Individualistische waterbeheersing
Geplaatst op: 18 april 2014 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk, Stad toen 2 reacties“De laage landen onder Groningen staan doorgaans van het begin van november, of somtyds nog vroeger, tot aan april, ook wel laater, onder. Dat veel afhangt van de menigte van den gevallen regen; doch voornamentlyk van de westewinden, die den afloop van het water beletten; en de oostewinden, die het spoediger ontlasten. Terwyl men op zeer veele plaatsen de opdrooging als aan het geval (= toeval HP) overlaat. Want op weinige plaatsen heeft men tot de ontlasting gemeenschappen en goede molens; maalende doorgaans ieder landman voor zich zelven met slegt gereedschap maar tot 2 voeten. Men heeft molens tot 3 en een half, hetgeen men meent het uiterste te zyn.“
Met andere woorden: bij Groningen liet men in de achttiende eeuw de lage landen gewoonlijk van november tot april onderlopen. Soms begon dat al in oktober, soms eindigde het zelfs pas in mei, wat vooral afhing van de windrichting en de mogelijkheid om via de zijlen naar zee te spuien. Slechts hier en daar waren er collectieve molenpolders, met grote molens. De meeste boeren maalden slechts voor zichzelf met kleine molentjes.
Bron van het citaat: Iman Jacob van den Bosch, ‘Natuur- en geneeskundige verhandeling van de oorzaaken, voorbehoeding en geneezing der ziekten uit de natuurlyke gesteldheid van het Vaderland voortvloeijende’, in: Verhandelingen uitgegeeven door de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, Deel 18 (Haarlem 1778) pag. 316.

En heerste er dan ook malaria, zoals hier bij Marburg, waar de rivier nog tot ver in de negentiende eeuw door moerasland werd omgeven?
Ja, malaria kwam hier (als derdendaagse koorts) redelijk vaak voor. Een enkele keer was er een grote uitbraak: de Groninger ziekte van 1826, die eentiende van de bevolking hier naar het graf voerde:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Groninger_ziekte
Die malaria-uitbraak hing samen met een bepaalde muggensoort die houdt van brak water. In 1825 was er een overstroming geweest, die dat in ruime mate achterliet.