Korenveld bij de Bommelier

Bij de Bommelier tussen Peizerwold en Roderwolde:

Waarschijnlijk gaat het om ouderwetse rogge (zogenaamde Sint Jansrogge). Eens kijken hoe hoog het wordt.


Hazen bij de Woudrustlaan

In een groen, groen, groen, groen kruidenrijk weiland, daar graasden twee haasjes:


Heel parmant:

(Vort met dat liedje.) De ene haas ging er vandoor, en de ander – het mannetje? – bleef over en liet zich zelfs van nog wat dichterbij kieken:

Het gras hier was hem te machtig, daar kon hij node afscheid van nemen:

Maar op zeker moment rende ook hij weg, het hoekje om:

Ik fietste eerst een eind verder en keerde toen terug. De haas zat opnieuw vlakbij de weg, waande zich veilig achter een gordijn van riet en was zich aan het poetsen, misschien had hij last van ongedierte:

Hij ging er even voor zitten. Eerst maar eens zijn portret van opzij:

En dan het klapstuk van de sessie, zijn portret van voren:


Ommetje Eiteweert – Leegkerk

‘Graasfront’ van Haflingers bij de Langmadijk:

Deze zwanenbloem (met dank aan peter) zie je steeds meer aan de rand van sloten, in dit geval te Matsloot:

Martinigezicht vanaf de Aduarderdiepsterweg:

Ook bij de Tichelwerkbrug volop bereklauwen in bloei:

Vanaf die brug – jonge zwaluw kon al wel vliegen, maar bedelde nog steeds om voedsel bij zijn ouders:

Het Leegkerker prachtkalf is een stukkie gegroeid:

Leegkerk – de hazen zijn de laatste tijd een stuk zichtbaarder:

Zag ook nog een uil (logo OBS De Ploeg, Zuiderweg Hoogkerk):


De Twee Provinciën, toen het nog niet zo lang bestond

Ik merk dat het clubhuis van watersportvereniging De Twee Provinciën i  Paterswolde honderd jaar bestaat. RTV Drenthe besteedde er vandaag aandacht aan.

De Twee Provinciën is een zeer toepasselijke naam, aangezien het clubhuis zich pal op de grens van Groningen en Drenthe bevindt. Oorspronkelijk was het de naam van een uitspanning, waarvan ik me nu afvraag of die zich op precies dezelfde locatie bevond:

Het clubhuis van 1917, zoals dat er nu nog staat, op een foto van vlak na de bouw:

Van het eerste lustrum bleef het programma bewaard:

Ook later kon je er nog wel dansen:

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1774 (documentatie bedrijven en instellingen) inv.nr. 4218/1 (Paterswolde).


Onlander rondje

Waterlelie:

In een vrij grote hoeveelheid op het Omgelegde Eelderdiep:

Weinig fietsers, menige ‘klasbak’ vond het kennelijk te fris en winderig vanmiddag. Deze fazantenhaan probeerde daarom het fietspad maar eens uit:

Wederik:

Distel

Ratelaar (met dank aan Gerry):

Bruine kiekendief:

Andere distel:

Gele honingklaver:

Rietgors, beetje mussig vogeltje:
De kleine karekiet hoor je op heel veel plekken in het riet, maar die laat zich haast niet zien.

Bult kamille:

Korenveld en molen, Roderwolde:


Allantjoejèjèjè

Omdat het volgens mij in de prilste Beatletijd was, heb ik even in Hitdossier opgezocht, wanneer dit nummer een hit was. Het werd in 1963 geproduceerd, maar kwam in januari 1964 de vaderlandse Top 40 binnen, waarop het als hoogste notering nummertje 6 bereikte.

Slechts 6. Eigenlijk valt me dat een beetje tegen, zo achteraf. Ik had er meer van verwacht bij het entameren van mijn onderzoek.  Maar het stond wel heel làng op die Top 40, merk ik: meer dan een half jaar. Het was dus ook die zomer nog volop op de radio.

Dat voorjaar reden Jan, Wieger en ik eens verveelrondjes op onze kinderfietsjes bij de bosrand aan het eind van de straat. Rechtsaf ging je naar de Duitse bunkers en linksaf naar de voormalige Ortskommandantur. Als achtjarigen kenden wij tittel noch jota Engels. In plaats van She loves you yeah yeah yeah zongen wij uit volle borst Allantjoejèjèjè.

Tevens waren wij enorme fans van de ijscoboer van de firma Huberts uit Meppel. Met zijn witte pet en dito gesteven jasje kwam hij ´s zomers elke zondagmiddag en soms ook op een zoele vooravond door onze straat, zittend achterop een ijswagen met ronde vormen, en liet hier lustig zijn belletje klingelen. Een uitnodiging die wij, gewapend met wat pas verworven centen en stuivers, heus niet onbeantwoord lieten!

Maar dat voorjaar was de ijscoboer nog niet geweest. Deze gang van zaken stelde ons hevig teleur en wij besloten hem daarom op te gaan halen bij de ijsfabriek, aan de noordkant van Meppel, zo’n acht kilometer fietsen. Helaas bleek hij niet aanwezig. Maar hij zou vast weer in Havelte komen, verzekerde de mevrouw die ons vriendelijk te woord stond.  En dat bleek naderhand ook wel te kloppen.

Ik meen dat ik thuis pas dagen later van onze expeditie vertelde. Mijn moeder was oprecht verbaasd. Ze wilde maar niet geloven dat we zo ver weg waren geweest. Ik kreeg niet eens op mijn donder.


Hoogkerk krijgt muur van groen plastic (2)

De situatie bij het Hegepad was vanavond als volgt:

In plaats van één grote bult hooibalen hebben we er nu drie.

De oude bult bij het zitje is niet verlengd, zoals ik dacht, maar verdikt. Wat erbij gekomen is zit in een plastic van een wat lichter groen:


Graspiepers

Die had ik dit jaar nog aar weinig gezien. Nu twee vlak na elkaar, bij de Langmadijk achter Peizermade:


Hoogkerk krijgt muur van groen plastic

Wat kan men tegen hooi hebben? Helemaal niets! Hooi verspreidt – vooral op de klei – een hoogst aangename geur die ook bij menigeen genoeglijke herinneringen opwekt. Ja, goed beschouwd bevordert hooi het welbevinden der mensheid.

Aan het Hegepad te Hoogkerk, echter, staat er sinds de zomer van vorig jaar een enorm hooiblok. Kennelijk was er het hele winterseizoen fourage genoeg, zodat er geen behoefte aan het hooi hier bestond. Al die tijd mochten passanten dus aankijken tegen de stapel hooipakken in steeds flodderiger groen plastic.

Intussen wordt er opnieuw gehooid en komen er nieuwe pakken in groen plastic aan:

Gister

De vraag is nu of die nieuwe pakken bij de oude worden neergezet. Ik zweer het: dit houdt heel Hoogkerk bezig. Bij een noordooster zit je dan lekker uit de wind op het metalen zitje bij het Hegepad:

Eergister

De gemeente Groningen is hier bij mijn weten de grondeigenaar. Mogelijk verpacht die de grond? Ik hoorde iemand de gemeente al vergelijken met de jeugd op Terschelling. “Zoals die jeugd muren van bierkratten bouwt, bouwt de gemeente Groningen muren van hooibalen. … Ach, het zal wel weer een kunstproject zijn.”


Heidewandeling of bijspijkercursus voor een plantkundig onbenul

De personeelsreis ging vandaag naar Taribush/Kamp de Marke aan de noordrand van het Dwingelerveld bij Lheebroek. Daar is een groep van vijftien van ons in de omgeving rondgeleid door een IVN-gids.

Die gids staat hier op een van de vier heidesoorten, de kraaiheide:

Meest voorkomend is de struikhei, die in augustus de boel in een paarse gloed zet:

De duonaaldjes van de den:

Bomen, exotische beuken, van onder ontdaan van schors en als oefenmateriaal aan spechten overgegeven:

De dopheide bloeit nu:

Die soort produceert de lila bloemetjes die her en der opvallen:

Dan nog de lavendelheide, waarvan de blaadjes op die van de lavendel lijken:

De honderden vennen verdrogen momenteel sterk, terwijl dit meertje min of meer op peil blijft. Volgens de gids betreft het een pingoruïne die met kwelwater van onderop wordt gevoed. Het zwermde er van de juffers en libellen:


Voor Vakantie! moet je in Veendam zijn

Station Veendam. Bij de spoorwegovergang passeert net een Duitse loc van de museumspoorlijn STAR,  die, naar ik hoorde, ook passagiers met fietsen vervoert, zodat je vanuit Stadskanaal heel mooi Westerwolde afpeddelen kunt:

Doel van de reis was intussen het Veenkoloniaal Museum, waar de tentoonstelling Vakantie! er op uit, 1900-1980 geopend werd. Voor de gelegenheid stond daar deze BMW-caravancombinatie uit de jaren 60 voor de deur:

De eigenlijke tentoonstelling is boven:

Hotels, pensions, huisjes en groepsreizen blijven (goeddeels) buiten beschouwing, het accent valt duidelijk op het kamperen dat voor het gewone volk mede mogelijk gemaakt werd door het vakantiegeld, dat vanaf 1968 werd uitbetaald. Camping-ameublement uit de jaren 70 – de noppen-vloerbedekking van vinyl komt me heel bekend voor:

Bungalowtent met zitje:

Een van de fraaie affiches op de tentoonstelling, stammend uit een tijd dat er nog een waas van idealisme rond het kamperen hing:

Het is verwonderlijk wat men niet al aan bric-à-brac bewaart – een hele wand is gereserveerd voor historische souvenirs:

Franse plaat over het kamperen:

De samensteller van de expositie, Fred Ootjers, ontdekte dat er in Oost-Groningen destijds ettelijke caravan- en vouwwagenbouwers zaten. Reclame voor het merk Tezet, uit Zijlstra’s carrosseriefabriek in Zuidbroek:

Ook nog even bij de vaste opstelling van het museum gekeken – veenkoloniaal winkeltje:

In de belendende veenkoloniale knijp deze fraai vormgegeven reclame van distilleerderdij Van Calcar te Hoogezand:

Tarief van sluis- of bruggelden met inningsklomp aan touw:

Terug op het station bleek dat de trein pas over een half uur kwam. Beetje rondgekeken – curieus kunstwerk van Limburgse kunstenaar:

Detail van het stationsgebouw:

Dat gebouw wordt weer geëxploiteerd door de STAR, na een periode dat het verpacht werd. Er is een kleine expositie met treinspullen ingericht:

Te zien is onder meer dit jubileumbord van Arie Gijsbertus Kenemans uit 1938, met al diens standplaatsen, o.a. Musselkanaal:


Windmeeritje Usquert – Stad

Usquert, een waar woord van dichter Jan Boer:

Wierde en kerkje van Rottum:

Rottum – antiek fietsenrek van Niemeijer:

Rottum, ’t Hoeske van Theis Joapke, met linksvoor het borstbeeld van Jan Boer::

Wierde bij Eelswerd – als akkerbouw zo’n archeologisch monument erodeert, vind ik een opgraving in de rede liggen:

We hebben al ruïnes zat in Groningerland:

Landschap bij Kantens:

Engel op grafsteen, begraafplaats Toornwerd:

De toren van Toornwerd is eigenlijk een wat groot uitgevallen folly:

Dorpsgezicht Middelstum, van de Toornwerder kant:

De klap van Fraamklap – het oude café daar, Tuitman, is helaas voortdurend dicht:

Bij boerderij De Groote Haver, Ter Laan achter Bedum:

Kalkoen op het fietspad bij Ellerhuizen:

Landschap bij Zuidwolde:

Graan dat oefent op het wuiven:

Damsterdiep, stad Groningen:


Een grutto bij de Krimstermolen

Een grutto bij de Krimstermolen wilde wel even poseren voor de passerende meneer:

Eerst maar eens even tegen een donker achtergrondje

Omkijkend:

Weer lettend op het jong in het weiland:

Nog even met de hele molen als achtergrond:

Zo’n meeuw? Nee hoor, kon hem niks schelen. Daar werd hij niet heet of koud van:

Daar had hij schijt aan.

“Zo is het wel mooi geweest, nou?”


Even naar Veendam

Was vanochtend even naar Veendam, voor een bezoek aan het historisch archief van Waterschap Hunze en Aa’s (folder).

Vanaf het station onderweg ernaar toe dit bruggetje (Bocht Oosterdiep):

Voor de deur van het Waterschapsgebouw plakken cortenstaal die golven voorstellen, met daarop de regels van een gedicht, namelijk ‘Beek’ van Rutger Kopland:

Waarom de reis begonnen was – stukken van de Oostwolderpolder, o.a. de oudste rekening (1772-1774):

Op de terugweg valt in de Sarastraat een gevelsteen van (waarschijnlijk) Anno Smith op:


Rabenhaupt naar meer waardige plek

Van een echte onthulling kon natuurlijk geen sprake zijn, omdat iedereen het beeld allang kende, zij het van een andere plek: de pishoek onder de burgemeesterskamer in het stadhuis waar iedere morgen de reinigingsdienst grote schoonmaak kwam houden. Maar nu is die ellende voorbij en bevindt Rabenhaupt, de verdediger van onze goede stad tegen de smeerlap Bommen Berend, zich aan de zuidkant van het Goudkantoor op het Waagplein. Hij zit nog even achter een stad-Groninger vlag, maar mag straks weer naar het zuiden kijken, waar de vijand vandaan kwam:

De veurzitter van Volksvermaaken, hield een praatje. Zijn club regelde deze nieuwe, meer waardige plek, maar ging daarbij absoluut niet over één nacht ijs. De preses  had bij de zoektocht model gestaan voor fotomontages van de alternatieve locaties, dit vanwege zijn sterk met Rabenhaupt overeenkomende postuur:

Bij trommelslag werd de verwijdering van het dundoek aangekondigd:

Het moment suprème – het weghalen van de vlag door de burgemeester en een paar kinderen:

Rabenhaupt leek zelfs een tikje tevredener te kijken dan op zijn vorige plek, maar dat kan verbeelding zijn:

Weet als kniesoor niet of die helmen wel helemaal 1672 zijn:

Het kinderkoor zong nog een Rabenhauptdeun, waarvan de componist ook aanwezig was:

En als beloning kreeg de burgemeester een mooi boek:

Filmpje OOG-TV.