Waar komt de naam van De Jachtwagen vandaan?
Geplaatst op: 5 september 2009 Hoort bij: Stad toen 3 reactiesIn Huppeldepup stelde Henk Werk jaren geleden eens deze vraag:
“Wie weet hoe de naam “De Jachtwagen” ontstaan is?”
Henk doelde op het café op het adres A-weg 4, dat van 1928 tot 1987 eigendom was van drie generaties Vos, familie van zijn moederskant. De eerste Vos huurde de zaak al vanaf 1923 van Geert Riga, en kocht haar in 1928 uit diens nalatenschap. De achterkleinzoon Vos zou het café in 1988 weer van de hand doen.
Volgens iemand die meer kijk op de hedendaagse horeca heeft dan ik, is het nu “een alcoholistencafé”. Niet dat dat me zoveel zegt, in elk café zitten alcoholisten. Een Biertest van eind 2005 gaf het café in elk geval een 7,5 als rapportcijfer, en noemde het “knus en aangenaam”:
“Het is eenvoudig van opzet maar toch gemoedelijk. We troffen hier enige rasechte Groningers en namen er nog één.”
In de tijd van de familie Vos moet het er wel meer gebruist hebben. Olga Wiese herinnerde zich het café onlangs (pdf, pag. 45) uit de jaren zestig, toen de ook niet bepaald abstinente kunstenaars van Jong in Groningen er een hangplek vonden:
“Wat ik me van die tijd herinner, is dat we heel veel met z’n allen in de kroeg zaten. In de Jachtwagen aan de A-weg. Dat lag in de richting van het atelier van beeldhouwer Edu Waskowsky, die zat er altijd, evenals Jo van Dijk. Ook Martin Tissing kwam er veel. Dat was een soort huiskamer, daar brachten we vele dagen door.”
Maar om terug te komen op die naam – waar komt die vandaan? Het Woordenboek der Nederlandscha Taal (WNT) definieert een jachtwagen zo:
“Een licht rijtuig om in uit te rijden voor de jacht, om mede op de jacht te gaan.”
Het grootste woordenboek ter wereld komt op de proppen met een synoniem – ‘Utrechtsch wagentje’ – dat ik verder helemaal niet tegengekomen ben, en merkt op dat het gebruik van jachtwagentjes algemeen was, maar noemt slechts voorbeelden uit 1890, 1894. en 1912. Wat een beetje vreemd is, want de term jachtwagen kwam toch echt al voor in de zeventiende eeuw, en normaal is het WNT erg scheutig met exempelen uit die era.
Een beeldende beschrijving levert het WNT niet. Daarom neem ik mijn toevlucht tot de plaatjes-Google. En dan blijkt het te gaan om een vierwielig, open rijtuig zonder een vaste kap, waarvan de achterwielen vaak groter zijn de voorwielen. Zo’n rijtuig is minder snel en wendbaar dan een sjees, maar wel weer sneller en wendbaarder dan een wagen met een vaste kap. Vanwege die snelheid als kenmerk plaats ik ook een vraagteken bij de duiding van ’t jacht in de naam door het WNT. Ik denk dat dat jacht meer slaat op jagen in de zin van drijven, dan dat het staat voor het doodmaken van dieren.
In de Leeuwarder Courant kwamen jachtwagens vrij vaak voor in advertenties van boerenboeldagen. Een Leeuwarder stalman adverteerde in 1758 en 1761 zelfs met een speciale, Groninger variant:
In de collectie van Nienoord zit zo’n Groningse jachtwagen uit de achttiende eeuw. De beschrijving bij het plaatje geeft weer de eigenschappen ‘vierwielig’ en ‘licht’ – het rijtuig werd gebruikt voor recreatieve uitstapjes.
Bij de Nienoorder beschrijving staat ook het synoniem voor jachtwagen dat vanaf de achttiende eeuw veel vaker gebruikt gebruikt wordt dan de term jachtwagen zelf: phaëton (of faëton), zo genoemd naar de figuur uit de Griekse mythologie die met de zonnewagen langs de aarde scheerde, zodat er woestijnen ontstonden.
Nog even een handvol historische phaëtons uit de voorraad van Flickr: 1, 2, 3, 4, 5. Je ziet dat de kenmerken inderdaad dezelfde zijn als die van een jachtwagen.
Een jachtwagen was, kortom. een lichte wagen, open of met een losse of inklapbare kap. Dit suikerzakje van het café aan de A-weg slaat de plank daarom helemaal mis. Want een jachtwagen is geen postkoets, zoals Hindrik Vos, eigenaar sinds 1958, scheen te denken:
Mocht het café ooit nog eens een suikerzakje willen maken, dan moeten de uitbaters hun ontwerper eerst maar even naar Grijpskerk sturen. Een uithangbord bij een oude smederij daar geeft namelijk een beter idee hoe een jachtwagen er uitzag:
Als je qua horeca op café + Jachtwagen googelt, dan zie je bijna alleen het geval aan de A-weg. Dat blijkbaar ook – nog vanuit de jaren zestig? – te boek staat als jongerencentrum.
Maar elders hebben er eveneens Jachtwagens bestaan. Zo had Haren een herberg met die naam. Getuige deze foto uit 1925 heette het toenmalige hotel Horst eerder immers De Jachtwagen. Een herberg de Jachtwagen in Haren was er al in 1781, toen de kasteleinse van De Jachtwagen, de weduwe Van Boekeren, in die plaats een harddraverij organiseerde.
Bij Twijzel in Friesland had je bovendien een herberg die de Zwarte Jachtwagen genoemd werd. Deze bestond eind zeventiende eeuw al en kwam in de Leeuwarder Courant het laatst voor in 1914.
De Jachtwagen was dus niet uniek voor Groningen. Maar de stad had wel bijzonder vroeg en extreem veel Jachtwagens. Want volgens de aantekeningen over stad-Gronings onroerend goed van Duco Kuiken, waren er hier vijf verschillende herbergen met die naam in de zeventiende en achttiende eeuw. Opvallend genoeg niet aan het Hoendiep noordzijde, zoals A-weg vroeger heette. Zodat de zaak van de familie Vos de zesde Jachtwagen geweest moet zijn.
Vier van die stad-Groninger Jachtwagens bestonden min of meer gelijktijdig in de jaren twintig van de zeventiende eeuw. Deze waren gevestigd aan het Schuitendiep (1623), het Damsterdiep noordzijde (1625 – ca. 1630), de A westzijde. of Lage der A bij de A-poortenboog of A-brug (1625 – tot ver na 1809) en bij de A-poort (1623). In de achttiende eeuw was er nog een aan het Lage der A, maar omstreeks 1765 is die omgezet in een pakhuis, dat in 1848 nog bestond.
De herberg die zijn functie verloor heette de kleine Jachtwagen. terwijl die bij de A-poortenboog de grote Jachtwagen genoemd werd. Voor het verdere, broodnodige onderscheid ging de herberg bij de A-poort door het leven als De Zwarte Jachtwagen, terwijl die bij de A-poortenboog de Gouden Jachtwagen heette.
De Gouden Jachtwagen, tevens de grote Jachtwagen (die bij de A-brug), was zonder meer de horeca-gelegenheid die van alle naamgenoten het langst bestond. Naar het zich laat aanzien werd deze echter in 1923 gesloopt voor een pakhuis. Op dat pakhuis kwam toen een gevelsteen die moest herinneren aan de herberg:
Hoe men aan het jaartal 1723 kwam, mag Joost weten. Ook toont deze gevelsteen geen jachtwagen, maar een boerenkar met een jager. En als de voorstelling al niet van erg veel begrip getuigt, waarom zou dat eerste jaartal dat dan wel doen?
Het laatste jaartal – 1923 – is in dit verband bekend, en wel door het begin van het uitbaterschap der Vossen in het gelijknamige café op het adres A-weg 4. Zou het niet zo kunnen zijn, dat Geert Riga dat jaar de Jachtwagen verhuisde van het Lage der A, naar dat adres?
Hoe dan ook profiteerde het nieuwere café aan de A-weg van de naam der eeuwenoude voorganger.








heel erg mooi, maar hoe oud is de koffie als het al klaar is 😉
Doe mij zo’n landauer op een mooie zomerse dag door het Groninger land 🙂
@Boomkruiper,
Leuk, maar een Landauer heeft meestal een vaste kap:
http://images.google.nl/images?hl=nl&source=hp&q=landauer&um=1&ie=UTF-8&sa=N&tab=wi