Windmeerit Veendam via Noordlaren

Klein Hillegom in de Oosterpoort (Lodewijkstraat):

Helperzoom – geschoren linden?

Het paradijsje van biologisch winkelier Anne Koers aan de Kooiweg:

Er wordt veel opgeknapt in Onnen:

Bij de Osdijk, Oostpolder Noordlaren:

Ettelijke grutto’s in de Oostpolder gezien, o.a. deze alarmist:

Er kwam een tureluur voorbij:

Brandganzenconferentie:

Flintstonecaravan met hertegewei op luchtbanden:

Half verbrande schuur bij Zuidlaren in het veld:

De watermolen naast gemaal Oostermoer krijgt een nieuwe schroef. Het hout van de oude was ook half vermolmd, je kon er zo je nagel in drukken:

Die watermolen:

Gastvrij bij De Groeve:

Veenkoloniale dramatiek:

De Nieuwe Compagnie in de verte:

Kiel-Windeweer – veenkoloniale boerderij met voormalig wijkbruggetje:

De bieb van Kiel was al dicht:

In Kiel is er sinds enkele jaren een Koningsdagtraditie, een mudrace genaamd ”Deur Kielster daarge broezen” (inschrijven doe je hier). Deze meneer legt daarvoor een soort vlotbrug aan, waarop de deelnemers straks hun evenwicht moeten zien te houden:

Tot mijn grote verbazing blijkt deze Kielster boerderij opgeknapt:

Groeten uit Borgercompagnie:


Liefdesleven grutto’s gaat niet altijd over rozen. Complete fotoroman

Bij de Osdijk in de Noordlaarder Oostpoldder zie ik opeens een gruttostel, waarvan meneer zich typisch uitslooft met malle pasjes en het opzetten van veren:

Mevrouw grutto kijkt dat gedoe eens aan, maar lijkt slechts matig geïnteresseerd:

Al snel houdt zij de voorstelling voor gezien:

Hij loopt en fladdert haar achterna:

Luidkeels probeert hij haar aandacht te vangen, maar vergeefs:

Zij zwenkt, hij volgt haar:

Nog steeds is  ze maar matig geïnteresseerd:

Hij probeert haar zelfs bij haar vleugel te pakken:

Ze is er niet van gediend en neemt afstand, maar hij zet aan:

Onderweg naar

bovenop haar rug, hoppa:

Maar ze neemt het niet, werpt hem af en pikt hem nog even goed in zijn rug:

EINDE


Station Hoogkerk-Vierverlaten

Van 1866 tot 1951 stopten de passagierstreinen op de lijn Groningen-Leeuwarden nog bij een Station (Hoogkerk-)Vierverlaten, dat zich bevond aan de noordwestkant van de huidige spoorwegovergang bij het Hoendiep, ten westen van de suikerfabriek. In 1902 verrees hier een stationsgebouw. Na de opheffing van de publieksfunctie stonden de opstallen nog een paar decennia het goederenvervoer ten dienste. Medio jaren 80 werden ze gesloopt.

Volgens Stationsweb lag de halte “nogal afgelegen, wat niet gunstig zal zijn geweest voor de reizigersaantallen”. Iemand die daarop reageerde, schreef dat er er nogal wat arbeiders van de suikerfabriek uit- en instapten: “In de bietencampagne gaf dat vaak volle treinen”. Zelf denk ik dat het station nadrukkelijk ook een streekfunctie had, bijv. voor boeren uit Noordwest-Drenthe en oostelijk Westerkwartier die naar de Leeuwarder veemarkt wilden. Die was groter dan de Groningse veemarkt, en trok veel bezoek uit het Westerkwartier.

Vandaag vond ik in het archief van de voormalige gemeente Hoogkerk een plattegrondje in blauwdruk uit 1913 van het terrein en de opstallen van dit station. Daarvan heb ik de kleuren omgedraaid, terwijl ik het contrast wat aandikte en de contouren van het halte- of stationsgebouw rood maakte:

RHC Groninger Archieven 1748-3945.

De toegangsweg en het voorplein lagen aan de noordkant. Die toegangsweg liep vanaf de provinciale grindweg langs het Hoendiep. Aan die toegangsweg stonden enige dienstwoningen voor het personeel. Ten zuiden van de dienstwoningen en het belendende haltegebouw lagen de twee perrons: een lang perron aan de noordkant van de twee doorgaande spoorlijnen, een kort perron tussen deze beide lijnen in. Aan de zuidkant van het emplacement bleek er zelfs nog een doodlopend spoor voor het laden en lossen van goederenwagons te liggen, met een flankerende Losweg. Ten westen van het stationsgebouw bevonden zich nog een goederenloods en een kolenloods.

RHC Groninger Archieven 1986-23519.

Volgens Stationsweb was het stationsgebouw een “klein gebouw met uitsluitend dienstruimten”. Dat van die dienstruimten zal dan na 1951 het geval zijn geweest, want een prentbriefkaart van ongeveer 1910 laat zien dat er vier uithangbordjes aan de perronkant hangen, die als functies aangeven:

  • Privaten, waterplaats
  • Wachtkamer 1ste klasse
  • Doorgang (naar het voorplein)
  • Wachtkamer 2de klasse

Dat die wachtkamers waarschijnlijk ook een horecafunctie hadden, blijkt uit de talrijke emaillebordjes op de muren tussen de deuren en ramen. Achteraan zie je het uitbouwtje, dat ook op de plattegrond zichtbaar is. Op het perron staan spoorwegmannen, ik denk met familie. De loc voert het nummer 1071. Of het is oostenwind, of hij duwt de trein richting Groningen. Rechtsachter bevindt zich de spoorwegovergang, die door de trein wordt geblokkeerd. Het tussenperron lijkt lager en is geplaveid met steenslag, mogelijk had dat geen publieke functie. Uiterst rechts is het spoortje voor het laden en lossen zichtbaar.

RHC Groninger Archieven 1986-23521.

Iets ouder lijkt een foto die van de andere kant af genomen is, en waarop bijna louter personeel poseert. Hierop zie we weer dezelfde bordjes als op de vorige foto. De uitbouw komt hier mooier in beeld, de twee schoorstenen zullen de wachtkamers voor wat betreft de verwarming rookvrij hebben gehouden. De goederenloods staat er al wel en de kolenloods nog niet.

Kortom, het haltegebouw had wel degelijk een publieksfunctie met die twee wachtkamers. De samensteller van Stationsweb heeft niet goed naar de door hem geplaatste foto’s gekeken.

Hoewel er dus waarschijnlijk warme en koude dranken in die wachtkamers werden geserveerd, was er apart ook nog een stationskoffiehuis.

RHC Groninger Archieven 1986-23520.

Waar dit zich bevond is onbekend. Aan de richtingaanwijzer en de achtergrond te zien, stond het echter bij de bocht van de provinciale weg langs het Hoendiep ten zuiden van de spoorwegovergang, dus vanaf het station gezien aan de overkant van het spoor. Het café, de winkel en de stalling werden getuige het uithangbord geëxploiteerd door een H. Boerma. Voor het huis staat een soort van jachtwagentje – het zou me niet verbazen als Boerma die bij wijze van taxi verhuurde, niet zozeer aan de arbeiders van de suikerfabriek, als wel aan de veeboeren uit de wijde omtrek.


“Een echte durfal, die Harry”

Nu bijna 25 jaar geleden haalden Wim Hartman en ik namens de Oosterpoort de finale van de OOG-wijkkwis, destijds gepresenteerd door een piepjonge Wilfred Genée. Op het spel stond een videorecorder en onze tegenstander was Aduard, dat in monnikspijen verscheen. Een en ander speelde zich af het gebouw van de dienst Ruimtelijke Ordening aan het Zuiderdiep, waar ze de goeie trap voor een klassieke opkomst hebben. Let u speciaal ook op het Ruimtelijke Ordeningsspel, de truuk die ik daar uithaalde was ik al helemaal vergeten:

Wat was ik toen nog een jong mager knulletje en wat zat ik daar irritant vaak met open mond. Trekje dat ik herken van mijn vader. Zou me nu niet meer zo gauw overkomen, denk ik, in het zicht van een camera.

Met dank aan René Duursma, GAVA.


Wat voor straffen er op het houden van je radio stonden en het luisteren naar de Engelse zender

Mijn Havelter grootvader, een ambtenaar, had in 1943 de radio in zijn bijenstal willen verstoppen. Daar stak mijn wat bang uitgevallen grootmoeder een stokje voor. Het toestel werd ingeleverd.
Heel anders ging het bij mijn Dwingeler grootvader, een electriciën met een handel in elektrische apparaten. Hij hield zelf een radio aan en luisterde naar de Engelse zenders. Bovendien verstopte hij het opgeëiste verkoopregister van de radio’s onder de winkelvloer, en deed dat ook met een stuk of vijftien radiotoestellen van dorpsgenoten. Zij kregen van hem in ruil een oud apparaat terug dat ze dan bij de Duitsers konden inleveren.

Hetgeen de vraag oproept wat voor sancties er stonden op het houden van je radio en het luisteren naar de Engelse zenders.

Eerst de regelgeving.

Op 13 mei 1943 verordonneerde de Duitse bezetter de verbeurdverklaring van alle radiotoestellen. Hiervoor bleef het politiestandrecht gelden. Op het houden van je radio stond een gevangensisstraf van maximaal vijf jaar en een arbitrair vast te stellen geldboete. Ook kreeg de Sicherheitspolizei een vrijbrief om corrigerend op te treden. Dat kon concentratiekamp Vught betekenen als je naar de Engelse zender luisterde.

In oktober boden de Duitsers nog nog een laatste mogelijkheid om de radio in te leveren. Daarna zouden ze bijzonder streng gaan optreden, zo kondigden ze alvast aan. Naast celstraf en arbitraire boete kwam er een nieuwe strafmaatregel: de verbeurdverklaring van de huisraad, die dan naar bombardementsslachoffers in Duitsland zou gaan.

Dat was dus wat je boven het hoofd hing bij bezit en gebruik van je eigen radio, nu de werkelijke straffen en dat dan met de blik vooral gericht op het Noorden.

In juli 43 kreeg een Leeuwarder, bij wie een radio was aangetroffen, 2 maand celstraf in Duitse gevangenissen, plus een boete van 120 gulden. Bovendien moest hij de kosten van het geding betalen (ƒ 38,-).

Een maand later behandelde het Landesgericht Groningen/Assen maar liefst 95 zaken wegens “Nichtablieferung von Rundfunkapparaten”. Het veroordeelde 65 verdachten tot gemiddeld twee à drie maanden gevangenisstraf. Twee moeten een jaar of zelfs veertien maanden zitten, omdat bewezen was dat ze met hun verstopte radio’s naar Engelse zenders hadden geluisterd.

Na de na-inlevering willen de Duitsers opnieuw voorbeelden stellen. Weldra raken twee Groningse families hun huisraad kwijt aan Bombengeschädigte.

In februari 1944 moeten maar liefst 42 inwonersvan Bellingwolde en 78 van Finsterwolde maar even op hun gemeentehuis komen verklaren waarom ze hun geregistreerde toestellen niet hebben ingeleverd. Van deze gemeenten zijn de aantallen bekend, in andere moeten ook tientallen personen zo’n oproep hebben gehad. Te Sappemeer vallen drie boetes van 1000 gulden en eentje van 5000. Van waarschijnlijk die laatste veroordeelde wordt ook een deel van de inboedel verbeurd verklaard. Zijn zoon gaat voor straf via kamp Amersfoort naar het Duitse Waddeneiland Wangeroog. Na de oorlog loopt het schip waarmee deze jongeman repatrieert bij Bierum op een mijn. Daarbij komt hij om, in het zicht van de haven.

Dat het houden van een radio en het luisteren naar de Engelse zenders je het leven kon kosten blijkt nog veel pregnanter in oktober 1944 op Oostvoorne, dan frontgebied. Een evangelist organiseert er in zijn lokaal bijeenkomsten waar naar Radio Oranje wordt geluisterd. Bij een huiszoeking vinden de Duitsers er meerdere radio’s. Ze hebben de evangelist zonder pardon tegen de muur gezet.

Mijn Havelter grootmoeder was niet voor niets bang. Mijn Dwingeler grootvader liep weloverwogen een groot risico.

Bron voor de sancties:
Gidi Verheijen, Het radiotoestel in de Tweede Wereldoorlog (Buchten 2009).


Ommetje Roderwolderdijk – Weersterweg – Leegkerk

Tinten bij de Roderwolderdijk:

Bij de wal van de A7:

Bij Landschapsbeheer:

Bij het viaduct over de A7:

Bij het viaduct over de A7:

Detail blad:

Uit het zuidwesten nadert een tegendraadse bui (de overheersende windrichting was noordwest):

Dit kwam uit het noordwesten:

Bij het Aduarderdiep:

Weersterweg richting Den Horn:

Weersterweg:

Naderende bui, Weersterweg:

Uitgelicht arbeidershuisje bij de Weersterweg:

Kat op jacht in de berm:

Toch maar van de vlakte af. Boerderij bij Leegkerk:

Net op tijd in het kerkportaal:


Paasbrood was armenbrood

De meester van Alkmaar, Het voeden van de hongerigen (detail). Collectie Rijksmuseum.

— Men schrijft ons uit Uskwerd den 30sten Maart:
“Wordt er op vele plaatsen in ons land veel gedaan tot leniging der armoede van de minvermogenden — ook hier kan men zich daarover met blijdschap verheugen , doordien de landbouwers en eenige burgers reeds sedert eenige jaren het zoogenoemde bedelen om Paaschrogge hebben afgeschaft, door het vrijwillig geven van rogge en geld, waardoor eene commissie, bestaande uit burg. en weth., in staat wordt gesteld om aan alle arbeiders, geen uitgezonderd , een groot Paaschbrood te kunnen geven…”

Dat Pasen een bijzonder charitatief moment op de jaarkalender vormde, merkte ik ook bij het doornemen van de resoluties van het Groninger stadsbestuur. Deze maken ergens rond 1760, 1770 melding van het uitdelen van wittebroodjes door de bakkers met Pasen.

Op het Noord-Groninger platteland bestond kennelijk met Pasen de traditie van het inzamelen van paasrogge door de armen bij de boeren. Dit werd opgevat als bedelarij en daaraan werd in Usquert – zo’n beetje de rijkste gemeente van heel Groningerland – een eind gemaakt doordat het gemeentebestuur zich transformeerde tot een liefdadigheidscommissie, die het inzamelen overnam, en die het ingezamelde, naar eigen zeggen, eerlijker verdeelde dan voorheen het geval kon zijn. Bij het Nieuwjaarslopen ging het op veel plaatsen precies zo, dit was voor verlichte geesten hèt recept om aan (verkapte) bedelarij bij de huizen een eind te maken.

Bron van het citaat: Groninger Courant 1 april 1853.


Windmeerit Nieuweschans

Badhuisplein in de Badstratenbuurt, stad Groningen:

Blauwe haan, maar niet van Tiktak – Klein Martijn, stad Groningen:

Stapels pallethout, Duinkerkenstraat, Groningen:

Langs het Winschoterdiep bij Waterhuizen:

Een Weissenbruchje – de molen van de Onnerpolder:

De paardebloemen worden naar het schijnt zeldzaam. Je ziet ze nauwelijks meer in weilanden, alleen nog op bermen en slootwallen. Een mooi tuiltje:

Kropswolderbuitenpolder:

Een selfie bij het Achterdiep, Sappemeer-Noord:

Hoogholtje over het Achterdiep, ook daar:

Sapmeerster verzamelt oude reclame:

Achterom kijkend:

Scheemda, schuur met doorleefde achtermuur:

Midwolda, keuterijtje:

Net als het voormalige gemeentehuis van Hoogkerk, staat dat van Midwolda te koop:

De Goldhoorn tussen Oostwold en Finsterwolde:

Klinkerweg Finsterwolde:

De kerk van Nieuw-Beerta:

Het koolzaad begint te bloeien, richting Drieborg:

Geen spetje gehad, onderweg, tot station Nieuweschans waar een flinke bui loskwam. Vanuit de trein zag ik ook een bui boven de stad hangen:

Gelukkig dreef die bij aankomst al voorbij:


In iedere tuin een ton

Wilde vanmiddag een flink eind fietsen maar vond het ter hoogte van de Reitdiepwijk te grijs, fris en winderig en maakte er maar een lui rondje stad van. Was helemaal vergeten dat het bloemetjesjaarmarkt was, een smoordruk evenement dat ik het liefst mijd. Op de hoek van de Vismarkt maakte dit stel met kortingsbonnen reclame voor regenwatertonnen:


De oorlog in Bourtange


Eerste Groningse executie met guillotine verliep niet vlekkeloos

Een bloedstollend verhaal van Henk Boels vanavond, bij de jaarvergadering van de cultuurhistorische vereniging Stad en Lande.

Hij vertelde over het gebruik van de guillotine in het Groningen van de Franse Tijd. Tot nu toe was uit literatuur wel bekend dat dit relatief humane Frans-revolutionaire instrument ter voltrekking van de doodstraf hier gebruikt was, maar als incidentele melding, terwijl een uitvoerige behandeling ontbrak.

Uit de Napoleontisch-juridische paperasserij van 1810-1813 viste Boels twee strafzaken die eindigden met een onthoofding door middel van zo’n toestel. Aan de orde kwam vooral de eerste zaak, die van een vrouw uit Gasselternijveen. Zij pleegde een roofmoord (of doodslag met roof) op een pandjesbazin bij het verlaat van Kiel-Windeweer. Uit Boels bij tijd en wijle vermakelijke relaas bleek dat de op Franse leest geschoeide rechtspraak nogal omslachtig te werk ging, met een instructie door een Rechtbank van Eerste Aanleg in Groningen en een Procureur-Generaal in Den Haag, een strafproces bij het Gronings Hof van Assisen met een jury die tot stand kwam door loting uit een groep van 36 hooggeplaatste inwoners, en met meervoudige cassatiemogelijkheden bij de hoogste rechtbank van Napoleons keizerrijk te Parijs.

Hangende een eerste cassatie ontsnapte de al ter dood veroordeelde vrouw uit een krakkemikkig zolderkamertje van het Hof in de Oude Boteringestraat. Toen zij na twee dagen weer was opgepakt, moest eerst weer vastgesteld worden of zij het wel was. De getuigen zeiden allemaal van wel, maar ook tegen die uitspraak kon zij in cassatie gaan. Maar ze rekte er alleen haar leven wat mee, haar lot ontliep ze niet.

Op de Grote Markt stond het zwart van het volk toen die bewuste maandag de Groningse guillotine dan eindelijk voor de eerste maal gebruikt zou gaan worden. Helaas verliep voltrekking van het vonnis niet helemaal naar wens. Ondanks geslaagde proefnemingen vooraf met schapen en lichamen van reeds gestorven boeventuig, bleef het valmes van de guillotine halverwege de hals van de vrouw steken. Dat kwam door heur haar, dat kennelijk niet eerst gekortwiekt of opgebonden was. De scherprechter moest het karwei met de hand afmaken, d.w.z. met een gewoon mes dat hij bij zich droeg.

Het Napoleontische Groningen leek heel even op IS-gebied.


Een wandeling langs het Damsterdiep van Appingedam naar Delfzijl. Met een uitstap naar Farmsum

Appingedam aan de kant van Delfzijl – industriële archeologie in dezelfde stijl als de Toekomst in Scheemdermeer:

Wandsculptuur Damsterheerd, maker onbekend:

Mooi opgeknapte villaboerderij, maar de functie is onduidelijk – veel leven zit er zo te zien niet in:

Detail van de daklijst onder de nok:

Vliethoven, een buitentje uit 1770 dat bij een tichelwerk verrees – eigenlijk zou er een rococotuin bij moeten in plaats van al dat grind:

Onderaan de Hogelandsterwegbrug:

Commissaris Maigret, geconcipieerd in Delfzijl. Het beeld is onthuld door zijn schepper Simenon:

Uitgemergelde vrouw op een zeemijn – beetje cru beeld uit 1995 van Toos Hagenaars:

Kussende vissen, maar je mag er ook een gezicht in zien – ornament op kantoorpand van Royal Wagenborg in de Marktstraat:

Op de muur aan de havenkant – evocaties van de Franse Tijd in Delfzijl:

In croissanterie Het Waterpoortje hebben ze Pinkeltje compleet. U begrijpt: ik ging er node weg:

Nog even op de dijk gekeken – coaster in aantocht over kalme zee:

Op de voorgrond de oude dijk,  erachter het nog gele dijklichaam van de nieuwe, op deltahoogte. De Venneflat op de achtergrond wordt afgebroken, ook verder allerlei plannen met Delfzijl, dat er heel anders gaat uitzien:

In de haven het opgeknapte drijvende paviljoen van de stad-Groninger manifestatie A Star is Born. In de spiralen hangen nu netten in plaats van gaas. Aan dek zag ik spullen van de zeevaartschool liggen:

Havenloods in staat van onttakeling:

Moeke hest de kovvie kloar, snikke gait noar stad:

Hannie, een sleepboot:

In de kerk van Farmsum met een begeleider (dank Wilte!) de tegen de muren geplaatste grafstenen bekeken, die vijf jaar geleden tevoorschijn zijn gekomen. Dit keer was ik vooral gespitst op details die ik toen niet zag. Op de steen van de herbergier en eigenerfde Geert Harmens (1530-1596) staat een soort van wildeman met knuppel:

Het topstuk – de zerk van de hoofdeling Haye Ripperda (ca. 1455-1504):

Hij ligt er vredig bij, en ook vroom:

Op het doopvont het wapen van De Mepsche:

Ambtman Folckers van het Klei-Oldambt kwam net als het merendeel van de inwoners van Termunten om bij de Sint-Maartensvloed van 1686.  Hij had een opspringende eenhoorn in zijn wapen:

Op weg naar het station aan een binnenstraatje deze muur uit de jaren 60:

Het aangetaste fries:


Hoogtepunten uit een collectie foto’s van bovenlichten of snijramen

Ik vertelde zaterdag al dat ik een verzameling foto’s van bovenlichten door mocht kijken. Deze zwaan sprak me het meest aan, niet alleen omdat het een fraaie uitwerking van een bekend symbool (voor Luther) en beeldmerk van talrijke ondernemingen was, maar ook omdat hij me meer in het bijzonder doet denken aan een Groninger uithangbord, dat zich reconstrueren liet aan de hand van een misdruk tabakszak:
Er stond geen notitie achterop deze foto, maar volgens de website over bovenlichten- en snijramen van Ben Veldstra, bevindt de uitgebeelde zwaan zich nog steeds in Vianen. (doorscrollen naar onderaan de pagina).

Deze is er ook nog steeds, aan de Groenmarkt 13 in Middelburg:
De twee zeemeerminnen houden het wapen van de stad, zeg maar een steenhuis, overeind. Meestal gebeurt dat door een eenkoppige arend. De vormgeving is overigens niet oud, gezien de zeemeerminnenlijven. Ik vermoed dat het een remake is van een veel ouder, ontoonbaar geworden snijraam.

Ook niet oud, want uit 1957, was het volgende snijraam, helaas achter glas toen het gefotografeerd werd. Hoewel het lijkt te reageren op de vorige, markeerde het een adres in een heel andere stad, namelijk Waldeck Pyrmontkade 34 in Den Haag. Op dat adres zit nu een APK-keuringsstation. Het komische snijwerk met het dansende paar rond de toren blijkt daar verdwenen, het ontbreekt ook in de verzameling van Veldstra:

Tot slot nog iets wat meer lijkt op een draadplastiek dan op een snijraam. We zijn terug in Middelburg, en wel op de Korte Brug 1. Daar hangt nog steeds Goede Reede:


Rondje Bombay

Slootkant vlakbij huis. Pinksterbloemen nog voor Pasen en de zuring schiet ook al in de bloei:


Het kerkje van Lettelbert, d.w.z. de zuidkant:

Jugendstil siersmeedwerk in deur van opknappand in Midwolde:

Opgemaakt paard bij het Schilligepad tussen Tolbert en Boerakker:

Heb zo’n idee dat dit pandje aan de Hoofdweg in Boerakker wordt afgebroken Zou wel eens een café of winkel geweest kunnen zijn:

Betonnen brugdek met de schaduw van de brugleuning, Lucaswolde:

Schaapskooi, Opende. Dat soort reconstructies is altijd net iets te gelikt. Zo denk ik dat schaapskooien niet van glad geschaafd hout werden opgetrokken:

Bij de kerk van Opende stond ik de gevelstenen te fotografere, toen de koster eraan kwam. Mocht wel even mee naar binnen. Boffie, want er hangt geen bordje met een sleuteladres. Het interieur bleek nogal modern en sober. De preekstoel bleek nog het meest de moeite waard:

Windwijzer met smidsfiguur bij voormalige smederij aan de Provincialeweg in Opende:

Vervallende schuren, ook daar:

Landgoed Opende, bij de Oosterdwarsreed:

Het bruggetje van Peebos, uit 1930:

Boerderijtje bij de Doezumerstocht:

Doezumertocht bij De Bombay:

Achtererven met bruggetjes over ouwe tochtsloot, De Bombay:

Dit zal de voormalige watermolen Bombay zijn, verbouwd tot woonruimte:

Langs het Pier Vlasmapad tussen Bombaij en Lutjegast bloeide de meidoorn al:

Deze twee gingen er even mooi voor staan:

Weinig melkvee buiten. Dat stond nog op stal, zoals hier aan de Oosterzandseweg bij Oldekerk:

Deze boerderij op het Oosterzand leek reddeloos, maar schijnt nu toch stukje bij beetje te worden opgeknapt:


Ommetje Feerwerdermeeden

Het kerkhof van Hoogkerk:

Kwikstaart bij Kleiwerd:

Puberschapen verkennen bult klinkers bij Dorkwerd. De moeders: Ach laat ze maar, ze zijn maar één keer jong:

Op de Feerwerdermeeden een collectie foto’s van bovenlichten bekeken – deze herkende ik van Noordbroek:

Op de terugweg langs Feerwerd, Garnwerd en Hekkum. Bij de Reitdiepdijk bleek een markant bomenbosje gekapt, er zat ziekte in:

Landschap bij Hekkum:

Narcissus de grutto:

Een en al oor, deze haas, de eerste die ik sinds een hele tijd zag:

Dijklandschap bij de Wierumerschouwsterweg:

Kievit viel buizerd aan, was hem helaas al voorbij toen ik af kon drukken:

Buizerd keert mismoedig nestwaarts:

Oude boomsingel bij de Wierumerschouwsterweg:

Tinten langs de Wierumerschouwsterweg, waarschijnlijk door het verschillende tempo waarmee de bomen in blad schieten:

Pril blad:

Oude haas bij Hoogkerk:

De avond valt in Hoogkerk: