‘En leggende een blaam op het onnosele kindt’

In 1731 nam de Drentse synode het besluit, om ongehuwde moeders die om de doop van hun kind kwamen vragen, voortaan flink de pin op de neus te zetten. Deze vrouwen moesten die kinderen zelf voorin de kerk komen aanbieden en mochten zich dus niet langer laten vervangen door een familielid. Ook stelde de synode een formulier met vragen vast, die de vrouwen voor het front van de gemeente  instemmend moesten beantwoorden. Een van de vragen kwam erop neer,  dat ze erkenden hoeren te zijn. Dat was ook het gewone scheldwoord in deze tijd, voor deze vrouwen.

Kennelijk was het rond 1730 in de mode, om ongehuwde moeders erdoor te halen, want in het besluitenregister diaconiezaken van de Winschoter kerkeraad vond ik, dat men daar een soortgelijk formulier hanteerde als in Drenthe:

“Volgens een alhier ingevoerd kerkgebruik verscheen in dese vergaderinge Lamke Kristiaans, begerende den Doop voor haar onegte kindt. En nadat de vuiligheit dier sonde was aangetoont, als onteerende den Heiligen Godt in het verbreken van de ingestelde order des Houwlijx, strekkende tot grote ergernisse der gemeinte, besmetting van hare ziele en lighaam, en leggende een blaam op het onnosele kindt &c. En sij schuldbelijdenisse gedaan en leetwesen betoont hadde, wierde haar versoek ingewilligt, mits dat zij in eijgener persoon het kindt selfs ter Doop aanbiede, en antwoorde op de aan haar voorgestelde vraagstukken tot dien einde gerigt.”


4 reacties on “‘En leggende een blaam op het onnosele kindt’”

  1. Roelof van der Velde schreef:

    Een mooi voorbeeld is de doop van Jacob Broekman in Dwingeloo: ‘Op de 26 December [1768] is gedoopt een Zoon van Roelofje Tymens zijnde een onecht kind genoemd Jacob Broekman. De moeder heeft het kind zelf gehouden en belijdenis gedaan van hare misdaad en beterschap beloofd ’t kind is genoemd Jacob Broekman’.
    Opvallend is dat er in dit specifieke geval toch ook enige aandacht is voor de rol van de (vermeende) vader. Deze wordt – en dat is in de Drentse doopboeken hoogst ongebruikelijk – min of meer aangewezen door het het gebruik van een familienaam. Ruim een jaar later (5 november 1769) trouwt Roelofje Tymens in Dwingeloo (alsnog) met Jacob Hendriks Broekman. Lijkt me typisch een geval van een sterke social druk met medeweten van de lokale predikant.

    • Frans schreef:

      Het onechte van het kind zal wel geweest zijn dat vader en moeder (nog) niet in de echt verbonden waren. Het zou best kunnen dat Jacob Hendriks het kind wel degelijk erkende, er misschien zelfs bij was. Was het niet pas de 20e eeuw dat er moeilijk of lacherig gedaan werd over een verschil van minder dan 9 maanden tussen trouwpartij en geboorte van het eerste kind?

    • groninganus schreef:

      Roelof, Het zou best eens zo kunnen zijn dat er een proces voor de Etstoel gevoerd is over het vaderschap en de trouwbeloften van Broekman.


Geef een reactie op groninganus Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.