‘Mijn centenaires bleken extreem vief’
Geplaatst op: 29 juli 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenAnno 1770 overleed in Aarhus, Denemarken, ”de door de nieuwspapieren zoo meenigmaalen gemelde, alombekende Noorman en Grijzaart Christiaan Jacobsen Drakenborg”. Drakenborg bereikte de leeftijd van 146 jaar en gold daarmee als oudste mens van Europa. Na zijn dood werd hij als zodanig opgevolgd door een IJslandse koperslager van 138, die nog elke dag zijn beroep uitoefende en wiens jongste zoon van 104 hem trouw in de werkplaats meehielp.
Drakenborg en beide andere stokoude Scandinaviërs figureren in de dissertatie van de Joris Kabbelbeecx, Het eeuwige leven; honderdplussers in de courant (1750 – 1799). Voor zijn medisch-historische proefschrift onderzocht Kabbelbeecx honderden krantenberichten die melding maken van leven en dood van honderd-en-zoveel-jarigen. De enthousiaste promovendus:
”Nooit eerder leefden er zoveel honderdplussers in Europa. Omdat sommige zelfs nog kinderen verwekten bij vrouwen van zestig, werd er een enorme bevolkingsexplosie verwacht. Dit was, vergeet ’t niet, de era dat Malthus zijn wetten formuleerde.”
Honderdplussers stonden in aanzien. Drakenborg kreeg regelmatig bezoek van nieuwsgierige hooggeplaatsten, die hem steevast wat geld toestopten. Ook van andere honderdplussers meldt Kabbelbeecx dat ze vorstelijke douceurs, gratificaties en pensoenen ontvingen. ”Vergelijk ’t met het gelukstelegram van de koningin”, glimlacht de promovendus, ‘
‘of met de visite van de burgemeester aan de honderdjarigen van tegenwoordig. Die burgemeester neemt ook altijd bloemen en een enveloppe met inhoud mee. Daar zit dezelfde eerbied achter.”
Mensen wilden ook altijd weten hoe iemand zo stokoud geworden is. Vandaar die krantenberichten. ”En in mijn periode bleken de centenaires extreem vief”, constateert Kabbelbeecx,
”Opmerkelijk vaak waren ze nooit ziek en beschikten ze, tot ze er bij neervielen, over hun volle verstand en geheugen, over al hun ledematen en zintuigen. Zo lazen ze zonder bril nog de kleinste lettertjes. En werkten ze meestal nog als paarden. Terwijl ze verbijsterend jong van hart bleven. Er was bijvoorbeeld een Franse gravin, die een feest organiseerde toen ze honderd werd. Met de oudste grijsaard uit de streek opende zij het bal en ze bleef de gangmaakster tot de laatste gast in de ochtend vertrok.”
Onder de honderdplussers bevonden zich lieden van allerlei stand en professie. Twee beroepsgroepen sprongen er echter uit in Kabbelbeecx’ dataset: soldaten en medici. ”Als je die slagvelden overleefde, maakte je kennelijk een bovenproportionele kans op een hoge ouderdom”, denkt Kabbelbeecx.
”Hetzelfde geldt voor artsen. Maar bij hen speelt er ook nog iets anders. Neem de Petersburger stadschirurgijn Christiaan Wurger, een Hollander die Peter èn Catharina de Grote diende. Twee maal overleefde hij de builenpest. Maar misschien was het nog wel belangrijker dat hij nooit adergelaten werd. Terwijl hij zelf tallozen de aders liet.”
Een andere opmerkelijke bevinding van Kabbelbeecx is dat onder zijn Europese Methusalems de gezondheidsfreaks het kwantitatief zwaar moesten afleggen tegen lieden met riskante gewoonten. Natuurlijk had je honderdplussers die zich louter met gierst, rauwe uien en water voedden, of die frisse duiken pardoes in bergrivieren namen, of die worstelden met zestigers zonder ooit ’t onderspit te delven”, somt Kabbelbeecx op.
”Maar daar tegenover staan talloze liefhebbers van hartige spijzen, drank en tabak.”
Niemand neemt het hem af. Kabbelbeecx ontdekte de vroegste kettingroker. Met een diepe zucht:
”Je vindt zoveel in oude kranten, het is een ideale bron.”

”Maar daar tegenover staan talloze liefhebbers van hartige spijzen, drank en tabak.”
Ja, da’s dus mijn motto: zorg ervoor dat je zoveel mogelijk lol in je leven hebt, da’s de allereerste vereiste om oud te worden, imho 😉
Mijn grote voorbeeld? Opoe, die 93 werd, tot het laatst in haar eigen huissie woonde, in bezit van al haar geestelijke en lichamelijke vermogens. Ik zie haar nog zo zitten, en dan vooral op de zaterdagavonden… citroentje in de ene, sigaret in de andere hand, omringd door talloze kinderen, kleinkinderen en andere aanlopers, die daar kwamen omdat het er altijd zo gezellig was!
@Aragog,
Het is satire hoor, gestoeld op wel echte krantenberichtjes. Je moet het dus met een korrel zout nemen. Ach nee, doe ook maar niet, al dat zout is maar slecht voor de bloeddruk.