Naar de Onlander uitkijktoren
Geplaatst op: 16 december 2017 Hoort bij: Onlanden 6 reactiesVanaf de Eelder Madijk – bui in opbouw in het westnoordwesten:

Uit het Omgelegde Eelderdiep verwijderde krabbenscheer:

Het doel van de reis – de onlangs geopende uitkijktoren van Natuurmonumenten bij de Drentsedijk even ten oosten van Peize:

Best een klim:

Vrijzwevend gedeelte:

We naderen de top:

Het uitzicht richting Stad:

Vee aan de andere kant van de Drentsedijk:

Nieuw Eelderwolde met stadssilhouet:

De bui van de eerste foto komt naderbij:

Naar beneden maar weer – kampen land met coulissen:

Het langste stuk:

Nauwelijks nat geworden of daar gaat de bui weer:

Plasdras:

Tweelingbui in aantocht:

Vierverlaten in de verte:

Zeven zwanen op een kluitje
Geplaatst op: 15 december 2017 Hoort bij: Hoogkerk 6 reactiesVanochtend zien fourageren vlakbij het Hegepad: de familie zwaan die daar dit voorjaar ontstaan is. Pa en moe en de koters blijven dicht bij elkaar, in de winter. Ze trekken zich nauwelijks iets aan van passanten:




Gedeputeerden verwijderen ooievaarsnest
Geplaatst op: 14 december 2017 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieNiet alleen de school in Hoogkerk en de kerk van Niehove droegen ooit een ooievaarsnest op het dak, dat deed ook het Groninger provinciehuis in de zeventiende eeuw. Alleen waren de ooievaars in dit geval niet zo populair:
DE OOIEVAAR OP HET PROVINCIEHUIS.
“Is de commies Taco Bauckens gelastet om het Provinciehuis te laten witten, ende het eijbersnust bovenop de schoorsteen of te smijten, ende het ijser op de schoorsteen voor de eijbers te doen setten.”
(Resolutie Gedeputeerde Staten van Groningen 15 april 1630.)
Bron: Bladvulling in de Groninger Volksalmanak van 1932, pag. 96.
Commentaar: Blijkbaar ondervonden de provinciebestuurders overlast van de ooievaars, in dit broedseizoen. Het zal er niet zo netjes hebben uitgezien in hun ogen en mogelijk maakten de vogels ook teveel lawaai. Daarom werd het nest van de schoorsteen gegooid, terwijl een constellatie van ijzer moest voorkomen dat de ooievaars er nog weer gingen nestelen. Vermoedelijk bestond die constellatie uit pinnen, maar dat laat zich uit de tekst niet aflezen.
“De hondekoning, zo heette ik”
Geplaatst op: 13 december 2017 Hoort bij: Drenthe vrogger, Geschiedenis 2 reactiesUit de memoires van de Jordanese koopman Paultje Rollman:
“Over die hondehandel, ja. Dat was direct na de oorlog. Ik kende een beetje Engels, was tolk bij de Canadezen. We lagen in Havelte. Komt daar een boer met z’n hondje. Verkocht ‘ie. Die Canadezen waren daar gek op. Hij kreeg er een pakje sigaretten voor, en één sigaret was een piek in die tijd. Ik dacht: dat gaat fijn. Toen heb ik ook een nest jonge honden gehaald. Grif verkocht. Een hele handel. Ik kocht ze op de veemarkt in Leeuwarden, en dan terug naar Amsterdam.
„Je had toen geen honden meer in Amsterdam. Die waren allemaal opgevreten. ledereen wilde een hond, van de „hondekoning”, zo heette ik.”
—
Bron: Parool 20 november 1970.
Boer acht gemeentearchief zijn eigendom
Geplaatst op: 12 december 2017 Hoort bij: Drenthe vrogger 3 reactiesDaar keek ik toch wel even van op: dat het Havelter gemeentearchief van voor 1850 ruim een eeuw later bij de vooraanstaande boer op zolder lag.
Ooit bevond dat archief zich in een kabinet in het oude schultehuis aan de Dorpsstraat, waar vier generaties Kymmels achtereenvolgens woonden als schulte van Havelte (notaris en burgemeester ineen). Van de laatste Kymmel moeten de stukken uit 1798 zijn geweest, die het Paroolbericht noemt. Ergens in de negentiende eeuw erfde een nazaat van de Kymmels, een mevrouw Meeuwes, het kabinet met het oude gemeentearchief. De vrouw van boer Dorenbos was daar weer aan vermaogschapt en zo kwam dat archief dus terecht in de boerderij van Dorenbos bij de Havelterbrug, waar de pampieren in de Tweede Wereldoorlog voor de veiligheid onder de grond gingen. Overigens betrof het niet alleen gemeentebescheiden, maar ook nog markeboeken en kerkelijke archivalia.
Mooi voorbeeld hoe overheids- en ander niet-particulier archief van algemeen belang kan afdwalen, met het risico dat het als particulier bezit eindigt. Want ook boer Dorenbos beschouwde de stukken anno 1952 als de zijne. Burgemeester Kuil van Havelte mocht ze hooguit van hem komen lenen. Niet dat de burgemeester iets tegen Dorenbos persoonlijk had – die zou in zijn ogen een goed archief-ambtenaar zijn – maar Kuil wilde toch wel even wijzen op de grote risico’s van de bewaarplek bij Dorenbos, zoals muizenvraat, vocht en brand.
Uit het bericht laat zich opmaken dat de burgemeester zich machteloos voelde. Hij was er ook de man niet naar om de oude stukken botweg op te eisen. Tegenwoordig doen zich zulke situaties nog wel eens voor, en wat mij betreft komt er een wet die particulieren oplegt hun eigendomsrecht op zulk afgedwaald overheidsarchief te bewijzen. Is dat onmogelijk, dan gaat het hup naar de kennelijk rechtmatige eigenaar. Voor historisch onderzoek is dat bronnenmateriaal immers het best op zijn plaats in een goed geoutilleerde archiefbewaarplaats met een dito studiezaal.
Als ik mij niet vergis, heeft Dorenbos de stukken later trouwens aan de gemeente en het Drents Rijksarchief overgedragen. In dit geval ging het dan nog goed.
Twee keer Perton in Amsterdams Dagboek
Geplaatst op: 11 december 2017 Hoort bij: Familie 2 reactiesOpdat we ons in de kerstvakantie niet gaan vervelen, heeft Delpher vandaag de edities van het Parool, Trouw en de Volkskrant uit de periode 1945-1995 online gezet, Voor het zoekwoord Perton leverde dit 99 resultaten op. Veel van dat spul was me al wel bekend uit regionale kranten, zo figureert de tafeltenniskampioene met mijn achternaam weer menigmaal in de sportkolommen, en blijkt Frits Perton de makelaar te adverteren voor een verplaatsbare boerenschuur uit de omgeving van Winschoten. Maar de leukste resultaten zijn toch de paar keer dat een (ver) familielid figureerde in de Paroolrubriek ‘Amsterdams Dagboek’ van ‘Dagboekanier’ Henri Knap, later een bekende TV-persoonlijkheid.
De eerste keer betreft het de verschijning, in 1949, van een Bertus Perton in de afdeling ‘Goed zo!’ van Knaps rubriek, welke afdeling ook wel de “Parade der Braven” heette:

Oudezijds Achterburgwal 140 zal het hotel van de piccolo geweest zijn. Tegenwoordig ziet het er zo uit.
Mijn oudtante Siene, die net weer in Amsterdam woonde in een flatje in de Stadionbuurt, raakte in 1953 zèlf iets kwijt en schakelde blijkbaar Knap in om het verlorene weer terug te krijgen. Haar oproep belandde in de ‘Verdrietige afdeling’ van diens rubriek:

Siene werd wel aanbeden door een belastingcollega, waar ze echter weinig van moest hebben, terwijl ze verder levenslang vrijgezel is geweest. Reden voor mij om te denken dat dit ovalen horloge van haar moeder was geweest. Toch jammer, dat het op zo’n manier weg is geraakt, maar wel aardig dat er nog een beschrijving van is.
Emmaviaduct
Geplaatst op: 11 december 2017 Hoort bij: Stad nu 4 reactiesHet Emmaviaduct is vooral fotogeniek met slecht weer, zoals vanmiddag om half vier:

Veenkoloniale levenstrap
Geplaatst op: 10 december 2017 Hoort bij: Kunsten 2 reacties
Midwintergedachte bie ’t Hoogholtje (Veenkoloniën)
Laive lu, blief even kieken,
Veür elkain weer wieder gait
Noar zien loan en weg en wieken,
Woar zien waark te wachten stait.
Wil ie even noar mie luustern
Nou de zun nog éven lacht ?
Veür de kortste doagen duustern,
Snei en hoagel om ons jagt?…
Stap veur stap klim’ wie noar boven
Op de köֲrte levensboan;
Stap veur stap wordt ’t oetzicht roemen,
Tot wie hóóg op ’t holtje stoan!
Dan ’n zetje… noar beneden !
Gauw en gauwer gait dat dan;
Doar ben al de leste treden…
’t Leven is net ’n hoogholtje, man!
—
Bron: ’t Noorden in Woord en Beeld 24 december 1926.
De Grouwelderij, vlak voor de verbouwing
Geplaatst op: 9 december 2017 Hoort bij: Het Noorden Een reactie plaatsenGelukkie! Zoekend op Midwinter in het Noorden in Woord en Beeld, vind ik opeens een foto van de Grouwelderij aan de Paddepoelsterweg. De plaat moet vlak voor de verbouwing van 1936 gemaakt zijn. Ik ga hier iemand heel blij mee maken:

Rondje Bruilweering
Geplaatst op: 9 december 2017 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk 3 reactiesSuikerfabriek Hoogkerk (de campagne duurt nog tot februari komend jaar):

Verdrietige knuffel op een bankje bij de ingang van de Piccardthof:

Het crematorium bij de Eelder Madijk op de Bolham lijkt bijna klaar:

Er komt een buitje over:

Liefdesdrama in Roderwolde
Geplaatst op: 9 december 2017 Hoort bij: Drenthe vrogger 2 reacties
Politie aan het werk bij de fiets van het slachtoffer. In het midden hoofdinspecteur Kraaijenga. NvhN 3 september 1940.
“Een afschuwelijk drama”, aldus het Nieuwsblad van het Noorden van maandagmiddag 2 september 1940,
“heeft hedenmorgen het stille Roderwolde, dat in landelijke eenzaamheid onder de rook van Groningen ligt, opgeschrikt”.
Ten westen van het Roderwolder gehucht Sandebuur, nabij de Rodervaart, woonden daar vlak bij elkaar de families Meijer en Brink,
“ver van den grooten weg, diep het land in, slechts te bereiken langs een zandweg, die door de voortdurende regens van de afgeloopen weken herschapen is in modderpoelen…”
Twee kinderen uit deze gezinnen, Alberdina Meijer (22) en Hillebrand Brink (32) hadden zeven jaar lang verkering met elkaar gehad. Maar begin augustus maakte Dina het uit.
‘s Zondagavonds om half zeven verliet zij de ouderlijke woning. Ze ging in Roden dansen, zei ze. Maandagochtend vroeg was ze nog steeds niet terug.
Bij de familie Brink was hetzelfde aan de hand met Hillebrand. Hij ging die zondagavond om negen uur de deur uit, mogelijk om nog iets te doen in zijn fietsenzaakje te Roderwolde, want hij trok oude kleren aan. Ook hij bleek ’s ochtends nog niet thuis.
Beide families gingen samen op zoek.
“Deze speurtocht door het land, langs boschjes en wallen, eindigde met een verschrikkelijke ontdekking. De oude baas Brink zag op een gegeven oogenblik, het was omstreeks acht uur, op een kamp bouwland het meisje in het struikgewas, achter een walletje ter zijde van den zandweg, op enkele honderden meters van de ouderlijke woning, liggen. Zij bleek dood te zijn.”
Honderd meter verderop stond haar fiets in het struikgewas bij een zijpad van de zandweg. De veldwachter werd gewaarschuwd, die de burgemeester belde. Ze kwamen meteen naar Sandebuur, net als de majoor van de Rijksveldwacht, de huisarts uit Roden, de officier van justitie en diens substituut uit Groningen en hoofdinspecteur Kraaijenga van de Groninger recherche.
De laatste nam de zaak in onderzoek.
“Als eerste voorloopige indruk kwam daarbij wel vast te staan, dat het meisje geworgd is. Lichte verwondingen bij de keel duidden duidden daar op. (…)“
Dina was inderdaad in Roden wezen dansen. Bij café Busscher. Ze was er om ongeveer tien uur weggegaan. Een van haar vriendinnen had nog aangeboden om een eind mee te rijden, maar Dina sloeg dat af: „Welnee, ik kan het alleen best vinden”.
“Daarop is zij weggereden….
Wat er daarna gebeurd is, hoe het trieste gebeuren op dien stikdonkeren eenzamen landweg dien het meisje moest nemen om haar huis te bereiken, zich heeft afgespeeld, dat alles ligt volkomen in het duister.”
De verslaggever die het Nieuwsblad erop afstuurde, constateerde “groote ontsteltenis” in het anders zo rustige Sandebuur.
“Enkele groepjes bewoners stonden daar op den zandweg het gebeuren te bespreken en onder hen bevonden zich de beide vaders van de betrokkenen, van wie één daarbij een dochter had verloren, terwijl de andere in ongerustheid omtrent het lot van zijn zoon verkeerde.
Op het vermoeden, dat deze de hand aan zich zelf heeft geslagen, werd hedenmorgen met dreggen begonnen in het Roder kanaal… “
De vermiste buurjongen, Hillebrand Brink, stond bekend als een binnenvetter die nooit overlast gaf, maar wel altijd deed wat hij in de kop had. Dat Dina het uitgemaakt had, was zeer tegen zijn zin geweest. Sindsdien waren er enkele onaangename ontmoetingen geweest. Hij zat vol wrok en had gezegd,
“dat hij geen andere jongens bij het meisje moest zien”.
Die maandagmiddag al werd hij gevonden in een hakbosje, ongeveer een kilometer verderop.
“Hij bleek door ophanging een einde aan zijn leven te hebben gemaakt.”
Bij de begrafenis van Dina, op donderdag 5 september, wemelde het van de mensen op het kerkhof van Roderwolde, middenin het land. De dominee sprak er over Romeinen 14 : 17:
„Want niemand van ons leeft zichzelven en niemand van ons sterft zichzelven”.
Naar de beweegredenen, waarvan beide partijen het slachtoffer zijn geworden, behoeft niet te worden gevraagd. Vast staat, dat voor Egberdina de keus der liefde zeer moeilijk is geweest. Of zij de voor haar goede heeft gedaan, heeft niet den mensch te beoordeelen.”
Kennelijk waren er mensen, die het slachtoffer de schuld gaven van het gebeurde.
Dina was lid van hervormde meisjesvereniging van Roderwolde. Haar clubgenoten bewezen haar de laatste eer,
“terwijl ook de familie van den dader van den moord aan de groeve was.
Anderzijds was de familie Meijer bij de begrafenis van Hilbrand Brink aanwezig.”
—
Bron: Nieuwsblad van het Noorden 2, 3 en 6 september 1940.
Een hiërarchie van Drentse kerspelen (1524)
Geplaatst op: 6 december 2017 Hoort bij: Drenthe vrogger 2 reactiesGeïntrigeerd door enkele opmerkingen over ‘ploegen’ als belastinggrondslag in het laat-middeleeuwse Drenthe, kwam ik via via terecht bij een lijstje uit 1524, dat de Drentse archivaris Magnin ooit opdiepte uit het stadsarchief van Hasselt. Het bevat de verdeling van de Drentse bijdrage aan de bezetting van Hasselt door soldaten van de Utrechtse bisschop, waarbij de grondslag bepaald werd op 600 ploegen Deze ploegen, die ook wel heetten te staan voor volle erven, bleken in 1524 als volgt verdeeld over de Drentse kerspelen, waarbij ik die kerspelen op volgorde van hun aantallen ploegen heb gezet :
| Kerspel/schultambt | Ploegen 1524 |
| Beilen | 60 |
| Anlo | 44,5 |
| Vries | 38 |
| Zweelo | 36 |
| Rolde | 36 |
| Westerbork | 34 |
| Borger | 27 |
| Sleen | 24 |
| Emmen | 24 |
| Dwingeloo | 23 |
| Oosterhesselen | 20 |
| Vledder | 19 |
| Zuidlaren | 17 |
| Dalen | 17 |
| Pesse, Echten, Ansen | 16 |
| Diever | 15 |
| Havelte | 14 |
| Gieten | 13,5 |
| Norg | 11 |
| De Wijk | 11 |
| Meppel | 10 |
| Peize | 10 |
| Roden | 10 |
| Gasselte | 10 |
| Zuidwolde | 8 |
| Kolderveen | 8 |
| Nijeveen | 8 |
| Koekange | 7 |
| Roderwolde | 6 |
| Wapserveen | 6 |
| Roswinkel | 6 |
| Schoonebeek | 6 |
| Eelde | 5 |
| Heel Drenthe | 600 |
Wat opvalt aan dit lijstje is dat de eerste tien kerspels vrijwel allemaal hoog en droog op het centraal Drents plateau liggen. In de middengroep zitten er nogal wat uit het Noordenveld en het Dieverderdingspil, (dus de Kop van Drenthe en het zuidwesten), terwijl het laatste tiental kerspelen op de lijst voornamelijk oude, laag gelegen veendorpen aan de rand van het Drents plateau omvat. Die oude veenontginningen droegen dus weinig bij aan de hoofdsom, en centraal en hoog en droog liggend Drenthe betaalde juist veel. Verder valt de positie van Meppel als handelsnederzetting en toekomstig stadje nogal tegen, evenals die van Eelde, waar het later wemelde van de buitenplaatsen.
Op de lijst ontbreken de zelfstandige heerlijkheden Ruinen en Coevorden. De veenkoloniën Hoogeveen en Gasselternijveen bestonden nog niet. En Assen was nog een klooster.
Lotgevallen van een kunstgebit
Geplaatst op: 4 december 2017 Hoort bij: Uncategorized 2 reactiesHad hem al eens getwitterd, maar mijn volgers op Twitter en de lezers van dit weblog overlappen elkaar maar gedeeltelijk, dus plaats ik dit smeuiïge verhaal hier ook maar:

Bron: Meppeler Courant 30 december 1953.
Steeds meer vreemde bijen in Beerta
Geplaatst op: 3 december 2017 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Aantallen ‘vreemde’ bijenkorven te Beerta, 1739-1763. Bron: diaconierekening, archief hervormde gemeente Beerta inv.nr. 17.
Per vreemde korf bijen die hij op zijn grond toeliet, moest de eigenaar of beklemde meier van die grond in Beerta 1 stuiver aan de armen betalen. Die stuivers vormen opgeteld per jaar bovenstaande grafiek.
In het begin staan er nauwelijks ontvangsten wegens imegeld in de diaconierekening van Beerta, naderhand begint die inkomstenbron voor de armen steeds meer te vloeien. De grafiek kent nogal wat ups en downs, omdat vooral natte jaren zorgen voor een lage honing-opbrengst naast zieke bijen, waardoor een volgend jaar imkers minderen of er helemaal de brui aan geven. Over de hele periode is er een opgaande lijn of trend. In 1759 en 1761 vinden ruim 700 bijenvolken van buiten het kerspel een plekje in Beerta. Het gemiddelde over de hele periode zal bijna 300 korven zijn geweest, vergelijkbaar met het aantal wat later in Noordbroek.
Een strengere invordering zou een oorzaak van de toename kunnen zijn, ware het niet dat rond 1740 ook de bijenteelt in Drenthe een dieptepunt beleefde, aldus Bieleman. Veel van de ‘vreemde’ bijenvolken kwamen daar vandaan en uit Westerwolde. De opgaande lijn zal dan voornamelijk liggen aan de toenemende teelt van koolzaad en raapzaad in de omgeving van Beerta.
Bloeiend zaad bracht bijenvertier in Beerta
Geplaatst op: 2 december 2017 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
De maanden dat betalingen van imegelden plaatsvonden, Bron: 170 ontvangstposten in de diaconierekening van Beerta, 1738-1764; RHC Groninger Archieven 206-17.
Vanmiddag 170 ontvangsten wegens imegeld in een diaconierekening van Beerta uit het midden van de achttiende eeuw op een rijtje gezet.
De meeste van die ontvangsten werden in de maanden mei, juni en juli ingeboekt. Dan bloeiden koolzaad en raapzaad en daar kwamen imkers uit andere contreien op af. Per korf bijen moest de eigenaar van de grond waar deze ‘vreemde’ bijenvolken geplaatst werden een stuiver betalen aan de diaconie, het lokale kerkelijke armenfonds. Tenminste, als het goed was, want anders deed zo iemand de armen tekort.
De maanden juni en juli zorgden in Beerta voor de helft van de imegeld-afdrachten, daarna zakten die fors terug, met weer even een piekje in november, net als mei een traditionele betaalmaand (van primair lonen en pachten). Wat er van december tot en met april binnenkwam, was klein bier. In april begon het bijenseizoen weer, maar blijkbaar werden de imegelden niet bij vooruitbetaling voldaan.
Vermoedelijk ging het buiten de periode van koolzaadbloei voornamelijk om uitgestelde betalingen. Want vreemde bijenvolken zullen er dan heel weinig in Beerta hebben gestaan. Alleen bij klaver, boekweit en heide, bloeiend in de zomermaanden tot misschien medio september, was daar nog kans op, maar die drachtplanten groeiden niet massaal of lang niet zo massaal in het kerspel Beerta als kool- en raapzaad.
Er ook nog even een taartgrafiek van gemaakt:


Recente reacties