Koos Kerstholt op de Wereldomroep
Geplaatst op: 4 april 2008 Hoort bij: Stad toen 10 reactiesBij de Groninger opnamen uit 1948 van de Wereldomroep, waarover ik het even voor de paasdagen had zit er ook een die over scheepsjagers gaat, al labelde de randstedelijke toelichting het bandje eerst abusievelijk met de term scheepsjongens.
Ik vroeg me af wie deze scheepsjagers-anecdoten voor de microfoon van de Wereldomroep vertelde, en mailde Siemon Reker, hoogleraar Groningse Taal en Cultuur, en Henk Scholte, coördinator van het Huis der Groninger Cultuur, of zij misschien enig idee hadden.
Siemon schreef:
“Het Gronings vertoont eigenlijk diverse maar vooral Oost-Groningse en Stadse kenmerken en dat wijst m.i. richting Koos Kerstholt. Daar staat tegenover dat het soms wat aarzelend, soms bijna onhandig is voorgelezen en dat pleit niet voor een hoorspel-acteur, tenzij het een proef-opname is. Onbegrijpelijk is vooral de codewisseling op onlogische plaatsen, ofschoon citaten natuurlijk goeddeels ABN zijn (met de dominee in een soort tussentaal) – klinkt ook hier de test door, net als de aarzeling in sommige gerekte klinkers”
En Henk:
“… kin nait recht zeggen wel de man hierachter is. Siemon docht aan de Sapmeister Koos Kerstholt, doar duurf ik mien haand nait veur in t vuur te steken. (…) In aalgevaal komt toal mie slim veenkolonioal over. Zukswat blift vanzulf singelier. Kerstholt was noast.”
Koos Kerstholt dus, maar met een hele flinke slag om de arm. Maar die slag kon er vandaag om weg. Soms waaien me de dingen gewoon aan – zo vanmiddag weer, want in een antiquariaat vond ik het enige boekje van Koos Kerstholt. Dit ‘Mooi Volk’, posthuum verschenen in 1992, bevat humoristische anekdotes uit de Foxhamster en Hoogezandster jeugd van Kerstholt en werd samengesteld op basis van teksten die hij uitsprak voor de opeenvolgende regionale omroepen RON en RONO. “Zij die Koos gekend hebben”, schreef Gijs Stappershoef in zijn inleiding, “zien hem weer op zijn praatstoel”.
Een kenmerk van de Wereldomroep-opname zien we meteen al in Stapperhoefs’ inleiding terug. Volgens Stappershoef hanteerde Kerstholt meerdere registers:
“Hij parodieerde een soort betogend, hoogdravend Nederlands, mengde dat met het Gronings en soms met een taal, die Groningers gebruiken als zij denken dat zij Nederlands spreken.”
Sterker nog, ettelijke passages uit de opname van de Wereldomroep komen bijna letterlijk in het boekje terug Zo heeft Kerstholt het over “het ietwat zigeunerachtig aandoende ‘ras’ der nu uitgestorven, blijmoedige, zingende ‘scheepsjoagers'”:
“Ik herinner mij deze plaatselijke ruwe ridders-zonder-vrees-of-blaam, hoog gezeten op hun meestal mager en altijd donkerbruin ros, levendig. Niet alleen vanwege hun spreekwoordelijke dorst, maar ook en vooral door hun nog immer voortlevende kostelijke zin voor humor. Een koperen gildeplaat sierde dan ook hun trotse borst.”
Even verderop vallen ook exact dezelfde scheepsjagernamen – Jurrie Kraai, Marie Gobaaie en Roepie – als in de opname en herhaalt Kerstholt zijn anekdotes over het schilderachtige dorpstype Jurrie Kraai, die een orgelpiep (groot glas) met jenever als hèt panacee beschouwt tegen de wurms (wormen) en koeskillen (kiespijn). Ook de anecdote over de spiksplinternieuwe dominee Bultjes die een in de berm duttende scheepsjager wekt, staat zowel op het bandje als in het boek.
Kerstholt, kunnen we concluderen, is dus toch wel de man van die Wereldomroep-opname.
Uit ‘Mooi Volk’, de twee Groninger Encyclopedieën, mijn knipselarchief, GenLias en andere internetmeldingen viel dit over hem te achterhalen:
Hij werd in 1901 in Foxham geboren als zoon van de katholieke timmerman Harmannus Johannes Kerstholt en diens vrouw Margaretha Catharina Niestern. Doet die laatste naam denken aan scheepsbouwers, vader HJ verdiende zijn brood als meesterknecht op een scheepstimmerwerf. Daarnaast had moeder al vanaf haar trouwdag een “schietwinkeltje”, zo’n kruidenierswinkeltje waar van alles en nog wat te koop was.
Later was zijn vader aannemer. Voor zichzelf bouwde hij in 1909 een bruin café met een concertzaal op de hoek van de Zwarteweg en het spoor in Hoogezand, en stapte toen op de horeca over. Het établissement heette Café Juliana, naar de prinses Juliana die dat jaar geboren was. Door de nabije marechausseekazerne was vader Kerstholt van klandizie verzekerd, terwijl hij tevens gemakkelijk de hand kon lichten met de sluitingstijden.
In 1914 verhuisde het gezin naar Groningen, waar het op Vismarkt 50/50a, daar waar nu de Cantina Mexicana zit, een hotel-café-restaurant en pension begon. Ruim twintig jaar later werd vader Harmannus Johannes Kerstholt op Schiermonnikoog vermoord en nam Koos de onderneming over.
Volgens het Nieuwsblad van het Noorden de dato 22 december 1999 was het restaurant ‘Bij Koos Kerstholt’ een begrip in de stad en de wijde omtrek. “Hij was restaurateur van geloof, werd wel gezegd.” Ab Visser (pag. 84) noemde het eten er eind jaren dertig te duur voor de jonge Groninger schrijvers – alleen “bij bijzondere gelegenheden” kwamen zij daar, en anders zochten ze de goedkope lunchrooms in de Herestraat op.
Wat erg voor Kerstholt pleit is dat hij als enige Groninger caféhouder in de oorlog weigerde om het bordje ‘Verboden voor joden’ op te hangen. Na de oorlog, omstreeks 1970, verbrandde de zaak. De laatste jaren van zijn leven kampte Kerstholt met de gevolgen van een hersenbloeding. Hij overleed in 1975, maar behoorde een kwart eeuw later nog tot de twintig genomineerden voor de titel ‘Stadjer van de twintigste eeuw’.
Die nominatie had hij beslist niet alleen aan zijn horeca-functie te danken. Hij was namelijk ook toneelspeler, toneelregisseur, operettezanger en humoristische verhalenverteller voor de regionale omroep. Bovendien schreef hij stukjes voor Het Noorden in Woord en Beeld, onder de titels ‘Diederiks Dieverdoatsie’s’ en ‘Akkenailmiemeroatsies’.
Zijn toneelroeping, zo blijkt uit zijn boekje, deed hij al vroeg op in Foxham, “bij het stormachtige succes van een rederijkersvoorstelling, (…) waarbij je de haren te berge rezen”. Misschien heeft zijn vader er ook wel mee te maken. Die noemt hij in zijn boekje immers “regisseur-kastelein” en “spelleider-kroegbaas”. Hoe dan ook, Koos Kerstholt debuteerde in 1923 in de Groninger Stadsschouwburg in een Groningstalig stuk, en maakte later ook in de Grunneger Sproak furore.
Bij zijn 25-jarig jubileum als toneelspeler trad een comité van huldiging op, waarvan burgemeester Cort van der Linden, de “paus van het Nederlandse toneel” Albert van Dalsum, en schrijver JB Charles, oftewel Willem Nagel deel uitmaakten. Dat was dus een gebeurtenis van belang. Vanuit de schouwburg kreeg Kerstholt ook veel klandizie van theatermakers. “Een nazit bij Koos Kerstholt hoorde voor veel optredenden bij een voorstelling in Groningen”, aldus Stappershoef die dan namen noemt als Toon Hermans, Paul Steenbergen, Seth Gaaikema, Ton Lutz, Louis van Gasteren en Jan Fabricius.
Willem Nagel, oftewel JB Charles, nam ook wel vrienden van zijn Amsterdamse uitgeverij De Bezige Bij mee naar de kroeg van Koos Kerstholt. Nagel hield zich naast zijn werk en schrijverij veel bezig met beeldende kunst, en kunstenaars kwamen er dus ook volop. Zo hield de Noordelijke Gemeenschap van Kunstenaars, “waar half intellectueel Groningen lid van was” volgens Dick Leutscher, er haar vergaderingen en werd er in 1959 de kunstenaarsgroep Nu opgericht, met figuren als Jan Jordens, Jan van der Zee en Henri de Wolf.


Ik ben wel eens bij Kerstholt aan de Vismarkt als kleine jongen geweest en wat mijn aandacht daar altijd trok was een enorm aquarium. Mijn moeder vertelde dan dat ze vroeger de vissen levend doorslikten, als weddenschap, o.i.d..
Leuk te lezen dat ik een beroemde groninger
in de familie heb gehad .mijn grootmoeder
was Maria Elisabeth Kerstholt .Kind van
Poppe Hermannus Kerstholt en Johanna Maria Helmers
Er komt nog meer van & over Koos Kerstholt op dit weblog!
De beruchte brand was in 1966. Ik stond er midden in de nacht aan de hand van Pa naar te kijken. Op zolder liggen nog de plakboeken met verhalen en foto’s samen met allerlei producten bedrukt met het logo van Bij Koos Kerstholt.
En Pa was de eigenlijke restauranthouder. Zeker na de brand moest hij samen met het personeel de touwen in handen nemen. Het moest allemaal weer opgebouwd worden. Dat hij ons Pap zeer erkentelijk was bleek wel uit het zeldzame gouden horloge met het wapen van Koos Kerstholt er op. Pap is nu al 12 jaar weg, maar het horloge ligt bij me.
Maar iedere keer als ik dan langs die Mexicaanse eettent loop,denk ik vaak aan die tijd waar ik als 14-jarige in het kouwe gat (zo noemden ze de kouwe keuken) 50-150 huzarenschotels stond te bereiden. De lekkerste dingen kon je er eten. Het was een internationaal specialiteiten restaurant. En ik mocht graag vertoeven in de Wapenzaal, waar alle wapens van alle gemeentes of dorpen uit de provincie hingen. Kon je ook mooi over de meikermis uitkijken. Helaas werd de teloorgang ingeluid door het overlijden van Koos en de komst van een familielid die het op zijn manier wilde doen. Pa kon toen gelukkig nog een leuke andere baan aanvaarden. Maar ik weet zeker dat dit restaurant zijn alles was. Tja, er zijn veel verhalen over te vertellen, doch Koos vond ik maar een ouwe mopperpot. Dit kwam echter van zijn diepere stem en “zien plat proaten” Maar hij bleek toch een goeie kerel te zijn volgens Pa.
Hans Rozema
scrollend naar namen kwam ik de naam Koos Kerstholt tegen op deze web-log.K.Kerstholt was een oom van mij,getrouwd
met een zuster van mijn Moeder n.l.Mies Westen,afkomstig uit Leiden.
Met de dochter van Koos Kerstholt heb ik nog regelmatig contact,zij woontGroningerweg 43 9766 TK Eelderwolde.Aangezien ik niet weet of zij over deze interessante pagina beschikt zou het mogelijk aardig zijn gegevens hierover haar toe te zenden.
@Frans,
Ze weet van deze pagina, ik heb indertijd nog contact met haar dochter gehad.
Kort na de brand kwam ik te werken in het restaurant van Koos Kerstholt op de Grote Markt. Ik begon er als piccolo. Ik werd toentertijd begeleid door de Hr. Rozema en de Hr. van Surksum. In dit restaurant heb ik veel geleerd. Het was een fijne tijd. Ook later in het nieuwe restaurant op de Vismarkt. Tot mijn diensttijd ben ik daar werkzaam geweest. Andere werknemers in die tijd waren o.a. Klauke, Jan Dekker, Siebesma, Plinsinga en nog twee anderen. Ik kan mij nog herinneren dat de dochter van Kerstholt regelmatig in de zaak kwam en dan mee hielp. Zij was getrouwd met een kunstenaar – schilder. Ik vind het jammer dat het restaurant niet meer bestaat. Iedere keer als ik in Groningen ben en langs het pand loop, denk ik nog wel eens terug aan die gezellige tijd.
mijn vader was in die tijd tot 1976 chefkok, Rinus Hermse, misschien heeft iemand nog foto’s van die tijd in het restaurant
gr.
Van de keren dat ik (met mijn vader) veur wat bosschoppen in Stad was, herinner ik mie dat pa zee: ‘nou goan we ‘bie koos kerstholt’ nog even n kop kovvie drinken”. Mor het ging hom aiglieks om Koos zulms t trevven (wat nait aaltied zo was), want dij haar nog wel ais n zoakelk nijgie over scheepshelgens en schepen: “Dij of dij helgen het net twij schepen aannomen”, heur ik Koos n moal zeggen en din wos mien voader wat hom te doun ston.
Joa, van grunneger toal en kultuur was hai n laifhebber. Hadden wie vandoage nog mor zuks ‘mooi volk’.
Recepties wegens tewaterlatingen vonden nogal eens plaats bij Koos Kerstholt. Overigens komt in het Historisch Jaarboek 2012 een biografie van Koos Kerstholt te staan.