‘Eene hanenbijterij in Londen’

cockpit

In zijn werk De Volksvermaaken (1871) reserveerde Jan ter Gouw drie pagina’s (357-359) voor de hanegevechten, “welke even oud als algemeen zijn”.  De hanegevechten, zegt hij, “kwamen als volksvermaak bij alle gelegenheden te pas – op vastelavonden, kermissen, ja zelfs bruiloften”:

“De stedelingen genoten ’t vermaak der hanegevechten des zomers in de herbergen buiten de poort, en er werden weddingschappen bij aangegaan, waar de winner nooit, maar de kastelein altijd het beste van voer.”

Volgens Ter Gouw waren hanegevechten in Nederland al vrij lang op hun retour. In Engelsen was dat anders en bestond er nog steeds een grote liefhebberij voor. De Engelsen kenden ook geheel eigen varianten, namelijk de Battle royal en de Welch main. Bij het eerste werd een onbepaald aantal hanen allemaal tegelijk in de cockpit losgelaen. Deze moesten dan doorvechten tot er nog maar eentje overeind stond, “die dan koning kraaijen mag”. Bij de Welch Main ging het eraan toe zoals bij een WK voetbal in de knock outfase. Van 32 of 16 deelnemende hanen stonden er steeds 2 in de pit tot er eentje doorging.  De Engelsen, aldus Ter Gouw,

“genieten daarbij ’t grootste vermaak, en geen beet noch slag, geen wending noch zijsprong ontgaat daarbij hun vlammenden blikken”.

Toch was er in Engeland wel degelijk al discussie over dit amusement. De Engelse vastenavond was “sedert eeuwen een ware hanenmoord”, maar dat begon al danig af te nemen.

“Ja, sommigen meenen zelfs opgemerkt te hebben, dat sedert dertig jaren de invloed der moderne beschaving ook al op de hanen merkbaar is, en zij zoo vechtlustig niet meer zijn als vroeger.”

Nog net van voor dat verval, uit 1833, dateert een gruwelijk mooie beschrijving van “eene hanenbijterij in Londen”, geplaatst in het Mengelwerk van de Overijsselsche Courant. Volgens de anonieme auteur bestonden er in Engeland zelfs boeken over het trainen van vechthanen. en hij haalt daarbij Lichtenberg aan, die ooit beweerde dat de vechthanen in Engeland  een zorgvuldiger opvoeding kregen, “dan menig jonge Lord”. De “groote hanenbijterij” die onze correspondent bijwoonde, vond plaats in ‘The Royal Cockpit’ aan de Tufton Street in Westminster, waar ook een aantal illustere personages aanwezig was. De cockpit bestond hier uit een soort amfitheater rond een met schotten afgezette ring – maar laat me de auteur citeren, die er uitstekend in slaagde zijn opwinding weer te geven, al neemt hij op het eind van zijn beschrijving ook duidelijk afstand van het vermaak:

“De hanenbijterij zou een aanvang nemen. Een bediende besproeide de matten , opdat de hanen niet zouden uitglijden. De oppassers der hanen verschenen, elk hunnen haan in eenen zak hebbende, op het tooneel; de eene heette Nasch, de andere Fleming. Nasch opende zijnen zak en nam er eenen haan uit, den schoonsten, dien men ooit zag. Hij was rood en zwart, krachtvol en van heerlijke veeren. Hij strekte eerst slechts den hals uit den zak, en deze zag uit als eene vreeslijke slang; men meende, dat het dier er uit vliegen en tot aan het dak zich verheffen zou. Het ligchaam was ineengedrongen , krachtig en van schoonen vorm; de lang donkerblaauwe pooten glinsterden en geleken op stangen van ijzer; aan elken natuurlijken spoor zag men nog zeer sierlijk een kunstigen van zilver, die 1,5 duim lang was, bevestigd. De breede bek geleek veel op dien van eenen arend; hij liet de zwarte oogen rondgaan en die oogen glinsterden als diamanten; zij waren onbedriegelijke kenteekenen zoo wel van eenen wilden als bedachtzaamen moed. De vleugels waren sterk, breed en met scherpe haken voorzien. De kam was afgesneden en de staart driehoekig opgemaakt, gelijk bij een paard. De andere haan was een niet min schoone vogel. Zijne veeren waren geel en hier en daar zwart. Hij scheen wat ligt, maar zijne spieren waren veerkrachtig en sterk. — Toen hij zijne tegenpartij zag, scheen hij onrustig te worden; hij bewoog zich henen en weder, doch hield zich stil — De beide hanen werden bij de signalementen, die van hen gegeven waren, onderzocht en wèl bevonden.

Thans begon de kampstrijd. Elk trok zich van het tooneel naar de zitplaatsen terug, met uitzondering van Fleming en Nasch. De weddingschappen begonnen nu van beide zijden met hartstogtelijkheid. Eerst streelden de beide meesters hunne hanen; doopten de vingers in water, bevochtigden daarmede de banden, waarmede de sporen waren vastgebonden; en maakten nog vee! meer toestel. Toen namen zij de hanen op, stelden ze tegen elkander over en hitsten hen aan. De voornaamste kunstgreep was dat zij deden, alsof zij den eenen op den anderen wilden werpen; hen daarbij kop en hals streelden en daarmede voortgingen, tot men de dieren niet langer zonder gevaar in de armen kon houden. Beide hanen tegelijk losgelaten, vielen met ongelooflijke woede op elkander aan.

De positie van de hanen in de eerste oogenbhkken, waarin zij tegen over elkander stonden, was schoon, edel en hoogst verrassend. Zij vertoefden een oogenblik in deze positie, bek aan bek, en stortende zich dan, met de snelte van den bliksem op elkaar. De krachtvolle vleugels, de sterke sporen verwarden zich in elkander, zoo dat de beide dieren slechts éénen klomp schenen uit te maken. De eigendommelijke toon , die men hoorde, toen de hanen op elkander stieten, laat zich met niets beter dan met het spoedig én geweldig uitspannen van eenen natten paraplui vergelijken. Reeds dadelijk na den eersten aanval, scheen de haan van Fleming te wankelen; hij viel en zijn bloed vloeide; hij was doodelijk gewond. Fleming en Nasch namen hunne dieren van den grond op, hitsten hen aan, en stelden ze weer teegen elkander over. Men heeft er geen denkbeeld van, hoe zorgvuldig en teeder die menschen met hunne vogelen omgingen. De haan van Fleming was, gelijk gezegd, doodelijk gekwetst; zijne beenen waggelden; hij liep heen en weer ais een dronkene; boog den kop nu eens regts, dan weder links en zijn staart zocht den grond; maar de haan van Nasch, die nog vol kracht en vuur was, wierp zich weder op hem en gaf hem den genadestoot. De moedige kampioen stortte levenloos op den mat needer, trotsch en mannelijk nog in den dood. Ik kon mij niet van eene zucht onthouden , en wendde mijne oogen en gedachten weg van het bloedig tooneel — maar het geroep der genen die gewed hadden, verhief zich alom, en ik gevoelde diep welk een jammerlijk vermaak het is, dat deze menschen najagen.

Het was van belang den zegevierenden haan te zien. Hij had een paar ligte wonden ontvangen; maar het scheen dat hij door de overwinning nog veel sterker en grooter geworden was. Met majesteit stapte hij over het tooneel en zijne oogen fonkelden nog eens zoo sterk.”

Het schilderij (1889) is van de Franse Vlaming Rémy Cogghe en hangt in het Musée d’art et d’industrie (La Piscine) te Roubaix.


11 reacties on “‘Eene hanenbijterij in Londen’”

  1. Dick Bolt schreef:

    @Men heeft er geen denkbeeld van, hoe zorgvuldig en teeder die menschen met hunne vogelen omgingen

    ja ja, zucht………

  2. leonboer schreef:

    Ik ben wel benieuwd hoe lang de hanengevechten op het Noordelijke platteland zijn doorgegaan…..

  3. leonboer schreef:

    Volgens mij gebeurde het in die tijd in Oost-Groningen ook nog (althans volgens overlevering….of om met mijn vader te spreken: “nee dien grootvoader was op dat punt nait zo’n beste” 😉

  4. leonboer schreef:

    Sterker nog navraag leert dat dit tijdens (en vlak na) de tweede wereldoorlog nog het geval was. Mijn vader (’37) weet het zich althans nog te herinneren dat dit heimelijk “in de buurt” plaatsvond…..

    • groninganus schreef:

      Muntendam past natuurlijk ergens wel bij het beeld dat van van de Friese Wouden bestaat. 🙂

      • leonboer schreef:

        Ahum bijna goed: ….Meeden! Niettemin deed de Oostgroninger landarbeiderscultuur qua rauwigheid ongetwijfeld niet onder voor die van de Friese Wouden…. 😉

        • leonboer schreef:

          Het gekke is dat tegelijkertijd het “burgerlijk beschavingsoffensief” (en dat zal voor meer hebben gegolden) ook op hem effect had: spaarzaam, medeoprichter van de moderne vakbond, PvdA wethouder etc.

  5. Erik Springelkamp schreef:

    In Wallonië worden er nog hanengevechten gehouden, met speciale ‘culturele’ ontheffingen.

    De Gallische Haan wordt hier nog in ere gehouden 🙂


Geef een reactie op Dick Bolt Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.