In de oliemolen van Roderwolde

Lijnzaad, waaruit de lijnolie geslagen wordt die je in de molenwinkel kunt kopen:

Reclame van een vroegere concurrent, Roelfsema in Hoogkerk:

Links de kollergang: een stel verticale molenstenen dat over een gebilde, liggende steen rolt:

Houten mechanica:

Even op de stelling geweest – zjoevvv – zjoevvvv – zjoevvv:

Uitzicht op de Roderwolder Schipsloot – in de verte het Peizerdiep:

Molensteen met o.a. vijf bilhamers (voor het bijwerken van de groeven in de steen):

Voorraadje meel:

Uitzicht van de bovenste zolder:

Er is ook een klein museumpje aan deze molen verbonden met spullen die herinneren aan o.a. het oude bakkersambacht – speculaasplank met molen:

Verpakking van Deventer koek:

Buiten staan de tulpen nog te pronken:

Website van de molen

Filmpje uit 1959


“Hai mout daomee maor eens bloud zain, anders vil we hom dei bliksem”

In zijn nummer van 1 januari 1873 nam het dierenbeschermingsblad Androcles een ingezonden brief over uit de Groninger Courant van twee maand eerder. Deze brief deed verslag van een reisje per barge (ijzeren trekschuit) van Uithuizen naar Groningen en de scheepsjagers kwamen er qua behandeling van hun paard niet al te best af:

“Vrijdag, 31 October, circa 3 uur vertrok de barge van Uithuizen, om langs Kantens, Middelstum, enz. naar Groningen te gaan. Daar zulks de eenige publieke gelegenheid was, zal men zich niet verwonderen , dat het reispersoneel niet schaarsch kon zijn, ’t welk werd overgelaten aan het al of niet kunnen en willen van één paard. Ik spreek hier van kunnen en willen, omdat het paard, waarmede het publiek vrijdag was gezegend, noch met de eene, noch met de andere eigenschap scheen begiftigd te zijn. Op elk, die het geraamte aanzag, maakte het den indruk, dat het reeds dood was, maar nog uit gewoonte voortliep, welk gevoelen bevestigd werd, toen het tusschen Uithuizen en Kantens zijne gewoonte van loopen vaarwel zeggende, omviel, zoodat het in eene sloot te recht kwam.

Uitgeput van vermoeienis en ellende scheen het nu de eeuwige rust te zijn ingegaan, daar het onbeweeglijk als een doode lag; doch toen men nog een flauw leveusteeken bespeurde, werd het gedoemd om op te staan en ons naar Groningen te trekken, en moest het dus weer, hoe dan ook, uit de sloot worden gehaald, hetwelk na een paar uren gelukte en waarbij men in de gelegenheid was om te zien, dat een paard niet zoo heel spoedig wordt doodgemarteld.

Dat door dit incident (’t is en blijft een wonder, dat het ’s morgens ook niet heeft plaats gehad, daar het uitgeteerde dier dien dag reeds de reis van Groningen naar Uithuizen had gemaakt) veel reizigers teleurgesteld en verdrietig werden , zal ik niet bespreken. Doch wel stip ik hier met verontwaardiging aan, de zoo onkiesche praatjes van de schippers bij het roer, zooals: “Hai mout daomee maor eens bloud zain, anders vil we om dei bl…..” en dergelijke aardigheden, of liever schandelijkheden meer. En laat staan nog die woorden; maar achter Middelstum werd de daad daaraan toegevoegd en de onmenschelijke methode van “bloud zain” toegepast. Want nadat wij eerst nog wat stil lagen , ging eindelijk iemand van de schuit, gewapend met een ….haak, op het beest af en liep er nu achter, het arme dier gedurig prikkende en stekende, zoodat er dan “bloud genog” was.

Tusschen Onderdendam en Bedum stonden een paar korenschippers ons hun paard af, hetgeen overal was geweigerd; ik houd het er voor, omdat het voor één paard niet doenlijk is een schuit te trekken, waarin ongeveer 40 personen zitten, zoodat wij nog (!) voor tien uur te Groningen aankwamen.”


Kerk en koolzaad

Loppersum:

Stedum:

Garmerwolde 1:

Garmerwolde 2:

D


Werkloze schipper ventte met liedjes

RHC Groninger Archieven 1774-3992.

Kwam vandaag bij toeval dit liedvel tegen. Het werd getuige spelling en inhoud in de crisistijd voor de oorlog langs de deuren gebracht en/of door brievenbussen gegooid door een werkloze schipper. Als oudste zoon moest hij zijn moeder en haar jongere kinderen van een uitkerinkje onderhouden en dat schamele inkomen probeerde hij op deze manier wat aan te vullen. Helaas is onbekend of de maakster van het gedicht, de weduwe Haaima, ’s mans moeder was dan wel een dichteres op bestelling. Er zijn geen andere voorbeelden van haar poëzie bekend. Onder de dertien getrouwde mannen met de naam Haaima die Alle Groningers geeft, ontbreekt een schipper. Haaima was een familie van vrijwel alleen landarbeiders in het westen van de provincie.


Windmeerit vanaf Uithuizen via Merum

Poort naar de tuin, Menkemaborg Uithuizen:

Achterzijde schathuis Menkemaborg – deze zag ik voor het eerst sinds 1981:

Er zit een gevelsteentje in uit 1686 – drie Franse lelies in goud op een bedje van azuur:

Na een bezichtiging van het interieur om de borg heen gelopen:

Borg en schathuis:

De zonnige zijkant waaraan je goed de drie bouwfases kunt zien:

Vroeger had ik helemaal niets met dit soort tuinen, nu vind ik ze wel mooi:

Moderaat filosoof wijst op de Albestierder:

Zonnewijzer uit 1722:

Op de buitenzoom van de gracht stikte het van de daslook:

Onderweg naar Oldenzijl – scholekster op aardappelveld:

De toren van Uithuizermeeden kijkt tegenwoordig uit op bollenvelden:

Boer bewerkt kleiland, Oldenzijl:

De Groninger vlag wappert uitnodigend bij de kerk van Oldenzijl:

Even binnen gekeken dus:

Deze romaanse kerk is bekend om de halfronde koorafsluiting, de zogenaamde absis:

Dichtgezet venster (links) in kleinere baksteen dan de originele:

Oldenzijl, boerderij:

In Startenhuizen nam een nieuwe “schuurwoning” de plaats in van een eeuwenoude boerderij die vanwege de aardgasbevingen niet te handhaven viel. Ik vind dat overheersende zwart en grijs wat afwerend overkomen, gelukkig zit er die goudgele nuance in:

Garsthuizen,  fundamenten van de afgebroken kerk:

Boerderij tussen Garsthuizen en Loppersum:

Ook in Merum bij Garrelsweer staat zwarte aardbevingsnieuwbouw:

Schuurtje zonder dak bij weggesloopte boerderij in de buurt van Winneweer:

Koolzaadveld bij Loppersum, op de voorgrond zwarte kippen op de rand van een weiland:


Rondje Eiberburen

Groeten uit Enumatil:

De Zuidhorner Zuiderpolder vanaf het gemaal bij het Hoendiep:

Brugwachtershuisje, Briltil:

Kolonels- of Niekerkerdiep bij ’t Faan

Boerenvoortuin op ’t Faan:

Naam lokaal bij kerk Niekerk:

Grazige weiden bij de Oosterzandseweg:

Feijenoord leeft in Niekerk:

Kolonelsdiep bij  het Oosterzand:

Voormalige kerkplaats, Oldekerk:

Aardappelveld bij Doezum:

Bij Kuzemer:

Buizerd op de uitkijk:

De kerk van Grootegast:

Vanaf het viaduct over het Van Starkenborghkanaal bij Eiberburen”:

Watermolentje Grijpskerk blaakt in de zon:


Faanse gaai

Deze gaai op ’t Faan darde de hele boom door:

Dacht eerst dat hij mos voor  de nestvulling zocht:

Goed zo jongen, even rustig aan:

Nu ik de foto’s heb gezien, denk ik dat hij gewoon op jacht was naar insecten:


Bevrijding


Misschien wel wat te optimistisch over de mate van ons verzet, dit poeem in de Groninger Oranjebode van 21 april 1945, maar het eerbetoon aan de Canadezen was er niet minder welgemeend om. Hier de wijs volgens de Highlanders.


Rondje Fraamklap

Met een nuver poestje wiend, eerst in de rug, terug vooral tegen.

Van Starkenborghkanaal met de Gerrit Krolbrug, gezien vanaf de nieuwe Noordzeebrug:

Streekje achter Zuidwolde:

Boerderijtje aan het Boterdiep bij Bedum:

Koolzaadveld op Ter Laan achter Bedum – hier is het beschot nogal dun:

Wat verderop is het beter:

Hier op Ter Laan verdween de eerste woning vanwege de aardgasbevingen. De dorpsvereniging van Bedum wil een lieu de memoire van het verlaten heem maken – het Bevingsbosje. Dat is de teneur van wat er op het bordje staat:

Bij boerderij De Roode School , in de Middeleeuwen een voorwerk van het Aduarder klooster, verrees een nieuwe schuur:

De boerderij van een eindje verderop:

Tussen Fraamklap en Onderdendam – hier leken schapen de schaduw al op te zoeken:

Fuut met jongen op het Boterdiep:

Onderdendam, rechts een rolpaal:

Dit schaap lag lekker in de zon, ondanks zijn enorme vacht. Lijkt me van een aparte soort, de hoorns zijn er grotendeels vanaf gehaald:

Bij Klein-Garnwerd – de sloot markeert een oude Hunze-meander:


Ritje naar Noordbroeksterhamrik

Op het bekende waarschuwingsbordje in de Oliemulderstraat kregen de overstekende egels gezelschap van kabouters:

Graffiti bij het Eemskanaal:

Oosterhoogebrug:

Op bedrijfsterrein bij het Eemskanaal stak een middelgrote hond schuin over met een groot bot, zo te zien een dijbeen:

Achterkant gestalde oliebollenkraam, Eemskanaal:

Bij het Slochterdiep:

’t Roegwold achter Schaaphok – hier moeten honden wèl aan de lijn. In de buurt van Schaaphok, links buiten beeld, klonken twee geweerschoten:

Eerder had ik al een scholekster op het fietspad zien liggen met een gat in de borst. Langs het fietspad had iemand een dode steenmarter over een knotwilg gedrapeerd.

Deze had een druppeltje bloed aan de neus hangen en was dus waarschijnlijk een verkeersslachtoffer:

Bij Denemarken:

Jammer dat de kerk van Slochteren altijd dicht is:

Don Quichottische confrontatie bij Noordbroeksterhamrik:

Anders dan bij De Groeve is de afgedankte schroef of vijzel van de watermolen hier van metaal:

Tandrad:

Don Quichotte geeft het op tegen deze overmacht:

Oldambtster boerderij uit de achttiende eeuw op de Korengast – het dak van de schuur welft een beetje:

De voorkant. Je kunt er biologisch vlees kopen:

Huisje in Uiterburen

Bij de rotonde van de Gouden Driehoek passeerden een stuk of wat oldtimers:

De traverse van het Groninger Hoofdstation:


Achter de gevels van het Stationskoffiehuis te Vierverlaten

Ik zou nog terugkomen op het interieur en daarmee de functies van het Stationskoffiehuis te Vierverlaten. In 1912 liet uitbater Boerma het gedeelte met de doorrit en de stallen etc. verbouwen, en daaraan danken we een plattegrond van het hele complex. Dat viel grofweg uiteen in twee delen, die zo’n beetje in het midden werden gescheiden door de kruidenierswinkel en een gang zonder overkapping die naar het achtererf liep:

Grondplan 1912. RHC Groninger Archieven 1748-2739.

De westelijke helft van het complex, op het plaatje links, bestond grosso modo uit het eigenlijke koffiehuis, nog een bedrijfje en de achterliggende woning. De oostelijke helft rechts herbergde de doorrit en de stallen. Wat er veranderde, gaf de architect aan met donkere lijnen. Het betrof voornamelijk de muren in het ‘agrarische’ deel rechts: deze werden nieuw opgetrokken van steen in plaats van hout. Hoewel er dus niets aan het koffiehuisdeel links gebeurde, heeft de architect de bestaande toestand daarvan wèl in zijn tekening opgenomen. Zoomen we eerst in op dat deel:

Onderaan zie je de veranda aan de Trekweg. Deze passeren we op weg naar de deur (aangegeven door het dwarsstreepje) van de gelagkamer. Linksaf kan je dan naar de biljartzaal. Achterin de gelagkamer heb je de deur naar het woongedeelte (waarschijnlijk aangegeven met een bordje ”privé’) en naar een scheersalon. Behalve koffiehuishouder, winkelier en wagenverhuurder was Boerma dus scheerbaas of barbier. Tegenwoordig schijnt de combinatie van kapsalon en horeca weer gewild te zijn, maar destijds bestond die dus al. In het woongedeelte, tenslotte, treffen we de (woon)keuken, een bergplaats en een (nette) woonkamer aan. Naast de woonkamer zitten twee slaapkamertjes met samen drie bedsteden, die op de tekening aangegeven zijn met een kruis. Dezelfde kruisen zie je achteraan de biljartzaal. Hier zal het personeel hebben geslapen, terwijl de familie Boerma zelf bij de woonkamer sliep. In de westelijke muur van de biljartkamer en de bedsteden, die op foto’s van buiten overdekt is met klimop, ontbreekt een raam. In aanmerking genomen dat er in de biljart- en de gelagkamer flink gerookt werd, moet de slaapgelegenheid hier niet al te gezond zijn geweest.

Voor het rechter, ‘agrarische’ gedeelte van het complex gaan we eerst even terug naar 1907, toen Boerma het pas verworven had en wilde verbouwen:

RHC Groninger Archieven 1748-.2739.

Onder zie je het nog rechthoekige winkeltje met een lange toonbank in het midden en vaste bakken rechts. Tussen die toonbank en de bakken zal Boersma of zijn vrouw als winkelier hebben gestaan. Rechts, schuin naar achteren, heb je de doorrit, daar buitenom bevinden de bocht in de Trekweg en het Hoendiep/Koningsdiep. De wagendeuren van die doorrit zaten voor 1907 nog niet in de rooilijn van het koffiehuis en de winkel. Boerma wilde de passage langs die deuren gemakkelijker maken voor paarden en wagens . De rode stippellijn op de tekening geeft zijn bouwplan aan. Door twee hoekjes uit de winkel te nemen en die aan de doorrit toe te voegen en bovendien de gevel schuin uit te laten springen ten opzichte van genoemde rooilijn, zou hij niet alleen meer manoeuvreerruimte in de doorrit verkrijgen, maar ontstond er ook een meer besloten voorerf. Tegen dat uitspringen rees echter bezwaar vanwege de verkeersveiligheid op de naastgelegen Trekweg en de uitkomst was dat de wagendeuren in de rooilijn van winkel en koffiehuis kwamen te staan. Dat Boerma hiervoor echter compensatie kreeg, blijkt uit de schets van de bestaande toestand uit 1912:

Vergeleken bij de tekening uit 1907 maakt de doorrit hier een heel andere hoek ten opzichte van die rooilijn: het gebouw neemt nu meer ruimte in. Achter de doorrtit moet een wat hokkerige toestand hebben bestaan met links een koetshuis en een turfhok, beide uitkomend op de de doorrit, centraal een koestal met grup en gang en rechts een paardestal, met eromheen een bergplaats, een berging en het privaat, waarvan de architect het ronde gat boven het poeptonnetje ook intekende. De paardestal viel in twee delen uiteen – er konden dus waarschijnlijk twee paarden staan.

Bij het opnieuw optrekken van dit oostelijke deel van het complex verandert zijn plattegrond nogal:

Het turfhok kwam dichterbij  de doorrit, de koestal verplaatste men naar de buitenkant, de paardestal kreeg meer ruimte en werd nu geschikt voor drie paarden in plaats van twee, er was een nieuwe bergruimte voor rijwielen, terwijl het privaat ook iets anders gepositioneerd werd, maar zijn rondje behield. Zo moet de toestand geweest zijn tot een nieuwe uitbater in 1927 de boel andermaal veranderde. De voorgevel langs de bocht van de Trekweg zag er intussen zo uit:

Links een stukje koffiehuis, het winkelpuitje met het Jugendstil-etalageraam en de zuidwestelijke wagendeuren van de doorrit. Deze stonden allemaal op dezelfde rooilijn. Rechts van de wagendeuren maakte de gevel dan een knik, wat hij opnieuw deed links van de noordoostelijke wagendeuren. In de muur ertussen zaten vier ramen, boven de doorrit was er nog een zolder voor opslag van bijvoorbeeld hooi. Erg veel allure had deze hoekoplossing niet.

Eind 1925 wilde Hinderikus Boerma het hele complex al onderhands verkopen. Blijkbaar kreeg hij na zijn krantenadvertentie geen aannemelijk bod en een jaar later liet hij het veilen:

Nieuwsblad van het Noorden 20 november 1926.

Opmerkelijk is dat de scheersalon niet in deze aankondiging genoemd wordt. De koestal bood kennelijk ruimte voor tien runderen, de derde paardebox moet in beslag zijn genomen door iets anders. Weliswaar heet de zaak in de advertentie een “neringrijk stationskoffiehuis”, maar bij het aanprijzen van de lokatie in de laatste alinea’s speelt het station geen rol – kennelijk waren louter de verkeersweg, het vaarwater en de fabrieken relevant voor het mogelijke vertier.

Bij het opbieden en afslaan bleek Gerrit Danhof uit Eenrum de hoogste bieder met ƒ 15.200,-. Krachtens de koopvoorwaarden moest hij bovendien nog 250 gulden betalen voor de winkelkast, een grote en drie kleinere winkelbakken en de elekrische lampen, behalve dan die in de woonkamer. Een stuk land aan de overkant van het Koningsdiep, dat Boerma eerder gepacht had en dat tegelijkertijd onder de hamer kwam, nam Danhof bovendien nog van de eigenaren over voor 175 gulden.

Niet bij de koop inbegrepen waren de café-inventaris en de winkelgoederen en –gereedschappen. Hiervoor zette Boerma eind april 1927 een boeldag op touw:

Nieuwsblad van het Noorden 16 april 1927.

Met die hoeveelheid melkvee was Boerma een grotere boer dan menige keuter op zand of veen. De hooihark zal hij hebben gebruikt om het land aan de andere kant van het Koningdiep te hooien. Zijn biljart was Gronings fabrikaat, de eikenhouten kappersstoel werd uit de scheersalon verwijderd en in het koffiehuis konden, afgezien van de markttafel en de banken, maar liefst 60 mensen op de Weense en andere stoelen zitten, bijvoorbeeld bij een vergadering of festiviteit.

In weerwil van de aankondiging kwam er op de boeldag geen paard onder de hamer, De gekruiste Belgische ruin was blijkbaar vooraf al onderhands verkocht. De koeien en de vijf schapen gingen naar boeren in Foxwolde, Roderwolde, Tolbert, Lettelbert en Vierverlaten. Misschien zegt dit ook iets over de klandizie van het koffiehuis. Naast die ene scheerstoel van de advertentie, die 18 gulden opbracht, had Boerma nog een andere, slechts 3 gulden waard. Als bijzonder stuk is nog een albumstander vermeldenswaard. In totaal bedroeg de opbrengst van de boeldag ruim 1200 gulden, waarvan de kleine helft voor rekening kwam van de levende have.

Kortom, toen Hinderikus Boerma ophield met het Stationskoffiehuis te Vierverlaten, bleek hij naast koffiehuishouder tevens kruidenier, scheerbaas, wagenverhuurder en veeboer. Zijn kostwinning was zeer divers. Vermoedelijk zou dat niet zo het geval geweest zijn, als het koffiehuis achter die fraaie veranda hem voldoende had opgeleverd.

Bronnen, naast de genoemde: RHC Groninger Archieven, archief notaris Jan Vellinga Leek, de akten 1926-340 en 352 (een geheel vormend), en 1927-105.


Een kijkje in kartonfabriek De Halm

De gemeente Groningen legt uit wat er met het hier ingezamende oud papier gebeurt. Dat gaat naar kartonfabriek De Halm in Hoogkerk. Met iemand van dat bedrijf loopt men langs de stadia in het productieproces – ons oude papier blijkt binnen drie uur kersvers karton:


Collega kreeg lintje

Onze collega Harry Timmer (72) is vandaag Ridder in De Orde van Oranje-Nassau geworden.

Hij werkt al vanaf 1995 als vrijwilliger voor de Groninger Archieven, de laatste jaren in toenemende mate voor de website Alle Groningers, waarin alle Groninger akten van geboorte (tot 1917), huwelijk (tot 1942) en overlijden (tot 1967) handzaam samengevat zijn. Die site, zo lezen we in het gemeentelijke persbericht met de motivatie voor Harry’s lintje,

“is onmisbaar geworden voor iedereen die geïnteresseerd is in zijn Groningse ‘roots’ en heeft per jaar gemiddeld 100.000 bezoekers.”

Waar Harry zich vooral mee bezig houdt is het verwerken van correcties die door de gebruikers van de site aangedragen zijn. Ook spoort hij zelf wel systematische fouten op, met gerichte zoekopdrachten. Mensen die reageren krijgen altijd een berichtje en zo “zorgt hij voor het publieksvriendelijke imago van het Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven”. Dit werk doet hij zeer gewetensvol. Daarnaast begeleidt hij vanuit het archief cliënten van de Noorderbrug die er parttime werken. Als hun mentor is hij geduldig en tactvol:

“Hij slaagt er in om voor elke cliënt een persoonlijke aanpak in de begeleiding en de keuze van de werkzaamheden te vinden. Dit resulteert in een substantiële bijdrage van de cliënten aan het project. Daarnaast geeft hij de cliënten het gevoel als volwaardige medewerker te worden beschouwd. De manier waarop hij hierin slaagt verdient groot respect.”

Naast zijn vrijwilligerswerk op het archief is Harry Timmer actief voor de Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling Groningen.

“Samenvattend kan worden gezegd dat de heer Timmer al meer dan 20 jaar de drijvende kracht van de prestaties van de Groninger genealogie is. Elke dag, ook in het weekend, houdt hij zich bezig met dit werk, zijn grote passie. Daarmee is hij een goede ambassadeur voor de Groninger Archieven en de Groninger genealogie.”


Het Stationskoffiehuis te Vierverlaten, zijn lokatie en façade

We staan op de brug van Vierverlaten met onze rug naar de Roderwolderdijk en kijken schuin over het bevroren Hoendiep naar het streekje aan de noordkant, dat ook wel eens de Vierhuizen werd genoemd:

Hoendiep nz. Vierverlaten, 1903-1905. RHC Groninger Archieven 818-16220.

Uiterst rechts, daar waar het Hoendiep kruist en zich even identificeert met het Koningsdiep, staat het Stationskoffiehuis van Vierverlaten. Zoomen we daarop in via een uitsnede uit bovenstaande ansicht:

Links van de voorgevel staat de hand- of strijkpaal, waarover een paar dagen geleden enige discussie was. Die voorgevel oogt nogal gewoontjes. Een rijtje knotlinden moet ’s zomers voor schaduw en verkoeling zorgen. Rechts van het eigenlijke koffiehuis het kruidenierswinkeltje dat de koffiehuis- of caféhouder tevens uitbaat, en de wagendeuren van zijn doorrit. De bocht van de weg ligt om die doorrit heen. Achter die bocht zie je enkele goederenwagons op de spoorweg.

Het volgende plaatje liet ik al eens zien, daarom dit keer de eigenlijke foto zonder zijn bloemrijke omlijsting. Links de hand- of strijkpaal, het gewonige voorgeveltje, nu zonder de linden, nog een paal met een bordje met het devies ‘Langzaam’ in kapitalen, het winkeltje, de doorrit en het jachtwagentje bij de bocht van de weg. Voor het huis poseren vrouw Boerma, haar piepjonge dochtertje en haar dienstbode voor de langskomende fotograaf:

Dat jaar, 1907, was er een verbouwing geweest, waarbij de doorrit er een hoek ruimte bij kreeg ten koste van het winkeltje, dat er echter een aardig puitje voor terugkreeg met een kroon er bovenop en een Jugendstil-krul in het etalageraam:

Bouwtekening (calque) van Eldering en Duisterwinkel uit 1907. Collectie RHC Groninger Archieven 1748-2739.

Een jaar later, in 1908, kreeg het eigenlijke koffiehuis een facelift in de vorm van een eclectische veranda met negentiende-eeuwse en Jugendstil-elementen. De omgekeerde blauwdruk:

Bij het eeuwfeest 1813-1913 van de bevrijding van het Franse juk stak eigenaar Boerma de nationale vlag uit. Tevens bouwde hij een erepoort met veel groen voor de ingang van zijn veranda, die verder met lampions werd versierd. Boerma’s dochtertje, dan 8 jaar en zoontje, dan 4, poseren voor de veranda, die aan de zijkant niet helemaal lijkt uitgevoerd zoals het bewaard gebleven ontwerp van architect Eldering aangaf:

Collectie Bert Visser.

Van weer een paar jaar later is er opnieuw een fraaie overzichtsfoto, waarvan een bekwaam schilder eens een schilderij zou moeten maken. De grindweg langs het Hoendiep lijkt net een laagje nieuw zand te hebben gekregen. Uiterst links, op de hoek van het Hoendiep en het Koningsdiep, staat een prieel op de landtong. In het midden een oude herberg die boven alles uitsteekt, de brug met het verlaat of de sluis erachter en het verlaatshuis, waar je ook wel wat kon drinken.  Links op de voorgrond twee scheepsjagers bij een rolpaal. In de verte het schip dat ze trekken, het komt net door de brug heen. En rechts het Stationskoffiehuis met zijn veranda en een fietsenrek ervoor:

Bocht Hoendiep Vierverlaten gezien naar het westen, ca. 1915. RHC Groninger Archieven 1986-23523.

De hand- of strijkpaal staat er dan nog en vanuit dit standpunt in de bocht is ook goed te zien dat hij aan zijn doel beantwoordt. Immers, schippers die vanaf Hoogkerk komen, zullen hier naar rechts over de weg heen kijken of de vaart naar de brug en sluis vrij is. De paal loopt ze dan in het oog, en voor schippers vanuit de richting De Poffert geldt uiteraard hetzelfde.

Achter het Stationskoffiehuis is dit in 1919 het beeld:

Collectie HJRNoorden (Flickr).

Er is nog veel vrije ruimte met weiland of moestuinen. Aan de overkant van het spoor zien we het stationnetje en de dienstwoningen. Meer naar rechts zit de spoorwegovergang, die gesloten is vanwege een passerende stoomtrein. Uiterst rechts kan je nog niet een randje van Boerma’s opstallen zien. Later zal in die vrije ruimte nog een rijtje arbeiderswoningen verrijzen.

Tot slot een foto waarbij Boersma’s opvolger Danhof poseert voor zijn café- en winkel. Hij nam de zaak in 1927 over en maakte vrijwel meteen korte metten met alle Jugendstiltierelantijnen. De veranda verdween en maakte plaats voor een gevel waarvan de sterk vergrote ramen tot op de grond doorliepen. De winkel kreeg een strakke art deco-pui. Aan de bovenkant van de ramen zitten nu bij zowel de winkel als het café gekleurde glas in loodvensters:

Café Danhof Vierverlaten, ca. 1935. RHC Groninger Archieven 1986-23524.

In 1937 hield Danhof op met het Stationskoffiehuis, dat nog enkele decennia door andere uitbaters werd voortgezet als een gewoon café. Ook achter de gevels veranderde er in de loop der jaren het een en ander. Maar daarover graag een volgende keer.


De veranda van het Stationskoffiehuis te Vierverlaten

In 1908 ontwierp een architect Eldering deze prachtige “warande” voor het Stationskoffiehuis te Vierverlaten:

Ik heb de entreepartij er nog even uitgeknipt:

Typisch Jugendstil, die bekroning. Terwijl de omlijstingen met latwerk en de hekjes me meer negentiende-eeuws aandoen.

Wordt vervolgd.

Bron: RHC Groninger Archieven 1748 (archief gemeente Hoogkerk) inv.nr. 2739.