Grondmist bij de Hoge Vier
Geplaatst op: 12 september 2013 Hoort bij: Hoogkerk 2 reactiesVanochtend te zien vanaf de Johan van Zwedenlaan:

De Weddermarkt, tot vreugd’ en ergernis van dominees
Geplaatst op: 11 september 2013 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties
Volgens het loflied op de Wedder kermis kwamen er duizenden mensen op die jaarmarkt af. Ze kwamen van alle kanten en heinde en verre: Westerwolde, de schansen, Bellingwolde, Westfalen en Drenthe. Ze kwamen er voor huishoudelijke benodigdheden als wastobben, melkvaten, spinnewielen en luiwagens, voor artikelen met een persoonlijk verzorgingdoel als brillen, kammen en kousen, en voor levende have als paarden, zwijnen, gevogelte, hond en kat. En als dan het benodigde ingeslagen was, dan stopte men de knorrende maag met kermiskoek, noten en/of bier, terwijl er tot ver na middernacht voor de viool werd gedanst.
Ik dacht er gisteravond niet aan, maar Geert Luth heeft in zijn boek (On)gepast gedrag (Heiloo 2006) ook aandacht besteed aan de kermis van Wedde (pag. 340-345). Op basis van het prothocol van de classis Oldambt en Westerwolde constateert hij, dat de kermis een belangrijk evenement was. Zo gold deze jaarmarkt als een tijdsaanduiding in de streek en zou Wedde dankzij de markt meer dan andere plaatsen bedeeld zijn met tapperijen.
Maar feitelijk ging het niet om één, maar om twee jaarmarkten, die, zoals het lied ook al aangaf, redelijk vlak na elkaar kwamen – er zat bepaald geen halfjaar tussen, maar twee, drie maanden. Het betrof een Pinkstermarkt en een zogenaamde linnenmarkt.
Volgens Luth was de Pinkstermarkt altijd op de tweede dinsdag na Pinksteren. Zelf kwam ik voor het jaar 1797 juist de woensdag voor Pinksteren als vaste tijd tegen. Blijkbaar varieerde het later. Volgens Luth was deze markt een paarden- en veemarkt. Ook dat lijkt in tegenspraak met de advertentie uit 1797:
“Op het WEDDER Maymarkt, ’t welk altoos invalt des Woensdags voor Pinxter, zal nu en voortaan HANDEL worden gedaan in allerhande VEE; als Paarden, Koejen, oude en jonge Zwynen, wordende de Ingezetenen van deze Heerlykheid en omleggende Dorpen verzogt, om hun Vee, zo gedenken te Verkopen, als dan ter Markt te brengen.”
De advertentie en vooral ook dat “voortaan” doet vermoeden dat het om een nieuw ingestelde veemarkt gïng, terwijl dat dus helemaal niet zo was. Wellicht werd de markt een paar jaar om politieke redenen niet gehouden (uit angst voor orangistische gisting) en blies men de traditie in 1797 nieuw leven in.
Uit de gegevens die Luth bij elkaar bracht, valt op te maken dat de linnenmarkt medio achttiende eeuw vooral ook een paardenmarkt was. Voor 1700 was de traditionele datum van die jaarmarkt 25 augustus, waarbij je je dan afvraagt of daar misschien een heilige aan verbonden was, en zo ja, welke dat dan zou zijn. Als die 25e op een zondag viel, dan werd de markt een dag of wat verschoven. Na 1700. toen men de Juliaanse kalender verving door de Gregoriaanse, ging de datum echter niet twaalf dagen vooruit, zoals in de rede lag, maar slechts vier. Omdat zich toen nog steeds wel eens het zondagsprobleem voordeed, schafte men de gefixeerde datum van 29 augustus in 1720 af en ruilde hem in voor de laatste woensdag van die maand.
Het was vooral de Weddermarkt van eind augustus die bekendheid genoot, ook buiten de eigen streek. Daarover zal dan ook het in Amsterdam gedrukte lied zijn gegaan. De oudst bekende vermelding van deze markt staat in een Deventer almanakje uit 1567, maar dat is natuurlijk toeval: deze markt zal veel ouder geweest zijn – wat bovenstaande vraag naar de heilige naamgever des te relevanter maakt.
Dat de Weddermarkt de plek was, waar zelfs predikanten uit de streek wel eens dronken werden aangetroffen, onderstreept het belang. Hun zwaardere vakbroeders maakten nogal bezwaar tegen het vertier, dat met de markt gepaard ging, en waarvoor koorddansers en muzikanten met (draai)lier en viool primair verantwoordelijk waren. Een actie van de lokale kerkeraad, vlak na de linnenmarkt van 1729, tegen kerklidmaten die zulke kunstenmakers (tegen betaling) een standplaats gunden op hun erf of in hun huis of schuur, had zoveel succes dat de artiesten op de Pinkstermarkt van 1730 geheel en al ontbraken, tot verwondering van iedereen. Luth veronderstelt dat er toen definitief een eind kwam aan muziek en vertoningen, maar hierin volg ik hem niet. Het verbod zal hooguit voor een periode iets uitgehaald hebben. Waarschijnlijk geven de rekestboeken van de Westerwoldse drost hierover uitsluitsel, want zulke attracties moesten eigenlijk toestemming van deze rechter hebben. In 1730 ontbrak die duidelijk, op instigatie van de kerkeraad, maar daarmee is zeker niet gezegd, dat permissie voor eens en altijd ontbrak.
‘Een aardig kermislied, tot lof van Wedde’
Geplaatst op: 10 september 2013 Hoort bij: Geschiedenis, Muziek 3 reacties
In de pamflettenverzameling van voorheen het Rijksarchief Groningen, die nog geen digitale toegang heeft en daarom gemakkelijk over het hoofd te zien is, vond ik vandaag een loflied op de kermis van Wedde. De archiefmedewerker die het tamelijk onooglijke stuk indertijd beschreef (Lonsain?) dateerde het op ca. 1700. Het staat op de achterzijde van een liedvel, dat op de voorkant een loflied op “toebak” heeft. Beide zijden van het vel vermelden onderaan ene I. Hendriksz als drukker. Als “voys” of melodie gaf hij het lied van Maurits Langbeen aan.
Die I. Hendriksz zal, afgaande op de STCN, Jan Hendriksz zijn geweest, actief te Amsterdam van 1702 tot 1727. Hij gaf wel meer populair drukwerk uit, waaronder nog een ander kermislied. Volgens de Liederenbank echter, maakte het loflied op de kermis van Wedde ook deel uit van de bundel De vrolyke kramer, met Kleyn Jans playsierig en vermakelyk marsdragend hondje. Het oudste exemplaar van dit populaire liedboekje, uit 1721, bevindt zich in de British Library in Londen. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft een elfde druk uit ca. 1780, die zich ook in de DBNL bevindt. maar waarin helaas het loflied op de kermis van Wedde ontbreekt.
Een datering van dit lied op het eerste kwart van de 18e eeuw lijkt me echter wel veilig. In elk geval viel via de Liederenbank ook de melodie te achterhalen. De “voys” van Maurits Langbeen, meer bekend als Joris Langbeen, komt namelijk met zeven meldingen in de Liederenbank voor. Voor dit wijsje zie vooral hier.
Tot zover de toelichting, nu laat ik de integrale tekst van het loflied volgen, met eronder, in volgorde van de coupletten, een aantal woordverklaringen:
Goede morgen buer-meysje,
Wel waer soo vroeg na toe?
Al met u poesel vleysje
Wil je mee hoe vraegje so?
Hey sa dat gaet na Wedde Wedde Wed
t’Avond kom ik niet op bedde bedde bed
Fal la la, di da da, fal la la, di da da,
Falder la la la.Men ziet nu kermis houwen
In ’t Westerwolse Land
Van kinders, man en vrouwen
’t is yeder wel bekent
Hy sa dat gaet na Wedde Wedde Wed
t’Avond kom ik niet op bedde bedde bed
Fal la la, di da da, fa Etc.Ey ziet hoe dat se lopen
Na Wed met groot pleyzier
Om een kermis koek te kopen
Of een glaesje suyver bier
wilje mee na Wedde Wedde Wed
T avond kom ik niet op bedde bedde bed Etc.By duysende van menschen
komen van alle kant
Die na de kermis wenschen
In ’t Westerwolse Land
En de markt komt tweemael in ’t jaer
Zy volgen soetjes na malkaer
Hier tot Wed, Wedde Wedde Wed
Hier tot Wed, Wedde Wedde Wed
’t Avond koom ik niet op bed.Uyt Oud en Nieuwe Schansen
komt hier een groot gewoel
‘k Zag laest twee meysjes dansen
Te samen voor de fioel
En de een die viel de rok van ’t gat
Den ander was dronken en sat
Hier tot Wed, Wedde Wedde Wed
Hier tot Wed, Wedde Wedde Wed
’t Avond koom ik niet te bed.Hoord wat ik sal verhalen
Al van twee meysjes jent
De eene waer uyt Westphalen
De aer uyt ’t Landschap Drent
En zy gingen na Wed en namen haer versoek
Lieten haer soenen voor een koek
Fal la la, di da da, sa Etc.Veel luyden met behagen
Van Benningwolde hoord aen
Den eene op de Wagen
En de ander die komt gaen
Sy roepe dat gaet na Wedde Wedde Wed
Tavond kom ik niet te bedde bedde bed
Fal la la, di da da, Etc.O Wed ik moet u prijsen
Gy zijt so wijd vermaert
En ook veel eer bewijsen
Hier is veel volk vergaert
Den eene koopt een karten of teen
den ander koopt een paert of een zwijn
Fal la la, di da da Etc.Spinwielen en wastobben
Die zijn hier ook te koop
Luywagens om te schrobben
Sa jonge luyden loop
Een ander roept: koop noten of koek
Meysjes houd op u schorteldoek
Fal la la, di da da, Etc.Hier lopen ook veel smousen
Met brillen, kam en lak
En velinks met de kousen
Om beenen, toon en hak,
Wie tast er om een oortje of duyt
Een hen of een haen of een gansje of een fluyt
Ja altijd heb je wat, ja altijt heb je wat
Voor een duyt een hond of een kat.Een oud wijf zonder schromen
Van honderd sestien jaer
Is hier te markt gekomen
Al met een Drentse kaer
’t Was tussen Blehamster meulen en Winschoot
Daer vielse van boven in de sloot
Haer billen waren nat
Haer billen waeren nat
Als een versopen kat,Men ziet de jongmans lopen,
Met meysjes aen haer zy
Om een kermis te koopen
Elk is van herten bly
En men danst en men springt tot Wedde Wedde Wed
T avond koom ik niet op bedde bedde bed
Fal la la, di da da, fal la la, di da da
Falder la la la.
Woordverklaringen:
poesel vleysje – zachte meisjeshuid
Benningwolde – Bellingwolde
jent – vgl. jenteg – slank, los, vlug en handig
komt gaen – komt aanlopen
karten – kaart?
teen – tyn of tiene, een vat voor melk of karnemelk
smousen – Duitse joden
lak – zegellak
velinks – Westfalers (met de indertijd bekende Westfaalse hosen)
oortje en duyt – kleingeld
Om een kermis te koopen – bedoeld zal zijn de kermiskoek (waar eerder al sprake van was).
Een naaktloper bij Slaperstil
Geplaatst op: 9 september 2013 Hoort bij: Hoogkerk 5 reacties“Reeds maandenlang werd de Friesche straatweg van de Dorkwerderschoo! af naar Slaperstil voor dames onveilig gemaakt door een exentriek jongmensch, die met slechte bedoelingen vrouwen en meisjes lastig viel. Lang was er op geloerd hem op heeterdaad te betrappen, reeds werd een verkeerde aangehouden. Bij onderzoek en confrontatie met een vrouw, die door den naaktlooper was lastig gevallen en achtervolgd, bleek men een onschuldige te hebben vastgehouden.
Maandagavond 10 uur kreeg men echter den rechten schuldige in handen. De veldwachter J. v. d. Werf werd gehaald en deze ging met den verdachte W.S., een 19-jarlge schildersgezel uit Groningen, naar de vrouw van R. v. d. Vaart te Kostverloren, die hem herkende als haar belager. De jonge man legde een volledige bekentenis af en werd gevankelijk naar Groningen getransporteerd. Vijftien keer had hij de exentrieke handelingen uitgehaald. De rust onder de bewoners van Slaperstil is weergekeerd.”
Bron: de Telegraaf van 12.11.1908.
Commentaar:
In eerste instantie dacht ik dat een student de bosgod Pan uithing, daar bij Slaperstil, wat vooral ook kwam door het gebruik van het woordje exentriek, al in de eerste regel. Maar het vooroordeel zette weer eens op een verkeerd been. Het bleek een schildersgezel, waarbij je je dan afvraagt hoe je dat schilder moet duiden.
Hij moet het best koud hebben gehad in zijn blote tokus, op die vlakte in november.
De laatste regel van het bericht is mijns insziens onbetaalbaar, omdat de wederkerende toestand buitengewoon voldoet aan de verwachting, gewekt door de plaatsnaam.
Hoe Broekema zich presenteerde (I) Jannes de Vries
Geplaatst op: 7 september 2013 Hoort bij: Kunsten, Stad toen 5 reactiesVandaag arriveerde vanuit Drachten dit boekje, dat ik via Marktplaats kocht:

Niet dat het in het boekje zelf staat, maar deze uitgave van de Groninger stoomkoffiebranderij en theehandel Fa. P. Broekema dateert van november 1928. En het aardige is, dat Ploeg-kunstenaar Jannes de Vries het omslagontwerp en de tekeningen maakte.
Van Jannes de Vries is bekend dat hij er grafisch reclamewerk naast deed. Zo zegt de Wikipedia momenteel over hem:
Zijn deeltijdbaan als tekenleraar verschafte hem onvoldoende financiële middelen en de opbrengsten van zijn schilderijen waren niet genoeg om het tekort aan te vullen. Zijn activiteiten op het vlak van illustratie- en reclamewerk waren zo succesvol dat hij zich liet bijstaan door freelance medewerkers. Het ‘Bureau J. de Vries Ontwerper’ werd bekend door de ontwerpen voor blikverpakkingen van Tjoklat, Red Band pastilles en F. Broekema (koffie en thee). Daarnaast werd hij in opdracht van verschillende uitgeverijen boekbandontwerper. De inkomsten uit deze activiteiten verschaften Jannes de Vries de middelen om in 1937 een zomerhuis in Hooghalen te laten bouwen. Het ontwerpbureau was tot in de jaren 60 van de vorige eeuw actief. Van het werk is overigens weinig bewaard gebleven.
Dat ontwerpbureau heb ik niet in het handelsregister terug kunnen vinden. Ook adverteerde het niet in de krant. Ik weet ook niet of dat noodzakelijk was voor iemand in deze branche. Hoe dan ook, aan de hand van dit ene ontwerp voor Broekema kunnen we andere reclame-uitingen van de koffieproducent screenen op overeenkomstige stijlkenmerken.
Van de stoere letters op het boekomslag valt dan op, dat ze niet altijd uniform zijn. De a is nu rechts, dan links schuin afgesneden, de Z is nu afgesneden en dan weer niet. Ook de witdistributie is ongelijk: het gaat om handwerk. Heel kenmerkend zijn het driehoekje dat het verbindingsstreepje in de a vormt en de het drietal afgesneden horizontaaltjes van de e.
In een briefhoofd van Broekema uit 1932 vinden we deze stijl gemodificeerd terug: het driehoekje in de a is nu een neerwaarts neigend streepje met nauw zichtbaar haaltje, terwijl de leggertjes van de e niet meer uniform scheef afgesneden zijn. Het briefhoofd kent een letterlogo: P.B met een kop en schotel erboven. Ook hier lijkt het te gaan om handwerk, getuige bijvoorbeeld de beide m’s:

Oppervlakkig gezien lijkt het briefhoofd in zwartwit gecopieerd op een kwitantie, die bewaard bleef uit 1937. Maar de regelmaat is hier veel groter en frivoliteiten als bij de a hebben het veld geruimd, terwijl de kop en schotel zich loszongen van het letterlogo::

Het blijft natuurlijk de vraag of De Vries wel consequent in één stijl werkte.
Van het merk Café Noir, dat in 1927 voor het eerst gedeponeerd werd, was dit na de oorlog het etiket:

Er worden verschillende lettertypes gebruikt, waarvan de onderste, met het driehoekje in de a van Broekema, weer duidelijk verwantschap vertoont met dat op het boekje uit 1928. Werk van Jannes de Vries, zou ik zeggen. Vermoedelijk is dit Café Noir-etiket ook eerder rond 1930 ontworpen, dan na de oorlog.
Over het welbekende koffieblik van Broekema twijfel ik:

Het modernisme dat spreekt uit het boekomslag en het Café Noir-etiket, is in de vorm van de forse schreefloze letters zeker nog aanwezig in een advertentie voor koffiesurrogaat uit augustus 1940:

Deze advertentie citeert echter ook een veel ouder reclame-affiche, waarvan de belettering naar het zich laat aanzien, gemoderniseerd is:

Mocht iemand dit affiche overigens nog hebben, dan hou ik me aanbevolen voor een foto, want als het al bewaard bleef, is het uiterst zeldzaam.
Hoe meer de koffie verdrongen werd door surrogaat, hoe meer de nostalgie toesloeg. In deze advertentie uit 1941 is de a een ware retro-a, die met zijn slingertje verwijst naar een gangbare Jugendstil-a van voor 1920. En nog erger – de kraantjespot op de verpakking moet suggereren dat de smaak van de inhoud nog ouderwets is.

Op dit spoor ging de weinig stijlvaste Broekema na de oorlog door. Wel gebruikte de koffiebrander nog een tijdlang het letterlogo met de kop en schotel erboven, maar ik denk niet dat De Vries er toen nog bemoeienis mee had, want de kraantjespot bleek een blijvertje en in de jaren zestig keerde zelfs de aloude Witte Beer als beeldmerk terug. Maar daarover graag een andere keer.–
De achterlijke visclub van Woudrichem
Geplaatst op: 6 september 2013 Hoort bij: De actuele wereld 6 reacties
Dit uit Groningen afkomstige sluitzegeltje toont aan, hoe achterlijk de visclub uit Woudrichem is, die recht op al het viswater in de omgeving heeft, maar vrouwen uitsluit voor het lidmaatschap en er zelfs geen statuten aan wil uitdelen.
Het zegeltje dateert van ongeveer 1910, toen de Woudrichemse visvereniging haar misogyne statuten kreeg. Het maakt duidelijk dat vissen toen al heel normaal was voor vrouwen.
De Hoop, zoals die visclub ondanks haar hopeloosheid heet, voert geen enkel ander argument aan voor het weren van vrouwen, dan de traditie. Het lijkt me dat tradities die nergens anders op gebaseerd zijn dan op hun eigen voortbestaan, maar beter meteen afgeschaft kunnen worden.
Koekebakker trots op akkedemie
Geplaatst op: 5 september 2013 Hoort bij: Stad toen 1 reactieOud kaartje op de kop getikt met een ingekleurde tekening van het Groninger academiegebouw:

De tekening is niet helemaal geslaagd, het academiegebouw lijkt qua toren en rechtervleugel zo plat, dat hij uit een bouwplaat lijkt te komen. Daarentegen springt de linkervleugel juist te ver vooruit. Maar deze feilen neem ik voor lief dankzij de precisie in details en vooral ook de gebruikte kleuren.
Het prentje zat ooit ingevoegd bij een verpakking koek van koekebakker Klaassens, uit het Herestraatgedeelte ten zuiden van het Zuiderdiep:

Dat viercijferige telefoonnummer werd in elk geval van 1906 tot 1941 gebruikt. Door de gebruikte terminologie (honig i.p.v. honing), spelling (cartons, telephoon) en de vormgeving van het kader, denk ik eerder aan de eerste helft van die periode dan aan de tweede helft.
Voor de leek lijkt het Groninger academiegebouw wellicht oud, dankzij de neo-renaissance bouwstijl waarin het opgetrokken is, maar het dateert feitelijk van 1909. Toen koekebakker Klaassens het kaartje bij zijn koek voegde, was het academiegebouw dus nieuwbouw. Dit gevoegd bij de optimistische kleuren van het kaartje levert op, dat Klaassens – en waarschijnlijk vele Groningers met hem – maar wat trots was op de architectonische aanwinst, en de toekomst van de universiteit zonnig inzag.
Rondje Leek
Geplaatst op: 4 september 2013 Hoort bij: Ommelanden 9 reactiesBij de Kerkweg vanaf de brug over het Hoendiep naar Oostwold – dit zou een voorjaarsplaatje kunnen zijn, ware het niet dat het september is. Die boom heeft zo weinig blad gedragen, dat ze haar langste tijd zal hebben gehad:

Een kluster kattestaarten in de sloot:

Ze zijn begonnen aan de kap van de beuken bij het volgende gedeelte Nienoordlaan. Blijkbaar blijven er bij Midwolde ook nog wat bomen staan, die beschermd moeten worden tegen het houthakkersverkeer:

Vanaf een zijweg over het landgoed kwam ik er niet bij. Die liep hierop dood:

Een zo te zien gezonde boom.
Daarom terug en even gekeken bij een oude grassilo:

Het beukenlaantje bij de camping:

Tussen Leek en Roderwolde: pootjebaaiende kievieten:

Een zilverreiger in de Onlanden:

Schedellichting voor een fietsmachine
Geplaatst op: 2 september 2013 Hoort bij: Stad toen 1 reactie
Nieuwsblad van het Noorden 7 augustus 1896.
Gevleugelde auto
Geplaatst op: 1 september 2013 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Blikken kinderspeelgoed, begin jaren vijftig. Volgens de eigenaar zat oorspronkelijk een propellor op de neus. Hij wil graag weten naar welk merk deze wagen gemodelleerd is. Weet iemand dat toevallig? ‘Auto met vleugels’ levert heel andere, veel modernere zoekresultaten in Google op.
Vervolg:
Met dank aan Lucas de Vries en Canon Rick is razendsnel bekend waar dit speelgoed vandaan kwam. Het betreft een Blomer & Schüler nr. 500 Aero-Car, die ca. 1950 gemaakt werd in de Amerikaanse bezettingszone van Duitsland. Als je het interne mechanisme met een sleuteltje opwond, kon de wagen twee dingen doen, al naar gelang het schakelaartje aan de onderkant aangaf: je kon hem als een normale auto vooruit laten rijden op de grond of je kon de vleugels tevoorschijn brengen en de propellor laten draaien.
Syrië: niets doen is helaas geen optie meer
Geplaatst op: 1 september 2013 Hoort bij: De actuele wereld 4 reactiesIk had een provocerende tweet in gedachten:
Dezelfde discussie als nu over Syrië werd in 1943 gevoerd over de gaskamers. Ook toen viel hard bewijs moeilijk te leveren.
Vervolgens ga ik nadenken en struikel ik al over het eerste woordje van deze stelling.
Ja, het is in meerdere opzichten dezelfde discussie. Er lagen indertijd best wel getuigeverklaringen. Ook luchtfoto’s gaven sterke aanwijzingen. Maar het ultieme, harde, overtuigende bewijs dat de Duitsers door middel van gas op massale schaal joden, zigeuners, homo’s etc. vernietigden, vond men in 1943 evenmin geleverd. Dat kwam er pas met de bevrijding van Polen.
Een verschil tussen beide situaties is, dat nu toch wel buiten kijf staat dat er gifgas gebruikt werd. Ook lopen beide situaties uiteen in het toeschrijven van de verantwoordelijkheid. Indertijd was de dader vrij eenvoudig te identificeren, terwijl er nu enige twijfel bestaat over de herkomst van het gas en daarmee over de verantwoordelijkheid van Assad. Waarbij ik in het midden laat of die twijfel nu zo redelijk is.
Indertijd waren de naties die een eind aan de inzet van gifgas konden maken, allang in oorlog met de daders. Het harde bewijs voor genocide zou wat dat betreft niets uitmaken, het had alleen de richting en het tempo van de oorlogsinzet kunnen beïnvloeden. Waar de massamoord toen ‘slechts’ een strategische beslissing vergde, is het besluit nu principiëler van aard: oorlog ja of nee (ook een ‘eenmalige’ politionele actie of een strafexecrcitie is een oorlogsdaad).
Maar goed, wat praten we. Eigenlijk had al veel eerder ingegrepen moeten worden. We wisten allang dat Assad ultiem schorum is en door het te lang met hem aan te zien, lieten we het veld aan ander schorum: de diverse jihad-fascisten, die eigenlijk net zo graag gifgas zouden willen gebruiken.
Bij de principiële beslissing erop te slaan of niet, mag ook wel even in overweging worden genomen dat niets doen een de facto toelating van gifgasgebruik in de toekomst betekent. Het hek is dan van de dam: beide partijen zullen zich bedienen dit soort ‘strijdmiddelen’. Er gebeurt immers toch niets overtuigends tegen.. Alleen maar verontwaardigd gepraat.
Hoe langer deze smerige oorlog duurt, hoe meer we ons achter de oren zullen krabben dat er niet eerder ingegrepen is.
Veeg dus de trap maar van bovenaf schoon en sla eerst die Assad de kop af en maak daarna de jihad-fascisten onschadelijk. En hoop en bid dat er dan nog democratische krachten in dat land over zijn gebleven.

Recente reacties