Noordbroekster imegelden
Geplaatst op: 14 november 2009 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactie
Ik zocht naar een sterfgeval in de twee oudste bewaard gebleven diaconieboeken van Noordbroek en noteerde tegelijk voor hoeveel korven er imegeld aan de plaatselijke armen werd betaald. Voor elke geplaatste korf bijen bedroeg dat imegeld een stuiver, een zeer bescheiden tax, als je beseft dat een volle korf bijen een rijksdaalder deed. Omdat de tax tot haar afschaffing gelijk bleef, laat het aantal korven zich ook berekenen, als er alleen een som geld in de rekening staat.
Vanaf 1800 staat er geen imegeld meer in de boeken. En dus loopt de serie van 1769 tot en met 1799. Maar enkele jaren, te weten 1779, 1793 en 1795 vallen er tussen uit. Mogelijk komt dit door nalatigheid van de diakenen.
Als er een datum bij de posten staat is dat vaak een dag in november, vlak voor de traditionele sluiting van de rekening in december. Dat betekent dat de diakenen veelal pas na het bijenseizoen de imegelden inden. Op dat moment wisten de imkers ook hoe hun seizoen geweest was. Wellicht werd daar rekening mee gehouden. Een iets minder populaire inningsmaand was juni, vlak na het zwermseizoen.

Door alle jaren heen stonden er, voor zover bij de diaconie bekend was, gemiddeld zo’n 200, 300 imegeld opbrengende korven met bijen in het kerspel Noordbroek (inclusief Noordbroeksterveen, Stootshorn, Korengast en Noordbroeksterhamrik). Wel zijn er aanzienlijke fluctuaties, ook bij individuele imegeld-betalers. Neem Sebo Jans:
- 1774: 100 korven
- 1775: – (niet genoemd)
- 1776: 110 korven
- 1777: – (niet genoemd)
- 1778: 140 korven
- 1779: – (helemaal geen imegeld genoteerd)
- 1780: 70 korven
- 1781: 60 korven
- 1782: 60 korven
- 1783: – (niet genoemd)
- 1784: 20 korven
- 1785: 16 korven
- 1786: 30 korven
- 1787: 17 korven
- 1788: 20 korven
- 1789: 20 korven (laatste melding)
Het valt moeilijk te geloven dat Sebo in de jaren 1770 van het ene op het andere jaar zo varieerde in zijn imkerij. Waarschijnlijk komen die fluctuaties ook weer door slordigheid in de inning. In 1778 betaalde Sebo inderdaad twee maal imegeld, een keer voor 50 en een keer voor 90 korven, zodat de ene post waarschijnlijk het achterstallige over 1777 betrof. Opvallend zijn ook de ronde getallen die Sebo eerst steeds opgeeft. Waarschijnlijk wist hij aan het eind van het seizoen nooit meer, hoeveel korven hij precies had staan. Als hij later afdaalt tot het niveau van een hobby-imker, wordt hij wat preciezer in zijn opgaven.
In elk geval kan je van jaar tot jaar niet al te harde conclusies trekken uit de grafiek. Wel lijkt de animo in Noordbroek voor de bijenhouderij aan het eind van de achttiende eeuw wat afgenomen. Ook zijn de pieken in de jaren 1780 – 1782 onmiskenbaar. Door de vierde Engelse oorlog zat de zee dicht, kwam er weinig suiker binnen, en schoot de prijs van honing omhoog, met het gevolg dat de imkerij een stuk rendabeler werd.
Vervolg: imegeld werd alleen betaald door imkers van buiten het kerspel.

Inderdaad een heel bescheiden tax. In Hoogeveen werd er rond die tijd veel meer gevraagd, ik las toevallig over bedragen van 6 stuivers per volk. Het innen bezorgde de autoriteiten nogal wat hoofdpijn omdat de bijenhouders hun korven in de zwermtijd, als er geteld moest worden, naar Friesland brachten. Er was immers in het voorjaar op de Hoogeveense boekweit- en heidevelden nog niets te eten voor de bijen. Dat gesleep maakte registratie nogal lastig en de bijenhouders probeerden daar natuurlijk als het even kon van te profiteren.