Een klootschieterij in Beerta

Klootschieten NH gem. Beerta 17

Diaconieboek Beerta, ontvangst op 30 januari 1753:

“Van Febe Peters vereert vant gewonnen gelt van ’t kloot scieten, 1-10-0”

Klootschieten gaat de laatste anderhalve eeuw  door voor een Twentse bezigheid of sport, al is deze in Drenthe geintroduceerd, maar zo rond 1500 werd deze wel degelijk ook in Holland, Friesland en andere Nederlandse gewesten beoefend, zodat het eigenlijk een veel universeler amusement betrof, dat slechts in Twente overleefde. Klootschieten is als het ware het broertje van het kaatsen, lang geleden nog algemeen in de Nederlanden, maar nu voornamelijk in Friesland gangbaar.

Dat wetende, kijk je toch verrast op als je een klootschieterij tegenkomt in het diaconieboek van Beerta. In januari 1753 zijn daar een paar partijen bezig geweest om hun loodverzwaarde houten ballen zo ver mogelijk van zich af te werpen op de stijf bevroren grond. Het was een wedstrijd om geld, een daalder van de inleg ging naar de Beertster armen.

Eerder kwam ik eens zo’n melding tegen in het diaconieboek van Termunten, rond 1800. Helaas ben ik de notitie ervan even kwijt, maar in Termunterzijl schoot men in een halve eeuw later nog steeds kloot, getuige een krantenbericht, dat de bezigheid met de alternatieve naam balschieten aanduidt:

Den 21sten had teTermunterzijl een wedstrijd plaats in het balschietren, om eene zilveren tabaksdoos tot prijs en een gouden vingerring tot premie. Vijftien uitmunters in die kunst betwistten elkander de overwinning; terwijl eindelijk de prijs werd behaald door T.J. Blink van Lesterhuis en de premie door H.W. Dallinga van Termunten.

In Duitsland schijnt Oost-Friesland de evenknie te zijn van Twente, qua klootschieterij. Daar heet(te) het klootschieten net als in Termunten balschieten. Vond een aardige beschrijving in een Veendammer Courant van 1886, waarin aan het eind de vraag gesteld werd:

Wat heeft intusschen de provincie Groningen van dezen aard?

Blijkbaar was het spel tegen die tijd hier al niet meer bekend. Dat de laatste meldingen uit de omgeving van de Eems en de Dollard komen, hangt vast samen met de persistentie in Oost-Friesland.


10 reacties on “Een klootschieterij in Beerta”

  1. Dank! Weer wat geleerd. In dit geval dat een tweetal sporten waarvan ook ik dacht dat ze altijd al Twents resp. Fries waren, oorspronkelijk veel breder verspreid waren.

  2. groninganus schreef:

  3. De vraag is natuurlijk of dit spel vroeger net zo gespeeld werd als nu. De kruisvormige metalen vulling van de ballen schijnt archeologisch vaker te zijn gevolden. Maar Noordelijk Archeologisch Depot Nuis heeft ook een stenen (marmeren) balletje, gemodelleerd naar leren ballen, in 1860w gevonden bij Finsterwolde op het wad.

    http://www.nadnuis.nl/#4e9f2f95-fa8f-4d3b-9ab7-887e20938370

  4. En inderdaad heeft NAD minstens negen skeletten van klootschietballen uit de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd, daarnaast een complete bal uit Dokkkum. Verder minstens vier kloten en klootjes uit Groningen, Dokkum en Stavoren met loodvulling, bijn 200 keramiek balletjes, meest geglazuurd uit de 16e of 17e eeuw en ook ouder spul, zelfs Romeins.

  5. (Dat was één keer Dokkum te veel). Nog even mijn aantekeningen geraadpleegd. De kleine stenen balletjes zullen voor kolven zijn gebruikt.

    Klootschieten gold in de 19e eeuw als oud-Nederlandse sport, sinds men ontdekte dat Albrecht van Beieren in 1392 klootschietbanen bij Haarlemmerhout liet aanleggen. Ook de overwinteraars op Nova Zembla probeerden met klootschieten dooi te blijven.

    In Noord-Groningen was het rond 1860 volgens Rembertus Westerhoff al helemaal niet meer bekend. Hij schreef een artikel over de veelvuldig gevonden loden vullingen: ‘Iets over de zoogenaamde lode kruiskogels’. https://books.google.nl/books?id=oNtJAAAAMAAJ&pg=PA248

    Daarentegen werd klootschieten in Oost-Groningen rond 1900 nog volop bedreven op het ijs, waar het bekend stond als ‘balen gooien’. In Duitsland was het niet alleen verbreid in Ostfriesland en Jever, waar het net als het kaatsen in Fryslân in de 18e en 19e eeuw een regionale cultus werd. Ook aan de kust van Sleeswijk-Holstein, met name in de Wilstermarsch, waar het nog altijd bekend staat als ‘Booßeln’; het houden van een ‘Boeßelbahne’ wordt al vermeld in 1622. Het gebeurde bij voorkeur bij vorst als het hele land veranderde in een grote klootschietbaan. De winnaar werd soms ‘koning’ genoemd.

    Bij een grote wedstrijden liep het dikwijks uit de hand, vanwege de vele weddenschappen en vechtpartijen tussen dorpen. In het Jeverland volgde daarom in 1755 een verbod, uit Garmssiel is een zilveren prijslepel uit 1769 bewaard gebleven en in Wittmund kwam het vanwege mislukte weddenschappen in 1833 tot een compleet oproer. Ambtman Toel lukte het niet met zachte hand de gemoederen te sussen: “Im Namen des Großherzogs!” “Wat geiht uns jo Großherzog an? Wi hebbt ‘n König!” “Riet’ doch den Kirl den Pans up!” Toen riep hij maar de dragonders in, die de baan met blote sabel schoonveegden.

  6. PS dat van die koning schreef ik even te snel, klopt denk ik niet,


Geef een reactie op Frank van den Hoven Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.