De gestileerde essentie van Praag

Ziehier het lakzegel op het olografisch testament van Salomon Lammert van Praagh (1746-1812), die samen met zijn twee oudere broers een grote porseleinwinkel aan de Groninger Vismarkt dreef, en net als een van die broers opziener en dus vooraanstaand lid van de joodse gemeente Groningen was. Hoewel Salomon in Wildervank geboren werd, en in elk geval een van die broers in Amsterdam, herinnerden ze zich getuige hun familienaam nog wel een oudere herkomst.

Wat me vooral intrigeert, is de beeltenis in het midden van het zegel. Op het eerste gezicht zou men er een aanzicht van de stad Praag in kunnen zien. Maar wie gaat googelen naar een soortgelijk stadssilhouet, komt van een kouwe kermis thuis. Dat is er niet. Vergelijk de beeltenis bijvoorbeeld maar eens met het stadsaanzicht van Braun en Hoogenberg uit 1598 (onder):

Alleen al de keizerlijke burcht (boven + onder uiterst rechts) telde meer torens dan er op het zegel van de Groninger porseleinkoopman staan. Lijkt diens zegel dan misschien op het stadswapen van Praag?

Nou ook dat niet, of slechts heel gedeeltelijk. Het centrale deel, de poort met de drie torens, zou in de verte aan dat stadwapen kunnen zijn ontleend. Maar dat dan zonder de arm met het zwaard en de scherpe torenspitsen, en ook zonder de andere poorten en torens en de beide walmolens uiterst links en rechts op het zegel.

Het gaat, kortom, meer om een vergaand gecomprimeerde stad, meer om een Praag als vaag idee, dan om het werkelijke Praag. In hun familienaam hielden de Van Praaghs hun komaf dan wel in ere, maar qua beeld kwam hun stempelsnijder niet verder dan een gestileerde essentie van een stad, die misschien ook wel op een munt is te vinden.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1869 (archief notaris Keiser te Groningen) inv.nr. 20, akte nr. 8 d.d. 11 januari 1813. Met dank aan Jan-Paul Wortelboer.


Merel is jong kwijt

Op het achterpad naar mijn fietsenschuurtje zag ik eerst een mereljong rondhippen, die onder de coniferenhaag van buurman schoot, toen ik eraan kwam met mijn fiets.

Even later zag ik vanuit mijn keukenraam een van de ouders met insecten in de snavel rondhippen op die heg. De vogel zocht duidelijk naar zijn jong:

Ik denk niet dat zo’n mereljong het hier lang volhoudt. Het achterpad is het domein van een paar meedogenloze katten.


Langs de Noord-Drentse beken

Sloot langs de Langmadijk, Peizermade:

Allemaal witte bloempjes – kikkerbeet, als ik het wel heb:

Bij een van de Onlander bruggen – atalanta’s op koninginnekruid:

Foxwolde – witte stier:

Foxwolde – veulen neemt zandbad:

Het Lieverderdiepje bij de Weehorsterweg:

Heel veel watergentiaan daar:

Een paar honderd meter verder – verdorde bereklauw en zuring:

Bij de Scharenhulsedijk, zo’n beetje tegenover de Grote Velddijk, verdringen schapen zich rond een dispenser voor hooi. Hun veld, normaal groen zo vlakbij de beek, is dor en kaalgevreten:

Detail:

In het land zit een verdroogde drinkdobbe, waar nog wat riet in groeit. Voor zover zichtbaar zit er in die bak rechts geen water:

Bij de Oude Stuw is het beeld heel anders – de aanleggers van de nieuwe vispassage hebben de meanders ingezaaid met een wilde bloemenzaadmengsel, waarvan de korenbloem momenteel domineert:

Voor de rest ziet het er ook goed uit. Nog steeds een fijne plek:

Binnendoor langs een zandpad, Achter het Bos, naar Lieveren.

Het Groote Diep tussen Lieveren en Roderesch – er zit nog steeds water in:

Roggeveld met boerenschuur bij een zandpad binnendoor naar Steenbergen:

In Steenbergen zit er tegenover het terras van Hotel Jachtlust een heg die een flinke kolonie mussen herbergt. Ze foerageerden op straat:

In de gelagkamer van Jachtlust staat een scharenslijperskar, afkomstig van een woonwagenkamp bij Staphorst:

Weer en route – verdorrend perceel mais tussen Steenbergen en Een:

Het Groote Diep tussen Alteveer en Roderesch:

Ook hier staat nog wel water, misschien een 10 à 20 centimeter – bij de brug wemelt het van de weidebeekjuffers, die ik hier nooit eerder zag:

Nog maar eentje om het af te leren:

Roderesch – paarden bij een blok hooi:

Veel fruitbomen laten vanwege de hitte hun vruchten nu al los – een dak in Foxwolde ligt bezaait met peren:


Droogvallende grachten

De grachten rond Groninger boerderijen dienden oorspronkelijk als bluswatervoorziening, om paarden te wassen en om gespuis op afstand te houden. Vaak zullen ze er niet hebben bijgelegen als op de volgende plaatjes, die vooralsnog echter een uitzonderlijke toestand in beeld brengen.

Zuiderweg, Zuidhorn:

Deze en de overige – Spanjaardsdijk Noord tussen Aduard en Noordhorn:

Hier was de gracht nog niet zo lang geleden uitgediept, waarbij het nog natte slik op de wal werd gedeponeerd:

De boer had zich veel energie of geld kunnen besparen, door dat karwei in deze droge tijd te doen:

Ik heb de hoogtekaart er niet bijgehad, maar vermoedelijk liggen deze boerenerven wat hoger.


Rondje Kommerzijl

Roze waterlelie – nooit eerder gezien op het Hoendiep:

Ooievaar midden tussen de koeien, Zuiderweg nabij het Hornpad:

Land tussen Zuiderweg en Hoendiep:

Eindje verder aan de Zuiderweg – ooievaarsgezin speurt land af:

De groene kathedraal heeft al wat blaadjes gelaten:

De weg aan de noordkant van het Hoendiep tussen Noordhorn en Grijpskerk is het nieuwe Abbey Road; op de achtergrond de nieuwe spoorbrug:

Terwijl ik die weg verder afreed, wakkerde de wind aan tot bijna 4. In de verte naderde een wolkenlucht. De Zwakkenburger watermolen draaide volop, en er lag een plas bij, in het land. Elders zag ik juist droge grachten. Tijd voor een Weissenbruchje:

Langs de weg stond Janco Doornbos, al jaren de vrijwillig molenaar van de Zwakkenburger, en vroeger, voor 2007, een paar decennia lang de oliemulder  van Woldzigt in Roderwolde. Hij vertelde dat hij water op het land maalde, eigenlijk een omkering van de normale gang van zaken:

Vanaf de spoorwegovergang bij Grijpskerk tien, twintig wagens met stro tegengekomen, een paar wat minder groot, trouwens (die van de hobbyboeren). Ze gingen allemaal naar het zuiden:

Ten noorden van Grijpskerk waren de pakjes in de maak:

De weg langs de NAM-locatie naar Kommerzijl – buizerd wil niet poseren:

De gele bloemen ken ik niet bij naam, maar hun geel contrasteert aardig met het roestbruin van de verdorde zuring:

Tussen de NAM-locatie en Kommerzijl ligt een mooi natuurterrein: de Noorderriet, aangelegd door de NAM, met wandel- en fietspaden. Boven deze watergentianen snorde het van de libellen en juffers:

Dit zal dan de vroegere Riet (wadgeul) zijn:

Brugje (over het Niehoofsterdiep) en witbladpopulieren te Heereburen:

Constellatie daar in de buurt:

Dorpsgezicht Niehove vanaf de Heereburen:

Doorzonschuur, eveneens Heereburen:

Weer aan de noordkant van het Van Starkenborghkanaal:

Bij Aduard:


Grunneger zòkken, produced by Fryslân

Op de kop getikt bij de Poïesz-buurtsuper, deze fantastische Groninger vlaggesokken, die daar voor de spotprijs van slechts vier luttele roteurootjes in de impulsaankoopbak voor de kassa liggen:

Koen Meijer hoeft niet eens te mopperen dat de vlag verkeerd om hangt. En dat terwijl deze sokken nota bene geproduceerd zijn door een FRIES kledingbedrijf (dat ze liet maken in Turkije):

Nu moet ik nog even erover na gaan denken – en dat bij deze hitte, pffff – of ik ze ook daadwerkelijk aantrek. Voorlopig lijkt de drempel daarvoor nog te hoog. Voor je het weet komt het van kwaad tot erger en loop je er helemaal als een halve gare bij. Misschien moet ik ze maar bewaren voor nood, als alle andere sokken in de was zijn. (“Nee man, moet je niet doen joh, want dan weet gelijk iedereen dat je ze uit nood draagt.”)

Misschien geef ik ze maar weg.

Iemand?


Naar het vernieuwde MuzeeAquarium

Vanmiddag even rondgekeken in het vernieuwde MuzeeAquarium in Delfzijl, waar het niet zo koel was als me werd voorspeld.

Bij een expositie over het dijkwezen – shovel van hout, kinderspeelgoed, ik denk uit de jaren zestig:

Op de foto: man met kraite of slikslee op het wad, met ervoor het echte werk. De mand diende om garnalen en/of platvis in te bergen. Op deze manier verdienden voorouders van me, de Bottinga’s (van bot) uit Finsterwolde en Termunten, de kost:.

De Wagenborgzaal is nog mooier geworden dan hij al was. Spoelenlijstje van Radio-Holland, 1927:

Model van het smakschip of de smak, Groningens belangrijkste zeewaardige schip in de tweede helft van de achttiende eeuw. Voer langs alle kusten tussen Bordeaux en Petersburg zowel met stukgoed als bulkladingen hout, graan en wijn:

Meen dat dit een schoenergaljoot is, maar hou me ten goede – het model was midden negentiende eeuw courant:

Maquette van een scheepswerf, type dwarshelling:

De afdeling archeologie is er aanzienlijk op vooruit gegaan, qua ruimte en vormgeving. Zo staat er de middeleeuwse waterput van Heveskesklooster die gemaakt is van stukken Bentheimer zandsteen:

Die ut was nieuw voor me. Het hunebed van Heveskeresklooster staat er natuurlijk weer, nu met evocaties van het dagelijks leven in het Neolithicum op de achtergrond:

Bij de afdeling geologie fraaie stukken gesteente:

En de onderkaak van een wolharige mammoet:

Buiten viel de warmte ontzettend tegen. Nog even bij dijk en zee gekeken. De Delfzijlster middenstand is maar wat blij met de nieuwe parkeergelegenheid:

Het paviljoentje staat er nog steeds, maar mocht niet beklommen worden:

De hele strook langs de zee is ontoegankelijk zolang het dijkwerk duurt. Overal staan hekken. De associatie die het museum met de Atlantikwall maakte, is zo gek nog niet. De Delfzijlsters moeten zich aan die kant opgesloten voelen. Het “lekker leven aan zee” is hier even opgeschort, en dat met deze warmte.


Geavanceerde koeling

Vanmorgen om een uur of elf – half twaalf. Bij de spoorwegovergang Peizerweg blijkt een van de schakelkasten voorzien van extra koeling. De kast stond open zonder dat iemand er toezicht op hield:


Retour Lutjegast

Strowagen bij de Maarsdijk, tussen Enumatil en Niekerk:

Agrarische goniometrie bij Niekerk:

Boerderij op Oosterzand die er een paar jaar geleden nog zeer verwaarloosd uitzag:

Genese van een zandverstuiving:

De christelijk-gereformeerde kerk van Lutjegast (1928):

Vader en zoontje op het Hoendiep:

Rode blaarkop, Zuiderweg tussen Enumatil en Zuidhorn:

De grazige weiden zijn hier bij Zuidhorn ook al bijna kaal:

Zilverreiger bij Den Horn:

Verdorrende kaardebollen bij het Hornpad:

Kerkhof Den Horn:

Reiger op paal:


Het ontladen ener strowagen te Lutjegast

Bespeurde op dit punt dat er een bijzonder tafereel aan zat te komen:

Er werd een wagen met ongeveer 200 pakken stro afgeladen:

De pakken vlogen door de lucht:

Wat in het tegenlicht wolken van strogruis opleverde:

Ik was zo gefixeerd op dat strogruis, dat ik thuis pas zag hoe hachelijk de positie van de man bovenop de wagen was. Ik hoop maar dat dit goed is gegaan.


Rondje Peize

Aangenaam temperatuurtje, maar zeer rustig onderweg, op wat pelotons wielrenners na.

Ezels aan de Groningerweg, Peizermade. Ik vraag me altijd af waarom mensen zulke beesten houden. Je kunt er niet op rijden, voor een kar gaan ze halverwege in staking, hun vlees is ook niet zeer geliefd en ze kosten dus alleen maar geld:

Guldenroede op de oever van de Gouwe:

Hooibult, Onlanden:

Wat vreemd geparkeerde tractor op de Stenhorstdijk, oever Peizerdiep:

Berken en nog vrij lage mais, Achterstewold, Peize:

Achterstewold – ouderwetse isolatoren voor schrikdraad:

Achterstewold – rood blaarkopkalf in de melde, een onkruid:

Achterstewold – Belg met veulen:


Vermist gedicht van Griep gevonden. Nu de foto van Poppema’s bijenstal nog

2015-08-02 009

Jelte Dijkstra alias Nicolaas Grijp alias Nikloas Griep. Portret op plaquette in Grijpskerk.

Medio juli zoekend op ‘iemen’ (bijen), trof ik via Delpher een stukje uit een Noorder Rondblik van 1988, dat gaat over een gedicht ‘Iemen’ van Nicolaas Grijp (= Jelte Dijkstra). Dat gedicht was opgedragen aan de imker Eduard Poppema (18841971) uit Grijpskerk, de overbuurman van de dichter, die een mooie bijenstal had. Helaas waren diens nazaten het gedicht krijtgeraakt. Het had nog in een onbekend Westerkwartiers huis-aan-huisblaadje gestaan, maar onopgemerkt, vandaar dat de Familiekring Poppema een oproepje deed in de Noorder Rondblik om het terug te vinden.

In dezelfde rubriek kwam het gedicht later niet meer ter sprake. Ik neem aan dat de familie Poppema zich wel met het gedicht gemeld zou hebben als de oproep tot het gewenste resultaat had geleid. Uit het ontbreken van een melding terzake leid ik dan ook af dat de oproep van de familie geen succes had.

Intussen was ik wel benieuwd geworden naar dat gedicht, en dus schreef ik een paar mensen aan die het oeuvre van Nicolaas Grijp goed kennen. Het bleek dat er eerder ook in hun kring pogingen waren ondernomen om het gedicht te achterhalen. Die waren al even vergeefs geweest: “Goa der mor van uut: die iemen bennen votvlogen”.

Vandaag tussen de middag kreeg ik opeens een brainwave en bedacht dat Grijp ook wel eens op zijn Gronings Griep kon heten. Inderdaad leverde die vergroningste achternaam twee bloemleesbundels op in de bibliotheek van de Groninger Archieven, beide samengesteld door Jan Boer uit (nagelaten) werk van “Nikl. Griep”. Vervolgens ben ik opnieuw in Delpher gaan zoeken met “Nikl* Griep” en met de nadere toevoeging “iemen” kwam het gedicht daar inderdaad meteen tevoorschijn:

Iemen
(veur E.P., iemker)

Van ’t eene kerwei geit ’t noar ’t aanner kerwei,
Van ’t koolzoad gauw noar de greide:
Doar bloeide de kloaver soo soet op de klei,
En nou ben wij gasten op d’heide!

’t Geit uut en ién ’t vlieggat, met man en macht;
’t Is soeken en sugen en swaarmen,
Want as er niet waarkt wordt veur ’t noageslacht.
Dan moeten ons volken veraarmen.

As ’t blauw van de lucht over ’t sangen hen bugt,
En de wereld leit welig te fleuren,
Dan weren w’ ons geducht, want dan hemmen w’ onze nucht,
En wij duzeln van reuken en kleuren!

Ons hunnig is blank of goldgeel of bruun
En boordevol krachten veur ’t leven;
Wij swaarven wied weg over dunen en kruun, —
Nee — veur niks wordt die segen niet geven!

Ik zal niet zeggen dat het een wereldgedicht is, maar toch is het zeer bevredigend om het gevonden te hebben. Nu hoop ik nog alleen, dat iemand van de familie Poppema zich bij me meldt, die afweet van de zoekhistorie destijds. Ik ben namelijk ook nog erg benieuwd naar de foto, die bij het gedicht hoorde. Daarop staat de bijenstal van Eduard Poppema.

Alvast zeer bedankt voor uw reactie hier of per mail!

Met dank aan Tonko Ufkes en Bindert Helder voor het mee helpen zoeken.


Avondrondje met lichtshow

Haflingers grazend langs de slootrand, Langmadijk Peizermade:

Aan de overkant van het Peizerdiep kondigt zich de lichtshow aan:

De pinken bij de Onlanderdijk denken steeds dat ik ze wat lekkers kom brengen:

Hooiweg bij Roderwolde:

Bij de Matsloot:

Het contrast van jong gras en verdroogde zuring:

Distelvlinder op viaduct over de A7:

Zonneharp:

Westpoort:

De Poffert:

Acrobaat in ruste:

Lagemeeden:

Bij Den Horn:

Spoorwegovergang Den Horn:

Bij Nieuwbrug:

De Zuidwending:


Naar Usquert en Warffum

De achterkant van het Forum, gezien vanaf het Schuitendiep oostzijde:

De Wolddijk bij Noorderhoogebrug:

Stookhut of zomerkeuken van boerderij De Poel, Wolddijk:

De bijbehorende boerderij staat te koop voor een half miljoen:

Bij de Wolddijk vrij veel koren, ook hier met vogelverschrikkers:

Tarwestro:

Tarwe-aren – de oogst moet vrij goed zijn, de prijs is dat helemaal:

De afgemaaidorste wierde van Eelswerd, tussen Kantens en Rottum:

Rozetraam, Havenstraat Usquert:

Het Usquerdermaar ten zuidwesten van Usquert, met in de verte de Kruissteeklap:

Het vooreind van boerderij de Kruisstee, volgens een gevelsteentje uit 1607:

Ten zuidoosten van Warffum – regen op til?:


Loos alarm

Veel branden momenteel, hier in Groningen. Gistermiddag laat leek het er even op dat er hier in de buurt ook iets loos was. Drie brandweerwagens spoedden zich naar woonzorgcentrum De Gabriël, waarvan er twee voor de ingang stopten:

De brandweerlieden echter, belden keurig aan:

Terwijl de ladderwagen postvatte op de middenstrook van de Zuiderweg:

Alleen het alarm was loos. Op de terugweg naar huis werd ik ingehaald door een jongen van een jaar of tien, elf. “Dit is de laatste keer dat ik er intrap”, verklaarde hij iets te plechtstatig voor zijn leeftijd. Volgens hem kwam de brandweer veel vaker bij de Gabriël, zonder dat er iets aan de hand was.