Een ijzige odyssee
Geplaatst op: 1 januari 2006 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen

Op zaterdag 14 januari 1849 begeven de Durgerdammer visser Klaas Bording en zijn twee zonen zich ver op de Zuiderzee, die dan al een paar weken met een dikke laag ijs overdekt is. Opnieuw gaan ze bot kloppen – een vistechniek waarbij ze bijten in het ijs slaan, vanuit die bijten tientallen meters visnet onder het ijs hangen, en de platvis met gebonk op het ijs in die netten jagen.
Hun vangst verloopt dermate voorspoedig, dat ze ’s avonds besluiten op het ijs te blijven. Intussen heeft de dooi stevig ingezet, en ’s zondags merken ze dat ze drijven. Ze bevinden zich op een enorme ijsschots, die zich heeft losgemaakt van de wal.
Hun weg naar huis is afgesneden. De eerste dagen drijven ze in een zigzagbeweging naar het oosten, richting Harderwijk. Daarna ligt hun schots dagenlang op een noordelijke koers, en komt zelfs dicht onder de wal bij Enkhuizen. De schots verbrokkelt, en ze stappen over op het grootste, meest veilige stuk, dat echter ook weer verder afkalft. Omdat ze geen oliegoed dragen, raken ze doorweekt. Alleen een opgezet zeiltje biedt ze enige beschutting tegen de regen en kou. Voorbij Enkhuizen zwenkt hun schots opnieuw oostwaarts, naar het eiland Schokland. En daar in de buurt is het, dat ze uiteindelijk worden opgepikt door collega’s uit Vollenhove.
Veertien dagen brachten ze door op drijfijs. Het had niet veel langer mogen duren, want de resterende schots kon ze nauwelijks nog dragen. Twee van de drie Bordings overleefden de ontberingen ook niet. Klaas Bording en zijn oudste zoon stierven die winter in Vollenhove, waar ze werden verpleegd. Alleen de jongste zoon keerde terug in Durgerdam.
Voor het vaderloze gezin Bording kwam er zo’n typisch negentiende-eeuwse filantropische actie op gang, die de weduwe en haar kinderen een nieuwe botter opleverde. Op basis van de prospectus voor die inzamelingsactie en enkele aanvullende vraaggesprekken schreef de onderwijzer Simon Abramsz een halve eeuw later nog een boek, ‘Veertien dagen op een ijsschots‘.
Maar ook verschillende beeldende kunstenaars putten inspiratie uit het avontuur. Zo bezit het Zuiderzee-museum in Enkhuizen een drietal werkjes dat aantoont hoe de ijzige odyssee van de Bordings tot de vaderlandse verbeelding sprak:
Merkwaardig is dat het thema na 1900 in vergetelheid raakt. Schrijvers, schilders en filmers pikken het niet meer op, terwijl het zo’n prachtige kapstok kon zijn. Drie mannen, met hun eigen gedachten en onderlinge verhoudingen op een beperkte ruimte overgeleverd aan de elementen. Dat zo’n gegeven helemaal uit zicht verdwijnt, is eigenlijk een testimonium paupertatis voor de Nederlandse cultuur.

Mooie korte samenvatting. Veel info in een klein stukje. Jammer dat het niet meer zo tot de verbeelding spreekt.
Met vr. groet
André staal
wij hebben het ook gehad met een sprookje van school.
Er was toen een man die jacob speelde hij deed het heel goed!!!
dit is een goeie tekst om er wat over te weten te komen!
amarins