Het El Dorado onder de kerkvloer
Geplaatst op: 10 september 2010 Hoort bij: Drenthe vrogger, Geschiedenis 2 reactiesMooi dat ik dit gevalletje terugvond.
De destijds twee eeuwen oude Koepelkerk van Smilde werd in 1981 gerestaureerd. De banken en de vloeren moesten er uit en dat gaf aanleiding tot een gerucht. Dat ongeveer als volgt op gang moet zijn gekomen. “Misschien ligt er geld onder die vloer”, opperde de eerste. De tweede maakte daar al een zekerheid van en een derde dikte het verhaal nog verder aan door te stellen dat er vast wel gouden ducaten zouden liggen.
De muntenverzamelaars van het dorp werden wakker en boden tegen elkaar op om die schat maar in huis te krijgen. Het hoogste bod, 1300 gulden, kwam van een slager.
Toen de banken en vloeren uit de kerk waren, vond men inderdaad zo’n 80 munten. Maar gouden ducaten zaten er niet bij en wat er wel tevoorschijn kwam, was lang geen 1300 gulden waard. Hoe kon dat? Een wellicht uit cognitieve dissonantie voortkomende vraag die aanleiding gaf tot een nieuw gerucht: er waren veel meer munten gevonden, maar de vrijwilligers die het sloopwerk hadden verricht, zouden minstens de helft van de munten voor zichzelf hebben gehouden.
Dit gerucht kwam ook de verslaggever van het Nieuwsblad van het Noorden ter ore, die de slager belde. Volgens de verslaggever bevestigde de slager het verhaal. Nu ontaardde het gerucht in een schandaal. In een ingezonden brief kwam de predikant op voor de kerkvoogdij, die volgens hem eerst alle munten aan de slager had laten zien, om de man vervolgens voor de keus te stellen of hij ze wilde kopen voor zijn bod of niet. Ook de slager zelf stuurde een ingezonden brief naar de krant. “Met boosheid en afschuw” had hij het artikel gelezen. Hij was verkeerd geciteerd:
“Het moet mij van het hart dat hiermee de leden van het bestuur van de hervormde kerk en helpers, die de munten wel allemaal hebben afgedragen, in het verkeerde daglicht zijn gesteld.”
Achteraf was het ook wel logisch dat die tachtig munten niet zoveel waard waren. Het moet voornamelijk om veel voorkomend kopergeld zijn gegaan: duiten, centen, halve en hele stuivers. Zilvergeld gooiden de kerkgangers veel minder in de zondaagse buil.

Mooi verhaal. Maar wat zijn mensen toch hebberig eigenlijk 🙂
Jammer dat pepermuntjes niet door de kieren vielen, dan hadden ze wat meer gevonden.