Het volk geeft Gelkinghe gelijk in kwestie om stationsnaam

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Laatst fulmineerde Gezinsbode-columnist Herman Sandman op zijn weblog tegen het correcte taalgebruik, dat sommige lezers van hem verlangen:

“Ik kreeg eens een telefoontje van een mevrouw die vond dat we Hoofdstation moesten gebruiken in plaats van Centraal Station. Dat had Jacques Wallage ook gezegd. Maar je kunt aan de gang blijven. Ik vind het dus allemaal gelul.”

In een reactie gaf ik die mevrouw groot gelijk:

“Het is inderdaad Hoofdstation. Centraal Station is een inkruipsel van Arriva-mietjes. :-)”

Maar Herman hield voet bij stuk:

“…als Centraal Station de officiele benaming is heb je dat als krant maar te gebruiken.”

Waarop ik repliceerde:

“Het wàs officieel Hoofdstation, tot iemand nog niet zo gek lang geleden op het onzalige idee kwam om die term te vervangen door het karakterloze Randstedelijke equivalent.. En dat zonder enigerlei inspraak. terwijl het om een lokale en regionale voorziening van de eesrte orde gaat. Daar wordt een mens narrig van.”

Vervolgens schreef Herman een column over de kwestie Hoofdstation of Centraal Station voor de papieren krant, waarin ik nogal wat veren in de kont gestoken krijg. Gelkinghe noemt hij “een leuke weblog”, en over mijn persoon zegt hij:

“Perton zit nooit verlegen om een mening, maar laat die doorgaans vergezeld gaan van steekhoudende argumenten. Daarbij is hij goed geïnformeerd over stadse aangelegenheden.
Dus ik zal de laatste zijn om hem tegen te spreken.”

Desondanks week Herman – als goed Groninger – in de principale kwestie nauwelijks van zijn standpunt af:

“… ik denk wel en dat had ik ook al toen die mevrouw belde: is dat nou zo belangrijk, of het nu Centraal Station of Hoofdstation is?”

Onder dankzegging voor de complimenten, wilde ik ook wel wat toegeven:

“Er zijn inderdaad belangrijker kwesties. Maar met behoud van de naam Hoofdstation houdt Groningen wel iets van zijn eigenheid. Er is al genoeg ingeleverd, wat dat betreft. Kijk maar eens in de grote winkelstraten, of naar de streektaal. Alles neigt naar eenheidsworst.”

Dat De Gezinsbode nog steeds goed gelezen wordt, bleek me de afgelopen week, want ik kreeg aardig wat aanspraak door die column van Herman. Maar belangrijker, De Gezinsbode gaf de kwestie Hoofdstation of Centraal Station ad referendum op zijn website. En dit is op heden de stand bij die poll:

Geplaatst op 4 oktober 2009  hoofdstation b

Mocht u ook nog uw stem willen laten gelden, ga dan naar de site van de Gezinsbode!


Buurtommetje op een herfstdag

De bloemenbranche aan de Meeuwerderweg heeft lachende paddestoelen in de aanbieding:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“Ben je jezelf aan het fotograferen?”, vroeg een passant. Ik begreep hem eerst niet, ik richtte de lens toch niet op mezelf? Maar hij doelde op het gezicht van Michael Moore dat dit keer bij Michiel Thijssing in het raam hangt:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ik was toch al op weg naar de kapper. En heb me daar georiënteerde op een andere coupe. Volgens Looks, trendmagazine voor de kapsalon, is punk “weer helemaal terug”. Maar groot verschil met de jaren tachtig is de “classy twist”, bestaande uit “subtiele kleuraccenten” die de punkkapsels, aldus Looks, wat “chiquer en draagbaarder” maken:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op de terugweg bij de hoek van de Polderstraat gezien dat er eindelijk schot zit in de wederopbouw van het pandje dat 3,5 jaar geleden ontplofte:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Gisteravond hebben A. en H. het egelbordje weer opgehangen aan het begin van de Oliemulderstraat. Er zijn nu namelijk jonge egels:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Nog bij A. achter het huis gekeken of ze zich vertoonden, maar ze zaten lekker ver weg onder een hoop bladeren. Daarom er maar een ander object gefotografeerd:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bij H. nog even de cheque bekeken. Hij vertelde dat de hele straat met vrachtwagens gebarricadeerd was toen ze hem aan kwamen bieden. De directeur van City Box kwam er, via Schiphol en luchthaven Eelde, speciaal voor over uit New Jersey:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

En dan is er het droeve feit dat onze groenteboer – de laatste van de wijk – ermee ophoudt. Hij kon een goede prijs beuren voor zijn pand.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Professor ontkracht eigen argument

In het DvhN van vandaag pleit Geert Braam, gerontoloog en emeritus hoogleraar sociologie, tegen verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Hij noemt het…

“…bedenkelijk hoe men met de cijfers omgaat. Dat gebeurt vaak eenzijdig en selectief. Zo wordt aangevoerd dat de levensduur van mannen sinds 1957 (toen de AOW werd ingevoerd) met zeven jaar is toegenomen. Men gaat dan uit van de levensduur vanaf de geboorte. Vanaf de 65-jarige leeftijd is die toename slechts een kleine drie jaar.”

Als de levensverwachting vanaf het 65-ste levensjaar met drie jaar is verlengd, is er wel degelijk reden om de AOW-leeftijd te verhogen. Met dit argument schiet Braam zich dus in zijn eigen voet.


Groninger matroos naar Australische strafkolonie

Geplaatst op 2 oktober 2009

Zo schrijf je over gespuis dat vanuit Engeland naar Australië werd opgezonden, en zo ontdek je dat ook een Groninger die weg is gegaan.

Het betreft de in 1845 geboren tuinierszoon Hinderikus Johannes Erenshuizen. In 1865 stak hij als matroos in een kroeg te Yarmouth de scheepskok A. Hinsman onverhoeds in het hart. Dader en slachtoffer waren collega’s op het Groninger galjootschip Secundus, dat met een lading tarwe in die Oost-Engelse haven lag.

Erenshuizen werd als Heinrich J. Erenshuisen veroordeeld tot een langdurig verblijf in de strafkolonie West-Australië, en arriveerde op 13 juli 1867 met het gevangenisschip Norwood in Perth. Waarschijnlijk is hij in de buurt als dwangarbeider ingezet bij de aanleg van infrastructurele werken.

Volgens het West-Australische Politieblad kwam hij in 1886 op vrije voeten als Hendricus Erenshuisen. Intussen was hij in 1880 getrouwd met een weduwe, bij wie hij twee zoons verwekte. Na zijn invrijheidstelling bleef hij in Perth, waar hij werkte als timmerman en scheepstimmerman. Op 12 mei 1921 is hij daar overleden.


De Peizer zenuwkoorts (1808 en 1809)

“Hieruit blijkt, dat het dorp Peize zints lang den naam had en verdiende van ongezond te zijn. De ligging op een lagen veengrond tusschen digt geboomte en hooge hopplanten, waardoor de optrekking der dampen en vrije doorspeling der lucht verhinderd worden; de enge en morsige woning der inwoneren, derzelver laffe meelspijzen, rijkelijk met niet genoeg gezoden spek bedeeld: dit gaf veelvuldige aanleiding tot allerlei, vooral asthenische ziekten, en ook tot deze koorts.”

Bron


De digitale schoolmeester van Bonda (1779)

“Wanneer men, in plaats van onze gewoone 10 Cyffergetallen, maar 2 gebruikte, als 1 en 0, hoe zoude zich dan zulk een Numeratie vertoonen? Antw. aldus:

1 = 1  
10 = 2  
11 = 3 = 1 + 2
100 = 4  
101 = 5 = 4 + 1
110 = 6 = 4 + 2
111 = 7 = 4 + 2 + 1
1000 = 8  
1001 = 9 = 8 + 1
1010 = 10 = 8 + 2
1011 = 11 = 8 + 2 + 1
1100 = 12 = 8 + 4
1101 = 13 = 8 + 4 + 1
1110 = 14 = 8 + 4 + 2
1111 = 15 = 8 + 4 + 2 + 1
10000 = 16  
10001 = 17 = 16 + 1
10010 = 18 = 16 + 2
10011 = 19 = 16 + 2 + 1
10100 = 20 = 16 + 4

en zoo vervolgens.”


Ongeletterd Sebaldeburen (1811)

“Allen kunnen hier op verre na niet lezen of schrijven: velen die nog lezen kunnen, lezen slecht; weinigen kunnen dit behoorlijk doen. Er zijn velen, die niet meer schrijven kunnen, dan hunnen naam; eenige weinigen schrijven redelijk.”

Dat schreef dominee Westendorp van Sebaldeburen in 1811 over zijn gemeente. Bij zo’n lage graad van geletterdheid is het geen wonder dat er ook weinig (courante) lectuur in omloop was:

“Met het lezen van nieuwe werken houdt zich slechts eene enkele op: er wordt bijna niet gelezen. De meesten hebben zelfs tegen latere werken een vooroordeel.”

Bij onderzoek naar Noord-Drentse boedelinventarissen uit de achttiende eeuw, bleek me ooit, dat minder dan tien procent van de erflaters daar boeken in huis had, anders dan een bijbel of testament. Slechts een enkeling bezat wat stichtelijke werken, en verder hadden de dominee, de dokter en de rechtsgeleerde boeken op hun vakgebied, maar daarmee hield het wel op. Westendorps opsomming van het boekenbezit in Sebaldeburen sluit naadloos op die bevinding aan:

“Sommige huisgezinnen hebben geen boek, anderen alleen den bijbel, eenige bovendien nog een gebedeboekje of bloemhofje, of een paar kleine methodistische blaadjes, die door omloopsters verkocht worden. Zeer weinigen hebben den een’ of anderen schrijver over den Catechismus, en een boek met predikaties. Brakel is hier van al de schrijvers het meeste in achting. Hij en Cats zijn hier haast alleen bekend.”

De citaten komen uit een bespreking van Westendorps inwijdingspreek voor de nieuwe kerk van Sebaldeburen (1807), die aangevuld met een historisch essay, in 1811 verscheen bij uitgever Oomkens in Groningen. De bespreking stond in de Vaderlandsche Letteroefeningen van dat jaar, die met andere jaargangen van dat literaire tijdschrift door DBNL op het web is gezet.