De nieuwe Ford Anglia en andere oude dia’s

Geplaatst op 17 januari 2008

De Ford Anglia is net in Dwingeloo afgeleverd in dezelfde tint als later Harry Potters’ Ford Anglia heeft. Vier mensen bewonderen de nieuwe auto van mijn opa Vondeling. Zelf staat die er merkwaardigerwijs niet bij. Buurman Eisse van der Helm, een boertje op leeftijd, strijkt bij het portier met zijn hand over de wagen, zoals hij anders misschien over een koe zou doen. Zijn vrouw, in het zwart zoals alle oude Drentse boerenvrouwen in die tijd, houdt wat meer afstand, maar is overduidelijk nieuwgierig. De man tussen hen in kan ik niet thuisbrengen. Misschien is het de verkoper van de Ford-garage. Naast vrouw Van der Helm staat mijn tante Rika, en aan de rechterkant van de wagen haar zoon Albert, de naamgenoot van mijn grootvader. De enige die het vehikel kennelijk wel voor gezien houdt, is mijn grootmoeder. Zij keert het de rug toe en loopt glimlachend het beeld uit. Op Sinterklaasdag 1962 zou ze sterven aan een beroerte. Mijn oom Frans moet de dia dus voor die tijd hebben gemaakt. Ik vermoed in de zomer van 1961 of 1962.

De dia maakt deel uit van een prachtige serie die hij indertijd over Dwingeloo maakte. Deze is nu voor iedereen te zien op fotoarchief.nu, een site van foto-reataurateur Peter Leeuwen uit Almelo. Leeuwen verzamelt oude dia’s van voor 1970, en maakt daar historische fotoboeken van. Op zijn site staan ook de dia’s die mijn oom begin jaren zestig maakte van een bloemencorso in Eelde en dorpsgezichten in Giethoorn.

Die hele site van Leeuwen is trouwens om te likkebaarden. Zo zag ik een aardige serie over de ijzel van 86, een hele aardige over het onschuldige Belt Schutsloot, begin jaren zestig. en werkelijk een fantastische serie van misschien wel zestig dia’s over Staphorst in de jaren 1952 – 1963. Naast dorpsgezichten, scènes van de graanoogst, portretten van de kroegbaas, de schoenmaker, een spinnende vrouw en spelende kinderen, bevat die serie beelden van de verbazingwekkende oud-Staphorster interieurs, met hun antieke tegels tot hoog aan alle wanden.


Dag pluim

De suikerfabriek van stad gaat dicht.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Oud logje: 25.12.2005

Een hele mooie van Jan Bouwman

een fraaie van Camerados

Flickr: foto’s met de tags Groningen + suikerfabriek


Meneer ‘Meijers’ graag even melden svp

Aan het eind van de middag kwamen er op een oud logje reacties binnen die mij eerlijk gezegd wat minder amuseerden. De inzender, die zich successievelijk Dennis, Ivar en Gekke johan noemde, las dat logje moedwillig verkeerd, schreeuwde veelvuldig heil met uitroeptekens, en schold schrijver dezes lichtelijk inconsistent uit voor “een stel neger”, “sukkel” en “eenzame zak”.

Zijn ip-adres was er een van de KPN. Vanaf dat ip-adres werd er op vorige week al racistische zooi neergeplempt op een dance-forum door iemand die zich bij die gelegenheid Adolf Hitler noemde. Deze heer was de mening toegedaan dat alle negers en Turken dood moesten, of althans ons land dienden te verlaten.

Ik bande het ip van Adolf, Dennis, Ivar en Gekke johan, plaatste dit ip ter waarschuwing bij de reacties en stuurde een abuse-melding naar de KPN. Nog geen anderhalf uur later komt er een mailformuliertje bij me binnen. Met de ip gelijk aan die van de reacties, maar met een vals mailadres, en waarschijnlijk ook een valse naam. Dit is het:

Hallo Heren.

Ik heb zoujuist Contact gehad(voor de zoveelste keer) met mijn provider over deze zaak.

Mijn zoon Word zoals op school als op internet gepest, Door een paar pestkoppen die ons internet hebben weten te gebruiken.
Ze plaatsen oa: advertenties en boden op marktplaats, en zetten berichten op site’s
onderanderen die racisten site(Dat is het hoogte punt)
Mijn zoon voelt zich niet veilig meer en niet vertrouw.
Hij barste in tranen uit toen we de provider aan de lijn hadden.

IK HOOP DAT JULLIE DIT BEGRIJPEN EN VERDER NIET OP IN WILLEN GAAN!
Ik schaam me hier eigelijk er voor!

Ik heb het internet hard nodig voor mijn werk.
Hopelijk zijn we hier snel van af.

M.V.G D.Meijers

P.S. Ik vind het niet zo fijn dat ons IP adres Zo op het internet staan, zou dit verwijderd kunnen worden? Dank

Mijn probleem: ik vind de taal van het verzoek wel overtuigen, maar inhoudelijk rammelt het. Zijn zoon zou gepest worden door leeftijdsgenoten die misbruik van diens ip zouden maken. Ik heb het even opgezocht bij wikipedia en nog wat verder, maar het spoofen van andermans ip is vrijwel onmogelijk, en ligt al helemaal bij weblogreacties niet in de rede.

Voorlopig denk ik dus dat vader en zoon een en dezelfde figuur zijn, of dat de zoon zijn vader wat voorliegt. Het is de afzender van het episteltje duidelijk begonnen om het verwijderen van zijn ip, en ik wil dat ook best doen, maar dan moet hij zich eerst maar even melden met zijn echte naam en een werkend telefoonnummer. Kunnen we even met elkaar babbelen.


Wereldrecord volksliedzingen bijgesteld

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een geweldig goed idee was het, dat achterop de uitgereikte t-shirts de integrale tekst stond. Met alledrie de coupletten in een helder wit lettertje. Ik kon dat papier dus mooi in mijn zak laten.

Jammer genoeg ging ik toch weer de fout in. Want van de meester-voorzangers Pé & Rinus mocht er absoluut niet worden gespiekt. Ook niet op die t-shirts. De mensen van het Guinness-boek waren ons namelijk aan het fotograferen. En owee als je open mond niet op de foto te zien was. Dan telde je niet mee van Guinness. En zodoende zong ik gedeeltelijk in mijn zenuwen het alternatieve Groninger volkslied:

“’t Wingewest woar gasvlam braandt
is Grunnen veur hail Nederland
t Wingewest woar gaasvlaam braandt
is Grunnnen veur ’t laand.”

Ik hoop maar dat niemand deze linkse aberraties gehoord heeft. Hou dit logje ook maar geheim hè, jonges. Niet verder vertellen. Want als de jury het merkt, trekt ze nog een persoon af ook, van dat wereldrecord volksliedzingen.


Kanttekening

Opmerkelijk dat ze bij dat massale zingen van het Groningse volkslied een Friese cateraar in de arm hebben genomen.


Kiyktuhyatsrat or OudeKiykblabla

Canadese studente, voor een master linguistiek in Groningen, verkent op haar eerste dag hier de stad. Over onze straatnamen zegt ze:

“Must master these dutch sounds, so I can start being understood! And so that I can start pronouncing street names. I mean, “Oude Kijk in ‘T Jatstraat”, or for example, “Gedempte Zuiderdiep”. Can you even make a logical guess? No! These street names are not even represented in my head when I read them (aside from their colors, of course!). My inner-voice just mumbles a very poor attempt at the first part (Oude) and kind of trails off into gibberish once I have an image of the street in my head (Kiyktuhyatsrat or OudeKiykblabla). What a terrible habit…one that would make naming these streets aloud in conversation a disaster! “Meet me at 7 at the corner of Kiyktuhyatsrat and GedemptZuiblabla”. “

Over onze uithangborden:

“I really like how all the shops have their logos on signs jutting out of the buildings so that you can see them as you are approaching the street. It makes looking for a particular store much easier than having to walk all the way down as the signs are revealed only as you pass the stores.”


De luie alternatieven voor het Grunnens Laid

Op dit moment staan de beoogde 3000 deelnemers op de teller. Daarmee zal het Guinness Book of Records morgen wel gehaald worden, dunkt me.

Maar juist nu men massaal het Grunnens Laid instudeert, wordt er ook aan zijn positie gemorreld. Zo hoopt de cultfiguur Kale Bas dat dit lied van hem eens het volkslied van Groningen zal zijn.

Terwijl de laatste tijd ook een lied van Ralf Poelman als zodanig wordt opgeworpen.

Populair is dat laatste lied zeker, althans in studentenkroegen. Vrijdag kocht ik het laatste cd-tje bij de VVV, maar ze lieten er nog weer een nieuwe voorrraad maken.

Intussen frappeert het, dat beide alternatieve volksliederen vooral gras bezingen. Nergens ligt het gras blijkbaar beter dan in Groningen.


‘Gain gerak, gerief, noch rust, in dat verdolde holten nust’

 

Geplaatst op 13 januari 2008

Van Henk Scholte kreeg ik van de week een scan van Schuitpraatjes in Groningerland, grootendeels in den Groninger tongval. Het gedrukte stukje, geschreven “door den schrijver van de zamenspraak tusschen Pijter en Jaap”, dateert van 1827 en gaat over de innovaties van die tijd.

Er staan erg aardige passages in over de stoomboot en het stadsgas, maar helaas zijn die nou net in het Nederlands. Voor het Gronings is vooral een filippica tegen het reizen per zeilschip van belang. Die passage staat in het begin van ’t schuitepraatje, als meneer Nijewind bij de afvaartplek van de trekschuit aankomt. Hij ergert zich dat alles hier nog steeds op zijn elfendertigst gaat, ook omdat hij een tamelijk vervelende (zee-)reis achter de rug heeft in het vooronder van een beurtschip:

“Twij etmaal rolde ik in dat hol,
Dat ik er nog van soezebol.”

“Het gait hier nog na ’t olle plan”, merkt hij dan als hij door de stad komt aangehold om de snikke nog op tijd te kunnen halen. Hij hoopt dat hij voor het allerlaatst in een snikke zit, en van zeilen heeft hij helemaal zijn bekomst:

“‘k Ga nooit weer met en snik’ oet’ stad;
Van ’t zailen wil ‘k nog minder wijten;
Dat ’s ree! en weer ree, om te zwijten.
Dan dundert jou dij fokkeschoot;
Dan kropt ‘er weer zoo’n dik stuk lood
Deur ’t mastgat; en, ’t is ijwig strieken.
Doar lig je dan te steerens kieken:
En, valt er altemets wat vocht,
Dan heb je regen, rook en togt.
En, koom je van de boukwait-doppen
Rais even op, om ’t gat te stoppen;
Of, vraag je ’t volk rais na ’t bestek,
Dan krieg je en olderwetse bek.
Gijn mens het veur joen klagten ooren,
Al zol je ook in zoo’n deuze smoren.
Dan stait de gek nijt na de wind;
Dan hoelt er weer en schippers kind;
Dan heur’ je ’n doene kerel vluiken;
Dan zingen, reeren, roezie zuiken:
Daar ’s gijn gerak , gerief noch rust
In dat verdolde holten nust.
Had ik maar doemkruud, ‘k zol ’t wel wijten;
Ik zol heur mank de doeven schijten
Dat ’t aard had; fui! zoo’n zwien-per’dies;
Op ijn’ zoo’n raize wordt men gries.”

Reizen was niet altijd fijn, zullen we maar zeggen.


Diamant van het Natuurmuseum poter

De vermiste diamant van het Natuurmuseum – op donderdag in de UK – heeft via rtv Noord zelfs de Telegraaf nog gehaald. Noord doet niet aan bronvermelding, de Telegraaf wel.


Kroegen die ik gekend heb

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vanmiddag bij antiquariaat Isis het eerste ‘Groninger Kroegenboek’ van Dineke de Zwaan op de kop getikt, een uitgave van stichting Xeno uit 1981. Het werkje kostte me 6 euro. Een koopje, want het wordt nauwelijks aangeboden, en waar dat wel het geval is moet het 15 euro opbrengen.

In totaal noemt De Zwaan 197 kroegen in haar boek. Daarvan blijk ik er 49 te hebben bezocht, dus een kwart. Gelukkig niet allemaal evenveel. Hier volgt de lijst. Achter elke kroegnaam staat tussen haakjes het geschatte aantal keren dat ik er geweest ben. Verder geef ik de citaten van De Zwaan die herkenning bij me oproepen, en persoonlijke herinneringen.

De Tapperij (1)
Grote Markt
“Kelderbar in de oude bruin-caféstijl met donker hout en allerlei hoekjes.” Volgens mij echt een kroeg waar mensen na hun werk kwamen. Ik ben er één keer geweest, toen ik op de vlucht was voor een tiep dat me met een fietsenketting achterna zat. Ik werd er vrij goed opgevangen en kon via de achteruitgang wegkomen, om bij de politie aangifte te doen.

De Blauwe Engel (3)
Grote Markt
“Bezocht door ogenschijnlijk beter gesitueerden.”
Ben er een paar keer geweest, maar de corpsballensfeer stond me enorm tegen.

De drie Gezusters (40)
Grote Markt
“Het klassieke café waar “mensen van alle leeftijden en beroepen” binnen komen stappen.” Je kunt op je gemak iedereen bekijken. Ook is het niet onplezierig zitten aan de leestafel. Maar het zal hier zelden familiair worden.”
Typisch een café waar je overdag afsprak met relatief onbekenden.

Der Witz (2)
Grote Markt
De Zwaan moppert in haar boekje op de hoge prijzen. Hier heb ik voor het eerst van Jever gehoord.

Bommen Berend (1)
Oude Ebbingestraat/Kwinkenplein
“Veel winkelende stadjers, ouders met kinderen en zakenmensen.”
Volgens mij vooral oudere mensen.

Club Privé (1)
Grote Markt
“Het publiek bestaat uit dertigers die de indruk maken te moe te zijn om nog enig actief gedrag te vertonen”, aldus De Zwaan: “Misschien ben ik hier nog te jong voor”.
Ik herinner me inderdaad verlopen dertigers en veertigers.

Vlaamse Reus (40)
Poelestraat
De Zwaan: “Bruin café met oude kachel, groot schilderij en bankjes langs de muur”. “Vroeger was het een van de eerste bruine café’s van Groningen waar hippe studenten, kunstenaars en gekken elkaar vonden. Nu zal het een van de laatste zijn.”
Het café kende ik al uit mijn middelbare schooltijd, toen we met de Nederlandse Jeugdbond ter Besturing van de Geschiedenis, afdeling Meppel, eens een uitje naar Groningen hadden en iemand ons meenam naar de Vlaamse Reus. Hier dronk ik in mijn eerste jaar, na een tentamen, voor het eerst overdag een pilsje en ging na dat pilsje stuiterend over straat. Heb er ook een keer ’s avonds, bij een afspraak met vrienden, een enorme vechtpartij meegemaakt, waarbij de stoelen door de lucht vlogen. Er hingen fantastische, groteske schilderijen van Olga Wiese.

De Opera (40)
Poelestraat
Deed met de witmakersmode mee. Was in 1981 net grondige veranderd van een bruin in een wit café.
Ik zat hier ca. 1977 een keer met Nico toen de hele tent langzamerhand leegliep. Dat kwam door een stel jongens achterin, dat vervelend deed. Blijkbaar nam ik ze iets teveel op , want toen ook zij de tent uitliepen kreeg ik een elleboogstoot tegen mijn gezicht van de een, een stomp in mijn zij van nummer twee en een knietje van de derde. Naderhand vernam ik dat dit clubje zich ‘The Boys’ noemde. Verschillende van die gasten zag je ook steeds in de entourage van Herman Brood, ze waren een soort zelfbenoemde bodyguards van hem.

The Jolly Joker (3)
Poelestraat
“Op de disco-verlichte dansvloer krijgen heel wat typistes the saturday night fever.” “Bars op twee niveaus, zodat ook van bovenaf het dansende publiek getaxeerd kan worden.”
Hier kwam ik wel met B. en L. Hansje Brokken was hier portier.

Brasserie (50)
Poelestraat
“Helder licht eetcafé”, met voor een straat- en achter een tuinterras. “Bij de bar is het helaas nogal eens lang wachten.”

Stadtlander (5)
Peperstraat
Donkere lambrizering, leestafel, bekende stadjers als Kees van der Hoef.

Pakhuis (50)
Peperstraat
“Studentencafé met live-optredens bands.” “Als je de trap oploopt kan je over de ballustrade leunend het binnenkomende publiek begluren.”
Je kon er ook eten, redelijk goedkoop. Hier heb ik de meeste Groninger Springtij-bandjes gezien. Brood, Phoney, Plant, White Honey. Die speelden meest op woensdagavond, als de kroegen een uur langer open waren. Dat kwam door de successen van Ajax in de Europacup, heb ik me wel eens laten vertellen. In elk geval werd de woensdagavond door bepaalde types ook wel ‘Arbeidersneukavond’ genoemd.

De Spieghel (5)
Peperstraat
Bestond in 1981 pas drie jaar. Er kwam inderdaad een wat ouder publiek op dit jazz-café af.

De Kar (20)
Peperstraat
Donker swingzaalje met gekleurde neonbuizen, waar ze redelijk veel new wave draaiden.

De Troubadour (30)
Peperstraat
Live muziek van funk-artiesten.

De Ster (3)
Peperstraat
Bestond in 1981 nog maar een jaar. Was daarvoor “het beruchte café Josje”, van Jos Paanakkers, een buddy van Herman Brood, die er dan ook heel regelmatig zat. Heb er wel eens naast Brood aan de bar gehangen. Herinner me dat ze daar op een gegeven moment veel Fischer Z draaiden.

Sandino (10)
Kattendiep
Had een vrij licht interieur met zwarte stoelen en tafels en rode accenten en een lage zinken bar. Er kwamen nogal wat would-be kunstenaarstypes. Ging door voor “de wachtkamer van de Kattebak.”

De Kattebak (3)
Kattendiep
Zogenaamd een sociëteit voor kunstenaars, of degenen die een opleiding voor het kunstenaarschap volgden. Op het dansvloertje is op een gegeven ogenblik een van The Boys (zie Opera) doodgeschoten. De dader zat nog maanden verstopt op een woonboot bij de Steentil, richting Aduard.

’t Hijgend Hert (20)
Papengang
Was oorspronkelijk een zaaltje voor studentenfeesten. Ik herinner me dat Geurt en Teun me bij een feest van het Gronings Historisch Dispuut Ubbo Emmus daar een cowboylaars afnamen die ze voor mij onbereikbaar op een hanebalk posteerden. Later kon je er vooral goed flipperen.

De Koffer (30)
Oosterstraat
Nachtkroeg met live optredens, waar ik veel Springtij-bands heb gezien.
“De grootste bezwaren van dit café zijn de drukte en de prijzen. Daarentegen is het voor veel jonge mensen een gelegenheid om na tweeën nog door te zakken zonder vertoon van lidmaatschapskaart.”

Kelderbar VERA (500)
“Ontmoetingsruimte voor mensen die van de Kemenade komen.” Volgens De Zwaan had de huisdealer hier zijn verkooppplaats, maar dat is een beetje onzin, alleen met de concerten zat hij wel in de kelderbaar. Na de Plu’s was VERA mijn hang-out, zo in de jaren rond 1980.

Raedskelder (3)
Carolieweg
Ook zo’n ding waar je wel eens met een relatief vreemde afsprak, zonder er vaker te komen.

De Burcht (3)
Ouwe lullenkroeg die alleen overdag open was, maar een prima bal gehakt in de aanbieding had.

The Duke (20)
Hoogstraat
Homo-danskroeg, waar volgens het verhaal vrouwen graag heengingen omdat ze er niet lastig gevallen werden.

Cafe Raven (3)
Herestraat
Besloten bankjes van leer, bediening door een ouderwetse ober.
Het bestond al vanaf 1889 – “Het zou erg vreemd zijn als café Raven niet meer zou bestaan”, zegt De Zwaan. Ik vraag me nu af of Raven het honderdjarig bestaan wel eens gehaald heeft.

De Evenaar (3)
Folkingestraat
Bruine kroeg met denksporters als Jannes van de Wal.

Talk of the Town (10)
Nieuwstad
Disco “voor de late uurtjes en de late types”. “Je moet er goed op je portemonnee passen want er wordt gerold.”

1672 (5)
Zuiderdiep
Optredens van zangers met gitaren.

Huis de Beurs (30)
Klassieke dagkroeg voor alle lagen van de bevolking met pluche tafelkleedjes.

Literair Café AaBC (10)
Haddingedwarsstraat
Een donker spelonk met portretten van schrijvers aan de muur. Er vonden in het begin ook wel literaire avonden plaats, maar na verloop van tijd steeds minder, toen werd het een echte doorzakkroeg. Jean-Pierre Rawie en andere literaire coryfeeën van de stad kwamen hier ook wel. Je moest er lid van zijn, en dat was ik in het eerste jaar dat deze kroeg bestond.

Het Winkeltje (3)
Kromme Elleboog
PvdA-kroeg op dinsdagavond. In 1981 net omgeturnd van bruin in wit café. Dat was toen de trend (zie ook Opera).

Het Lokaal (2)
Kromme Elleboog
Collectief café, gedreven vanuit een woongemeenschap in hetzelfde pand, een voormalige school.

Het Buitenbeentje (3)
Uurwerkersgang
Oud bruin café voor jonge mensen.

De Sphinx (5)
Kijk in het Jatstraat
Eetcafé dat als een van de eersten spareribs op het menu had.

De Wolthoorn (3)
Turftorenstraat
Midden jaren zeventig vooral de stamkroeg van de CPN, die daar vlak in de buurt haar partijkantoor had.

De Bronx (30)
Spilsluizen
Opgericht door softdrugspropageerder Theo Buissink. Kleine disco, waar ze progressieve muziek draaiden en waar ook wel eens een live-optreden plaatsvond. Je had er geen kaart, moest contant afrekenen en kon dus ook zo weglopen. Bij tenten waar wel zo’n consumptiekaart verplicht was, zoals de Troubadour, moest je heel erg oppassen dat je zo’n kaart niet kwijtraakte, want dat kostte je 50 gulden.

La Baborack (2)
Café-chantant met singer songwriters.

Simplon (100)
Totaal omgeturnd van hippietent met spirituele workshops in een zwartgeschilderd en onder de graffiti zittend punkhol. Ik herinner me dat ik er eens rondliep in een witte tuinbroek en met kersvers hennahaar, terwijl de andere bezoekers alleen maar zwarte kledij droegen.

De Dikke Kater (100)
Schuitendiep
Opgericht door een sociaal-cultureel werker van VERA. De Zwaan: “Veel mensen die vroeger bij jongerencentrum VERA kwamen en ook wat PSP-bonzen komen hier.” Pijpela met filmfoto’s aan de muur. Heb er vooral Duvel gedronken.

De Pijpela (40)
Schuitendiep
Flipperen op dinsdagavonden na de vergaderingen van de Aktiegroep Aktivering. Sander Doeve, indertijd leider van de PSP, haalde me hier over om lid van zijn partij te worden.

De Smederij (40)
Tuinstraat
Je had café’s met een dagvergunning, die om twaalf uur al dicht moetsen zijn, en je had café”s met een avondvergunning die tot een uur ’s nachts open mochten zijn. Buiten de diepenring echter golden de avondvergunningen nog een uur langer. En dus ging je naar de Smederij, als je in de binnenstad nergens meer welkom was. Ze hadden er een heel klein barkeepertje, dat als een duveltje uit een doosje over de bar heen kon springen als iemand vervelend deed. Heette die man nou Gertje?

Bennies Bar (20)
Schuitendiep
Biljartcafé met maar liefst vijf biljarts. Op zondagavond kon je er Studio Sport kijken en genieten van de commentaren op ons vaderlandse topvoetbal door figuren als Jaap Ham en Hendrik de Jong.

Kroeg van Klaas (200)
Oosterweg
Heb hier veel geflipperd en voetbalspel gespeeld met Jan V.
Arie was indertijd de kroegbaas, en als de laatste ronde en de hoogste tijd waren geweest dan draaide hij Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien van Louis Neefs.

De Plu’s (500)
Oosterweg
Is een stamcafé van me geweest. Oorspronkelijk was het ’t folkcafé van Jan Stelma, die er ook ettelijke Israelische vrienden onderdak bood. Naast folkliefhebbers kwamen er veel mensen uit de buurt. Heb hier veel folkconcerten meegemaakt. Als er zo’n optreden was, dan ging de tap dicht en o wee als je door de muziek heen praatte, want dat kwam je te staan op vernietigende blikken en opmerkingen vanachter de bar. Bezoeker Kees Wennekendonk speelde er graag piano. In 1981 zit Jan Stelma niet meer op het café, hij legde zich toe op Grand-Theatre. Dat jaar was het al een collectief café, dat ook een uitgaansblaadje uitgaf, de Ratelaar. De Zwaan schreef: “Onmiskenbaar waait hier de geest van de hippietijd nog rond. Een knappe verwezenlijking van idealen.”

Le Doc (2)
Meeuwerderweg
Naast deze voorganger van café Merleijn zat een illegaal gokhol waar de werkelijke verdiensten uit moesten komen. ’s Middags zat er vrij rauw volk in de kroeg, die paar keer dat ik er kwam.

Damhof (5)
Mauritsstraat
Ging om zes uur ’s morgens open en was hèt adres voor notoire doorzakkers en verpleegkundigen die uit de nachtdienst kwamen.

De Huifkar (1)
Jacobstraat
Voorganger van Het Gesticht, dat later mijn stamkroeg was.
De Huifkar was zo’n café met pluche tafelkleedjes en alleen op vrijdagmiddag zag je er veel volk. Dan betaalden koppelbazen er uit, heb ik wel eens gehoord. In elk geval stonden er dan vrij veel auto’s op de trottoirs geparkeerd.

Waterloo (30)
Waterloolaan
Buurtcafé van de Herepoortbuurt. Kwam er wel eens met Henk Ziffel en later Marcel A. Heb er wel eens pijltjes gegooid, meen ik.

Coendersbar (1)
Coendersweg
Buurtcafé in Helpman met anderhalve man en een paardekop aan ouwe lullen.


Prolifersonic

Overdag merk je steeds meer van Eurosonic. Het festival is allang niet meer alleen van de avond en van de kroegen,

– Achter het politiebureau zag ik dit meermalen op de stoep gekalkt staan. Het leek warempel wel familie van Achmed. Naderhand bleek het merkteken overal op de trottoirs tussen het Cultuurcentrum en de binnenstad te zitten. Mensen schijnen zo de weg te kunnen vinden naar een aanhangsel van Eurosonic, Freesonica.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Kleurrijk kotje op de Botermarkt:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Optredens in platenwinkels zijn al gewoon, maar nu zie je ook vlak voor en in gewone winkels mensen spelen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

– Het meisje en de jongen zijn van Pitch Blond, en die staan vanavond op AlterSonic.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Schipper van VOC-Schuit levenloos aan boord gevonden

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

[Herzien bericht, vrijdagmiddag 12.15 uur]

Van de week zag ik hem nog fietsen in de Oude Kijk in het Jatstraat, met klompen op de trappers. Karst, de Duitser van de Oostindiëvaarder in de Noorderhaven, zal nooit meer kunnen uitvaren. Volgens de eerste berichten van het DvhN en rtv Noord kwam hij om het leven door kolendamp. Dat zou een ouderwetse doodsoorzaak zijn voor een schipper met archaïsche ambities, immers, Karst wilde een wereldreis maken met het schip. Vrijdag om 12.10 zegt RTV Noord echter, dat de doodsoorzaak geen kolendamp was. Dat zou de politie hebben meegedeeld, maar die zegt er verder niets over in haar persbericht.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


De overlevers van de Polderstraat

Polderstraat_ca_1915_courtesy_hj_renkema

Harm Renkema zette onlangs in twee gedeelten deze prachtige foto van de Polderstraat op Flickr. Voor mij was de foto totaal nieuw, terwijl ik er toch de nodige gezien heb van de Oosterpoort. Samen met nog wat andere oude foto’s van de Polderstraat vormen de fragmenten een heel aardige serie.

Renkema dateert de foto op 1915. Maar als ik kijk naar de vrij vallende jurken en ook naar het pothoedje van de juffrouw bij de kapper op de stoep, dan denk ik dat het ongeveer 1920 – 1925 moet zijn geweest, dat de fotograaf hier stond en afdrukte.

We kijken in de richting van de Meeuwerderweg. De bebouwing linksachter verdween in de jaren dertig en vooral begin jaren zeventig voor nieuwbouw. Sommige kleine huisjes rechts staan er nu nog steeds wel, maar ook hier werd het een en ander gesloopt. Zo bevindt zich rechtsachter iets wat helaas niet echt scherp in beeld komt, maar qua voorgevel op een negentiende-eeuwse koemelkerij lijkt. Zeer herkenbaar is de Meeuwerderweg op de achtergrond. Hubo Weening heeft nu nog steeds hetzelfde uitbouwtje.

Op de foto is de Polderstraat ongeveer een halve eeuw oud. In 1874 werd ze rücksichtsloos over de moes- en siertuinen van de Cubasteeg heengelegd. Nog voordat de straat een naam had, zaten de eerste bewoners er al. Toen B&W de naam Polderstraat voorstelden, naar de polder die er lag tussen het oude Winschoterdiep en de latere Meeuwerderweg, zagen deze bewoners die naam niet zitten. Veel liever hadden zij, dat hun straat Oranjestraat of Alexanderstraat genoemd werd, naar het koninklijk huis, en in dier voege stuurden zij een verzoekschrift naar de raad. Die keurde echter het voorstel van het stadsbestuur goed.

De Polderstraat had dus eigenlijk helemaal geen Polderstraat willen heten. Bijna had ze ook helemaal niet meer bestaan. Weer een halve eeuw later, eind jaren zestig, begin jaren zeventig, bestonden er immers plannen om de hele Groninger Oosterpoortwijk plat te gooien. Uit die tijd dateren enkele deplorabele beelden, die Renkema voor ons op Flickr zette. Zoals deze van de Polderstraat gezien in de richting van de Oosterweg. De pandjes rechts zijn nu allemaal vot. Op een gegeven moment werden ze verhuurd door de Stichting Studenten Huisvesting (SSH), waar Pim Fortuyn bestuurslid van was. En deze, van de Polderstraat weer gezien in de richting van de Meeuwerderweg. Links is allemaal weggesloopt en vervangen door nieuwbouw. Hier ergens woonde in de oorlog een Duitse dienstbode, die nog hand en spandiensten aan het verzet heeft geleverd. Alleen deze kleine huisjes aan de zuidzijde van de Polderstraat, nabij de Oosterweg zouden daarvan kunnen getuigen. Als ze praten konden tenminste. Alleen zij staan er nog allemaal. Het zijn de overlevers van de Polderstraat.


Scheuvelriederslaid

Geplaatst op 8 januari 2008

Albert van der Wijk, geboren in 1910 te Zuidbroek, is een van de betere Groninger zangers in de Liederenbank. Verbazen doet dat niet, want de onderwijzer volgde een opleiding voor directie koorzang en was ook ‘volkszangleider’ bij de ‘Nederlandse Vereniging voor de Volkszang’. Dat had je allemaal nog, na de oorlog.

Op het repertoire dat het Nederlands Volksliedarchief in 1954 bij Van der Wijk registreerde, staan twee versies van een scheuvelriederslaid of schaatslied, de ‘Haardriederie op Winneweer’. Van der Wijk leerde het van zijn moeder en de officiële versie, vertelt hij, telde maar liefst dertien coupletten. Voor de microfoon van het Volksliedarchief zong hij er maar één. En wel deze. De tekst:

As ik ainmoal ais op Damsterdaip
dou ’t ’n bakstain vroor, op scheuvels laip,
zaag ik d’r minnig jonge borst
doar zwieren op dij gladde korst.
Zaag ik minneg jonge kwaant
mit zien wichie al aan de hand.
Zo zag ik haile riegen goan.
Soms ook ’n belslee op de boan.

Met termen als borst en kwant doet de tekst nogal negentiende-eews aan. Dat geldt ook voor de melodie, die zo op het repertoire kan van een luchtig ironisch salonorkest. Die wijs, vertelt Albert van der Wijk in een volgend geluidsfragment, werd in zijn moeders tijd heel veel gebruikt door dansleraren om de Duitse polka bij te brengen. Zij zongen er voor hun leerlingen dan wel een andere tekst op, een “heul mooi gek dinkje”, dat we geografisch eerder in de buurt van Sappemeer moeten situeren, dan bij Winneweer:

‘k Laip ainmoal op ’t Achterdaip
Woar ik mit mien moeke op scheuvels laip
Knapte mie de kop tegen klapbrug aan
’n boele veur de kop mit ’n poepsteern d’ran.

In de Liederenbank zitten nog wel meer varianten. Tot in Brunssum en Amsterdam werd dit schaatslied gezongen door mensen van Groninger komaf.

Maar ook nu kan je het lied nog wel horen. Onlangs kwam ik nog weer een versie tegen in het zeer genietbare programma Winterliederen van Henk Scholte, Bert Ridderbos en Linde Nijland. Ook zij brachten niet het complete lied, maar ‘slechts’ vijf coupletten. Net als Van der Wijk vertelde Henk erbij, dat dansleraren er de Duitse polka mee onderwezen.

Van Henk kreeg ik vandaag een scan van de hele tekst. Waarschijnlijk komt deze uit Oude en nieuwe Groninger liederen van P. Groen (1930). Groen noemt een A. Kuipers als auteur van het lied.

Wie de tekst helemaal tot zich wil nemen kan hier terecht. Onder andere maakt hij melding van het feit, dat deelneemsters aan schaatswedstrijden in hun ondergoed reden. Dat was meer aerodynamisch dan met bovenkledij.

Naschrift woensdag 9.1.08

Henk deed me vandaag een biografie van auteur Ane Kuipers toekomen, geschreven door dominee Wumkes en gepubliceerd in het Maandblad Groningen van maart 1924. Ik vat het stuk hier samen.

Kuipers leefde van 1833 tot 1905, wat alweer de veronderstelde negentiende-eeuwse herkomst van het Scheuvelriederslaid ondersteunt. Zijn vader was schoolmeester en organist van Zeerijp, maar achtte het zangtalent van zijn zoon dermate gering, dat die maar beter niet in zijn voetsporen kon treden. En zo ging Kuipers junior bij verscheidene Ommelander schoenmakers in de leer. Later vestigde hij zich als zelfstandig schoenmaker in zijn geboortedorp. Zijn ambacht stond belezenheid, ontwikkeling en vertrouwdheid met juridische zaken niet in de weg, en in dat dorp ging de schoolmeesterszoon, die toch wel wat gefrustreerd was over zijn lot, door voor een vraagbaak en arbiter bij problemen en geschillen.

Van jongs af mocht Kuipers graag rijmen. Levenslang bleef dat zijn liefhebberij. Meestal schreef hij in de streektaal over voorvalletjes uit het dorpsleven. Het kon dan gaan over een boerenvrijage, een hardrijderij of een omgewaaide boom. Hij publiceerde dit soort stukjes verspreid. Ze zijn nooit gebundeld, hoewel Wumkes vond dat er kwalitatief goed werk tussen zat. Wel werden een vers als ‘Siemen-manje aan het vrijen’ en een klucht als ‘De gefopte sergeant of de biggehoalders’ (1860) bekend bij een breed Gronings publiek, maar deze kwamen anoniem uit, zodat Kuipers maar weinig eer voor zijn werk kreeg.


Tasman raar toegetakeld in torenteaser

Willen ze reclame maken voor de Tasmantoren, een soort poort van 75 meter hoog bij het kruispunt Eemskanaal – Van Starkenborgkanaal, geven ze naamgever Abel Tasman, de ontdekkingsreiziger uit Lutjegast die van 1603 tot 1659 leefde, in het teaser-filmpje een hoofddeksel en kledij uit de achttiende eeuw mee. Hopelijk gaan ze straks wat zorgvuldiger om met de maten bij de bouw, want anders stort dat ding in voordat er überhaupt één stuntvlieger onderdoor heeft kunnen vliegen.