Luizebos
Geplaatst op: 13 juni 2017 Hoort bij: Drenthe vrogger, Veldnamen Een reactie plaatsen
Cornelis A. Hellemans, Figuren met een luizenkam (17e eeuw). Collectie Rijksmuseum Amsterdam.
In een verslag, uit 1923, van een vastgoedveiling te Deurze (een gehucht tussen Assen en Rolde) is sprake van een hele serie veldnamen, onder meer:
- Bolmaat
- Veldland
- Jannenkamp
- Luizeboschslag
- Luizeboschtip
Op de Bolmaat zal een stier (bol) hebben gelopen. Veldland was ooit recent op de natuur gewonnen bouwland (vgl. Felland tussen Haren en Onnen), de Jannenkamp sloeg niet zozeer op een heropvoedingsinrichting voor rechtse types als wel op een stuk land dat oorspronkelijk buiten de es lag en op de natuur gewonnen was, en de Luizebosvariaties duidden op minderwaardige grond, waarbij de slag voor iets venigs zal hebben gestaan en de tip voor een overhoek.
Dat dan gezegd zijnde – toch aardig dat er een echte Luizebos bestond.
Het klauwregister van Hoogkerk
Geplaatst op: 12 juni 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Veldnamen 2 reactiesIn 1661 vergaderden de eigenerfden van Hoogkerk meermalen in het Provinciehuis in de stad Groningen om een klauwregister vast te stellen voor de Schepperij (= waterschap) van Hoogkerk. Blijkbaar was daar eerder onenigheid over geweest. Afgesproken werd dat de eigenaars van de twintig grootste heerden land (= boerderijen met een bepaald minimum-areaal aan grond) elk om de beurt, en wel om de twee jaar, de Schepper zouden mogen benoemen, die het zijlschot en de schouwboetes zou innen. Zulke boetes waren grotendeels voor degenen die de Schepper benoemden en dat maakte het benoemingsrecht aantrekkelijk.
De manier waarop de Schepper zijn werk deed, moest blijven zoals die ‘altijd’ was geweest. Alleen werd bij loting de volgorde bepaald, waarin de eigenaars van de twintig heerden die aan de criteria voldeden, een Schepper mochten aanstellen. Het klauwregister legde deze “ommegangen” vast. Hieronder heb ik dat stuk in de eerste vijf kolommen samengevat, terwijl in de laatste twee kolommen de opvolgende eigenaren van de ommegangen uit de achttiende eeuw te vinden zijn:
| 1661 | 1701 evj. | 1741 evj | ||||
| Nr. | Huisnaam | Bij rechtstoel genoemd? | Eigenaar | Meier | Eigenaar
|
Eigenaar
|
| 1 | Lt. Derk van Ballen en Juffer Anna de Sygers | Jantien, wed. Melis Geerts | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 2 | Jr. Jan Dominicus Clant | Reinder Peters en Oene Clasens | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 3 | Wed. en erven Soll. Luitjen Jansen Hoving | Grietje, wed, Hajo Arends | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 4 | De Woltgraft | Dr. Simeon Wychel | Claas Derks en Frerick Siers | Stad | Stad | |
| 5 | De Koningspoort | Vrouw van Bierum | Riener Crabbes | Heer van Aduard | Heer van Aduard | |
| 6 | Geert Lubbers | Hindrik Fockes | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 7 | Het Hol | Ja | Provincie | Pieter Claasen | Stad | Stad |
| 8 | Lt. Huysman | Hermen Roelefs | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 9 | Siccamaheerd | Ja | Dr. van Swinderen | Wessel Hindriks | Stad | Stad |
| 10 | Elderhuisen | Wed. en erven Lt. Johan Coenders | Hermen Jacobs en Hermen Walichs Wiers | Stad | ||
| 11 | Cruisemahuis | ja | Siabbe Abbringe | Siabbe Abbringe | Heer van Aduard | |
| 12 | Jr. Doede Manninga, nu jr. Geert Horenken | Jan Hermens | Heer van Aduard | Heer van Aduard | ||
| 13 | Elmersma | ja | Jr. Ulrich van Ewsum | Gerrit Clasen | Heer van Aduard | |
| 14 | Armhuiszittend Convent | Jacob Clasen | Armhuiszittend Convent | |||
| 15 | Bangeweer | Ja (Popko Jongeringsstede op Bangeweer) | Dr. Simeon Wychel en Hermen Clasen | Hermen Clasen | Stad en Heer van Aduard samen | |
| 16 | Joost Lewe op Klinkenborg | Roelf Peters | Heer van Aduard | |||
| 17 | Provincie | Jan Clasen Buir | Stad | |||
| 18 | De Luisenborgh | Ja (eerder ook wel ’t Huis ten Hamrik) | Erven Fennetien van Rhenen en co. | Willem Jansen | Heer van Aduard | |
| 19 | Erven Johan Coenders + Armhuiszittend Convent | Evert Jacobs | Stad en het Armhuiszittend Convent samen | |||
| 20 | Godes Ackers Heerd | William MacDowell + Jr. Ulrich van Ewsum | Loech Onnes | Heer van Aduard | ||
In het stuk van 1661 staan 10 huisnamen – de overige heerden worden genoemd naar hun eigenaren. Van die 10 huisnamen zijn er maar 6 terug te vinden bij de 17 edele heerden die een stem in het kapittel hadden bij de benoeming van de rechter in Hoogkerk. Er moet veel meer overlap tussen de lijsten geweest zijn – er waren niet veel meer boerderijen in Hoogkerk. De lijst van de 17 inzake de rechtstoel stamt weliswaar uit 1754, en is daarmee beduidend jonger, maar gaat qua huisnamen waarschijnlijk veel verder terug, ik denk tot de zestiende of vijftiende eeuw. Niet alleen het kleinere aantal heerden doet dat vermoeden, maar ook de aard van de namen op die lijst: deze namen verwijzen veelal naar Friese eigenerfde families.
Hoewel de volgorde van 1661 bij loting is bepaald, lijkt er een route van noord naar zuid in de lijst te zitten. De Woltgraft lag op de hoek van de Kerkweg en het oostelijke deel van de Legeweg, waar nu een grote boerderij met een handel in tuinmachines staat. De Koningspoort lag op de hoek van het Koningsdiep en het Hoendiep, waar nu vloeivelden liggen van de suikerfabriek. Het Cruisemahuis, ooit Drents kloosterbezit, moeten we ook in die omgeving zoeken. Elmersma, een borg met schathuis, lag op de zuidoostelijke hoek van het Hoendiep met de Zuiderweg. Bangeweer bestaat nog steeds als bult met restaurantboerderij. Maar dit zijn ook de enige heerderijn waarvan me de locatie bekend is, van de rest wil ik die nog zien te achterhalen. (Vooral de Luisenborg en de Godsakkersheerd intrigeren me.)
De eigenaren van 1661 waren voor tweederde deel jonkers, praktisch allemaal verschillende. Een paar heerden waren eigendom van de provincie, een paar andere waren van gewone namen en het Armhuiszittend Convent in de stad bezat ook nog anderhalve heerd. In de achttiende eeuw zijn er nog maar een paar eigenaren over: de Heer van Aduard heeft dan 12,5 ommegangen, de Stad 6 en het Armhuiszittend Convent nog steeds 1,5.
Van zowel de Heer van Aduard, als de stad als het Armhuiszittend Convent bleef een goede boekhouding bewaard, met staatboeken en rekeningen. In principe moet het daarmee mogelijk zijn de latere beklemde meiers van deze heerden te achterhalen, zodat er een verband is te leggen met het kadaster van 1830. En dat levert dan de precieze locatie op van alle genoemde heerden en daarmee van de huisnamen die tot nu toe nog niet thuisgebracht zijn.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1605 (Stadsbestuur 1594-1816) inv.nr.8160 (klauwlijsten Hoogkerk, voorheen rnr 1311 d.)
Langs zeven Oost-Groninger kerken
Geplaatst op: 10 juni 2017 Hoort bij: Ommelanden 13 reactiesVandaag waren alle kerken van de gemeenten Menterwolde, Pekela, Oldambt en Bellingwedde open. Een aantal had ik nog nooit van binnen gezien, dus maar eens van de gelegenheid gebruik gemaakt.
Meeden, kansel met allegorische vrouwenfiguren (1802):

Op de flanken van het orgelfront engelen met bazuinen zoals deze:

Absoluut topstuk: de romaanse doopvont van Bentheimer zandsteen die eind 2013 bij een graafklus achter de deur tevoorschijn kwam. Ze stamt uit ca. 1250, deed dienst tot ca. 1600 en moet toen in een gat gekieperd zijn:

Ze berust op vier leeuwenpoten met grijnzende leeuwenkopjes:

Op het kerkhof was een merelvrouwtje druk bezig met het peuren van voedsel uit de spleet tussen twee grafstenen:

Anders dan verwacht was er in Westerlee geen open kerk – dat kwam door een verbouwing, zoals elders werd gezegd. Dit is de weg van Westerlee naar Oude Pekela. Je ziet hem omlaag lopen – voor 1800 lag hier een van de laatste rauwe veencomplexen, een gebied waar hevig gesmokkeld werd met contrabande (vooral tabak en jenever) uit de Westerwoldse gedeelten van de Pekela:

Wiedsters van een uitzendbureau bezig op een veld van een boomkwekerij. Sommige doen het werk liever staand of hurkend dan op hun knieën en ik kan ze geen ongelijk geven, maar of het werk dan net zo hard opschiet?:

Gevelsteen boven de kerkdeur van Oude Pekela. Het Groninger stadsbestuur liet de kerk in 1739 herbouwen door stadsbouwmeester Verburgh en ik vermoed dat het bestek nog wel ergens te vinden is:

Het pronkstuk hier, ’t orgel:

Met een paar klapwiekende adelaars er bovenop”:

Op het terrein van een voormalige strokartonfabriek de evocatie van een plaggenhut. Een deel van de ‘voorgevel’, die bestaat uit turf, is naar buiten gestort:

In de voorgevel van diezelfde oude strokartonfabriek zitten nu drie werkjes van Anno Smith, waaronder dit mozaïek van een vlucht ganzen:

Naast de opgang naar de kerk van Blijham:

Waar het orgel bekroond wordt met trompetten en bazuinen:

Tussen Blijham en Vriescheloo berookt een imker een van zijn vier bijenvolken:

Het kerkje van Vriescheloo:

Kansel uit 1560 met formeel snijwerk:

Vlakbij de kerk staat een voormalige school, met boven het portaal deze sluitsteen:

Het orgelfront (1797) in de kerk van Bellingwolde:

Grafsteen of deksel van een grafkelder? Eronder liggen Henricus Addens (1606-1678) vanaf 1634 de richter van Bellingwolde, diens vrouw en twaalf van hun zestien kinderen (een dertiende stierf bij hun leven te Heidelberg):

Voor het hele verhaal zie hier, nr. 920:

Dit charmante GADO-bushokje eindelijk ook maar eens gefotografeerd. Het mag wel eens worden schoongemaakt, trouwens:

De kerk van Oudeschans heeft een geschilderd nep-orgel:

Exit Oudeschans, op weg naar station Winschoten:

Vier vogels op een avondrondje
Geplaatst op: 9 juni 2017 Hoort bij: Dieren 1 reactieZoel, gisteravond, maar helaas vrij zwaar bewolkt. Zag, naast veel katten struinend in weilanden en bermen, onder andere deze vogels:
Een kiekendier op jacht bij Eiteweert:

Magelhaengans (?) met zwarte ring genummerd 0177 bij de Zuidwendingermolen:

Kleine stern bij de Zuidwending:

Zwaluw op de Tichelwerkbrug (waar de zwaluwstand geheel en al hersteld is):

Werdegang van een grafsteen
Geplaatst op: 7 juni 2017 Hoort bij: Familie 4 reactiesDeze foto dateert uit de jaren 70 en is waarschijnlijk gemaakt door een oud-tante van me. Het betreft de grafsteen van mijn betovergrootouders Jan Vondeling en Trientje Bottinga in Termunten:

De letters waren toen nog redelijk leesbaar. Dat was al een stuk minder toen Hiltje Zwarberg in 2005 voor Graftombe.nl een opname van hetzelfde grafmonument maakte – van het letterzwart resteren nog slechts enkele plekjes en veegjes:

Sindsdien lijkt ook het reliëf van de letters afgevlakt. Nabootsing van de foto uit de jaren 70:

En imitatie van die uit 2005:

Lekker luchtje
Geplaatst op: 6 juni 2017 Hoort bij: Hoogkerk 2 reactiesEr vielen maar enkele spetjes uit deze dreigende wolk:




Een lepelaar bij Hekkum
Geplaatst op: 5 juni 2017 Hoort bij: Dieren 1 reactieTot nu toe had ik ze alleen in de Onlanden gezien, tussen Peizermade (het gehucht) en Roderwolde. Dat vond ik al verwonderlijk, want in de jaren 60, toen ik naar school ging, zaten ze alleen bij het Naardermeer. En nu dan een exemplaar bij Hekkum. Stichting Het Groninger Landschap dat in deze omgeving veel grond heeft, mag met recht en reden trots zijn op zijn beleid hier.
Kwam erlangs in de stille hoop nog eens een kiekendief te zien. In een drassig stukje vlakbij een huis zag ik iets wits een maaiende beweging maken met de snavel. Hij stond redelijk dichtbij het fietspad, maar met allerlei waterplanten ertussen, zodat het scherpstellen nogal problematisch was:

Zich in vol ornaat oprichtend:

Meer van zulke opnamen gunde hij me niet, hij ging er vandoor:

Gecropped:

Het Oldambt rond
Geplaatst op: 4 juni 2017 Hoort bij: Ommelanden 5 reactiesAmsterdamse Schoolpand in Eexta heeft Piet Mondriaankleurtjes gekregen. Staat goed, misschien zijn het de originele:

Het doodlopende Molenpad in Scheemda – aan het eind zal ooit de dorpsmolen hebben gestaan:

Pas de deux van scholeksters op een bouwlokatie tussen Scheemda en Nieuw-Scheemda:

Tjasker:

Houtvoorraad op ’t Waar:

Stuntvliegers op weg naar de luchtshow in Oostwold (straks meer):

Warm rood – mij veel liever dan dat modezwart:

Spelevaren op het Termunterzijldiep, Nieuwolda:

Tussen Nieuwolda en Woldendorp – ingehaald door de Oude Schicht:

Termunten – korstmossen op de grafsteen van mijn betovergrootouders Vondeling-Bottinga:

Dijklandschap achter Termunten:

De stuntvliegers waren in de verte boven Oostwolderpolder bezig met het maken van een hartje:

Verder langs de Dollarddijk – priel in de Dollard:

Bovenop de dijk was het fris – in het westen leek de bewolking op te lossen, maar helaas bleef de verwachte wolkenloze hemel uit:

Dijklandschap in de buurt van de Kerkhovenpolder:

Lucht boven de Dollard:

Modder en molens:

Kwelderstroompje, heel in de verte een paar kluten:

Stroschuur:

Het Ambonnezenbosje van een kant die je zelden op foto’s ziet:

Aan de andere kant – witte klaver bij de trekkershutten die het Groninger Landschap er neer heeft gezet (60 euro per nacht!):

Het iconische sluisbrugje bij Hongerige Wolf:

Nieuw? ornament op boerderij in Beerta:

Winschotens megalomanie uitgelicht, terwijl donkere wolken zich samenpakken:

Tureluur
Geplaatst op: 4 juni 2017 Hoort bij: Dieren Een reactie plaatsenWel gehoord, sporadisch, maar dit jaar bijna nog niet gezien. Dit exemplaar aan het Hegepad stond vanmiddag mooi op de uitkijk:


Avondlijk ommetje Eiteweert – Leegkerk
Geplaatst op: 2 juni 2017 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk Een reactie plaatsenOude Eelderdiepje met op de achtergrond het Transferium Hoogkerk:

Gepassioneerde Haflingers bij de Bruilweering:

Koeien op het slibdepot bij de Tichelwerkbrug:

Soezend blaarkopkalfje, Leegkerk:

“Een zwarte soldaat op een eenzame post” – M.J. Burema, de NSB-burgemeester van Hoogkerk
Geplaatst op: 2 juni 2017 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 2 reacties
Als in 1935 de gemeente Hoogkerk wil gaan bezuinigen op het salaris van de lokale veldwachter, verzet het gemeenteraadslid M.J. Burema zich daartegen. Dat doet hij onder andere door het sturen van een ingezonden brief naar het Nieuwsblad van het Noorden, waarin hij een kenschets geeft van Hoogkerk en bovendien gewag maakt van het in elkaar slaan, aldaar, van een paar NSB-ers:
“Onze gemeente is geen rustige plattelandsgemeente, doch een gemeente waar door de groote industrieën en het veelvuldig verkeer van den politieman meer dan normale dienst wordt gevraagd; een gemeente, waar men nog wel eens op een relletje is belust; waar bepaalde elementen, zooals hier eenige weken geleden b.v. gebeurde, zich de luxe meenen te mogen permitteeren om het simpele feit, dat eenige jonge kerels uit Groningen colporteerden met „Volk en Vaderland” deze maar te kunnen mishandelen. In zoo’n gemeente ben ik er huiverig voor den ambtenaar, belast met de handhaving van het gezag, een minderwaardig salaris toe te kennen.”
Bij het nagaan van zijn antecedenten in de krantendatabank Delpher, bleek deze Michiel Jan Burema een tamelijk vooraanstaand figuur. Lokaal was hij actief als secretaris en later als voorzitter van de gymnastiek- en atletiekvereniging Hercules. Ook was hij voorzitter van de ijsclub, secretaris van het zoutwaterzwembad en secretaris van het Oranjecomité. Deze ronduit sportieve figuur had plaatselijk dus een vrij groot netwerk.
En dat terwijl hij helemaal nog meer pas in Hoogkerk woonde. Hij was in 1900 geboren in Drieborg (gemeente Beerta) als zoon van een boer en kocht na het doorlopen van de vierjarige HBS in Winschoten en de Rijkslandbouwwinterschool te Groningen in 1923 de grote boerderij Koningspoort, in de hoek tussen het Koningsdiep en het Hoendiep, waar nu de vloeivelden liggen van de Hoogkerker suikerfabriek. Deze boerderij ging door voor een “kleibouwplaats” – het meeste land dat erbij hoorde zal dus een stuk noordelijker hebben gelegen. Dat Burema akkerbouwer was, wordt bevestigd door kleine rubrieksadvertenties, waarin hij grote hoeveelheden stro van koolzaad, erwten, rogge, tarwe, gerst en haver aanbood, naast suikerbietenloof en capucijners. Toch deed hij ook in paarden en in mindere mate in vee, vermoedelijk deels als fokker.
Veelzeggend voor Burema’s status en aspiraties in Hoogkerk is zijn telefoonnummer: 1. Vanaf 1931 zat hij er in de raad namens een Algemeene Vrijzinnige Kiesvereeniging. Na de ARP en de SDAP, partijen die elk met drie zetels in de raad vertegenwoordigd waren, was deze club met zijn twee zetels de derde partij in de Hoogkerker gemeenteraad. Hoewel dus een nieuwkomer in Hoogkerk, kreeg Burema bij de verkiezingen van dat jaar 90 voorkeurstemmen. Zijn naam valt wat dat betreft als enige in de krant, waarschijnlijk ging het om het hoogste aantal voorkeursstemmen van alle kandidaten en wijst het aantal op een zekere populariteit, vooral bij boeren en middenstanders, want die stonden met name op de lijst van Burema’s kiesclub.
In elk geval ging Burema in 1935 nog door voor een vrijzinnig democraat, en daarmee links-liberaal. Bij de verkiezingen van dat jaar betoogde hij echter dat hij het lidmaatschap van de Vrijzinnig Democratische Bond had opgezegd. Die partij had zich op lokaal niveau verzet tegen het ontslag van een gehuwde onderwijzeres en was bovendien niet tegen het houden van politieke vergaderingen in de school. Vandaar de afscheiding van een aparte vrijzinnige kiesvereniging in Hoogkerk.
Naast het plaatselijke verenigingsleven en de lokale politiek ontplooide Burema zich in regionale landbouworganisaties. Zo was hij bestuurder van een Hagelverzekeringsmaatschappij, de Groninger Boerenbond en later Landbouw & Maatschappij.
Dat Landbouw & Maatschappij is berucht geworden als club die in fascistisch vaarwater raakte en daarin tal van boeren meezoog. Een van die boeren was Burema. Na de Duitse inval werd hij lid van de NSB en raakte als bestuurder van de Landstand, de gelijkgeschakelde boerenorganisatie, doordrenkt met de bloed en bodemideologie van de nazi’s. Burema werd zo geschikt geacht door de bezetter, dat die hem in januari 1942 tot burgemeester van Hoogkerk benoemde.
In de toespraak bij zijn ambtsaanvaarding verklaarde Burema dat het handhaven van orde en rust zijn belangrijkste doel was. Hij wilde loyaal samenwerken met de Duitse overheid als “soldaat van Mussert” en in het midden van zijn gemeente staan. De Oostfrontstrijders noemde hij zijn “kameraden” en hij zou korte metten maken met “saboteurs”. Onder de aanwezigen bij deze plechtigheid waren J. Maarsingh van Stadskanaal als gemachtigde van Mussert, de beruchte politiecommissaris Blank uit de stad en diverse kringleiders van de NSB. Een daarvan noemde Burema “een zwarte soldaat op een eenzame post”: “Immers, de nieuwe geest is hier nog niet doorgedrongen”. Ondanks zijn (vroegere) populariteit had Burema in Hoogkerk kennelijk niet zoveel politieke medestanders meer. Tot slot van de plechtigheid defileerden eenheden van de SS en de WA voor de nieuwe functionaris.
Als je op de kranten afgaat, was burgemeester Burema vooral actief bij de regionale Luchtbescherming. In oktober 1943 werd hij tevens waarnemend burgemeester van Marum, een gemeente waar nogal wat mensen neergeknald waren bij de April-Meistaking. Meteen na de Bevrijding, op 30 april 1945, werd Burema geschorst en in december definitief ontslagen als burgemeester en dat met terugwerkende kracht, want met ingang van 16 april (de bevrijding) van dat jaar.
In 1946 kwam eerst de vrouw van Burema voor het Tribunaal. Zij werd onder meer beticht van het collecteren voor Winterhulp en het verraden van een ondergedoken student. Ze ontkende dat laatste en deed het voorkomen alsof ze altijd tegen de bezetter was geweest, reden voor de aanklager om haar een Januskop toe te dichten. Het Tribunaal achtte de aantijgingen bewezen en veroordeelde haar tot de internering die ze tot dan toe onderging, met daarbovenop maar liefst 12.500 gulden boete en tien jaar ontzegging van het kiesrecht. Een maand later liet ze zich scheiden van haar man.
Burema zelf moest zich twee jaar later voor het Bijzonder Gerechtshof verantwoorden. De officier beschuldigde hem van het opstellen van gijzelaarslijsten, het doorgeven aan de Duitsers van namen van potentiële dwangarbeiders en het verraden van J. Giezen. Deze Giezen, een communist, was voor de oorlog gemeenteraadslid voor de CPH geweest, en had bij de April-Meistaking van 1943 een boer uit Peizermade, die rustig melk bleef leveren, de huid volgescholden. Dankzij Burema kreeg Giezen een enkele reis naar het concentratiekamp Buchenwald, dat hij net als vele anderen niet overleefde. Vooral dit geval legde gewicht in de schaal. Het Bijzonder Gerechtshof veroordeelde Burema in juli 1948 tot zeven jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, naast een levenslange ontzegging van het kiesrecht.
Na zijn vrijlating leefde Burema als stil burger en rentenier. Hij zou opnieuw trouwen en woonde met zijn tweede vrouw in Huize Maarwold in Haren. Hij overleed in 1984 in een ziekenhuis te Groningen.
Het verbod op straatvoetbal in Hoogkerk
Geplaatst op: 1 juni 2017 Hoort bij: Geschiedenis 4 reacties
Voetballende studenten in de Groninger Hoekstraat (2007).
Van de heilige Johan Cruyff weten we allemaal dat hij in het Amsterdamse Betondorp opgroeide en daar op straat voetballen leerde. Dat was in de jaren 50. Het aantal auto’s viel nog mee, langzamere voertuigen kon Cruyff gemakkelijk ontwijken. Of de buren het wel zo leuk vonden, weet ik niet. Er zal heus wel eens een bal door een raam zijn gegaan of in beslag zijn genomen.
Moest aan Cruyff en Betondorp denken, toen me vandaag een APV-artikel van de voormalige gemeente Hoogkerk onder de ogen kwam. Het spelen (gokken) om geld op de openbare weg was hier al verboden. Het college van B&W wilde nu, in april 1935, in één adem door het voetballen op straat verbieden. Zijn motivatie:
“Het mag voldoende bekend worden geacht, dat het verkeer langs de weg hiervan herhaaldelijk hinder ondervindt. Zozeer geeft men zich dikwijls aan dit spel, dat voorbijgangers voorzichtig moeten zijn om niet met de bal in aanraking te komen of zich de weg door de spelers te zien versperd. Ook eigenaren van aangrenzende percelen moeten het meermalen aanzien, dat de bal in tuin of soms ook tegen ruiten enz. wordt getrapt of geworpen. Het lijkt zeer nodig, hieraan paal en perk te stellen en te bevorderen, dat het voetballen plaats vindt op afgesloten terreinen ofwel terreinen, welke daarvoor meer speciaal zijn aangewezen.”
De Raad stemde in met het voorgestelde straatvoetbalverbod, maar de provincie deed dat niet. Althans niet wat betreft de plaatsing van dit verbod bij het verbod op het spelen om geld, omdat zodoende de suggestie zou worden gewekt dat alleen het voetballen om geld verboden was. De provincie achtte het voetbalverbod meer op zijn plaats bij het vechtverbod in een ander artikel van de Hoogkerker APV. En aldus geschiedde. De gemeenteraad van Hoogkerk trok zijn oorspronkelijke besluit in en besloot de APV als volgt aan te vullen:
“in artikel 30 wordt achter het woord “vechten” gelezen “voetballen”
Naderhand bleek dat men het voegwoordje ‘of’ voor ‘voetballen’ vergeten was, maar dat werd in een extra briefwisseling met de provincie alsnog rechtgezet.
Zo’n verbod op straatvoetbal markeert eigenlijk het moment dat voetbal in zo’n gemeente een heel brede volkssport geworden is. Wanneer zou het in Amsterdam oftewel Betondorp verboden zijn? Vast ook allang voor de oorlog. Ik denk dat er destijds in Nederland tal van gemeenten waren die voetballen op straat verboden. Die verboden zouden eigenlijk eens in kaart gebracht moeten worden. Het groeiende aantal stippen op die kaart staat dan voor de opmars, destijds, van de volkssport voetbal.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1748 (archief voormaliger gemeente Hoogkerk) inv.nr. 1689 (mutaties APV).
Langcat en de kleine kwaliteit van de gebouwde omgeving
Geplaatst op: 31 mei 2017 Hoort bij: Kunsten 1 reactie
Bij het doornemen van een serie reclamevergunningen van de voormalige gemeente Hoogkerk kwam dit briefhoofd voorbij. De vormgeving doet voor 1959 wat gedateerd aan, maar het betreft toch echt de fabriek van Langcat in Bussum. Dat bedrijf is bekend als producent van emaille reclameborden, maar ze maken ook straatnaamborden, monumentenschildjes, peilschalen, uithangborden en gevelplaten, zo leert hun website, want ze bestaan nog steeds.
Langcat ontstond in 1930 als fusiebedrijf, begrijp ik, en het is een paar maal verhuisd. Hopelijk hebben ze niets van hun archief weggegooid, want de grafisch en reclametechnisch vaak sterke borden van Langcat bepaalden met hun kleur en glans zo tussen 1920 en 1960, 1970 in belangrijke mate de kleine kwaliteit van de gebouwde omgeving. Verzamelaars betalen er nu op veilingsites hoge prijzen voor. Natuurlijk is er een nostalgisch motief, maar zonder die kwaliteit zou men er geheid minder voor neerleggen.
Vond nog een ongedateerde foto van de showroom van Langcat:

Het is een soort Mauritshuis van de emaille reclameborden. Dat van mijn opa zie ik er ook tussen hangen (rechts). Stel je voor dat je zo’n toonkamer kunt reproduceren op een tentoonstelling. Daar trek je horden mensen mee.
Met de vrouwenvereniging op stap
Geplaatst op: 30 mei 2017 Hoort bij: Familie 9 reacties
Vrouwen – ze zullen zo tussen de 20 en 70 jaar oud zijn – poseren voor een kleine bus naar een model uit de jaren dertig. Ze dragen ook kleding van die tijd. Slechts enkelen lachen tegen het vogeltje. De meeste gezichten staan strak, gespannen. Het zijn serieuze mensen.
De bus staat op zandgrond. Linksachter meen ik een watermolen te zien. Het zal een uitje naar de Veluwe zijn geweest.
De geüniformeerde chauffeur staat rechtsachter. Links naast hem heb je mijn overgrootmoeder Grietje Vondeling-Van der Velde. Als je het mij vraagt was dit een uitje van de hervormde vrouwenvereniging van Zuidhorn. Daar woonde ze.

Recente reacties