“We marched without a halt through that dreary country”
Geplaatst op: 18 september 2008 Hoort bij: Geschiedenis 5 reactiesIn de ijskoude winter van 1794/1795 trokken de Franse revolutionaire legers over de bevroren grote rivieren, en dreven de Engelse hulptroepen van stadhouder Willem V voor zich uit. Hoe die Franse opmars zich voltrok, is in grote lijnen bekend. Maar dat alleen dankzij berichten van de overwinnaar. In Engelse kranten echter, stonden ook berichten van de verliezers, die in februari 1795 op hun terugtocht door Stad en Lande kwamen.
Zo bevatte de Whitehall Evening Post van 28 februari een brief, twaalf dagen eerder uit het Oost-Friese Aurich verzonden door een Franse emigrant, die als officier in dienst was van het Engelse leger. Op 10 februari, vertelt hij, kwam hij met de Engelse artillerie over de Eems, waarbij verschillende paarden in het ijzige water omkwamen, en er ook wagens achterbleven. Eerder kwamen ze over de IJssel, en bivakkeerden ze in Zuidbroek. Op dat moment was de revolutie in de stad Groningen al in volle gang:

Dat er nogal wat Franse emigranten bij hun haastige overtocht over de Zuiderzee verdronken waren, is nieuw voor mij. Een bericht dat zes dagen later werd verzonden in Lingen, meldt dat de Franse troepen maar liefst 12.000 man omvatten. Van 25 februari dateert een epistel uit Oudeschans, dat drie weken later in de Lloyd’s Evening Post terechtkwam:

Van belang is vooral de passage dat de Nederlanders zich in het bijzijn van de Engelsen uiterst trouw aan Oranje betoonden, maar dat die loyaliteit als sneeuw voor de zon verdween zodra de Engelsen hun hielen hadden gelicht. Groningen heet een zeer oproerig gewest. Inderdaad stonden er in oktober 1794 al berichten in de Engelse kranten, dat de Groningers (en de Friezen) hoogst ontevreden over de stadhouder waren. De troepen van de Engelse bevelhebber, Lord Cathcart, kwamen de stad Groningen dan ook niet in, al kregen ze er wel voorraden vandaan. Drie dagen lang verbleven ze in Hoogezand (“Hagestat””), voordat ze over de Eems naar Pruissen retireerden. Naderhand bezette hun achterhoede dus alsnog even de Groninger vestingen Bourtange, Oudeschans en Nieuweschans. Een brief uit Emden de dato 3 maart in de Sun van 18 maart, vertelt weer wat er in eind februari aan de grens van Oldambt en Westerwolde gebeurde:

De troepen van Lord Cathcart werden volgens deze briefschrijver verjaagd door een aanzienlijke macht, voornamelijk bestaande uit Nederlandse patriotse boeren, Blijkbaar hadden de Engelsen nogal wat gewonden, waarover de briefschrijver zich zorgen maakte. Een bericht van 5 maart in de Morning Chronicle van 19 maart, afkomstig vanaf de andere kant van het front, is wat mededeelzamer over de toedracht aan de grens. Volgens dat stuk waren het troepen van Brigade-Generaal Reynier geweest, die de Engelsen bij Beersterzijl versloegen. Vele Engelsen verdronken in de polders bij Nieuw-Beerta en Nieuweschans die ze zelf onder water hadden gezet:


Heel interessant.
Wat verstaan die Engelsen eigenlijk onder West Friesland? (Met Bunde en Weener)
@Erik,
Ik zie het alleen in het tweede ‘knipsel’ staan, niet in erband met de plaatsnamen die je noemt, en daar slaat het op de huidige provincie Friesland.
wauw, gaaf verhaal!
Laatste knipsel: “The same vanguard marched against Bonda and Weener, in West Friesland, and was replaced by other French troops..”
@Erik,
Gezien het feit dat die brief uit Groningen komt, waar toch altijd over Oost-Friesland gesproken werd als men het had over Bunde en Weener, moet er een vergissing of overschrijffout in het spel zijn.