Smederij Allingawier
Geplaatst op: 9 juni 2010 Hoort bij: Het Noorden Een reactie plaatsenRuim een eeuw geleden vestigde zich in dit nietige Friese dorpje een smid, Hollander genaamd:

Van ongeveer 1951 dateert de Smecoma. Dat was een sectie van de Metaalunie voor landbouwwerktuigen, naast een oudere sectie voor haarden en kachels. Een opvolger van Hollander was blijkbaar lid van deze club ter behartiging van smidsbelangen:

Helaas heb ik de kaart met kleuren die ijzer aanneemt, naarmate het sterker verhit wordt, gemist. Vond het ook jammer, maar wel zeer begrijpelijk dat je er niet naar binnen mocht. Het interieur vanaf de deur:

En het interieur door een zijraam:

De smederij behoort tot Aldfaers Erf, een over meerdere dorpen verspreid openluchtmuseumpje met een kroeg, een verfwinkel, een grutterswinkel, een scheresliepkar etc.
Tussen beide provincies bestaat geen goede harmonie
Geplaatst op: 6 juni 2010 Hoort bij: Het Noorden, Stad toen 3 reacties“Das Gebiet, das wir nun mit dicken Groningschen Pferden schnell genug durchtrabten, bleibt ziemlich dem vorigen (Friesland, HP) gleich, nur ist es noch mit mehr Graben, über die viele Brücken führen, durchschnitten. Je näher man aber der Stadt Groningen kommt, die mit ihre erhabnen Thurme wie eine ehrwürdige Matrone von ferne prangt, desto besser und freundlicher wird die nackte baumlose Landschaft, desto lebhafter und üppiger das Wiesengrün, und sie volendet in Ueberraschung, wenn man zum Thore hereinfährt, den langen breiten Fischmarkt und den groszen königlichen Marktplatz (Bremark) mit den prächtigen Rathhause und als Grenzpunkt den majestätischen Thurm vor sich hat.
Meine Zielscheibe waren die Doelen, in welchen ich mich einquartierte, ohne dass Herr Bülting (de eigenaar van die herberg aam de Grote Markt, HP) etwas dagegen einzuwenden hatte. Ich bezog meine reinliche, aber gar ze versteckte Kammer, richtete mich ein, und ging dann herunter in das heitere geräumige Gastzimmer, wo ich gut bedient und wie ein alter Bekannter behandelt würde. An dem zutraulichen Wesen, womit man unter einander verfuhr, merkte ich bald, dass ich mich in einer Universitätsstadt befand, wo Burschen den Ton angeben. Die Gesellschaft war sehr gemischt und hatte eine ganz andere Farbe, als die ich in Friesland verlassen hatte. Einige, denen ich mich zur Unterhaltung zu nähern suchte, rückten ihren Stuhl weiter, als sie bemerkten, dass ich gut friesisch gesinnt war. Zwischen beiden Provinzen besteht nemlich keine rechte Harmonie; zwar zeigt sich das nicht so sehr unter den Gebildeten, als viel mehr unter denen, welche an alten Vorurtheilen hängen, und davon wegen des einmal erwählten Standpunktes nicht abweichen können.”
Uit Freundliche Erinnerung an Holland (1840) van de Duitse predikant en jongedameskostschoolhouder Friedrich Wilhelm Dethmar (deel III, pag. 230-231).
Libellen van Noord-Nederland
Geplaatst op: 3 juni 2010 Hoort bij: Het Noorden 3 reactiesIk vond net een aardige libellensite, gemaakt door iemand hier uit het noorden. Er staan uiteraard macro-foto’s op en ook een determinatie-methode.
Winterse vliegerfoto’s
Geplaatst op: 14 januari 2010 Hoort bij: Het Noorden 1 reactieEr is nog een vliegerfotograaf opgestaan, Roelof Bos. Hij maakte foto’s boven de winterse nederzettingen Wetsinge, Harssens en Aduarderzijl en liet zijn vlieger zowel overdag als ’s nachts tegenover de Tasmantoren hangen. Slideshow
Zoekplaatje busstation
Geplaatst op: 3 januari 2010 Hoort bij: Het Noorden 5 reactiesWie weet waar in Groningerland dit busstation zich bevond?
Het moet een grotere plaats zijn geweest. Maar Groningen, Winschoten en Appingedam kunnen waarschijnlijk worden uitgesloten. Op de koersrol van de linker bus staat Spijk – App., op die van de rechterbus vermoedelijk Appingedam. Een plaats op het Hogeland of in de omgeving daarvan ligt in de rede, maar welke is het dan?
‘Wacht u voor den hond’
Geplaatst op: 3 augustus 2009 Hoort bij: Het Noorden 8 reactiesDondersteen merkte laatst bij een Lieverse waarschuwing op:
“De hond die bij dat bordje hoort is al lang niet meer, denk ik zo.”
En toch zijn er nog redelijk wat van dergelijke bordjes met naamval en al in de omgeving van Groningen te vinden. En zij laten zich inderdaad heel rustig fotograferen –
Dijkstreek:

Harkstede:

Leutingewolde:

Bij Tolbert:

Mijns insziens verdienen deze handgemaakte bordjes verre de voorkeur boven hedendaagse prefabrikaten met teksten als “Make my day”, en “Een alarminstallatie hebben wij hier niet nodig”
Maaien is machtig mooi man
Geplaatst op: 10 mei 2009 Hoort bij: Het Noorden 7 reacties“Maaien is het verwijderen van het bovengrondse deel van een plant, handmatig met een zeis of machinaal met een maaimachine.” Aldus de Wikipedia.
Wanneer u thans in al uw stedelijke argeloosheid het Groninger platteland betreedt, zult u er versteld van staan hoeveel er gemaaid wordt. Zelfs de gemeentelijke bermen worden met instrumenten van velerlei aard en hoedanigheid verschrikkelijk te grazen genomen. Niet voor niets geldt het “Grasmaaien is mijn hobby” etcetera als de succesvolste Groningse reclameslogan aller tijden .
Dat de biodiversiteit geen dienst wordt bewezen met al dat gemaai en het variabele gezoem en gesnerp de buren bovendien horendol kan maken, schijnen geen punten van wezenlijke, of zelfs doorslaggevende overweging te zijn. Want voor de maaier zelf, zo stellen wij ons voor, is het maaien een genoeglijk karwei. Je ziet tenminste onmiddellijk resultaat van je werk.
Mogelijk zit er zelfs een meditatief momentje in dat massale gemaai. De maaier is de dood voor de halmen. Een maaier is als God.
Uitdrukkelijk of subliminaal doordrong hem de metafoor van Psalm 103:
“De mens zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt zodra de wind hem verzengt. De plek waar hij stond, kent hem niet meer.”
Rondje Noord-Oost Friesland
Geplaatst op: 30 april 2009 Hoort bij: Het Noorden 4 reactiesZe hebben er nog een bovengrondse electriciteitsleiding. Bokpaal op het Buitenveld, ten noorden van Veenwouden:

Hagedoornen heggen, die zie je ook niet zoveel meer. Ze zijn ook moeilijk goed te houden. Dat blijkt ook wel uit deze in Munein of Moleneind:

Waar Oenkerk sterk in is:

Ik was om kwart over twee bij die kerk. diverse mensen in de omgeving hadden de vlaggen halfstok gehangen, maar bij de kerk was dat niet zo, en je zag het ook helemaal niet in de andere dorpen.
Romantisch wandelbergje bij de Stania-state:

Kerkmuur Oudkerk:

Bij een dakdekker aan de Sminiaweg achter Oudkerk: uileborden. Ze zijn allemaal verschillend, let maar op de makelaars (verticale elementen):

Kerkmuur Rinsumugaast:

Nooit eerder gezien: scholeksters op een dak. Damwoude had de primeur:

Lieve en minder lieve vogels
Geplaatst op: 20 maart 2009 Hoort bij: Het Noorden 9 reactiesBij het 25-jarig bestaan van de vogelclub Avifauna, in 1993, hield de redactie van het verenigingsblad een enquète onder de leden. Onder meer vroeg ze naar de liefste vogel en de minst lieve. Het lijstje favorieten zag er zo uit:
- Zangvogels (64)
- Roofvogels en uilen (55)
- Steltlopers (37)
- Zwanen, ganzen en eenden (19)
Bij de afzonderlijke soorten scoorde de pimpelmees het best met 11 stemmen.
De verschoppelingen waren:
- Kraaiachtigen (20)
- Duiven (19)
- Meeuwen ( 16)
- Hoenderachtigen (15)
- Exoten (10)
Naar aanleiding hiervan merkte de verwerker van de enquète op:
“Kraaien en eksters zijn altijd de klos. Of het nu om een enquète van een jachtvereniging of van een vogelwerkgroep gaat, deze groep kan op weinig sympathie rekenen.”
Bron: Avifauna 1968 – 1993; jubileumnummer De Grauwe Gors, 1993.
Tussen Groningers en Friezen is er slechts een enkel verschil
Geplaatst op: 11 februari 2009 Hoort bij: Het Noorden 11 reacties
Het schijnt dat Friezen en Groningers maar moeilijk door één deur kunnen. Tenminste, dat hoor ik wel eens. Persoonlijk heb ik die ervaringen helemaal niet zo.
Dat gedoe tussen Friezen en Groningers heeft van alles met identiteit te maken, zeggen ze. En met verschil in historische achtergronden. Ik las dat vandaag nog op de site van de Leeuwarder Courant.
Identiteit, dat woord speelde in de discussies over de wenselijkheid van de Nederlandse canon nogal een rol. Natuurlijk, er was ook gewoon gebrek aan gemeenschappelijke kennis, dat merkte je wel aan de politici. Maar de politici die pleitbezorgers werden van die canon, wilden ook een impuls geven aan – en nou som ik het even in opklimmende volgorde op -: sociale cohesie, burgerschap, de eigen identiteit, nationale trots en vaderlandsliefde.
U weet het vast nog wel, de VVD-er Van Aartsen riep op tot ‘neopatriottisme’ en premier Balkenende tot een VOC-mentaliteit. Jan & Alleman viel wel over prinses Maxima heen, toen ze zei dat ‘de’ Nederlandse identiteit niet bestaat. terwijl ze welbeschouwd gewoon gelijk had.
In elk geval constateerde de Onderwijsraad in januari 2005 nog, dat een canon mede nodig was ter bevordering van de “nationale identiteit”. Het vak geschiedenis zou een belangrijke taak op het gebied van de Nederlandse identiteit moeten krijgen, als het aan de onderwijsraad lag.
Dat begrip identiteit is vervolgens flink door de gehaktmolen gehaald door historici, die zeiden dat er niet zoiets is als een vaststaande, statische identiteit. En die de heren politici erop wezen dat de inhoud van dat begrip identiteit nogal eens pleegt te veranderen. Is ook zo, toch? Vroeger waren we hier allemaal verstokte calvinisten, zelfs de katholieken. Maar nu zijn we hele en halve hedonisten, die van dat calvinisme niets meer willen weten..
Het door politici geliefkoosde begrip identiteit bleek onder alle aanvallen van de historici evenveel houvast te bieden als een paling in een emmer met snot. “Geschiedenis”, aldus historicus Peter Klein, “schenkt geen zekerheden”. En: “Ik vind het een domme en naieve gedachte dat historische kennis als maatschappelijk bindmiddel zou kunnen functioneren”. En: “Geschiedenis stemt tot nadenken. Nadenken is beter dan voelen, beter dan op beeldvorming vertrouwen”.
“Geschiedenis”, zo zei een andere historicus, Olivier Hekster, “zou niet moeten worden ingezet om een identiteit te bepalen, of patriottisme aan te moedigen. Geschiedenis zou juist de relativiteit van deze begrippen kunnen verhelderen”.
In de opdracht aan de commissie Van Oostrom, die de nationale canon samenstelde, vroeg de toenmalige onderwijsminister Van der Hoeven het nog wel: “Wat staat centraal in de geschiedenis en identiteit van Nederland?”, maar Van Oostrom distantieerde zich vrijwel meteen van dat woordje identiteit. “De canon wordt geen remedie tegen een nationale identiteitscrisis, geen instrument om nationale gevoelens mee te versterken en ook geen inburgeringscursus. Het gaat ons niet om het vastleggen van de identiteit van Nederland, maar om het vastleggen van de cultuurgeschiedenis.”
Om de feiten dus.
En op die manier is de Nederlandse canon ook ingekleed. In het canondebat hebben de historici de politici vernietigend verslagen. Tot grote spijt van bijvoorbeeld het PvdA-kamerlid Heijnen die vorig jaar zei: “Zonder iconen uit het verleden is het moeilijk een identiteit aan te nemen: wie heeft er geen helden of herkenningspunten nodig?”
Helden en herkenningspunten – we schakelen over naar het Noorden.
Ik vroeg mij af of er in de Groninger en de Friese canon nog iets van dat politieke identiteitsdenken bewaard gebleven was. Aan de samenstellers te zien niet, allemaal bovenstebeste historici, maar je kon het toch op voorhand ook weer niet helemaal uitsluiten. Ik ging dus in beide canons op zoek naar zaken die in het andere gewest ondenkbaar zouden zijn geweest, zaken die exclusief waren voorbehouden aan een van de twee provincies, kortom, de essentiële verschillen tussen Friesland en Groningen in historisch perspectief.
Dat Groningen de noordelijke metropool kreeg en Friesland zijn elf steden is een gradueel verschil, maar niet principieel. En dat Friesland zijn Elfstedentocht heeft, ook daar zit het hem niet echt in, vrees ik, want ook in Groningen zijn lange schaatstochten gehouden.
Het enige echt principiële onderscheid zit hem in de eigen taal, en degenen die daarvoor opgekomen zijn. Aan Friese kant mensen als Halbertsma, Kalma en Schurer, en aan de Groningse kant iemand als als Ter Laan. Dat verschil in taal maakte dat taalbewuste Friezen en Groningers en hun clubs met de ruggen naar elkaar toe leefden, met soms groteske consequenties, zoals de opvatting van Ter Laan dat er in de Ommelanden absoluut never nooit geen Fries gesproken is.
Overigens, maar dit terzijde, zijn Friezen veel sterker in de Groninger canon aanwezig, dan Groningers in die van Friesland. Nieuw voor mij was, dat je al in 1594 Friese nationalisten had, die de belegerde stad-Groningers opstookten om op hun strepen te staan in de onderhandelingen met zeg maar Den Haag. Die Friezen wilden zelfs hun eigen universiteit en de marinehaven wel naar Groningen overbrengen.
Wat u zegt: Dat was nog eens onbaatzuchtig. Kom daar nu nog eens om.
Om terug te komen op de essentiële verschillen, dat is er dus zegge en schrijve maar één, de taal. Voor de rest zijn de overeenkomsten tussen Groningers en Friezen en beider geschiedenissen oneindig veel groter dan de verschillen. Ze hebben gemeenschappelijk de beide zeeën en het vele binnenwater, de wierden en de terpen, de herbevolking na de volksverhuizing, de dijken en de zijlen en de kanalen, de weiden en de koeien, kersteningsgolven die kerken en kloosters brachten, de Friese Vrijheid van de clans en hun vetes, bijna alle machthebbers vanaf 1500 en nog wat, de papen en ketters, de vele oorlogen die er gevoerd zijn, verlichting en ontkerstening, liberalisme, socialisme, melkstaking, bollejagerij, ruilverkaveling, industrialisatie en expressionistische schilders van grote naam en faam.
Groningers en Friezen zijn dus bijna gelijk. qua historische achtergronden. En wie het verschil opblaast is onhistorisch bezig.
Wat mij betreft komt er ook zo snel mogelijk een Noordelijk landsdeel, met een bestuurscentrum op het driepprovinciënpunt bij het dorpje met de fraaie naam Eén. Leiden we straks de zweeftrein alsnog door de jarige Stellingwerven heen. Is iedereen blij, zelfs de Drenten.
—
(Praatje, vanavond gehouden op een bijeenkomst over de Nederlandse, Groninger en de Friese canons in RHC de Groninger Archieven.)
Schuren
Geplaatst op: 23 januari 2009 Hoort bij: Drenthe, Het Noorden, Ommelanden 7 reactiesGeïnspireerd door deze, een klein deel van mijn eigen verzameling.
Luchtenburg achter Eelde:

Winde:

Tolbert:

Paddepoelsterweg, even buiten Groningen:

Eemskanaal, Groningen:

Bij het Slochterdiep tussen Ruischerbrug en Lageland:

Nieuw Beerta:

Hamdijk bij Bellingwolde:

Perkaan en een kroegentocht met toeristische potentie
Geplaatst op: 7 december 2008 Hoort bij: Het Noorden Een reactie plaatsenEen oeroude tapkast, een turfgestookte kachel met een grote koffiekan erop, een in de vloer verankerde stamtafel, langs de kant nog wat kale houten tafels en stoelen en twee antieke kabinetten tussen de bedsteden in. Zo zag caféPerkaan in Wezup er uit, anno 1967.
Het bestond toen al ruim een eeuw. Misschien ook wel twee. De boermarke van het dorp vergaderde er en de lokale veeprijzen werden er vastgesteld, maar met veertig man zat het er ook mudvol. Als traditionele bruine kroeg was het al een zeldzaamheid. Zoals het Nieuwsblad van het Noorden schreef: “Een cafézonder jukebox, waar vindt u dat nog?”
Later hielden C+B er een fotosessie, waarvoor ze alle stamgasten uitnodigden. Gratis zuipen jongens! Nou, daar kwamen die kerels wel op af. Toen de stemming er goed in zat verscheen er opeens een stripteaseuse in de jachtweide. Ze beklom de stamtafel en voerde haar show op. De ogen kralden de kerels de kop uut en de fotograaf maar klikken. Eerst wilde de A de beelden uitzenden. Maar dat ging niet door. De Wezuper vrouwen klaagden bij de burgemeester en die verijdelde het plan.
Een paar van de foto’s verschenen wel op LP-hoezen van Cuby, zoals Appleknockers Flophouse. Waar de rest bleef?
Hoe dan ook, dankzij Cuby werd het café landelijk bekend en uitbater Willem Perkaan ontkurkte er heel wat flessies bier, waarvan hij de doppen telde als iemand hem om de rekening vroeg.
Begin jaren tachtig overleed hij. Er kwam een pannenkoekenrestaurant naast het boerderijcafé, en met enige ups en downs bestaat dat nog steeds.
Eigenlijk zou al die ouwe horeca in het noorden, zoals ook Tantie Fischer in Wedde, en ’t Jopje in Thesinge, eens de koppen bij elkaar moeten steken. Samen vormen ze een kroegentocht met toeristische potentie.
Luchtfoto’s
Geplaatst op: 26 oktober 2008 Hoort bij: Het Noorden Een reactie plaatsenLuchtfoto’s door RuurdZ van de stad, Lauwersoog, Schiermonnikoog en de Eemshaven treft u als slideshow aan op deze plek.
‘Onzinverhaal’
Geplaatst op: 21 oktober 2008 Hoort bij: Het Noorden Een reactie plaatsenIn het papieren DvhN staat vandaag een interview met Grad Neijenhuis, die negen jaar geleden verkaste van Utrecht naar Nieuweschans, waar hij grand café De Oude Remise begon. Dat de Groninger stug en zwijgzaam zou zijn is een stereotype waar hij niets van wil weten:
“Je kunt met deze mensen juist makkelijk contact leggen. Het is een onzinverhaal dat in het leven is geroepen door Amsterdammers. Die hebben altijd wat te zeuren. Als een Rotterdammer in m’n zaak in Nieuweschans komt, zegt ie: “Wat een mooie plek”. Een Amsterdammer zegt: “Wat is het hier afgelegen.”



Recente reacties