Paal en perk aan klokgelui

Bij het vorige stukje, over het illegale klokluiden te Lagemeeden op Prinsjesdag, vroeg ik me af hoe dat vòòr de Bataafse Revolutie van 1795 geregeld was. Wat betreft de orangistische Ommelanden kon ik het niet vinden, maar het stadsbestuur had er in 1789 paal en perk aan geteld in de even orangistische stadsjurisdicties.

Dat voorts de aangestelde klokluider zal hebben den klokke te luiden op de verjaardagen van Zyne Doorluchtige Hoogheid, den Heere Prince Erfstadhouder, en Mevrouw de Princesse van Orange in drie posen, als ’s morgens van agt tot negen uur, ’s middags van twalv tot één uur en ’s avonds van vyf tot zes uur

Aldus de klokluidersregeling voor de stadsjurisdicties (Gorecht en Sappemeer, de beide Oldambten) die uitgevaardigd werd op 20 juli 1789. Lettend op het jaar, zo vlak na de Oranje-oproeren van najaar 1787 tot in het voorjaar van 1788, moet de regeling (mede) ingegeven zijn door het gebruik van de dorpsklok in deze contreien als middel tot alarmering en oproeping van oranjeklanten. Die reden noemt het stuk echter wijselijk niet. Wel maakt het gewag van

het geweldig en ongestadig trekken der klokken in de Stadsjurisdictiën, ’t welk door de nabuuren geschied [die] daartoe dikwyls onkundige gebruiken en waardoor meermaalen de klokken kwamen te bersten, die dan hergooten moesten worden.

Dat laten hergieten van klokken kostte nogal wat geld. Vandaar dat de kerkvoogden in ieder kerspel een officiële klokkenluider moesten aanstellen, die voortaan nog als enige de klok mocht luiden bij overlijdens, begrafenissen en  ceremoniële gelegenheden. Bij een overlijdensgeval van iemand, ouder dan 12 jaar, was dat een half uur in twee pozen ’s morgensvroeg om acht uur, wat dan enkele dagen later onmiddellijkvoor en na de begrafenis herhaald werd. Hier verdiende de klokluider zelf 6 stuiver mee, te betalen door het sterfhuis, terwijl de kerk er 3 kreeg.  Bij een jonge dode was dat tarief gereduceerd tot respectievelijk  4 en 2 stuivers, terwijl de luidperioden gehalveerd waren tot een kwartier op zowel de sterf- als de begrafenisdag.

Naast de Oranje hoogtijdagen werd er nog voor Groningens Ontzet geluid, hier op het platteland te vieren op de eerste zondag na de 28e augustus. Geluid wed er dan tussen 5 en 6 uur ‘s middags. Voor de rest bleef alles bij het oude.

De kerkvoogden moesten dit reglementje stipt laten uitvoeren en nakomen en er vooral voor zorgen dat geen onbevoegden nog aan de klepeltouwen hingen.


One Comment on “Paal en perk aan klokgelui”

  1. […] Paal en perk aan Gronings klokgelui. […]


Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.