Spokerij op Dalerveen

Drost en Vierentwintigh Etten der Landschap Drenthe
Also sedert eenigen tijd voor een gerugte in deze Landschap is gespargeert alsof het op Dalerveen spookte, en wij geïnformeert sijn geworden dat de vilder wonende op De Haar met namen Pieter Hindriks dit gewaande spook heeft gemaakt of angerigt –
Hebben wij goedgevonden mits desen te gelasten de capitain geweldiger C. van Elferen om sig ten spoedigsten in alle secretesse te begeven na De Haar, de voorschr[even] Pieter Hindriks in apprehensie te neemen en vervolgens denselven secuur na Assen ter gevankenisse over te brengen, gelastende mits desen  de scholts van Sleen L.L. Huisinge en desselfs pander om den Capt Geweldiger tot verrigtinge van dit exploict in allen delen behulpsaam te sijn.
Actum Assen den 4 julij 1752.
Ter ordonnantie van de Heeren voorschreven
/get./ J. Kymmel
1752

Nauwelijks twee weken later velt de Etstoel het vonnis:

Also de gedetineerde Pieter Hindriks van De Haar in de markte van Ermen alhier ter gevankenisse is gebragt op sware praesumptie dat hij sedert eenigen tijd spokerij op Dalerveen hadde aangerigt, en daartoe van anderen sou wesen angeset, waarover de gedetineerde gehoord, alhier ter vergaderinge heeft geconfesseert dat hij op den 4 febr. 1752 des avonds in donkeren met sijn snaphane in het veld was geweest en eenige malen het kruid van de panne hadde laten branden, dog dat sulks met geen quaad opset gedaan hadde, ook sonder inductie of aanradinge van een ander, verders versoekende genade en dat het hem mogte werden vergeven.
Waarover gedelibereert sijnde.
Hebben Drost en Vierentwintigh Etten verstaan dat de gedetineerde Pieter Hindriks voor dese reijs uit de gevankenisse sal worden gerelaxeert, en dat hem in serieuse termen sal worden aangesegt om sig inkomstig te onthouden om des avonds of ’s nagts bij sijn huis of in het veld eenig vuur of ligt te maken met een snaphane of op een ander wijse, bij poene, dat so hij daarvan overtuigt mogte worden, alsdan swaarder sal worden gestraft.
Dese sententie is de gevangen Pieter Hindriks in collegio voorgelesen op den 17 julij 1752 en ten gevolge voorschreven sententie aan hem een ernstige waarschouwinge gegeven. Quod attestor.
/get./ J. Kymmel
1752

Bronnen: Etstoel 14 deel 50 folio 139, 4 juli 1752 [scans 275 en 276] + zelfde deel folio 183vso en 184 [scana 264-265].

Toelichting: de bedoeling van de vilder (beestenhuidenaftrelkker) was kennelijk om met het vuur op de pan van zijn snaphaan (geweer) een lichtverschijnsel in het leven te roepen, dat men associeerde met een glènde (gloeiende) kerel, d.w.z. een kerel die vanwege zijn zonden na de dood geen rust kon vinden en daarom zwervend over het heideveld passanten verontrustte. De heren stuurden er hun oppercipier op af, die de vilder met hulp en een schulte en pander arresteerde en naar Assen overbracht. Daar heeft de vilder een mooi poosje in het hondengat of de gevangenis mogen vertoeven. Hij kwam er met een berisping vanaf. Helaas zijn de procesdossiers van de Etstoel nog niet online, anders was er wellicht nog wat meer informatie te vinden.


One Comment on “Spokerij op Dalerveen”

  1. ydenaar schreef:

    Konden gewoon niet tegen een geintje, die Dalerveners. 😉


Geef een reactie op ydenaar Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.