Een akelig toneel aan de Oudeweg

“Ondergeschreevene, uit naam van den Heere Praesident verzogt zijnde te passeeren een Declaratoir omtrent mijne bevindinge bij zeker Vrouwspersoon alhier op de Oudeweg, den 1 Maart na de verlossing overleeden, verklaare:

Dat ik, kort na twaalf uur van gemelden dag aan zeker huis in den tour mijner Visites ontmoet hebbende een aldaar van mijn huis geboodschapt verzoek wegens den Diacon Mindelts, gelijk mede van de Vroedvrouw Itsema, om ten schielijksten te koomen ter assistentie eener vrouwe op gezegde Oudeweg, mij met allen spoed heb begeeven naar ’t huis van diacon Mindelts om nader aanwijzing te krijgen, alwaar koomende verstond dat het vrouwspersoon reeds was overleeden. Welk berigt nader werdt bevestigd door Vrouw Itsema, die nu juist van mijn huis terug kwam om daar die tijding te brengen, teneinde mij verdere moeite te bespaaren.

Dat ik echter, getroffen door de omstandigheeden van het verhaal, om des zekerder te zijn gelijk ook van de oorzaak des schielijken doods, en of het nog van eenig nut mogt kunnen zijn, besloot met Vrouw Itsema te gaan ter plaatse daar het ongeval was gebeurd.

Dat aldaar heb gevonden de kamer vol vrouwen, en een bitter schreijende arme Moeder , alle klaagende over het doodlijk ongeluk aan deeze dogter, na dat van een leevend kind door eene niet geauctoriseerde vrouw was verlost, bij ’t afhaalen der Nageboorte overgekomen, om welke te redden Vrouw Itsema was geroepen en voorts om mij gezonden.

Dat ik voorts het Lichaam van gemelde Vrouwspersoon, leggende in dezelfde kamer op een bedstede, visiterende, vond de Baarmoeder geheel uithangende, het binnenst buitengekeerd, terwijl aan en bij deszelfs omgekeerden bodem nog zeer vast aangehecht zat het grootst gedeelte der moederkoek of Nageboorte, aan welke niets van den Navelstreng was te vinden, schijnende deeze aan de koek afgescheurd te zijn, en niet door mij gezien.

Dat ik, na verder onderzoek, aan dit Lichaam geenig teeken van leeven hebbende kunnen ontdekken maar integendeel zekere blijken van onherstelbaar dood te zijn, als toen het akelig tooneel heb verlaaten zonder verdere onderneeming.

Door welke verklaaring mijner bevinding en bewustheid omtrent gemelde zaak, thans aan het oogmerk van den Heere Praesident in deezen meene voldaan te hebben; in oirkonde der waarheid deezen verder door mijn naamsondertekening bekragtigende in Groningen 10 Maart 1774.

Matth. van Geuns
Med. Doctor”


Moord in Dorkwerd

Eind 1799 moest de jonge arts Jacob van Geuns een lijkschouwing in Dorkwerd verrichten. Op 3 december deed hij hier verslag van in een brief aan zijn vader, de hoogleraar geneeskunde Matthias van Geuns te Utrecht:

“De Herbergier had herhaalde reyzen aan Stuut zijn huis verboden uit hoofde van ongeoorloofde conversatie met zijn vrouw. Nog zeer nadruklijk had hij dit sondag te voren gedaan, toen hij hem weer bij zijn vrouw vond. Donderdag ’t huis komende van Aduart, alwaar hij met veele van de plaats was heen geweest  om de 5e termijn der geldheffing te betalen, vond hij hem weer in zijn huis. Er ontstonden woorden, & de man wilde hem het huis uitzetten. Doch tegenweer biedende en hem dreigende, haalde de herbergier een sabel. De vrouw en haar zuster met nog een man lopen ’t vertrek uit, de Herbergier raakt met Stuut aan ’t schermutselen, krijgt hem egter tot in de gang, dan voort daar op brengt Stuut aan de andere een steek in de rug toe, dat hij nae enige ogenblikken dood nedervalt!

Bij de schouwing bevonden wij, dat de steek, denkelijk met een mes gedaan, 2 vingerbreeds onder het regter” schouderblad, half duim van[af] de ruggegraad was ingegaan, tussen de 10 & 11e rib en doorgedrongen in de borst, meer dan 3 duim in de substantie der long penetrerende. deze waren alomme geweldig sterk aan ’t plura vastgegroeit. De bloeding was alerhevigst geweest en de dood was korte minuten nae de wonding gevolgt.

De moordenaar weerd vrijdag morgen in de stad gevat, hebbende die nagt nog in een herberg geslapen, menende ’s morgens vroeg de Bot[eringe]poort uit te gaan. Onderweg werd hij ingehaalt en nae veel moeite gevat.”


Koning van Holland leed aan een SOA

Geplaatst op 18 januari 2010  a

Koning Lodewijk Napoleon gold als

“een dier ongelukkigen, die de tol hunner amoureusheid levenslang moesten betalen”.

Hij had lues, oftewel syfilis, de harde sjanker. Hiertegen dronk hij aanvankelijk ezelinnemelk. Later gebruikte Zijne Majesteit het zog van een min. Deze dame zat altijd in een volgkoets, als hij ’s zomers naar buiten reed.

De ezelinnemelk en de min waren de koning aanbevolen door zijn eerste lijfarts, Matthias van Geuns, een hoogleraar geneeskunde aan de Utrechtse Academie. Van Geuns, een oud-Groninger stadsarts die nogal recht voor zijn raap kon zijn, verkeerde op vertrouwelijke voet met de koning.

Voordat Van Geuns Premier Médecin Consultant werd, ontbood de Koning hem eens met drie andere gerenommeerde geneesheren. Allemaal moesten ze hem apart onderzoeken en een eigen recept uitschrijven. Daarna moesten de heren overleg plegen om onderling tot een vergelijk te komen. Van Geuns paste hier toen voor, omdat zijns insziens een “hutspotrecept” het resultaat zou zijn. “Sire”, zei hij,

“dat is een maatregel waaraan ik mijn hond nog niet zou willen onderwerpen.”

Bron:
J.H. Sypkens Smit – Leven en werken van Matthias van Geuns M.D. 1735 – 1817 (Groningen diss.1953) pag. 132 – 138


Oude gevelreclames in stad

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Website doet een poging om oude gevelreclames in de stad Groningen te inventariseren en beschrijven. Wellicht een opmaat tot een restauratie, zoals elders al uitgevoerd is?


Katjesdrop – “Wacht u voor waardelooze namaaksels”

Katjesdrop was oorspronkelijk een fabrikaat van de firma N(athan) Kater uit Groningen. Tussen 1882 en 1907 adverteerde dit bedrijf ’s winters in allerlei kranten met dit gedeponeerde merk, dat in ronde blikken trommeltjes bij de afnemende winkeliers over de toonbank ging. Weldra was het zo populair, dat het overal werd nagemaakt, hetgeen Kater zeer verdroot.

Leeuwarder Courant 12 november 1885 – “uitmuntend middel tegen hoest”:

Geplaatst op 17 januari 2010  a

Vlissingsche Courant 22 december 1887 – een ons voor een kwartje:

Geplaatst op 17 januari 2010  b

Leeuwarder Courant 25 januari 1896 – “Gebruik uitsluitend onze echte”:

Geplaatst op 17 januari 2010  c

Zierikzeesche Nieuwsbode 21 december 1907 – “Wacht u voor waardelooze namaaksels”:

Geplaatst op 17 januari 2010  d

 


Dooi

Kleine Steentilstraat:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Steeg Gelkingestraat:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Nieuwstad:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Zuiderdiep:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

 

 


Een hoogtepunt van deze winter

Twee maal heb ik hier het afgelasten van de arresleewedstrijden gesignaleerd als toppunt van de winter, ik voel me nu welhaast verplicht om er ook even de aandacht op te vestigen dat de wedstrijden gister eindelijk doorgang vonden. Beeldmateriaal is er van:


Hendrik Entjes spreekt nog tot ons op webruïne

Ben ik aan het googelen op Fokko Veldman, vind ik een filmpje van Hendrik Entjes, de oud-hoogleraar Nedersaksische Taal- en letterkunde die in 2006 overleed.

Bij Entjes heb ik in 1975 een bijvakje dialectologie gevolgd. Hij vertelt onder meer over de overgang naar de middelbare school, die voor veel dorpskinderen in het noordoosten van Nederland een soort van taalbreuk vormde. In mijn geval: zodra de scheepswerf bij Meppel in beeld kwam, was de streektaal taboe.

Het is trouwens een beetje rare website, waar het filmpje van Entjes op staat. Hij is van SONT, de Streektaal Organisatie in het Nedersaksisch Taalgebied – een koepel van regionale taalclubs – maar dat wordt nergens uitgelegd. In het algemeen staan er louter dingen uit 2006 op de site, bij de sector Beeld & Geluid vind je een opname van een Drentse dichter die niet geïntroduceerd wordt, de thumbnails van de ploaties-rubriek leiden tot de melding van een server-abuis – “Please contact the server administrator, ronnie@spothost.nl” – en in het gastenboek staan nul komma nul berichten.

Een stille webruïne, kortom. Of een initiatief dat doodgebloed is. Uit Archive.org blijkt dat de website – “Blie daj der bint” – dateert uit 2001 en voor het laatst is gewijzigd in 2008. Hij blijkt ontwikkeld te zijn met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds.  Heb daar nog even gekeken of het jaarverslag met het verleende subsidie nog online staat, maar dat bleek niet het geval.

Een en ander roept de vraag op, of het subsidiëren van websites handig is, als je geen rekening met onderhoud houdt. Maar dat is ander onderwerp en iets voor een volgende keer.


Tooltje meet populariteit van voornamen

Geneanet heeft een leuk nieuw speeltje. Door een voornaam in te vullen in een zoekvenstertje, kan je zien hoe populair zo’n voornaam vanaf ongeveer 1600 was, gemeten in percentages van het totale aantal voornamen dat qua geboortes/dopen voor dat jaar in stambomen etc. op Geneanet voorkomt.

Geneanet rept zelf van verspreiding, maar het gaat natuurlijk om frequentie. Wel is er qua verspreiding een kanttekening te plaatsen. Voor de invoering van de Burgerlijke Stand (1811) werden doopboeken niet overal even goed bijgehouden. Uit het zeventiende-eeuwse Groningen en Drenthe, bijvoorbeeld, zijn ze veel minder goed overgeleverd dan uit het dito Holland. Dat zou wel eens een effect op de frequentie van bepaalde voornamen in genealogieën kunnen hebben, zodat er voor die vroege periode mogelijk een Hollandocentrische bias in het voornamenbestand zit. Eenzelfde soort overdrijving geldt mogelijk voor hervormden versus katholieken en doopsgezinden.

Maar zelfs met die kanttekening blijft het een leuk tooltje. Van mijn eigen naam – Harry – bijvoorbeeld, nam ik altijd aan dat hij pas na de Tweede Wereldoorlog populair werd. In de omgeving waar ik opgroeide, kende ik alleen leeftijdgenoten en niemand van een oudere generatie met die naam. Ik dacht altijd dat onze Amerikaanse bevrijders die naam te onzent populair hadden gemaakt (denk ook aan Harry Truman!), maar dat blijkt dus ten onrechte, gezien het grafiekje dat Geneanet me voorschotelt. In de tweede helft van de negentiende eeuw maakte mijn voornaam al opgang. Hoe dat komt is me onbekend. De grafiek piekt rond 1890, daarna treedt er verval in dat in de Eerste Weredoorlog nog even wordt gestuit, om vervolgens in eenzelfde tempo door te gaan, tot eind jaren zestig de bodem wordt bereikt:

Geplaatst op 16 januari 2010  a

Met het tooltje is ook aardig de populariteit van bepaalde staatslieden te meten. Bijna niemand noemde zijn zoontje nog Adolf vanaf 1939, 1940:

Geplaatst op 16 januari 2010  b

Napoleon was vooral in de jaren 1806 – 1811 een doopnaam, denkelijk dankzij de Keizer aller Fransen, wiens populariteit hier juist taande toen hij Nederland ingelijfd had. Desondanks beleefde de naam in het midden van de negentiende eeuw dankzij neef Napoleon III nog een bescheiden revival:

Geplaatst op 16 januari 2010  c

Dat de naam Wilhelmina vanaf de patriotse periode eind achttiende eeuw populairder werd dan ooit tevoren, zal wel komen door Wilhelmina van Pruisen, gemalin van Zijne Doorluchtige Hoogheid prins Willem V.  De grafiek van de naam piekt in het kroningsjaar 1898 en in de revolutionaire periode aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, daarna komt er de klad in:

Geplaatst op 16 januari 2010  d


I-krant DvhN wordt zeer slecht geleverd

Sinds een klein halfjaar had ik een abonnement op de zogenaamde i-krant van het Dagblad van het Noorden. Ik heb hem vandaag maar opgezegd.

Ten eerste las ik hem meestal alleen op zaterdag. Ik was geabonneerd op de stad-Groninger editie. Toch kreeg ik in oktober en november op 3 van de 8 zaterdagen de Drentse editie op mijn scherm.

In december eens, en nu vandaag weer, blijken de stukken op een fors aantal pagina’s niet opklikbaar. Vandaag gaat het dan om de voorpagina, het hoofdredactioneel commentaar op 2, twee van de drie pagina’s met regionieuws, alle stukken op de pagina over Eurosonic/Noorderslag en de advertenties op de pagina’s 6, 14, 16, 22, 30 en 32.

Met andere woorden: die complete krant van hun is voor een flink deel niet leesbaar voor mij. Wil ik deze krant tot mij nemen, dan ben ik gedwongen haar alsnog in de papieren versie te kopen.

Kennelijk heeft het weer eens aan nacontrole ontbroken.

Op de zoveelste automatisch gegenereerde standaard-exuusmail, een paar dagen na mijn melding, zit ik niet te wachten. Daarom heb ik mijn abonnement nu maar opgezegd. Wegens gebrekkige levering.

Naschrift zondag 12.15 uur:

De gister nog niet opklikbare stukken zijn inmiddels allemaal te bereiken.


Raadsverslagen uit een stakingsjaar

Een rondvraag over tractoren die mensen ’s nachts uit de slaap houden. Allerlei woningtoestanden van arbeiders. De aanvraag van een lokaal in de school als vergaderruimte voor de Landarbeidersbond (150 leden). Het samenscholingsverbod dat burgemeester Roelofs (een dikke boer) afkondigde. En de schuld die hij zou hebben aan de dood van Eltjo Siemens. Et cetera, et cetera.

Het zittingsjaar 1928/1929 was een ongemeen spannend jaar in de gepolariseerde gemeenteraad van Finsterwolde, waar de gevestigde orde nog vaak nipt stemmingen won met vijf tegen vier stemmen. De gedrukte officiële verslagen zijn gescand en staan op de website van het Cultuurhistorisch Centrum Oldambt. Ze zijn te bereiken door in de rechterkolom onder het kopje Archiefloket de link ‘Zoeken in collectie’ aan te klikken, om dan in het zoekvenstertje scan, gemeenteraad en Finsterwolde in te vullen.


Winterse vliegerfoto’s

Er is nog een vliegerfotograaf opgestaan, Roelof Bos. Hij maakte foto’s boven de winterse nederzettingen Wetsinge, Harssens en Aduarderzijl en liet zijn vlieger zowel overdag als ’s nachts tegenover de Tasmantoren hangen. Slideshow


35 Seconden 2010

35 seconds of 2010


Van Twist gaat strokarton tentoonstellen

Kees van Twist: “Oude historische collecties voldoen niet meer. Vanuit het nu moet je ze een nieuwe context geven. Beeldcultuur is de cultuur van de toekomst. Strokarton en de Graanrepubliek zijn voorbeelden van onderwerpen die gevisualiseerd kunnen worden.”

Herman Sandman: “Je gaat 200.000 mensen trekken met strokarton?”

Kees van Twist: “Waarom niet? Als ik zie hoeveel boeken er van De Graanrepubliek zijn verkocht. Het communisme, waarom dat juist hier zo hardnekkig standhield, het verhaal van ideologieën, dat is een relevant verhaal. Dat kun je vertalen naar nu.”

Aldus De Gezinsbode. Met wat hij over beeldcultuur zegt  kan ik het wel eens zijn. Als je qua beeld even veel geld stopt in historische exposities als in die van kunst krijg je wellicht ook evenveel bezoekers.

Met zijn historische opvatting ben ik het niet eens. De door Van Twist voorgestane geschiedenis in opdracht van de eigen tijd is uiteindelijk alleen maar geïnteresseerd in die eigen tijd. Mij fascineert meer het vreemde en afwijkende in geschiedenis. En ik vermoed dat dat ook de voornaamste aantrekkingskracht van de Graanrepubliek is geweest.


Steenbruggen over Alkema

Over het Groninger Museum gesproken, ik zie dat de dissertatie van oud-conservator kunst Han Steenbruggen over de Groninger abstracte schilder Wobbe Alkema hier staat. Een fraai vormgegeven boek, met niet al te veel tekst, maar wel lekker veel plaatjes. Achterin de correspondentie van Alkema met nota bene Carel Willink.