Dijkgaten gedicht met levende wezens
Geplaatst op: 10 december 2009 Hoort bij: Geschiedenis 4 reacties“Als men een gat in de dijk niet dicht kon krijgen, dan wierp men er een levend hondje in, bedekte het snel met aarde. Men geloofde dan dat het gat dicht zou blijven.”
Aldus de folkloriste mevrouw Huizenga Onnekes, in een rede over het gebied van de Dollard die ze op 13 april 1953 afstak, dus enkele maanden na de Watersnoodramp. Volgens haar gebeurde dat levend begraven niet in werkelijkheid, want ze noemt het een “sage, die langs de hele Noordzeekust steeds weer terug keert”.
Haar interpretatie:
“Het is een herinnering aan het oude Heidense offer. Men trachtte op deze wijze de godheid te verzoenen, want men beschouwde de ramp als een straf van Hogerhand.”
Ik heb er nog even naar gezocht in de Volksverhalenbank, maar kan het verhaal daar niet vinden. Wel doet het me aan iets anders denken: de draconische straf die in het oude Stad & Lande gesteld was op het vernielen van zeedijken. Om het Oldambster Landrecht van 1618 aan te halen:
“Alle die geene dewelcke Zee-dijcken moetwilligh doorsteken / soo dat het solt-waeter daerin loopt / sal men in dat selve gat levendigh versmoren ende bedemmen.”
Zo iemand werd dus net als dat hondje bij volle bewustzijn een constituerend onderdeel van de te repareren dijk. Dat was niet alleen in het Oldambt zo. Bijna precies hetzelfde wetsartikel is te vinden in de landrechten van Fivelingo, Hunsingo en Westerkwartier.
Of het ooit eens in de praktijk is gebracht, waag ik overigens te betwijfelen. Een beetje jammer is dat wel voor ons, nazaten. Want uit zo’n praktijk, dààr hadden nog eens sagen uit voort kunnen komen.
Bronnen:
– EJ Huizenga Onnekes – ‘In het gebied van de Dollard‘ (rede NGV-afdeling Groningen 13 april 1953), pag. 3
– Groninger Archieven, Toegang 731 (Gerechten Oldambt) inv. nr 6180 Landrecht van de beide Oldambten (druk 1654, redactie 1618), pag. 138 art. LIX
– Frans van Rossum – ‘Van Lauwerszee tot Dollard tou; 125 jaar provinciale waterstaat‘ (Groningen, 1990), pag. 60

Het lijkt mij niet geweldig voor de stevigheid van een dijk en bovendien een hoop gedoe, maar het idee zal tot de verbeelding hebben gesproken.
een dergelijk verhaal komt ook voor in het boek “Der Schimmelreiter” van Theodor Storm uit 1888, gebaseerd op een sage uit Schleswig Holstein. Het “komt dus vaker voor”
@Lars,
Bedankt voor het attenderen!
@Jacob,
Zoals je hier kunt zien is je voorstel onuitvoerbaar:
http://www.dodenakkers.nl/beroemd/onnekes.html