Puttervangst op Blauwborgje

Het was de toegift op een lang gesprek over de Pannekoek. Ik had mijn schrijfbloc al bijna in mijn tas zitten, toen Barteld Staal, de laatste bewoner van het oude boerderijtje bij de Poffert, begon over de vader van een vriendje van hem

Deze Hindrik Schuitema – het zal omstreeks 1948 geweest zijn – woonde op de Poffert, maar kwam van het Blauwborgje, de bekende hangplek voor Ploegschilders bij het Reitdiep onder Paddepoel. Daar woonde nog steeds zijn broer Stoffer Schuitema. Bij die Stoffer kwam Hendrik nog vaak op het erf om vogels te vangen: voornamelijk putters.

Bij Barteld thuis, op de Pannekoek, hadden ze konijnen: “Dikke Lotharingers. Die moesten wel eens naar de ram op Blauwborgje”, vertelt Barteld, “en zodoende kende ik de omgeving daar wel een beetje”. Met zijn vriendje ging hij er kijken hoe diens vader putters ving. Die kon de jongens daar eigenlijk helemaal niet bij gebruiken: “Hij wou ons er niet bij hebben, we mochten geen lawaai maken en pas naar buiten komen als hij het net naar beneden trok.”

Een putter heet niet voor niets een distelvink. Hij lust graag distelzaden. Ter voorbereiding op de puttervangst waren ’s zomers “dikke stiekels” van het land gehaald die in bosjes gedroogd werden in de schuur. Als Hendrik puttertjes vangen wilde, dan werden er wat van die gedroogde distels in de grond gestoken. En daar ging dan een net overheen, met touwtjes die naar de verdekt opgestelde Hendrik toeliepen..

“Hij miste ze ook wel eens”, zegt Barteld over de vogelvangkunsten van zijn vriendjes vader. Hoe groot de vangst gewoonlijk was? “Een of twee per keer dat hij het net liet vallen.”

De putters gingen in kooitjes die achter de muur van het achterhuis kwamen te hangen. “Dat deed hij om ze in te burgeren”. Je bedoelt dat ze dan konden wennen aan mensen? “Ja”, beaamt Barteld, “daar werden ze minder schuw van.”

Af en toe deed Hendrik het ook wel op de Poffert. Maar dat was minder een biotoop voor putters: “Daar waren er lang niet zo veel, het was net of daar bij Blauwborgje de grote trek was bij winterdag. Op de Poffert ving hij weinig, bij Blauwborgje veel meer,”

De vogelvanger was overigens niet eenkennig: “Sieskes vong Hinderk met liemstokken”. Zijn broer Stoffer deed er ook wel eens aan mee, maar niet zoveel: “De ene was wat dat betreft brutaler dan de andere”. In deze na-oorlogse jaren waren zangvogels als putters en sijzen allang beschermd. “Als ze je pakten, dan was het niet best, dat werd beschouwd als stropen.”


5 reacties on “Puttervangst op Blauwborgje”

  1. Wieneke schreef:

    Ik vind het schilderij echt prachtig.

  2. M.Krooshof schreef:

    Geweldig zo’n oud schilderij, zou het zo willen hebben. En een mooi ‘putter-verhaal’.

  3. EJee schreef:

    Harry,

    Weet jij iets van een boerderij die aan de andere kant van het Reitdiep gestaan heeft? Ik probeer er iets over terug te vinden maar ik kan geen enkel aanknopingspunt vinden.

    Vanuit mijn werkkamer in de flat waar ik woon aan de Reitdiephaven kijk ik precies uit op het punt waar de boerderij stond. Er is daar een soort verhoging te zien. Dat maakt ook dat ik geïnteresseerd ben geraakt.

    Ik heb de kaarten van 1905 en 2010 over elkaar heen gelegd om het punt te bepalen waar de boerderij stond. Die kaarten vind je op: https://picasaweb.google.com/112595126655353255283/Reitdiephaven

    Ben benieuwd of je er wat over weet, of dat je weet waar ik kan zoeken. Alvast bedankt.


Geef een reactie op EJee Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.