Burgemeesterszoon slaat hand aan zichzelf
Geplaatst op: 21 mei 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 4 reactiesDe Provinciale Drentsche en Asser Courant (PDAC) bracht het bericht uit Peize, van twee dagen eerder, nog wel zo zeker. Op 9 november 1852 schreef de krant:
“Volgens geloofwaardige berigten, hier van Hoogkerk ontvangen, heeft de zoon van den Burgemeester aldaar, zich, door de hals aftesnijden, van het leven beroofd. Hij heeft dit juist op zijn verjaardag volvoerd; hij is een jongeling tusschen de twintig en dertig jaren; de oorzaak van dezen zelfmoord wordt toegeschreven aan de weigering, om te mogen verkeeren met een meisje, hetwelk hij beminde.”
Maar in de volgende editie, van 11 november, moest de PDAC met een erratum op het bericht terugkomen. Want er zat een een kolossaal abuis in:
“In het vorig n° hebben wij medegedeeld, dat de zoon van de Burgemeester van Hoogkerk zich om het leven zou hebben gebragt; dit moet zijn Noorddijk.”
De Burgemeester van Noorddijk was, getuige Alle Groningers, een Jacobus Veltman. Die fungeerde weliswaar, zoals te doen gebruikelijk, tevens als ambtenaar Burgerlijke Stand, maar schreef geen overlijdensakte voor zijn zoon in. Ook een plaatsvervanger deed dat niet.
Wel plaatste Veltman een overlijdensadvertentie in de Groninger Courant van 9 november:
“Heden overleed, tot hittere droefheid van mij en verdere Betrekkingen, mijn innig geliefde jongste Zoon , GERRIET, in den ouderdom van 28 jaren. Noorddijk , 4 November 1852. J. VELTMAN.”
De overlijdensakte bleek opgemaakt in Groningen. Veltman junior stierf dus in de stad. Hij bleek 28 jaar oud, in dat opzicht klopte het eerste bericht in de PDAC dus wèl.
Ook in een ander opzicht klopte dat bericht. Veltman junior overleed inderdaad op zijn verjaardag, zo blijkt bij raadpleging van zijn Noorddijker geboorte-akte.
444 jaar Slag bij Heiligerlee
Geplaatst op: 20 mei 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Ommelanden 3 reacties
Heb net met genoegen Noordmannen gehoord, op lokatie in Heiligerlee, waar de slag van 444 jaar geleden door de inwoners nagespeeld wordt en Lammert Doedens rugzakgast was.
– Gastheer Okkie Smit: “Historicus op hol” (toen Lammert inderdaad even te ver doordraafde).
– Sidekick Alex Vissering: “Drokke boudel was dat aignlieks” (droog komieke opmerking nadat Lammert de dertien zusters van de Vader des Vaderlands releveerde).
De Noordmannen weten getuige hun opmerkingen en vragen niet zo vreselijk veel van geschiedenis, of hebben er zelfs niet zoveel mee op (getuige Smits belegen mop “histericus” ter aanduiding van onze nobele professie) maar de gangbare meningen die er ingebakken zaten waren wel weer erg leerzaam.
Zo leeft de laatste oorlog veel meer voor Vissering dan de Tachtigjarige, omdat er “meer betrokkenheid” is. Die betrokkenheid impliceert welhaast morele vragen. Bij veel mensen vormen die een onmisbaar ingrediënt van de historische behoefte.
Er bestaat ook een tegenovergestelde vraag, die naar het vreemde, het onnavolgbare, het buitennissige. Daar heb ik persoonlijk iets meer mee.
De man achter Vredewoldius
Geplaatst op: 9 mei 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 5 reactiesHet raadsel wie er achter het pseudoniem Vredewoldius zat, is opgelost.
Ik vertelde collega Geert Braam vanmiddag over Vredewoldius’ stukje over de Pinkstermarkt van Leek, en dat daarin de dansmeester Jan Randel figureerde.
Kwam een deel van de info in dat stukje mij al een beetje bekend voor, omdat ik wel eens een logje over Jan Randel zijn Zeuvenhuuster dans geschreven heb, de echte Randel-kenner Geert deed wat ik over het stuk vertelde sterk denken aan een passage in het boek van meester Cornelis Reijntjes over Zevenhuizen.
Op Alle Groningers vond ik vervolgens aanwijzingen dat Vredewoldius het pseudoniem van meester Reijntjes was. Net als Vredewoldius kwam Cornelis Reijntjes uit Hoogkerk, waar zijn vader kastelein was, zoals blijkt uit de huwelijksacte van 1874, toen Reijntjes zelf al werkte als hoofdonderwijzer in Zevenhuizen. Daar in Zevenhuizen zou hij in het najaar van 1915 overlijden. Niet alleen komen Hoogkerk en de omgeving van Zevenhuizen vrij prominent voor in de Nieuwsblad-serie van Vredewoldius, ook wordt die serie vlak voor het overlijden van Reijntjes afgesloten.
Definitief uitsluitsel kreeg ik door dit bericht in het NvhN over Reijntjes’ overlijden:
“Uit Zevenhuizen bericht men ons, dat de heer C. Reijntjes, oud-hoofd der school aldaar, overleden is. Als mensch en ambtenaar herdenkt een zijner vrienden hem in dit blad; wij willen daaraan nog een enkel woord toevoegen en hem herdenken als een onzer oudste medewerkers. Niet alleen is hij jaren lang correspondent van ons blad geweest, maar ook verscheen van zijne hand een reeks van schetsen uit Vredewold. later uitgestrekt tot de omgeving, waarin hij niet alleen zijn groote kennis der lokale historie toonde, maar tevens de cultuurgeschiedenis dezer streek beschreef als iemand, die daarvan meer dan een halve eeuw getuige is geweest. Hij heeft aan den vooruitgang van het Zuidelijk deel van het Westerkwartier een zeer groot aandeel gehad, er voor gewerkt op velerlei wijzen, en niet het minst met de pen. Zijn nagedachtenis blijft.”
(De cursivering is van mij.) Het In memoriam door zijn vriend, dat ter sprake komt, meldt dat Reijntjes even voor zijn dood om zijn ontslag vroeg. “Hij streed voor betere wegen en vaarten”, zegt die vriend, en: “Hij leidde het landbouwbedrijf in nieuwe banen”. Inderdaad belangrijke onderwerpen in de serie door Vredewoldius!
Intussen heb ik nu 32 van de 56 stukken in diens serie gevonden. Eens kijken of er een becommentarieerde bronnenuitgave in zit. Sommige stukken zijn een beetje cliché, maar er zitten ook juweeltjes tussen, en dan doel ik vooral op de stukken waarin Vredewoldius/Reijntjes zijn eigen herinneringen heeft verwerkt.
Nieuwsblad nu compleet op internet
Geplaatst op: 8 mei 2012 Hoort bij: De actuele wereld, Geschiedenis, Media Een reactie plaatsenGoed nieuws. Zonder veel ruchtbaarheid is de KB Krantenbank aangevuld. In elk geval staan er vandaag opeens jaargangen van het Nieuwsblad van het Noorden op, die er tot nu toe aan ontbraken, zoals 1888-1910, 1954-1956 en 1965-1967. Daarmee lijkt het Nieuwsblad nu helemaal compleet op internet te staan. De leggers van 1888 tot 1968 dus bij de KB, die van 1968 tot 2002 bij de Krant van Toen.
Een hoeraatje waard: Hoera!
Zo, en nu gauw verder sneupen.
Naschrift, uurtje later:
Blijkt er toch nog een aantal jaargangen te ontbreken. In elk geval uit de jaren 1890. Nou ja.
Boekweitcultuur bedierf meidagen
Geplaatst op: 7 mei 2012 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen“Maar — zooals we zeiden — men was toen in de periode van de boekweitcultuur. In het voorjaar werd de veenbodem losgehakt en nadat die droog was, gebrand in het begin van Mei, liefst bij eenigen wind. Dit veroorzaakte den bekenden veenrook, die ook nu nog voorkomt en die vele van onze schoone Meidagen bederft, al is die dan ook niet zoo erg meer als vroeger, toen het wel eens gebeurde, dat men vanwege al dien damp en smook zijn buurmans huis niet kon zien.”
Bron: Vredewoldius, Uit Vredewold en omgeving XLV, Nieuwsblad van het Noorden 28 maart 1914
Het klooster te Essen vlak voor zijn sluiting
Geplaatst op: 3 mei 2012 Hoort bij: Geschiedenis 13 reacties
Een schetsje van het klooster te Essen in 1568, het eerste jaar van de de Tachtigjarige Oorlog. Het grondplan, met een zich naar twee kanten toe vertakkende weg rond een gracht, lijkt wel zo’n beetje te kloppen. Van de gebouwen weten we zo goed als niets, maar ze worden voorgesteld als vrij laag. Toch ligt hier roofgoed, vandaar de versterkingen rond het klooster tegen plunderende geuzen en misschien ook wel muitende soldaten. Die verdedigingswerken vormen strategische informatie, evenals de brug over het Schuiten- of Winschoterdiep achter het klooster, en het hoornwerk aan de overkant van het diep.
Deze tot nu toe onopgemerkt gebleven schets mag nu eens met recht uniek heten, want het is werkelijk de enige tekening die we hebben van het klooster Yesse in zijn geheel. Ze is te vinden op een militaire kaart van Groningen, die verder niet super precies is en die deel uitmaakt van de atlas van Pierre le Poivre. Deze atlas geeft een beeld van militaire gebeurtenissen uit de periode 1560-1620. Onlangs heeft de Koninlijke Bibliotheek van Brussel hem integraal op internet gezet. Nieuwsgierig? Ziehier–
De navigatie ging mij eerst eerst wel wat moeizaam af. Bladeren doe je hetzij via de pijltjestoetsen vlak boven hetzij via de schuif onder de thumbnails. Na het opplussen van en inzoomen op een kaart kan je eroverheen navigeren met het groene vierkant linksboven of het handje onderin links. De kaart met het klooster Essen erop is de rechterpagina op scan nummer 13. Ook de scans 14 en 15 betreffen de stad Groningen en omgeving. Ze laten onder meer de dwangburcht zien, die Alva in 1569 voor de Herepoort liet bouwen.
Meer over Essen op dit weblog:
- Het veldnamenlandschap van Essen
- Esser veldnaam Kloes wijst op kluizenarij
De fresco’s van Woldendorp
Geplaatst op: 29 april 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Kunsten, Ommelanden 5 reactiesGister bij de presentatie van Geschiedenis Woldendorper kerken, het boek van Albert Haan, uiteraard ook even naar boven gekeken, want op de gewelven van de hervormde kerk van Woldendorp zitten schilderingen uit de 13e, 14e eeuw. Deze kwamen tevoorschijn toen het kapotgeschoten en uitgebrande godshuis na de oorlog gerestaureerd werd.
Christus als heerser, met de symbolen voor de vier evangelisten om hem heen:

Koningsfiguur:

Maria met kind:

Krijger met kletsie, behorend tot een voorstelling van de strijd tussen Goed en Kwaad:

(Eenzelfde voorstelling, maar dan wat beter uit de verf komend, heb je ook in de kerk van Westerwijtwerd.)
Busboekjes en vormgeving
Geplaatst op: 13 april 2012 Hoort bij: Drenthe vrogger, Geschiedenis 1 reactie
Begin jaren vijftig twistten Drentse en Groninger busmaatschappijen om de verbinding Assen-Groningen en zo komt het dat dit antieke busboekje van de Drentse Auto-Bus Onderneming (DABO) bewaard is gebleven in een collectie documentatie bedrijven en instellingen bij de Groninger Archieven.
Het aardige van zulke dienstregelingen is de zeer tijdgevoelige vormgeving, niet alleen van de boekjes zelf, maar ook van het afgebeelde materieel. Vergelijk je deze omslag met die van een BraBeNa-dienstregeling uit hetzelfde jaar, dan vallen bijvoorbeeld de afgeronde vormen van de bussen op. Vijf jaar eerder waren de voorruitjes nog rechthoekig en liepen ze niet in elkaar over.
In 1963 fuseerden de DABO en de EDS tot DVM, en het mooie is dat de vormgever dat ook in beeld bracht op de DVM-dienstregeling van dat jaar. De oude naam DABO stierf overigens maar zo niet uit, zoals blijkt uit een bericht over de busstaking van zes maanden later. Ook van de DVM-busboekje uit 1982 is er nog een plaatje.
De gelinkte covers zitten in een serie dienstregelingen van Arthur-A op Flickr. Hier heb je deze collectie als slideshow. Van de verzameling maken tevens busboekjes van de Groninger Autobus-Dienst Onderneming (GADO) deel uit, zoals die van 1965 en 1981, de eerste met een modern-gestyleerd stadswapen, de tweede met een nostalgisch beeld van de Grote Markt noordzijde in Groningen.
De eerste tractor in het dorp
Geplaatst op: 13 april 2012 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties
“MIDWOLDA, 20 Juli. Hedenmorgen woonden we de groote ploegdemonstratie, op de landerijen van den heer A. Botjes, met de Mc. Cormick Deering Land-bouw-tractors (25 p.k.) bij. Zeker door de drukte op de boerderijen was de belangstelling vanmorgen niet groot, van namiddag was die heel wat beter.
Aan de machine is een tweescharige ploeg verbonden, die door het overhalen van hendels in en uit het werk kunnen worden geschakeld; de behandeling van deze tractor is zeer eenvoudig en gemakkelijk door één persoon te volvoeren. Bij de tweede omrit behandelde de heer Botjes reeds zelf de machine.
’t Geleverde werk was uitstekend, de voren werden flink gesneden, en de grond goed omgewoeld; volgens ooggetuigen zouden minstens 6 paarden dit werk niet kunnen doen. En vlug dat het ging! In flinken pas kon men de machine maar even bijhouden.
Ongetwijfeld zullen deze tractors een heele ommekeer in het landbouwbedrijf teweeg brengen, maar als altijd zal men zich aan den nieuwen toestand weten aan te passen, zooals vele veranderingen ons in den loop der tijden wel hebben geleerd. Vermelden we nog, dat leverancier van deze tractor is de Auto Mij Bakker te Groningen en de gehouden demonstratie met medewerking vam ‘den heer T.J. Blaauw, alhier, plaats had.”
Bron: Nieuwsblad van het Noorden 21 juli 1925.
Op weg naar de bevrijding van Groningen
Geplaatst op: 11 april 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Stad toen 4 reacties
De Canadese achterhoede op zaterdag 14 april 1945, als de bevrijding van Groningen haar tweede dag is ingegaan. Te zien is de Paterswoldseweg naar het noorden. Links op de achtergrond de tabaksfabriek van Niemeijer, het brandende pand rechtsachter was de kruidenierswinkel van coöperatie De Toekomst op de hoek van de Stephensonstraat.
Ik vond de foto, gemaakt door de Canadese legerfotograaf Daniel Guravich, op Faces of War, een beeldbank over de Canadese troepen in de Tweede Wereldoorlog. Het trefwoord Groningen leverde bij deze database 22 hits op, waaronder een soldaat die boeren hielp bij de graanoogst, een Josephine de Vries die met een Canadese militair trouwde, een peloton infanteristen dat voor het eerst sinds 24 uur een maaltijd krijgt en de aankomst van een half miljoen gratis sigaretten.
Faces of War bevat tevens beelden van een vuurgevecht bij het Oranjekanaal in Drenthe, een presenteert geweer! bij Hotel De Twee Provinciën te Paterswolde en de grote overwinningsparade te Eelde (23 mei 1945, vier stuks).
Engelse kaper legt duimschroeven aan
Geplaatst op: 10 april 2012 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieGister had de Dokkumer sneuper een stukje over Amelander schepen die in de jaren 1778 en 1795 door Engelsen werden gekaapt. Dankzij dat stukje herinnerde ik me uit de Groninger Courant een soortgelijk geval dat zich in 1779 voordeed. Ook daarbij ging het om een schipper De Boer, maar dan een Jan. Hij kwam wel vaker in de Groninger Courant voor, net als een Evert Jans de Boer (zijn vader of zijn zoon?), zodat ik aanneem dat het hier om schippers ging, wier thuishaven Groningen was.
Het bericht uit 1779 moeten we zien tegen de achtergrond van de Amerikaanse vrijheidsoorlog. In weerwil van een embargo, ingesteld door de Engelsen, brachten Nederlandse schepen allerlei goederen, ook wapens, naar de Amerikaansse rebellen. Daarom hielden de Engelsen regelmatig Nederlandse schepen aan op zee, en dat het daarbij niet al te zachtzinnig toeging, blijkt uit dit bericht:
“AMSTERDAM den 27 Juni. Kapitein Jan de Boer de Jonge welke van hier te Lisbon gearriveert is, en den 13 May 13 mylen N.O. van Heyzant door een Engelsche Kaper geattaquaerd wierd, meld dien aangaande het volgende: De gemelde Kaper dwong ons met de Papieren by hem aan boord te komen, en toen ik met 4 mannen aldaar kwam, ging eenige manschap (van de kaper, HP) met myn Jol weder naar boord, wel voorzien van Sabels en Pistoolen, maakte zig meester van de Kajuit, braken alles open en smeten de Kaas en verdere Eetwaaren tegen de grond, zy namen mede Vaatjes Boter, Koffy, Thee, Suyker, Wyn en al myn Klederen, alsmede van het Volk, sloegen ook de Kisten open en namen daar uit wat hun aanstond, zy namen ook mede al het Timmermans Gereedschap, benevens myn Horologie, Octanten, Graadstokken, al het Kajuitsgoed, Scheeps Touw en Yzerwerk en sloegen het volk (zijn bemanning HP) op een onmenschelyke wys. De Timmerman kreeg een houw met da Sabel in bet hoofd, op den Bootsman sloegen zy een Sabel aan stukken, de Matrozen waren alle met de bebloedde koppen, de Stuurman zetten zy scbroeven op de handen en lieten hem dus eenige uuren zitten, om te bekennen dat hy naar de West Indiën moest, vervolgens boden zy hem 200 Guinees zoo hy zulks wilde onderteekenen (met een ondertekende verklaring bekennen, HP). Voorts dwongen zy den Stuurman en het Volk 0m de Luiken open en opruiming te makeu, de Zakken met Tarw op het Dek te halen om by de (kisten met) Stukgoederen te komen, sloegen dezelven open, hakten de Kaasstelling aan stukken en namen lossen Kaas mede, en zoo zyn zy verscheiden malen met het Vaartuig aan en van boord gegaan.
Ik heb twee dagen op het Kaperschip doorgebragt, zy lieten my een Eed zweren dat ik naar Lisbon moest, wilden my dronken maken en boden 500 P. St. zoo ik wilde tekenen dat naar de West Indiën moest. Dog zulks met goedheid niet kunnende verkrygen, zetten zy schroeven op myn beide duimen en schroefdense zoo zwaar toe dat zy plat waren en my een onverdraaglyke pyn veroorzaakte. Geduurende deeze tortuur, dat wel twee uuren duurde, stond de Kaper Kapitein met de blooten Sabel aan myn hals, en de verdere Officiers deden mede sterke bedreigingen van my om het leven te zullen brengen, wanneer ik niet bekennen wilde dat ik naar de West Indiën moest. In deeze smertelyke omstandigheid moest ik den geheelen nagt doorbrengen, egter lieten zy my ’s morgens los en op den middag naar myn Schip toe varen. Daar komende vond ik alles in een elendigen staat, en ik en myn volk waren zoo afgemat dat wy byna niet is staat waren onze reis te vervorderen. Eindelyk zyn wy den 26 May alhier (in Lissabon HP) aangekomen, en hebben voor den Hollandschen Consul een Verklaring van het voorgevallene afgelegd.”
De verklaring van de Nederlandse consul in Lissabon zal bewaard gebleven zijn en mogelijk ook de in beslag genomen brieven die kapitein De Boer aan boord had. Misschien komen die in Engeland nog eens boven water.
Overigens was kaapvaart een erkende vorm van oorlogsvoering; kapers hadden een soort vrijbrief of machtiging van hun overheden om schepen aan te houden en goederen in beslag te nemen. Het ging dus om een soort uitbesteding van de oorlogsvoering aan particuliere ondernemers. Vaak behandelden die hun slachtoffers wel wat hoffelijker, dan in dit geval. Een dergelijk bericht als dit zal de politieke stemming aan onze kant van de Noordzee er niet bepaald anglofieler op hebben gemaakt. Eigenlijk is het te verwonderen, dat de Vierde Engelse Oorlog pas twee jaar later uitbrak.
NSB-insignes in hal Groninger Archieven
Geplaatst op: 3 april 2012 Hoort bij: Geschiedenis 2 reactiesVier woensdagochtenden achter elkaar komen er groepen scholieren naar de Groninger Archieven, waar ze lokale ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog spreken en voorwerpen en stukken uit de oorlog kunnen zien. Die stoffelijke herinneringen liggen in vitrines in de hal, op andere dagdelen ook te bekijken door de overige bezoekers.
Zo heb je er wat insignes van de NSB:

Het embleem van de Jeugdstorm, waarop dat van de PVV zo sterk lijkt (hoewel die club een hekel aan meeuwen zegt te hebben):

Speldjes van de Winterhulp:

En een helm die duidelijk maakt hoe het kon aflopen met iemand die zwoer bij dergelijke symbolen:

Het witte goud
Geplaatst op: 24 maart 2012 Hoort bij: Geschiedenis 5 reactiesDocumentaire van Piet Hein van der Hoek (2011) over de chilisalpeter, een soort kunstmest uit Chili die vooral de Veenkoloniën goed deed, voor de oorlog:
Helaas is het filmpje verwijderd.
Het patent van watermulder Wierts
Geplaatst op: 16 maart 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 1 reactie
Nog zo’n archivalische zeldzaamheid: een patent voor het mogen uitoefenen van een beroep, in dit geval anno 1809 verstrekt door de rechter van het Westerkwartier, die hierbij optrad als plaatsvervanger van een (afwezig) gemeentebestuur.
Ik dacht altijd dat die patenten puur geld uit de zakklopperij waren van een overheid die permanent verlegen zat om geld voor haar vele oorlogen, maar uit de zinsneden a) dat er geen redenen waren om het patent niet te verlenen en b) dat de vergunninghouder zich aan de wet moest houden, kan je afleiden dat de verlening niet helemaal een routineuze formaliteit was. Afgaande op zulke passages kon een overheid immers ook een patent weigeren en iemand zo een beroepsverbod opleggen, een tamelijk geschikt middel om het gros van de mensen hun mond te laten houden.
Het afgebeelde patent werd uitgegeven aan Abel Wierts, ook wel geschreven als Wyrts, Wijrts en Wiertsema. Volgens het stuk was hij “houder van een watermolen” in Hoogkerk. Het ging om de Zuiderwatermolen en hoewel je zou kunnen denken dat Abel deze molen in eigendom had, was hij toch echt in loondienst. Dat blijkt ook wel uit het feit dat dit patent zich in het polderarchief bevindt: de door de ingelanden aangestelde volmachten betaalden kennelijk de 14 stuivers die het patent kostte voor hun molenaar.
Abel kwam in het najaar van 1807 bij hun in dienst voor een “maalloon” van een rijksdaalder per week, wat neerkwam op 140 gulden per jaar, Daar kon iemand van leven, al was het geen vetpot. Maar Abel woonde gratis in het huis bij de molen, en verdiende wat extra bij als er een molenmaker en diens werkvolk onderhoud pleegden aan de molen, want die logeerden dan meestal bij hem tegen een kostgeld dat de volmachten eveneens betaalden. Ik kan me voorstellen dat Abel ook wel eens anderen logies verschafte. Bovendien zal hij een moestuin op het erf hebben gehad, en mocht hij wellicht een visfuik in de molentochtsloot zetten, zodat hij al met al wat beter af was dan de armste arbeider.
—
Bronnen: Archiefbewaarplaats waterschap Noorderzijlvest, archief waterschap De Verbetering, inv. nrs. 40 (kwitanties Zuidermolenpolder), 37 (kasboek Zuidermolenpolder) en 1 (‘Prothocol der participanten van de watermolen tusschen de Onlanze dijk en het trekpad buiten der A poort’).
Haring, vanouds als vaderlandse kost bekend
Geplaatst op: 2 maart 2012 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactie








Recente reacties