft aan de drost van het Westerkwartier.
Raangs had mogelijk geen al te beste verstandhouding met zijn roderoede (of veldwachter). “Het loopt hijr vol met bedelaars”, zo merkt hij op. En dat terwijl het de taak van de roderoede was om zulke mensen als “schooiers” het dorp uit te zetten. Blijkbaar gebeurde dat niet, want: “Onse rode roe heeft het drok met sijn affaires”, met andere woorden: zijn zaakjes, zijn bijverdiensten. De diefstal vond bij de buren van de roderoede plaats en de verdachte vrouw was de roderoede zelfs in diens eigen tuin voorbij gelopen!
Een ‘natuurmens’ op de Matsloot
Geplaatst op: 17 maart 2019 Hoort bij: Drenthe vrogger Een reactie plaatsenIngezonden brief Nieuwsblad van het Noorden 23 mei 1900:

Politienieuwtje, Nieuwsblad van het Noorden 21 maart 1901, dus tien maanden later:

Ommetje Eiteweert
Geplaatst op: 17 maart 2019 Hoort bij: Drenthe, Onlanden Een reactie plaatsenBij de Matsloot:

Er zat aardig stroom in bij de Peizerdiepstuw:

Anders doet-ie nooit zo:

Klein Schaffhausen:

Op naar Electra:

Nog veel ganzen op het drassige land bij De Gouwe:

Eelderdiep bij de uitloper van het Stadspark:

De sloot langs die uitloper:

Weer zo’n ingeblikte klootzak met een plaat voor de kop
Geplaatst op: 15 maart 2019 Hoort bij: Stad nu 14 reactiesOp het fietspad langs de Peizerweg vanmiddag. Met een harde westenwind in de rug wil je als fietser wel eens wat harder gaan dan normaal. Dat nu, is op de Peizerweg levensgevaarlijk. Ondanks de haaientanden die tegenwoordig bij Tuinland en de Praxis voor de uitritten zijn geschilderd – met dank aan de gemeente die dat eerst absoluut niet wilde – en ondanks het feit dat je voor die haaientanden vanuit een auto voldoende uitzicht houdt op de weg, zetten sommige automobilisten, zoals de bejaarde gek vanaf 1 minuut 40, nog steeds hun wagen dwars over het fietspad neer, zelfs als er vlakbij een fietser in aantocht is. Sommige automobilisten vinden namelijk dat ze altijd voorrang hebben, ook als ze maar een paar seconden hoeven te wachten. Hun tijd is blijkbaar kostbaarder dan die van een ander.
Overigens: politie zie je hier nooit eens. Als er een miniem ongelukje is met blikschade, komt onze dappere Hermandad met vier wagens en een motor tevoorschijn, maar voor reguliere controles hebben ze kennelijk nooit tijd.

Recente reacties