Verkwikt en geschoren in Café De Vriendschap
Geplaatst op: 14 juni 2018 Hoort bij: De actuele wereld, Hoogkerk 4 reactiesDeze advertentie uit het Nieuwsblad van het Noorden van 15 februari 1930 kwam vanavond voorbij in een causerie van Sieb Eldering voor de Historische Vereniging Hoogkerk:

Dat het café diende als wachtkamer voor de bus, komt wellicht vreemd voor, evenals de melding dat het bedrijf voorzien is van elektrisch licht (wat toen kennelijk nog bijzonder was). Maar dat het tevens fungeerde als barbierszaak, is helemaal curieus. Hoewel? De VVD wil nu een dergelijke combinatie van neringen weer toestaan. Eigenlijk grijpt de ondernemerspartij daarbij dus terug op een heel oud concept. Niets nieuws onder de zon!
Of het verstandig is dat concept weer uit de motteballen te halen? Van menige caféhouder heet het, dat hij zijn beste klant is, maar tussen een dergelijke taakopvatting en de nevenfunctie lijkt wel enige spanning te bestaan. De vraag dringt zich dan ook op of de bar-bier zijn klanten altijd wel met een even vaste hand schoor.
Elzo Perton koopt een lap grond en bouwt er een huis
Geplaatst op: 13 juni 2018 Hoort bij: Familie 1 reactie
Het anno 1880 in bouwpercelen verdeelde stuk weiland (E 543) van boer Wester, links bij de Klinkerweg, en zijn ligging ten opzichte van Finsterwolde. Bron: HisGis.
Jan Jans Wester, een boer op de westkant van Finsterwolde, bezat daar vrij veel grond. Onder meer een kamp weiland aan de westkant van de nog onbewoonde Klinkerweg, die nagenoeg 1 hectare groot was en kadastraal bekend stond als E 543 (zie kaartje, links). Eind 1879, begin 1880 besloot Wester de kleinste helft van dat perceel van de hand te doen. Hij liet langs de Klinkerweg vijf bouwpercelen afbakenen, “huisplaatsen” van elk 9 are en 60 centiare groot, en deed deze uit in beklemming (erfpacht met vaste, onveranderlijke huur). Elk perceel moest voortaan 12 gulden beklemhuur per jaar gaan doen. Op 9 januari 1880 vond in een herberg de veiling van deze beklemmingen plaats.
Van noord naar zuid waren dit de hoogste biedingen, met erachter de namen van de mannen die het hoogst voor de beklemmingen boden:
| Koopsom: | Koper: |
| ƒ 150,- | Elze Perton, arbeider te Finsterwolde |
| ƒ 150,- | Freerk van Dijk, dienstknecht te Oostwold |
| ƒ 140,- | Elze Principaal, dienstknecht te Finsterwolde |
| ƒ 140,- | Harm Bakker, arbeider te Finsterwolde |
| ƒ 100,- | Jan van Dijk, arbeider te Finsterwolde |
Hoe zuidelijker het perceel lag, hoe minder er werd geboden. Mogelijk hing dat samen met hoogte of de afwatering, misschien speelde de afstand tot Finsterwolde ook wel een rol. Alle bieders behoorden tot de arbeidersstand, we zien hier de eerste fase van de Klinkerweg als roemruchte arbeidersstraat. Mijn betovergrootvader Elzo Perton ging aan de haal met het perceel dat het dichtst bij Finsterwolde lag.
Omdat boer Wester nogal wat stukken (akker)land om de nieuwe huisplaatsen heen had liggen (zo’n dertien percelen) verbood hij zijn nieuwe meiers op hun grond “pluimgedierte” te houden, op straffe van 10 gulden boete. In de veilingakte liet hij dit verbod en de sanctie vastleggen als erfdienstbaarheid op de huisplaatsen. Geen arbeiderskip zou hem het graan wegpikken!
Specifiek voor Elzo Perton gold nog de bepaling dat de laan langs de noordgrens van zijn perceel het eigendom van boer Wester bleef. Elzo mocht er dus niet zomaar gebruik van gaan maken. Langs de laan moest er een sloot komen van een meter breed, waarvoor Wester de helft van de grond leverde, terwijl Elzo de andere helft voor zijn rekening moest nemen. Elzo draaide echter in zijn eentje op voor het onderhoud – hij moest zorgen dat de sloot haar breedte bleef houden. Bovendien mocht hij binnen twee meter vanaf de laan geen “houtgewas”, dus bomen en heesters planten.
Net als de andere kopers moest Elzo op 1 mei 1880 zijn beklemming betalen. Bleef hij of een van zijn nieuwe buren in gebreke, dan gold een rente van 5 % over de schuld, Zolang er niet afbetaald was, hield Wester een recht van hypotheek., en mocht een beklemde meier zijn vastgoed niet van de hand doen.
Naderhand, op 21 mei 1880, leende Elzo Perton 650 gulden van Jan, Eildert en Albertje Schuitema. Het ging om twee broers en een zus te Beerta, waar de ene broer (Jan) blauwverver en de andere (Eildert) bakker was. Elzo groeide op in Beerta, waarschijnlijk ging het om oude kennissen die hem vertrouwden. Van het geld zal 150 gulden voor de betaling van Westers beklemming bestemd zijn geweest, en 500 gulden voor de bouwkosten van de dubbele woning die er kwam. In Beerta tekenden partijen ook de hypotheekakte, en wel bij kastelein Jan Hindrik Puister, die tevens optrad als getuige. Elzo zou jaarlijks 5 % rente over zijn schuld aan de Schuitema’s betalen, en zij verkregen als geldschieters de gebruikelijke hypothecaire rechten over Elzo’s behuizing en de beklemming van de bijbehorende grond, kadastraal nog steeds aangemerkt als E 543 (zij het gedeeltelijk). Elzo moest zich verplicht tegen brand verzekeren en dat was maar goed ook, gezien de ervaring in 1892, toen door de wind vlammen van de overkant van de Klinkerweg oversloegen en zijn huis tot de grond toe afbrandde.
—
Bronnen: RHC Groninger Archieven, Toegang 110 (archief notaris A.H. Koning te Finsterwolde) inv.nr. 48, akte 1880 nr. 6 (veilingakte d.d. 9 januari 1880); en inv.nr. 50, akte 1880-146 (hypotheekakte d.d. 21 mei 1880).

De handtekeningen onder de koopakte van 1880. Links van de rode streep de onbeholpen pootjes van de kopers, allen arbeiders; rechts van de rode streep de veel geroutineerdere signaturen van de verkoper, diens getuige, een notarisklerk en de notaris zelf.
Waar Freerk Perton als emigrant terechtkwam
Geplaatst op: 12 juni 2018 Hoort bij: Familie 6 reactiesIn een hypotheekakte uit 1880 van mijn betovergrootvader Elzo Perton ligt dit briefje dat, hoe simpel ook, me lichtelijk euforisch maakte:

Het is het adres van zijn zoon Freerk Perton, een kleermaker die in 1893 met zijn gezin naar Amerika emigreerde. Freerk woonde daar als Frederick Perton in Kalamazoo Michigan, en wel op het adres 15-15 North Park Street.
Waarom dat adres na minstens dertien jaar in de akte terechtkwam is een raadsel. Mogelijk moest Freerk eventueel instaan voor zijn vader, als diens hypotheek niet geheel afgelost kon worden. Geheel ondenkbeeldig was dat niet, want zijn pa was nogal accident-prone. Zo brak er in 1892 brand uit bij Elzo en kreeg hij vijf jaar later een trap van een paard tegen zijn dijbeen. In elk geval is het handschrift op het cedeltje dat van Freerks broer Geert Perton, mijn overgrootvader.
Het precieze adres van Freerk was mij tot vandaag onbekend. Wel beschik ik allang over een foto, vermoedelijk uit het eerste decennium van de twintigste eeuw, van zijn huis in Kalamazoo. Zijn vrouw en dochter Geesina/Geeske/Gé poseren er voor the porch, de smalle veranda:

Mogelijk was het gedeelte rechts een zelfstandige woning, waar andere mensen woonden. Als ik namelijk google op het gevonden adres, komt deze recente opname van Streetview tevoorschijn:

Het rechter gedeelte blijkt verdwenen en ook verder is er uiteraard het een en ander veranderd. Zo zijn de veranda en de ruimte onder de vloer dichtgemaakt en de ramen aanzienlijk vergroot. Toch oogt het pandje onmiskenbaar nog als het huisje (of het linker gedeelte van het complex in den brede) op de foto van 1900-1910. Mogelijk berust de gelijkenis op een vergissing (zie reactie Harmien), bijvoorbeeld omdat de nummers veranderd zijn in de tussentijd. De huizen in deze buurt zijn echter vrij gelijkvormig, zodat we in ieder geval meer in het algemeen een actueel beeld krijgen.
Freerk of Frederick Perton, geboren in 1861, overleed in 1944. Hij had een zoon Harry (!), die zijn zoon weer Frederick noemde. Deze kleinzoon was als soldaat een onzer bevrijders, toen zijn grootvader overleed. Volgens zijn bio had Frederick jr. dertig jaar lang een kruidenierswinkeltje in Kalamazoo, tot hij het in 1963 opgaf en in loondienst kwam bij een grootwinkelbedrijf in levensmiddelen.
Groenblauwe wezen sieren de Hilghestede
Geplaatst op: 11 juni 2018 Hoort bij: Stad toen 2 reactiesHoorde een poos geleden dat er in het portaal van de Hilgehestede twee beelden van het Groene Weeshuis ingemetseld zitten. Die Hilghestede is tegenwoordig een soort van bedrijfsverzamelgebouw en ik wilde er al eens heen bellen om netjes toestemming te vragen voor het fotograferen van die beelden, maar een lichte schroom hield mij tegen. Zondagmiddag evenwel, toen ik er vanaf Haren voorbijkwam, zwenkte opeens mijn stuur naar rechts en even later stond ik voor de ingang. Dit zijn die beelden:


Het meisje heeft een groen lijfje en een blauwe rok, de jongen een groen jak en een blauw(ige) broek en kousen. In 1660 kwam het Groene Weeshuis inwonen bij het Blauwe, terwijl ze in 1673 helemaal fuseerden. In 1826 keerde de eenduidigheid weer terug in de naam: het Groene Weeshuis. De groenblauwe kleuren van de uitgebeelde kleding zijn dus gebruikt in de periode 1673-1826. Het ging sowieso om de armere wezen van de Stad, die helemaal geen erfenis te verwachten hadden – die in het Rode Weeshuis, de burgerwezen, schijnen het iets beter te hebben gehad, in elk geval qua perspectief.
Op zich is de Hilghestede wel een goede plek voor deze beelden, omdat er jaarlijks met Hemelvaart of Pinksteren eerst een bedevaaart en later een dauwtrapperij heenging, een traditie die zo ongeveer van de vijftiende tot diep in de negentiende eeuw heeft bestaan.
Kladschilder takelt Stadswapen toe
Geplaatst op: 10 juni 2018 Hoort bij: Stad nu 4 reactiesHet monumentale portaal van voorheen Catz Zuidvruchten aan de Eendrachtskade nz. is recentelijk opgeknapt. Nou ja opgeknapt? De ‘schilder’ kon weliswaar goed overweg met de witkwast, maar had blijkbaar wat moeite aan het werken boven zijn macht, want dit maakte hij van het Groninger stadswapen:

Het goud is nog goed getroffen. De dubbelkoppige adelaar ziet er vrij lomp uit en heeft op gevorderde leeftijd last van klompvoeten gekregen, hoewel dat gewoonlijk een aangeboren afwijking is. Maar bovenal priemt ons het blauw van dat dwarsbalkje in het oog: dat moest groen zijn, maar opdrachtgever noch schilder was daar blijkbaar van op de hoogte.
Een tewaterlating bij Vierverlaten
Geplaatst op: 9 juni 2018 Hoort bij: Hoogkerk 2 reactiesEerst maar ’s overleggen – hoe kan het ’t beste?

Voorzichtig, voorzichtig…

The Point of No Return:

Lijntje rustig laten vieren:

‘Een ongescheiden praam of bolschip’
Geplaatst op: 7 juni 2018 Hoort bij: Familie 6 reactiesIn het oudste repertorium van notaris Koning van Finsterwolde, trof ik een verwijzing aan naar een akte van 3 maart 1869, waarbij Freerk Harms Boog aan Elzo Heikes Perton een halve praam verkocht voor 50 gulden.
Zowel de koper als de verkoper was in Finsterwolde woonachtig. Elzo, een dagloner van middelbare leeftijd, was mijn betovergrootvader. Freerk, evenzo dagloner, en al bejaard, was sinds 1857 Elzo’s schoonvader. Vandaar dat ik deze op zich misschien onbeduidend lijkende akte maar eens opzocht, ook omdat zulke transacties tussen arbeiders niet zo heel vaak voorkwamen.
In de akte staat het overgedragen goed wat ruimer omschreven als
“De ongescheiden helft in eene opene praam of zoogenaamd bolschip, groot negen tonnen in den jare achttienhonderd zeven en vijftig nieuw gebouwd te Winschoterzijl en in de Nederlanden te huis behoorende.”
Erg groot was de schuit dus niet en dan ook nog mandelig. Wie de andere helft bezat, staat er niet bij, maar mogelijk was die al van Elzo – 1857 was namelijk ook het jaar dat hij met Geeske, de dochter van Freerk trouwde. Als de gissing juist is, dan namen Elzo en zijn schoonvader voor gezamenlijke rekening werkzaamheden aan, bijvoorbeeld het vervoer van grond, kwelderhooi, steen en hout. Nu had Finsterwolde niet zoveel wateren waarop je met zo’n praam uit de voeten kon, eigenlijk ging het alleen om het Beersterzijldiep, het Bellingwolderzijldiep, de Buiten-Tjamme en de Dollardgeulen. De actieradius van de schuit zal dan voornamelijk aan de oostkant van Finsterwoilde hebben gelegen, waar Ganzendijk, Finsterwolderhamrik, Hongerige Wolf, Kostverloren, Beersterhogen en Ulsda de bereikbaarste nederzettingen waren. In de akte staat dat Freerk niet kon tekenen, “wegens zwakheid van het gezicht”. Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom hij van zijn aandeel in de schuit afwilde: hij kon het werk niet meer naar behoren doen.
Elzo betaalde de 50 gulden koopsom meteen bij de notaris aan zijn schoonvader. Een som van 50 gulden was in 1869 heel wat voor een arbeider, misschien wel een een vijfde à een kwart van wat hij in een jaar kon verdienen. Veel arbeiders zaten na de winter ook in de schulden. Dat een arbeider over zo’n praam beschikte, kwam niet zo vaak voor. Ik maak eruit op dat Elzo tot de bovenlaag van de arbeiders behoorde. Hij had tenminste nog wat kapitaal.
Ommetje Midwolde
Geplaatst op: 6 juni 2018 Hoort bij: Westerkwartier 3 reactiesKukelekuconcert met aandachtig gehoor, kinderboerderij Minerva, Hoogkerk:

De Poffert, bij het werfje:

Voorbij de Oostwoldemerdraai – eenzijdige blaarkop:

Bij het Lettelberterdiep naar het westen – blauwgrastinten bij een laag staande zon:

De eerste uitgebotte bereklauw:

Weiland bij parallelweg langs de A7 – ponyveulen:

Iets verderop heb je heel even een doorkijkje via de Pasop zuidzijde op de toren van Midwolde:

Het salonbootje Mercedes ligt er weer:

Rondje Foxwolde
Geplaatst op: 5 juni 2018 Hoort bij: Drenthe 2 reactiesBij de Onlanderdijk zaten erg veel juffers en libellen, maar het waaide ook nogal en even stilzitten was er niet bij. De ratelaar kwam er op – ook mooi:

Korenveld bij Roderwolde:

Korenveld met molen, Roderwolde:

Ingang van het Kleibos aan de Roder kant – het wiel van een opgetilde ploeg:

Koekoeksbloemen:

De Groeve – foeragerende ooievaar:

Bij Sandebuur in de berm:

Langs de steenslagweg deze kleine gele bloempjes met varenachtige bladen – zilverschoon:

Met dank aan Hendrika voor enkele namen van planten.
Innovatieve flappentapper is nutteloos onding
Geplaatst op: 5 juni 2018 Hoort bij: Stad nu 9 reacties

Op het Hoofdstation van Groningen zat in de buitenlucht een pinautomaat van de ING. Tot er een paar maanden geleden opeens een bret voor zat. Er stond geen enkele verklaring op dat houten bord, dus je dacht dat het ongerief tijdelijk zou zijn en dat die ING-flappentapper wel gauw terug zou komen. Lauw loene, hij was weg en bleef weg en naderhand mag je dan via wat googelen vernemen, dat de ING het leeuwendeel van de pinautomaten uit onze Stad heeft verwijderd, zogenaamd uit angst voor plofkraken.
Er kwam wel een andere pinautomaat voor terug, eentje van de GWK (GrensWisselKantoren), zo zag ik vorige week in het voorbijgaan. Vanmiddag wilde ik die dus maar eens uitproberen, want zonder contant geld op zak lopen, dat vind ik een vervelend gevoel. Dus op naar die GWK-flappentapper. Ik doe mijn pinpas in de gleuf en toets mijn pincode in. Geheel volgens de verwachting verschijnt de bevestigingsvraag ‘OK ?’ op het scherm. Maar dan begint het zoeken, het grote, geheel en al compleet vergeefse zoeken naar de OK-knop. Links een rij blikken knoppies met brailletekens. Rechts een stel blikken knoppies met brailletekens. Geen normaal beletterde knop te vinden! Op het scherm verschijnt niets Ze hebben er [knetterende vloek] een flappentapper voor blinden van gemaakt!
Onderhand moeten er toch heel veel niet blinden hulpeloos voor dit apparaat hebben gestaan. Mensen die vervolgens zijn afgehaakt zonder geld. Leuk ook voor de broodjeszaken en andere winkels op het station. Die gaan dit merken aan hun omzet, want veel mensen, vooral ouderen, betalen nog steeds liever met tastbaar geld, dan door contactloos of handmatig te pinnen.
Voor de doelgroep van blinden is deze ‘innovatie’ eveneens nutteloos. Vanwege de sociale veiligheid zullen veel blinden immers liever binnen hun geld willen pinnen, dan in de buitenlucht. We zitten hier dus met een pinautomaat, die binnenkort gaat verdwijnen, omdat praktisch niemand er gebruik van maakt.
Nederland zit vol met managers bij wie het woord innovatie in de mond bestorven ligt, maar die nog nooit over de consequenties hebben nagedacht als ze iets nieuws invoeren. Slechts zelden brengen zulke mensen wezenlijke verbeteringen aan. Ze zijn volstrekt nutteloos en overbodig.
De Oosterpoorter Repo Man
Geplaatst op: 4 juni 2018 Hoort bij: autobio, Oosterpoort 4 reacties
Het Frederiksplein meer recent, in 2008. Buiten beeld, achter de rug van de fotograaf, bevindt zich het junkenpand. Aan de overkant rechts staat het café.
Een tweet van gister bracht een oude herinnering bij me boven.
Het was nog net in de jaren tachtig, meen ik. Mijn overbuurvrouw in de Oosterpoort, Isa, had een mooie witte racefiets, die ze ‘s avonds ook nooit op straat liet staan. Toen ze echter op een maandagochtend een pakje sigaretten kocht bij de sigarenboer op de hoek van de Polderstraat, zette ze die fiets niet op slot. Het was bijzonder rustig op straat, ze hoefde alleen maar héél eventjes de winkel in en haar fiets stond daar vast wel veilig bij de winkeldeur, dacht ze.
Dat bleek een vergissing. In de hooguit paar minuten dat ze binnen was, werd haar fiets gestolen. Hij was weg en viel in geen velden of wegen meer te zien. Ze baalde enorm en vroeg me of ik naar haar fiets wilde uitkijken. Dat beloofde ik. Ik kon haar fiets vooral herkennen aan de zwarte tape om de handvaten, zei ze.
Een week later, het is een mooie zonnige maandagochtend en zomervakantie. Ik ben op weg naar mijn oppaspoes aan het Winschoterdiep, loop drie hoeken van mijn huis af over het Frederiksplein en ontwaar de witte racefiets van mijn overbuurvrouw. Hij staat tegen een benedenhuis met vrij dichte, maar niet geheel gesloten luxaflex voor de ramen. Ik weet wie er woont en controleer vlug de handvaten, het blijkt inderdaad Isa’s fiets. Ik loop snel door en stiefel via een omwegje naar Isa, die niet thuis blijkt te zijn. In mijn eigen huis bel ik de politie. “Ja meneer”, krijg ik te horen, “we hebben maar één enkele auto bij de weg en die is nodig voor noodhulp. Kunt u die fiets zelf niet terugstelen?” Ik sputter wat tegen en vertel hem nog een keer wie er in de benedenwoning woont, achter de gevel waartegen de racefiets van mijn overbuurvrouw net geparkeerd stond.
Die bewoner, dat is F.P., zo’n beetje de beruchtste junk van heel de stad Groningen. In de koffieshop aan de Meeuwerderweg trok hij eens zijn t-shirt uit om de aanwezigen een litteken op zijn rug te laten zien. Het bleek een jaap van zo’n 20-30 centimeter lang, hem met een vleesmes toegebracht door een ‘kameraad’ die hem had willen beroven van zijn handelsvoorraad wit en bruin. Ternauwernood had hij het overleefd, vertelde hij. Ze waren wel acht uur met hem bezig geweest in het ziekenhuis.
De politie wilde dus niets doen. Maar als ik die fiets van Isa niet terughaalde, was de kans groot dat hij zou verdwijnen. Ik heb nog wat zitten wikken en wegen, maar besloot het erop te wagen.
Op het Frederiksplein keek ik natuurlijk eerst in alle vier de richtingen of de kust veilig was. Niemand te zien, mooi. Isa’s fiets stond ook nog steeds op dezelfde plek en de luxaflex van het benedenhuisje aan de Frederikstraat was nog steeds voor driekwart geloken. Ik greep de fiets, gooide hem op mijn schouder en zette het op een lopen, dwars over het pleintje.
Plotseling ging de deur van het café ertegenover open. De kroegbaas kwam naar buiten met een theedoek over zijn onderarm en schreeuwde: “Héla, wat moet dat daar, laat die fiets staan!” Ik riep hem toe dat ik die fiets juist terugstal en rende door. Gelukkig kwam hij niet achter me aan.
Toen ik de fiets binnengezet had, en even op de bank had zitten uitblazen, besloot ik toch maar even terug te gaan om het de kroegbaas wat uitgebreider uit te leggen. Mijn terugkomst verraste hem, maar hij was vlug van begrip. Gelukkig had hij zijn overbuurman de junk niet wakker gemaakt, of de politie gewaarschuwd. Voor zo’n akkefietje zouden ze vast wel komen, is het niet?
Bloemrijk rondje Peize
Geplaatst op: 2 juni 2018 Hoort bij: Onlanden 9 reactiesOp de met mossen overgroeide asfaltrand van de Zuiderweg in Hoogkerk staan fraaie gele bloempjes. Deze zijn hier in de buurt op nog meer van zulke plekken te vinden. De naam wist ik niet, maar volgens Hendrika en anderen (waarvoor dank) betreft muurpeper, ook wel sedum of vetkruid geheten:

Korenbloemen en bolderik op nieuwe grond bij de Eemsgolaan:

Klaprozen in overvloed bij het Transferium Hoogkerk:

Wat dichterbij:

Oever Omgelegde Eelderdiep – vingerhoedskruid:

In dat gecompartimenteerde kanaaltje zit redelijk wat krabbenscheer:

Bij de meeuwenkolonie – een menigte gele plompen:

Vogelwikke aan de Drentsedijk:

Tijdig gezien, ligt in hinderlaag, is levensgevaarlijk::

Boswal bij de Drentsedijk – veel kamperfoelie:

Moeraskers? Te vinden aan de Zuiderdijk:

Rode koeien aan de Zuiderdijk:

Achterstewold – wederik:

Melkstationnetje aldaar:

Herkauwende blaarkoppen met op de achtergrond, in een sprank zon, het nieuwe Eelderwolde:

Peizerwold – ooievaarman vlooit zijn vrouw:

Intrigerende prent van Melgers
Geplaatst op: 1 juni 2018 Hoort bij: Kunsten Een reactie plaatsen
Henk Melgers – Muzikant / Musicerende boer (1926). Collectie Groninger Museum.
Het werk dat me het meest is bijgebleven van die eendaagse Ploegtentoonstelling, vorige week zaterdag in Loppersum, is de ‘Muzikant’, ook wel ‘De musicerende boer’, een linosnede van Henk Melgers uit 1926. Gelukkig heeft het Groninger Museum ook een exemplaar, zodat ik ’t hier kan tonen zonder gebruik te hoeven maken van een wederrechtelijk gemaakte foto.
Centraal in beeld van de bewuste lino staat een geconcentreerde vioolspeler. Onder de man ligt een melkkrukje, wat de suggestie wekt dat hij net is opgestaan. Hij gaat dan op in zijn muziek, die schwung krijgt.
Om hem heen een aandachtig gehoor van boerderijdieren: een paard, een koe, een haan met wat kippen en een eend. Op de achtergrond leunt een vrouw met haar ellebogen op de koe. Het zal de boerin zijn. Kijkt ze nou sceptisch, of laat ze zich meevoeren door de muziek en geeft ze zich gewonnen? Als de man muzikant is, komt hij van elders en moet hij wat van haar; als hij haar musicerende echtgenoot zou zijn, is het tafereel curieus maar arcadisch.,
De scène lijkt deel uit te maken van een groter verhaal. Melgers illustreerde ook wel boeken. Misschien stond de prent in een boek?
Opkomende bui
Geplaatst op: 31 mei 2018 Hoort bij: Hoogkerk, Stad nu 2 reactiesDoor de hitte had ik al weinig puf om te fietsen, maar toen ik die zeer donkere lucht zag, besloot ik met de bus te gaan. Vanuit de bus is dit de parkeerplaats bij de Hoogkerker suikerfabriek. Het loopt tegen half vijf en de wijkmarkt wordt al opgedoekt:

Iets lichter was het bij de brug:

In de stad op weg naar een afscheidsreceptie – bij de Westerhaven waaide het even fors en vloog er van alles door de lucht, maar bij het museum stond er nauwelijks wind:

Boven de Herestraat was het weer lichter:

De hoosbui bleef uit, ook in Hoogkerk. Terwijl onze gaanderiij eerder deze week volledig blank stond, staan er nu enkele plasjes.


Recente reacties