Hannes, de laatste aapjeskoetsier
Geplaatst op: 17 februari 2009 Hoort bij: Stad toen 5 reacties
Dit is het septemberblad uit het Tytboeck voor 1954 van de Linetreckers. De voorstelling steekt kwalitatief dermate boven die van de andere kalenderbladen uit, dat je bijna gaat denken aan een creatie van Johan Dijkstra zelf.
Het betreft een portret van Hannes, de laatste aapjeskoetsier van de stad. Een aapje was een huurkoetsje, dat ‘stationneerde’, zeg maar paraat stond op een vaste plek in de stad. Vergelijk het met de taxi’s op de standplaatsen van tegenwoordig.
Naar het apenpakje van de koetsier heette zo’n huurkoetsje aapje. De term kwam ter wereld in Amsterdam tijdens het Fin de Siècle. Volgens Adriaan Venema waren zulke huurkoetsiers met hannekemaaiers, bedelaars en dichters maatschappelijke outcasts.
Hannes, voluit Johannis Maria Reuser geheten, werd geboren in 1874 in Kockengen, Utrecht. Met twee broers had hij later een stalhouderij en sleperij in Hilversum. Voor het academische lustrum kwam hij in 1909 een weekje naar Groningen. Hij zou hier zijn leven lang blijven.
Hij noemde zich ook wel “Opperstalmeester van de Universiteit” en was bijzonder populair bij studenten. Er zijn nogal wat foto’s van hem, meest gemaakt bij of in Mutua Fides, de sociëteit van Vindicat atque Polit, maar ook wel bij het katholieke Albertus Magnus en het gereformeerde VERA. Doorgaans had hij een hoge hoed op. Hier is dat een pet, de hoed zat zeker in de was.
Drie jaar nadat deze prent gemaakt is, overleed hij, 83 jaar oud. Volgens het stukje in het Nieuwsblad was de “studentenkoetsier” de laatste jaren niet meer zo vaak “in het Groninger straatbeeld te bewonderen”. De laatste jaren had hij het niet meer zo druk. “Dat kon ook niet meer, de benen waren stram geworden en de ogen werden minder.” Desondanks zouden “velen zich deze figuur nog duidelijk kunnen herinneren”.
In de 48 jaar dat Hannes als huurkoetsier actief was,
“…heeft hij vele generaties van Groninger studenten zien komen en gaan. Naar alle hoeken der aarde zijn zij vertrokken, dichtbij en veraf. Hannes bleef.
De dokter in Oldehove, de advocaat in Den Haag, de zakenman in New York of Buenos Aires of in Bangkok, zij hebben allen wel een in het koetsje van Hannes gezeten, en zij allen zullen, wanneer zij vroeger of later vernemen dat Hannes overleden is, met een beetje weemoed moeten terugdenken aan de jaren van vroeger.”
Volgens het stuk mocht Hannes zelf graag praten over zijn vroegere klanten:
“Een bonte rij van namen had hij in zijn hoofd, van studenten die hij eens gereden had. Daarvan kon hij vertellen, de enkele maal, dat hij zo ’s nachts om een uur of twaalf nog wel eens op de sociëteit Mutua Fides verscheen om een kleine hartversterking tot zich te nemen. En de jongeren luisterden graag naar hem: bij hem vonden ze nog iets van die oude jaren, die allemaal zo heel anders waren, en toch eigenlijk nog net zo als nu.”
Hij reed ook veel examenfeesten. Dan kreeg hij uiteraard ook wat te drinken,
“…en in dit genot deelde de trouwe Rossinant. Want ook Rossinant lustte wel een biertje; het werd door hem tevreden opgeslobberd.”
“Om hen heen zweefde nog de nagalm van feestgedruis, van veelbelovend flesgerinkel en van vrolijke, zij het soms ietwat door alcohol bezwangerde kreten.
Met hen glijdt dit nu alles voorgoed terug in het nevelig verleden.”
De enige overlijdensadvertentie in het NvhN was van Vindicat, dat deels ook de begrafenis betaalde en op de dag van de begrafenis de rouw aannam. Dat was op dinsdag 15 januari 1957. Na de uitvaartmis, die ochtend in de kathedrale Martinuskerk aan het Academieplein, ging de koetsenstoet langs Mutua Fides, waar kransen aan de koetsen werden gehangen. Veel Vindicaters volgden de rouwkoets, die uit Thesinge kwam, en de volgrijtuigen van Pragmaticum Illustre, een subclub van het corps. Bij de katholieke begraafplaats aan de Hereweg stonden ook veel studenten en burgers. De rector van Vindicat sprak aan het graf:
“Jij was een vriend van de studenten, de studenten waren vrienden van jou. Weinig mensen kunnen er zich op beroemen zoveel vrienden te hebben gehad als jij.”
En namens de corpsreünisten sprak mr. J.J. Lindeboom uit Assen. Hij bedankte Hannes voor alle “vrolijkheid, hartelijkheid en opgewektheid” in al die jaren:
“Jij had geen gezin, Hannes, eigenlijk had je ook geen woning, maar in je hart had je vele woningen voor jouw Groninger studenten.”
—
Fongersfiets
Geplaatst op: 7 februari 2009 Hoort bij: Stad toen 1 reactieDetails van een Fongersfiets, die in Indonesië belandde: slideshow.
De poster, Soejanto, is dol op oude Nederlandse fietsen.
Muziekinstrumenten in kroegen
Geplaatst op: 2 februari 2009 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenBoedelinventarissen van kroegen zijn te herkennen aan de herbergnaam of het gebruik van een term als jachtweide. Van de 38 zekere Groninger kroeginventarissen uit de periode 1640 – 1738 die ik aantrof in Rechterlijke Archieven III J, noemen er 27 geen enkel muziekinstrument. Dat is een grote meerderheid van 71 %. Op 5 staat een clavecimbel (4) of een klavier (1), op 6 vinden we violen en op 2 bassen, altijd in het gezelschap van de violen.
Kijken we naar de ruimtelijke distributie over de stad, dan bevinden deze muziekinstrumenten zich bijna louter in enkele herbergen in de middeleeuwse stadskern. Zo beschikt de Bolderij, aan de Herestraatkant van het Raad- en Wijnhuiscomplex op de Grote Markt, in 1643 over een clavecimbel, in 1679 over een clavecimbel en 2 violen en in 1680 over een bas en een viool. Andere herbergen met muziekinstrumenten zijn de Valk aan het Messenmakerstraatje of Hoogstraatje (nu Poststraat, in 1666 met een clavecimbel), de Smidskroeg aan de Jacobijnerstraat (in 1681 met een viool), de fysiek nog steeds bestaande Sint Jacob of Kremerskroeg midden in de Zwanestraat (1685 bas en twee violen), de Oude Chrispijn of schoenmakerskroeg aan de Jacobijnerstraat (1725 met een oud clavecimbel) en de Blauwe Engel, een wijnhuis aan de Grote Markt (in 1740 met een klavier).
Buiten de middeleeuwse binnenstad, in de zeventiende eeuwse uitleg en ‘op de Stadstafel’, zie je geen muziekinstrumenten op de inventarissen van kroegen staan. Er is één enkele uitzondering op die regel: in de David aan de Hereweg ligt er in 1722 een viool. Op dat moment is er ook veel te doen over muziek in die herberg, maar daarover een andere keer meer.
Kwestie om de huur van de Vonk
Geplaatst op: 1 februari 2009 Hoort bij: Stad toen 4 reactiesOf ze nou ziek waren of niet, Albertus Vos, eigenaar van brouwerij de Gekroonde Vos aan het Damsterdiep noordzijde, had het wel gehad met deze afnemers. Op 26 april 1758 liet hij een brief bezorgen bij herberg De Vonk, waarin hij Laurens Groenewold en vrouw, de pachters van deze grote herberg aan het Winschoterdiep, de huur opzegde per Allerheiligen van dat jaar.
Nu was Laurens Groenewold net overleden, een feit dat Vos bijna onmogelijk kon zijn ontgaan, ook omdat De Vonk zich op nog geen 500 meter afstand van zijn brouwerij bevond. Misschien dacht Vos dat de weduwe Groenewold op dit kwetsbare moment gemakkelijk toe zou geven. Maar dan vergiste hij zich deerlijk. De waardin vocht de huuropzegging aan voor het stedelijke Nedergericht.
De zaak doorliep, zoals gewoonlijk, eerst een aantal procedurele stadia. Zo vroeg de weduwe Groenewold eind juni om een copie van het schriftelijke huurcontract, dat kennelijk in handen van Vos was. De brouwer beweerde dat hij zo’n stuk niet bezat. Althans, hij had wel een huurcontract, maar dat was verouderd. Hij vond dat de weduwe de zaak probeerde te traineren, en dat was het Nedergericht met hem eens. Bij een tussenvonnis bepaalde het, dat de weduwe Groenewold zonder verder dralen moest beargumenteren waarom ze niet aan de huuropzegging hoefde te voldoen. Door die uitspraak van het Nedergericht achtte de weduwe zich “grotelijks gegraveerd” en ze tekende er daarom beroep tegen aan bij het Volle Gericht van de stad, dat op 14 november 1758 het tussenvonnis echter bevestigde.
Onderwijl was Allerheiligen (1 november), de datum dat de waardin De Vonk had moeten verlaten, zonder zo’n verhuizing verlopen. En dat terwijl Vos zijn herberg met ingang van die datum al aan derden verpacht had, en wel voor vijf jaar tegen het redelijk aanzienlijke bedrag van 150 gulden per jaar. Deze derden stapten op hun beurt naar het Nedergericht, waar ze van de brouwer eisten dat hij gevolg zou geven aan hun ondertekende overeenkomst.
Op 3 juli 1759 troffen de brouwer en de waardin van de Vonk elkaar weer voor het Nedergericht. Eindelijk motiveerde de weduwe Groenewold, waarom zij de herberg niet wilde verlaten.
Zij en haar man, vertelde ze, hadden “een lange reeks van jaren” in De Vonk gewoond. In augustus 1749 hadden zij en brouwer Vos een nieuw vijfjarig huurcontract opgesteld, dat zou gelden van 1 mei 1750 tot en met eind april 1755. Toen die termijn eindigde, verzochten zij Vos om op de oude voet te mogen doorgaan in een nieuwe termijn van vijf jaar, tot 1 mei 1760. Omdat Vos dat goed vond, overhandigden ze hem het huurcontract, zodat Vos er een aantekening op kon maken van de verlenging. Maar ondanks de afspraak en hun herhaalde verzoeken kregen de Groenewolds het contract steeds maar niet terug. Vos had ze “telkens met goede woorden, van op de afspraak gerust te konnen zijn, afgeset”.
In mei 1755 bleven de Groenewolds dus gewoon in de herberg zitten. Volgens de weduwe betaalden zij en haar man keurig de huur, en voldeed ook Vos aan zijn plichten (qua onderhoud). De Groenewolds namen daarom aan dat ze nog vijf jaar als uitbaters van de Vonk konden doorgaan, maar de weduwe
“wierd tot haar grote verwondering en leedwesen enige weinige dagen na het overlijden van haar man in hare verwagting door dese opsegging seer te leur gestelt, en alzo in eene dubbele rouwe gedompelt”.
Ze was en haar man kwijt, en Vos probeerde haar tegen alle toezeggingen in van haar kostwinning te beroven. Daarom accepteerde ze de huuropzegging niet.
Ze voerde aan dat het oude huurcontract nog geldig was tot 1 mei 1760. Tot die tijd kon Vos haar er niet uit zetten, en zeker niet op Allerheiligen, omdat elk huurjaar afliep op de laatste april, zoals ze ook met een serie kwitanties kon aantonen, waarvan Vos de laatste nog in mei 1759 getekend had. Omdat Vos de geschiedenis met het huurcontract in 1754 erkende, en zij en haar man stilzwijgend continueerden op dezelfde huurvoorwaarden, was Vos zijn huuropzegging onrechtmatig. En als ze niet als vijfjarige meiers konden worden beschouwd, dan waren ze altijd nog éénjarige. De weduwe Groenewold (of haar advocaat) haalden hierbij juristen aan als Voet, Grotius, Mossius, Huber en Hamerster, en ook de landrechten van Drenthe, Overijssel, Oost- en West-Friesland, naast nog een zootje stad-Groninger jurisprudentie.
Brouwer Vos gaf inderdaad toe dat de Groenewolds hem in 1754 verzocht hadden om vijf jaar verlenging van het huurcontract. Maar, voerde hij aan…
“…hy zeedert enige tyd reeds gemerkt hebbende dat de leverancie van bier verminderde, en dus de herberg meer neeringloos begon te worden, uit vreese dat sulx verder sou voortgaan tot sijne groote praejudicie, sulx direct had geweigert, met bijvoeging dat de huurder als losse meijer continueeren konde, sonder sig voor een bepaalde tijd te willen verbinden.”
Sowieso gold volgens het stadsrecht dat een verhuurder meer geloof verdiende dan een huurder. Eigenlijk gaf de weduwe Groenewold, aldus Vos, toe dat ze geen vijfjarige meier was, en wilde ze nu doorgaan tot mei 1760. Dat was overigens wel de oorspronkelijke huurtermijn. Ook Vos (of zijn advocaat) was flink in het recht gedoken. Volgens de Stadswet was een halfjaar billijk voor een huuropzegging. Daarom waren al die rechtsgeleerden en landrechten die de weduwwe Groenewold aanhaalde in deze zaak helemaal niets waard, die kwamen alleen te pas als het stadsrecht zweeg.
Het Nedergericht stelde Vos andermaal in het gelijk, maar de weduwe Groenewold tekende opnieuw appel aan bij het Volle Gericht. Echter, nog voordat de zaak daar voorkwam, op 4 februari 1760, tekenden zij en Vos een schikking, dat zij de Vonk per 1 mei van dat jaar leeg zou opleveren. En zodoende liep de zaak met een sisser af.
Intussen toont het geval aan, hoe afhankelijk de pachters van herbergen van hun brouwers waren. Als de bieromzet verminderde, verlengde de brouwer het huurcontract niet. Volgens het stedelijke recht stond hij bijzonder sterk. Een pachter kon zijn verhuizing hoogstens uitstellen, maar van afstel kwam het niet.
Scholierentoernooi Ossenmarkt, 1954
Geplaatst op: 18 januari 2009 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenFlakkerende beelden van een enorme bal, die door duwende scholieren over de streep van de tegenstander geduwd moet worden. De vader van Aheroy nam ze op met een opwind-camera.
‘Stadjer’ en de rol van het toeval in de geschiedenis
Geplaatst op: 17 januari 2009 Hoort bij: Media, Stad toen 7 reactiesMet het Nieuwsblad zit ik nu in april 1968. En elke keer kijk ik uit naar de rubriek die verzorgd werd door Stadjer. Hij zocht mensen in het nieuws op en deed van de ontmoeting verslag in een aangenaam lichte, vaak wat ironische stijl.
Natuurlijk was ik benieuwd wie zich achter dat pseudoniem Stadjer verschool. Welingelichte kringen, die verder niet met hun naam en toenaam op een weblog willen staan, wisten me te vertellen dat het ging om Tony van der Meulen.
Tony van der Meulen is tot vorig jaar jarenlang hoofdredacteur geweest van het Brabants Dagblad, en bekleedde voordien een soortgelijke functie bij het opinieweekblad De Tijd. Tot ergens in de jaren tachtig was hij werkzaam voor het Nieuwsblad van het Noorden.
Bij zijn afscheid van het Brabants Dagblad was hij 61 jaar. Het was dus nog maar een jong broekie in de tweede helft van de jaren zestig.
Naar de welingelichte kringen eraan toevoegden werkte Tony als een eenvoudige inktkoelie op de Nieuwsblad-burelen tot hij op een goede dag voor de deur van de redactionale retirade opbotste tegen hoofdredacteur Ger Vaders. Die duidde hem dat niet euvel en zei: “Hé Tony, er komt een nieuwe rubriek; die moet jij maar gaan doen”. Als ze niet simultaan aandrang hadden gevoeld, en niet gelijktijdig de deur van het privaat hadden beetgepakt, zou Tony dus nooit die prachtige rubriek hebben gemaakt. En wellicht nooit zo’n mooie carrière hebben gehad.
Zo zie je maar weer, welke rol toeval kan spelen in de geschiedenis.
Het ‘eerste rookrecht’ in de Groninger raad
Geplaatst op: 17 januari 2009 Hoort bij: Stad toen 6 reacties
In de Groninger gemeenteraad heerste eertijds de gewoonte, dat raadsleden pas aan een peuk mochten gaan lurken, als de burgemeester zijn eerste trekje achter de kiezen had.
Stadjer bericht over deze gezagsgetrouwheid in het Nieuwsblad van het Noorden de dato 2 april 1968.
Een nieuwe raadsvoorzitter kon een aanzienlijke cultuuromslag betekenen:
“Burgemeester Tuin had meestal pas na een dik uur zin in een trekje. Burgemeester Berger is wat verwoeder in zijn rookgewoonten en steekt binnen een half uur wel ’t een en ander op. Iedereen zit met spanning daarop te wachten. Als de burgemeester naar zijn lucifers graait, gaat iedereen al met zijn hand naar zijn broekzak. En als de eerste rookwolk uit de heer Berger opstijgt, verschijnen de glimmende zilveren aanstekers van de raadsleden. De echte paffers vrezen het moment, dat er een burgemeester komt die niet rookt. Het kan een benoemingsbeletsel zijn.”
Maar 1968 zou 1968 niet zijn, als er ook op dit punt geen revolutie plaatsvond…
“…doordat raadslid Fré Meis namens de fractie van de CPN een sigaret opstak, toen burgemeester Berger d’r nog helemaal geen zin in had.”
Je kon een speld horen vallen, iedereen hield de adem in…
“De heer Berger zocht ijlings zijn sigaretten op en zei: “Nu de heer Meis al rookt, kan ik er ook wel eentje opsteken.”
Er brak een homerisch gelach uit in de raadszaal. Maar de communist zoog met zijn stalen pokerface onverstoorbaar door aan zijn nicotinestaafje…
“En wil de heer Berger het eerste rookrecht zeker stellen, dan moet hij voortaan wel met een brandende sigaret de raad binnenstappen.”
Buswachtkamer Bedumerweg (1956)
Geplaatst op: 13 januari 2009 Hoort bij: Stad toen 10 reacties
Deze kwam vanavond voorbij. In eerste instantie denk je: niet echt bijzonder, maar als je dan wat beter gaat kijken vallen je steeds meer dingen op, die voor die tijd typerend waren.
Zo heeft de Bedumerweg anno 1956 nog kinderkopjes. De passerende auto’s komen enigszins ratelend voorbij.
Er staan acht bussen bij de buswachtkamer, van maar liefst zeven verschillende merken. Zo te zien zijn ze ook van meerdere maatschappijen.
Het is mooi weer, want bij de wachtkamer staat iedereen buiten te wachten. De jongens die tegen de voorste bus leunen dragen korte broeken en eten ijsjes. De Tiktak-klok op de wachtkamer geeft twintig over vier ’s middags aan, maar niets wijst erop dat de jongens van school komen. Dan zouden er ook meer scholieren staan. Scholieren met tassen. Misschien is het zondag. Of vakantie. De kleren van de volwassenen lijken aan de nette kant, of is dat hinein interpretieren?
Op de voorste bus zit een rek voor het vastsjorren van koffers en andere bagage. Ik denk dat achterop ook nog een fietsenrek zit. Dat herinner ik me nog van mijn heel vroege jeugd, dat er fietsen achterop de bussen konden.
De deur van die voorste bus zit nogal een eind naar achteren, bevindt zich zelfs achter het voorwiel. Ik denk dat er tussen die deur en de bestuurdersplaats nog het hokje zit van de conductrice. Haar functie is begin jaren zestig afgeschaft. Conductrices van de DABO droegen luchtmachtachtige baretjes, herinner ik me nu opeens, maar misschien spelen later voorbijgekomen beelden me hierbij parten.
De foto is van Harm Renkema.
“Geluk met uwe prijzen, gij meisjes rap ter been”
Geplaatst op: 10 januari 2009 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenEr zijn ook liederen van de Kweekschool overgeleverd. In elk geval twee stuks, beide uit de oudste periode, toen deze Groninger ijsvereniging haar wedstrijden nog hield op het Oostelijk Verbindingskanaal tussen het Damsterdiep en het Boterdiep ter hoogte van de latere Petrus Campersingel.
Het eerste lied behelst een relaas van de oprichting van de Kweekschool in 1875. Mevrouw Steenhuis-Bolhuis uit het Noord-Brabantse Waalwijk (88), een oorspronkelijk uit Groningen afkomstige postabonnee van het Nieuwsblad van het Noorden, stuurde dit vers begin september 1970 toe aan de NvhN-journalist JA Bodewes, die het op 12 september 1970 publiceerde in zijn rubriek ‘Noorder Rondblik’:
“Al op een schonen morgen
Sprak Bakker tot Baas Jan
Wij moeten er voor zorgen
Dat de rijderij hier kan
En ziet, met Brukkers hulpe
En gans Losdorp erbij
Schoon hardrijderij
verscheen er in een wulpeREFREIN
Wat was het aardig, ieder vaardig:
Vrolijk was het om te zien,
Hoe elk lieflijk en gerieflijk
De ander hulpe kwam te bien.Daarna verscheen de Kweekschool,
Maar stel je nu eens voor:
Het geld dat deed mankeren;
Nu was er heel geen jool
Want ieder weet van zeggen,
Misschien door ’t weten wel:
Daar waar geen duitjes leggen,
Is gans geen kinderspel.”
Zo te zien moet het lied nog veel langer geweest zijn, maar wist de aanbrengster kennelijk niet meer coupletten. Van de personen, wier namen in het eerste couplet vallen, kon zij alleen Brukker, een stalhouder, identificeren. Noch zij, noch Bodewes begreep wat dat Losdorp ermee te maken had.
In elk geval sloeg het niet op het Ommelander dorp. Op 17 september zou Bodewes in zijn rubriek hierop terugkomen. Hij had gehoord dat Losdorp ’t oude Schuitenschuiverskwartier aan de oostzijde van het Schuitendiep moest zijn. Bakker was volgens hem de caféhouder van het blokhuis bij de Steentilbrug en Baas Jan de directeur van een verffabriek die ook wel bekend stond als ‘burgemeester van Lösdörp’.
Bij de plaatsbepaling door Bodewes ben ik geneigd een vraagteken te zetten, omdat ik de naam Losdorp nog nooit in stukken van de stad tegenkwam. Het oude Schuitenschuiverskwartier maakte eind negentiende eeuw ook al bijna drie eeuwen deel uit van de stad binnen de vesting. Het ligt dan niet erg in de rede, dat zo’n naam als Losdorp zou beklijven. Ik denk eigenlijk dat het ’t wijkje was, dat zich pal buiten de vroegere vesting had ontwikkeld tusseen enerzijds het Damsterdiep en anderzijds het Verbindingskanaal Damsterdiep – Boterdiep. Misschien zoek ik ’t een andere keer nog eens uit.
Naar aanleiding van het eerste stukje kreeg Bodewes intussen een tweede lied uit de provincie zelf, en wel van een mej. D. Groenewold uit Overschild. Zij meldde dat ze van haar moeder een boekje had geërfd, dat in 1890 verscheen bij het vijftienjarige bestaan van de Kweekschool. In dat boekje stond een stuk over de oprichting van de club – Bakker en Brukker waren dat jaar bestuursleden geweest.
Volgens Mej. Groenewold stonden de wedstrijd-uitslagen van de jaren 1875-1890 in haar boekje en ook een hele serie liedjes, onder meer de tekst van de coupletten die mevrouw Steenhuis aan de samensteller van de Noorder Rondblik leverde, Deze liedjes, zo schreef mejuffrouw Groenewold, werden ’s avonds bij de prijsuitreikingen in het Concerthuis gezongen:
“Want zoo’n ijswedstrijd was een waar festijn in die dagen, waar veel publiek bij betrokken was. Ik lees hier van een hardrijderij op schaatsen door jongens van 11 – 16 jaar op 12 Dec. 1890 op het Verbindingskanaal Boterdiep-Damsterdiep, 50 jongens lieten zich inschrijven tegen een inlage ƒ 0,25. Om 10 uur smorgen ging men in optocht naar de ijsbaan, voorafgegaan door een corps muzikanten en geëscorteerd door een flink aantal politieagenten. Dan begon de wedstrijd tot half 1, een uur pauze, en tegen 5 uur als het reeds donker werd en de wedstrijd beslist was, trokken en bestuur en de prijswinnaars, met de muziek voorop in optocht door een gedeelte der stad waarbij veel publiek evenals bij de wedstrijd aanwezig was. Deze wedstrijd was de ijsbaan voor het eerst voorzien van electrische verlichting (…)”
Zoals al gebleken is, ging de prijsuitreiking gepaard met een feest:
“Er werd geklonken en gedronken en gezongen tot het sluitingsuur daar was”,
aldus mej. Groenewold. Volgens haar had haar moeder, geboren in 1877, deelgenomen aan een wedstrijd van de Kweekschool. Zo kwam dat boekje, waarschijnlijk een soort programma, ook in haar bezit. Haar moeder won bij die wedstrijd een gouden speld die eveneens nog steeds in haar bezit was. Moeders buurmeisje Jantje Hofstede was een nog betere schaatster want die won eens een gouden horloge bij de Kweekschool. Beide woonden in Garmerwolde. De vader van Jantje, Willem Hofstede, bracht de meisjes voor de wedstrijd met het rijtuig naar de stad.
Mej. Groenewold sloot bij haar brief aan Bodewes een Kweekschool-lied in dat bedoeld was als huldeblijk aan de winnaressen:
“Komt, thans een lied ter eere
van ’t winnend meisjestal
Wat ook de vreugd vermeere,
Zoo’n loflied bovenal.Ja, lof aan haar die zich zoo dapper weerden op de baan,
En die als vlugste rijdsters thans hun aandeel niet ontgaan,REFREIN:
Dat zij leven!
Steeds omgeven
Door ’t heil wat ’t leven biedt
met veel glorie
en victorie
Op de ijsbaan in ’t verschiet.De kloeke winnaressen
van d’eerste en tweede prijs,
Zij waren klaar van zessen
In ’t rijden op het ijs.Een gouden dames remontoir was deel van nummer één
En om een zilver dito werd als tweede prijs gestreen.
Dat zij leven! enz.Ook zij die ’t voorrecht smaakten
Der prijzen drie en vier,
en zich verdienstlijk maakten,
Zij streden stout en fier.Een broche met twee belletjes van goud, haar toegezegd.
En nog een zilvren armband, verdienden zij met recht.
Dat zij leven enz.Geluk met uwe prijzen
Gij meisjes rap ter been,
Wij doen ons loflied rijzen
Ter uwer eer alleen.Wij wensen U nog meerder roem op de hardrijdersbaan,
En heffen thans de glazen hoog, daar kan een dronk ontstaan.
Dat zij leven enz.”
‘Het wilt in grote benauwtheit’
Geplaatst op: 7 januari 2009 Hoort bij: Stad toen 6 reactiesIn Limburg is de jacht gesloten wegens het winterse weer. Er is natuurlijk ook geen sport aan om te jagen op dieren die door de sneeuw en het voedselgebrek veel zichtbaarder zijn dan anders, En die bij vorst en sneeuw sowieso al uitgedund raken, zonder dat de mens daar ook nog eens extra bijdrage aan hoeft te leveren.
De heilzame maatregel deed me denken aan een lastgeving in een der Acten-boeken van de stad-Groninger Burgemeesteren en Raad. Op 16 januari 1689 gelastte dit stadsbestuur zijn fiscaal (aanklager),
“…om sodane personen te citeren tot betalinge der breucken, dewelcke door de ratelwaght dagelyx tegens de jonghste jaghtordre met roers werden gevonden in de landen en moestuinen rontom de stadt en sulx temeer op dese sneuwtijt, waer door het wilt in grote benautheit wordt gebraght.”
Met het oog op de boetes moest de aanklager dus de personen indagen die de ingezette nachtwacht elke dag op de landen en groentetuinen rond de stad betrapte op het jagen met geweren. Iets wat onlangs nog eens weer verboden was in een nieuw jachtreglement. Vervolging van deze overtreders was extra noodzakelijk omdat er sneeuw lag, waardoor het wild in nijpende omstandigheden verkeerde.
De Kweekschool, minst elitaire ijsbaan van de stad
Geplaatst op: 6 januari 2009 Hoort bij: Stad toen 2 reactiesOp 25 maart 1875 werd in Groningen een ijsvereniging opgericht, waarvan de naam een pedagogisch doel aangaf. Degenen die aan de wieg stonden van de nieuwe club beoogden…
“door het houden van harddraverijen onder de jeugd van 11 à 16 jaar den lust in het schaatsenrijden op te wekken en hare kracht en vlugheid daarin te helpen bevorderen.”
De Kweekschool was de tweede ijsclub van de stad. Anders dan de eerste, de ‘IJsvereniging Groningen’, opgericht in 1862, kende de Kweekschool geen ballotage voor nieuwe leden. Ook de contributie verschilde. Moest men bij de wat meer elitaire club maar liefst een rijksdaalder per jaar lidmaatschapsgeld betalen, bij de Kweekschool vroeg men slechts een gulden.
Ondanks die “zeer geringe” contributie bleef het ledental van de Kweekschool ver achter bij dat van de andere club. Telde de ijsvereniging Groningen omstreeks 1900 zo’n 1200 leden, de Kweekschool had er toentertijd slechts 377. Debet aan dit lagere ledental was ongetwijfeld het gegeven, dat de Kweekschool heel wat langer dan die andere club heeft moeten wachten op een eigen ijsbaan.
Een eigen accommodatie kreeg de Kweekschool pas 43 jaar na haar oprichting. Voordat het zover was, organiseerde de vereniging haar schaatswedstrijden op het toenmalige kanaal tussen het Damsterdiep en het Boterdiep. Het ging, de doelstelling indachtig, vooral om wedstrijden voor “jongelieden” van elf tot zestien jaar oud, overwegend van het mannelijk geslacht, waarbij de winnaars gouden, zilveren en nikkelen horloges met inscripties ontvingen, die hier en daar misschien nog wel als erfstuk bewaard zijn.
In 1918, het jaar van de wapenstilstand, kreeg de Kweekschool de beschikking over een flinke lap weiland, waarop men eindelijk een echte ijsbaan kon gaan aanleggen. Het perceel lag aan de oostzijde van het Winschoterdiep, in de opstrek achter café Bolhuis (later Topper), ongeveer op de plaats waar zich nu de Griffeweg bevindt. Voor de aanleg, het beheer en de exploitatie van de nieuwe ijsbaan riep de club een Naamloze Vennootschap in het leven.
Hoewel de directeur van gemeentewerken de keuze van het terrein “niet gelukkig” vond, omdat hij in de omgeving een haven voorzag, verstrekte de gemeente toch de benodigde vergunningen. Al gauw werd er achter de erven aan ’t Winschoterdiep oz. een sleuf gegraven voor o.a. de buis die water uit het diep moest aanvoeren. Verder wierpen arbeiders de wallen op die de contouren vormden van een ovale baan van 250 meter lang en 75 meter breed. Op de westelijke kop van de baan, achter café Bolhuis, verrezen houten bouwsels: een grote “ijstent” met veel ramen, een kaartcontrole-gebouwtje, plus enige “privaten met waterplaatsen” (urinoirs), die allemaal onmiddellijk moesten worden afgebroken als de gemeente dat wilde.
Op 1 februari 1919 opende men de nieuwe baan met een kortebaanwedstrijd (over 160 meter) voor mannen. De hoofdprijs was 300 gulden, een groot bedrag in die dagen. De “snelste rijders” van het noorden waren dan ook van de partij. Draaiorgel en fanfare-orkest luisterden de wedstrijd op. Een en ander gaf een dermate “grote drukte” van allerlei schaatsers en andere belangstellenden, dat er scheuren in het ijs kwamen, waardoor water op de baan gulpte. Het bestuur staakte om deze reden, en ook omdat het er niet meer tegen kon werken, al vroeg in de middag het aannemen van nieuwe leden.
Wat betreft de wedstrijd: de Groningers deden aanvankelijk niet onder voor de Friezen. Snip van Sebaldeburen reed in een van de eerste ronden Slager van Wolvega eraf in de snelste tijd van 15,7 seconden. Toch zou Snip in het eindklassement het onderspit delven. Dikkerboom uit Oudehaske ging er vandoor met de hoofdprijs.
De finale, die na zes uur plaatsvond, werd verreden onder elektrisch licht, een blijvertje op de baan van de Kweekschool, die in de jaren twintig en dertig nog menige wedstrijd zou organiseren. Voor jongens, als voorheen, maar ook voor meisjes, mannen, vrouwen en paren.
Bij een tweetal bijzondere wedstrijden wil ik even stilstaan.
In het elfstedenjaar 1929 zette de Kweekschool iets zeldzaams op touw, een wedstrijd voor paarden en arresleden, die een lovende bespreking in de krant kreeg:
“De vrolijk door het winterzonnetje beschenen baan leverde een schitterenden aanblik op met de keurig opgetuigde paarden en de vroolijk beschilderde arren. Helder klonken de bellen van de rustig dravende paarden.”
Remulus van J. Roggen uit Groningen won de eerste ritten, maar werd in halve finale wegens springen gediskwalificeerd en sleepte zodoende slechts de vierde prijs van 25 gulden in de wacht.
Meestal had de organisatie van schaatswedstrijden een goede pers. Een enkele keer werd er echter uit een ander vaatje getapt. Bijvoorbeeld door die scribent van het Nieuwsblad van het Noorden, die in februari 1922 een wedstrijd ‘op de Kweekschool’ voor vrouwen bijwoonde. Nu was het in die dagen überhaupt nogal beroerd gesteld met de ijskwaliteit en daaraan ontkwam ook de gewone baan van de Kweekschool niet. De reporter noemde deze een “verzameling van hobbels en bobbels, kuilen en scheuren” Hij schreef:
“Bij het berijden of bestrompelen van wat men hier met benijdenswaard optimisme een baan noemt, voelt men zich een ontdekkingsreiziger, die elk oogenblik kan stranden. En er strandden er dan ook heel wat; nu hier, dan daar zag men iemand een leelijke tuimeling maken, tot men verstandiger werd en zich om de wedstrijdbaan schaarde…”
Die wedstrijdbaan was, in tegenstelling tot de gewone baan, wèl “goed berijdbaar”. Er kwamen 24 vrouwen aan de start, voor driekwart uit de provincie Groningen, al zouden Friezinnen met de prijzen aan de haal gaan. Sommige dames hadden zich een enigszins aerodynamischer outfit veroorloofd, waarvan ’s Nieuwsblads commentator allerminst gecharmeerd bleek:
“…het rijden door vrouwen in wollen onderkleeren moest als motief tot echtscheiding in ons wetboek worden opgenomen.”
Hij maakte brandhout van de organisatie en de politie:
“De leiding van den wedstrijd was onzeker; er scheen bij het neemen van beslissingen nu niet bepaald eenstemmigheid onder de heeren te heerschen en de wedstrijd tusschen Gelske Brouwer en Hillegien Helder werd zelfs te vroeg afgebroken, doordat het publiek de touwafsluiting rond den baan verbrak en afstormde op de prijswinster, ofschoon er strikt genomen nog één rit moest gedaan worden. En dat ondanks de politie, die op allesbehalve tactvolle wijze juist de menschen van de wedstrijdbaan wilde verwijderen die er moesten zijn en toeliet wie er niet thuis behoorden. Men late bij voorkomende gelegenheid dergelijke organisatorische talenten liever achter de bureaukachel tot ontplooiing komen.”
Hoewel de Kweekschool een algemene Groninger instelling was en haar bestuurderen, om nog even op ’t thema organisatie & personeel door te borduren, gewoonlijk kwamen uit de hogere burgerij en de gezeten middenstand van de stad, zat er bij tijd en wijle ook wel eens een doodgewone Oosterpoorter tussen. Rond 1930 bijvoorbeeld melkboer Henk Mannes aan de Cubastraat (later Middenstraat), die kinderkaartjes voor de ijsbaan verkocht (of weggaf). Seizoenskaarten waren weer te koop bij Robaard, die een sigarenwinkeltje aan de Veemarktstraat dreef. Veel Oosterpoorters moeten via deze adressen de weg naar de Kweekschool hebben gevonden. Menige Oosterpoorter zal op deze dichtstbijzijnde en minst elitaire ijsbaan van de stad ook het scheuvelen hebben geleerd.
In 1939, het jaar van de mobilisatie, staakte NV de Kweekschool de exploitatie van de ijsbaan om onbekende redenen. Een voetbalvereniging nam het terrein en de opstallen over.
—
Dit is een ingekorte en bewerkte versie van een verhaal dat eerder in wijkkrant De Oosterpoorter verscheen. Helaas kon ik de plaatjes die erbij hoorden
niet terug vinden. Met dank aan Thijs Boekema en Willem Lok voor het aandragen van gegevens.
IJsbaan Westerhaven
Geplaatst op: 4 januari 2009 Hoort bij: Stad toen 3 reacties
De Groninger Westerhaven, begin jaren zestig gedempt met zand uit het Foxholstermeer, fungeerde voordien bij vorst als een ijsbaan. De bovenstaande foto, gemaakt in 1955 komt uit de recent aangevulde Westerhaven-collectie van Borstkas. Hier heb je de slideshow.
Nieuwjaarswens van de stovenzetters (1877)
Geplaatst op: 1 januari 2009 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen“Wij dienaars in Martinikerk
Wij wenschen zegen op uw werk
In ’t Jaar, waarin we U thans begroeten,
De leeraar stichte uw hoofd en hart
En schenke u kracht in vreugd en smart
Wij blijven zorgen voor uw voeten.”
Aldus een ‘Nieuwjaarswensch van de stovenzetters in de Martinikerk 1877’. Met “de leeraar” werd de predikant bedoeld. De stovenzetters zetten zelf stoven met warme kooltjes klaar voor de zitplaatsen van de mensen die deze dienst van ze hadden ingehuurd.
Konvooi met ijsbreker bij Dorkwerd
Geplaatst op: 31 december 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen

Op het Kustvaartforum zijn ze ook bezig met de vorst. Op deze foto uit ca. 1934 vaart een konvooi met een ijsbreker door het pas gegraven Van Starkenborghkanaal bij Dorkwerd. Meer foto’s van ijsbrekers vind je bij de forumdraad ‘Rond Stad en Ommeland in vrouger doagen‘.
1967 (IV)
Geplaatst op: 24 december 2008 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen- 2.10.1967
De verontruste theaterwereld roept om een grotere schouwburg in Groningen. De gemeente moet vaart zetten achter de bouw van het Cultuurcentrum.
- 5.10.1967
President-curator Polak van de RUG zegt dat er geen sprake van is dat de Harmonie kan blijven. De RUG kan geen concertzaal exploiteren.
In dit nummer van het NvhN staat ook een ontwerp van het nieuwe Cultuurcentrum op de veemarkt, met 1300 zitplaatsen, en voor 12 miljoen bouwkosten.
Ontwerp hoogbouw tandheelkunde aan de Anthonie Deusinglaan.
- 6.10.1967
Begin jaren zestig waren er nog 1200 KVP-leden in Groningen, Nu nog maar 400.
De nieuwe Gronstra-voorzitter Jac Wallage (foto) kant zich tegen de verhoging van het collegegeld. Scheidend Gronstra-preses Peschar bekritiseerde het terugtrekken van het universiteitsnieuws uit de Clercke Cronike,
De jongerenrubriek Groei geeft een noodkreet door van scholieren die van klassieke muziek houden: “Je bent saai als je niet van beat houdt”. Een meisje dat aan het woord komt ontdekt niet veel originaliteit in de beatmuziek, en dat die met zoveel lawaai gepaard moet gaan begrijpt ze al helemaal niet.
- 7.10.1967
De Raad voor de Kunst in de stad laakt bij monde van prof. Han Baudet het gebrek aan inspraak dat hij had bij het plan voor het Cultuurcentrum en wil een andere opzet. De sectie muziek van de RvdK is bovendien voor behoud van de Harmonie. Ook staat er een ingezonden brief voor de Harmonie in dit nummer van het NvhN van prof. Berendsen – al met al lijkt er iets op gang te komen van een academisch offensief voor de Harmonie.
Boek van Irving Wallace – De president. Rode draad: als Amerika eens een neger-president had.
- 9.10.1967
Brief van het ministerie van CRM aan de RUG: de Harmonie is op de voorlopige monumentenlijst geplaatst.
Minister Veringa van onderwijs drinkt een laars met bier leeg bij Albertus Magnus (2 stukken).
Het wapen van de familie De Vos van Steenwijk is blootgelegd bij de restauratie van het koor van de Martinikerk. Dat wapen blijkt belangrijk voor de datering van het koor. Aanvankelijk dacht men dat het koor van 1440-1460 was, maar er werd ook een stadswapen met een éénkoppige adelaar op het koor gevonden, zoals dat voor 1443 werd gebruikt. Het familiewapen De Vos van Steenwijk bevestigt die datering, aangezien een Coenraad de Vos van Steenwijk, vanaf 1406 heer van Batinge (Dwingeloo, Drenthe), in 1415 de Drenten aanvoerde bij de verovering van de stad Groningen. Deze man is vervolgens Burgemeester van Groningen geweest tot 1419.
- 10.10.1967
De hoofdredactie van het NvhN is er niet zo van overtuigd dat de Harmonie als concertzaal ‘je van dat is’. Met uitzondering van de akoestiek heeft de Harmonie niets aantrekkelijks. De RUG zit met de noodzaak de alfa-faculteiten onder te brengen, de zaak valt nauwelijks meer terug te draaien. Graag minder hartstocht!
- 11.10.1967
Uitgetreden non, om ophef te voorkomen, toch niet ontslagen bij de RK kleuterschool aan het Schoolholm.
Straks wordt de Herestraat autovrij. Dan moeten ook de bushaltes van de lijnen 1, 3 en 8, die zich nu voor Hotel Frigge bevinden, naar het Zuiderdiep verhuizen.
De PvdA en de PSP in de gemeenteraad van Oosterbroek verzetten zich tegen de restauratie van de kerk van Noordbroek, De nieuwe notaris Rinsma in Zuidbroek is boos en voert actie.
Charles de Wolff, dirigent van het NFO, schreef aan de gemeenteraad dat hij een Cultuurcentrum wil. Hij is ook voor behoud van de Harmonie, maar ziet er geen NFO-perspectief in.
Om de haverklap zijn er stroomstoringen. Nu weer in Haren.
- 13.10.1967
Officiële opening van het Jan Tuin Centrum, of de popbar, in een voormalig klooster aan het A-Kerkhof. De DOMO en CP sponsoren de zaak voor 130.000 gulden. De Jan Tuin Stichting stak er zelf 45.000 gulden in, dat is de helft van het bedrag dat burgemeester Jan Tuin bij zijn afscheid van de Groninger bevolking kreeg. Van de rest van het geld wordt op de bovenverdieping een jeugdhotel ingericht, ook komt er een soort hobbypaleis in het achterliggende pand Schoolholm 5. De stichting, onder voorzitterschap van Hans Matthijsse (raadslid CHU), mikt vooral op middelbare scholieren. Er zit een grote tuin bij, waar plaats is voor konijnen, marmotten en vogels.
De architectuurcriticus Wiekart noemt het ontwerp voor het Cultuurcentrum door Duintjer onder de maat. De grote zaal heeft met zijn 1300 plaatsen minder capaciteit dan de grote zaal in de Harmonie, bovendien schiet het ontwerp in zijn ogen functioneel tekort, doordat er geen plaats is voor opera’s en musicals. Ook vindt Wiekart de plek verkeerd, hij wil de hoofdingang niet aan de drukke Trompsingel hebben.
- 14.10.1967
Minister Klompé voert de Harmonie weer van de voorlopige Monumentenlijst af, dit omdat het merendeel der pleidooien zich beroept op de akoestiek, terwijl de waarde als monument van bouwkunst in mindere mate als argument wordt gebezigd.
- 16.10.1967
De fabrieken van Danlon, Enka en Jongman verbrand in Emmen. 1200 man op straat.
Er komt een noodwinkel van de HEMA op de plek van de gesloopte Paterskerk aan de Gelkingestraat.
- 17.10.1967
De Gemeenteraad is unaniem accoord met het definitieve ontwerp voor het Cultuurcentrum. Het plan Duintjer gaat dus door, maar er komt een aparte zaal voor musicals. Binnen een half jaar moet een plan hiervoor op tafel liggen.
De herenkappers sterven uit. Door te lage lonen.
Watermolen De Kriegsman (1847) bij Aduard verbrand. Door storm raakten de wieken op hol en liepen zo warm. Er was geen redden meer aan. De molen was nog in gebruik bij het gelijknamige waterschapje.
- 19.10.1967
Begin 1968 start bouw van het nieuwe politiebureau op de Rademarkt, naar een ontwerp van E. de Haas. De leeuwen van de Visserspijpen (1696) worden hier herplaatst.
- 21.10.1967
Er zitten veel provo’s in de bijstand. Door hun afwijkende en non-conformistische gedrag hebben ze vaak problemen met werkgevers.
- 23.10.1967
Ingezonden brief van H. Bos, PSP-raadslid in de gemeente Oosterbroek, over de restauratie van de kerk te Noordbroek. Deze klus kost een miljoen, en dat moet de hele bevolking opbrengen, terwijl er maar een keer per week een godsdienstoefening plaatsvindt waarbij 20 à 25 mensen aanwezig zijn. Dat geld is dus beter te besteden, bijvoorbeeld aan een zwembad, waarvan duizenden mensen kunnen genieten.
- 24.10.1967
Stadjer spreekt de musicus Bé Algera. Volgens hem is de hele gezelligheid weg van de Grote Markt, sinds 1945. Voor de oorlog had je er maar liefst twaalf uitgaansgelegenheden, zoals De Unie, De Pool. De Waag. Bavaria, Victoria en Mille Colonnes. In die laatste twee zaken was er variëté en cabaret, Nu is het een dooie boel.
Accoord in het Meerschap Paterswolde over uitbreiding van het Paterswoldsemeer naar het noorden met 117 hectare, De gemeente Groningen neemt 85 % van de kosten voor haar rekening.
- 27.10.1967
Voorpagina: de meerderheid van de bevolking van Noordbroek is voor restauratie vande kerk. Een ingezonden brief doet een esthetisch appel op Bos.
Stadjer: op het Politiebureau, bij de afdeling bijzondere wetten, staan er 214 horeca-vergunningen in de kaartenbak.
De vraag is of er ook Groninger studenten voor de BVD spioneren. In de Clercke meent Bart Tromp van wel. Hij noemt ook een naam, die van S.W. (Josephus) Jitta, die lid zou zijn van de studentenweerbaarheid en bandopnames gemaakt zou hebben op een avond van anti-militairistische studenten. Jitta ontkent.
- 28.10.1967
Het NvhN krijgt een nieuwe rotatiepers die 90.000 kranten per uur uitspuwt. De bouwput voor de hal waar deze pers moet komen ligt al klaar.
De gevel van het zeventiende eeuwse pand op Gelkingestraat 45, dat moet wijken voor de nieuwbouw van de HEMA, zal worden overgebracht naar de Walburgstraat 3.
- 1.11.1967
Studentenaantallen Nederlandse universiteiten: Groningen is de vijfde instelling van het land met 7835 heren- en 2890 dames-studenten.
De afsluiting van de Lauwerszee komt in een beslissend stadium.
De universiteit huurt het Huis met de Dertien Tempels van de Auto Onderlinge Verzekerings Maatschappij. Dit voor de faculteit economie. Die zit nu nog in de voormalige ambtswoning van de Commissaris der Koningin, Oude Boteringestraat 44, en dat pand krijgt straks een andere bestemming.
- 4.11.1967
Stadjer en de kwestie Bart Tromp contra S.W. Josephus Jitta en de BVD. Jitta ontkent opnieuw. Maar hij vindt de BVD wel noodzakelijk: “Ik ben nogal militaristisch, voor de atoombom en zo”.
- 7.11.1967
Definitieve afsluiting van de Herestraat tussen het Zuiderdiep en de Grote Markt voor autoverkeer in februari of maart 1968. Eerst moeten er wat aanpassingen komen op het Zuiderdiep.
‘What happened to Baby John’, een stripboek door vijf kunstenaars over de cultuur in Groningen, gaat over de ‘vermissing’ van Jan Roos, “het zingend symbool van ludieke en feestelijke creativiteit”. Zie ook 10.11 – Stadjer. Zie ook 15.11: expositie van de makers Henri de Wolf, Sjouke Heins, Ger Siks, Olga Wiese. Hun expositie wordt geopend door Jan Roos.
- 8.11.1967
Er komen zes kleine rijksdiensten naar Groningen.
Veel belangstelling voor het Jan Tuin Centrum, vooral in de weekenden. Het heet al “de gemeentelijke koffiebar”.
- 9.11.1967
Pagina over het net uitgekomen tweede fotoboek van Schuitema Meijer, Zo was Groningen 1919-1939. Zie ook 13.11: De eerste druk van het boek, 2500 exemplaren, is binnen drie dagen uitverkocht. Het liep storm door ’t artikel in het NvhN.
- 10.11.1967
Van Giffen gaat voor de tweede keer sinds 1950 graven op het Martinikerkhof. Het doel is de voorganger van de Walburgkerk.
- 13.11.1967
Twee pandjes aan het Zuiderdiep naast de C&A gaan tegen de vlakte voor een magazijn en een lifthuis.
- 14.11.1967
Vanaf volgende maand zit er een bioscoop in het Concerthuis. In de bovenzaal komt een Art House met 250 stoelen.
- 16.11.1967
De voorzitter van de vereniging De Harmonie strijkt de vlag aan de Oude Kijk in het Jatstraat. Zie ook 17.11: de Nieuwe Harmonie geopend aan de Kreupelstraat.
- 17.1.1967
Friese scheidsrechter fluit geen wedstrijden met langharige spelers. Vindt lang haar maar vies. Zie ook 27.11: ingezonden brieven: Liever langharig dan kortzichtig.
Studentenvakbeweging SVB in de clinch met de Gronstra over de Clercke.
- 20.11.1967
H.B., de Groninger pianist van Cuby and the Blizzards, wordt verdacht van het gebruik van hasjiesj. Hij is gearresteerd in Den Haag en de grooep is daardoor ontbonden. H.B. wordt ontslagen door de rest van de groep. Zonder dat spul moet je ook muziek kunnen maken. Maar Muskee ziet geen zin in de voortzetting van de groep en heeft zich bijn het Arbeidsbureau aangemeld. (NB: HB = Herman Brood.)
Tekening bouwplan oostzijde Grote Markt met galerij.
De voorzitter van Albertus Magnus wil maatschappelijker studenten. De kroeg als drankhol verliest zijn functie.
De Baboen, sociëteit voor ABK Minerva aan de Poelestraat 28-2, is geopend door wethouder Van Koldam. Er kunnen ongeveer 60 personen in. Deze winter vinden er vier culturele avonden plaats met subsidie van Minerva.
- 21.11.1967
De nieuwe weg naar Hoogezand (A7) komt in 1971 klaar, dat is een jaar eerder dan verwacht.
Er liggen nog steeds tramrails op het Boterdiep, Deze zijn gevaarlijk voor fietsers, Een ingezonden briefschrijver wil dat ze worden verwijderd.
Hoofdcommissaris Müller bepleit een verkeerscirculatieplan voor de stad Groningen.
- 24.11.1967
De Ringweg door het Stadspark krijgt geen gelijkvloerse kruisingen, besluit de gemeenteraad.
Het koor van de Martinikerk is voor het eerst sinds 1961 vrij van steigers. De vloer moet nog wel opgeknapt. Net voor het weghalen van de laatste steiger gaf de Martini nog even een geheim prijs, een gewelfschotel van een man met een weegschaal.
De jongerenrubriek Groei in het NvhN breekt de staf over beatgroepen die niet van de stuff af kunnen blijven. Volgens Groei is dat weinig origineel, want na-aperij van Engelse voorbeelden. Het staat immers zo lekker stoer.
- 25.11.1967
De Herestraat gaat al dicht in de week voor Sinterklaas en de laatste dagen voor Kerstmis, zij het alleen op werkdagen van 14.00 uur tot 21.30 uur. Een uitzondering wordt gemaakt voor bussen en auto’s met bruidsparen die bij de fotograaf moeten zijn.
- 27.11.1967
Prof. Delfgaauw noemt president Johnson een oorlogsmisdadiger. Hij wordt mogelijk vervolgd voor belediging van een bevriend staatshoofd. Zie ook 28.11: Delfgaauw gelooft niet in een veroordeling.
- 28.11.1967
Noorder Rondblik: in Warfhuizen is een aardgasleiding dwars door graven op het kerkhof heen gegaan.
Er komt een IFA-supermarkt en een Amerikaans bowlingcentrum met tien banen in de voormalige Century garage op de hoek van het Kattendiep en de Oosterstraat. Century, tevens VW-dealer, ging naar de Paterswoldseweg. Overigens staat IFA voor International Food Association. Deze keten heeft al 800 filialen en 13 supermarkten in Nederland.
- 29.11.1967
Senator Harm van Riel (VVD), zelf afkomstig uit Drenthe, pleit voor een eigen ontwikkelingsfonds voor het Noorden.
De universiteit stelt geen zaal beschikbaar voor een avond over Griekenland (waar het kolonelsregime net de macht heeft overgenomen), omdat zo’n avond politiek zou zijn. Wallage zegt namens de Gronstra dat het een zaak van academische vrijheid betreft (daar hebben de kolonels namelijk de schurft aan). Zie verder 1.12: de weigering om ruimte ter beschikking te stellen leidt tot kamervragen van Masman (PvdA).
De Gasunie is voornemens in juli 1968 met 375 man naar een nieuwbouwcomplex aan de Paterswoldseweg in Groningen te verhuizen. Nu zit de Gasunie nog in Scheveningen.
Na een fel debat, en met de kleinst mogelijke meerderheid van 6 tegen 5 in de raad van Oosterbroek gaat de hervormde kerk te Noordbroek in de steigers. De PvdA-er Doek gaf de doorslag, anders dan zijn fractiegenoren stemde hij voor de restauratie.
Ds. Bastiaan Jan Ader van Nieuw Beerta, gefusilleerd in 1944, krijgt posthuum een Yad Vashem onderscheiding. Zijn vrouw neemt deze in Irael in ontvangst. Ook worden er bomen te hunner ere geplant.
- 1.12.1967
Gerucht dat de werkende jeugd niet welkom is in de beatkelder van het Jan Tuin Centrum. terwijl werkende jongeren de tent wel mee hebben helpen inrichten. Alleen scholieren zouden er nog toegelaten worden. Navraag door de NvhN-redactie levert op dat het gerucht onjuist is.
Foto van het alfa-gebouw in aanbouw (Grote Kruisstraat).
Stadjer schrijft over een partijtje modderworstelen van de Vindicat-rector Hokse bij de varkensboer E. Koopman, Verlengde Oosterweg 100. Het was “een lekkere smeerboel”. De big die Koopmans ter beschikking stelde stootte de Vindicat-preses met een welgemikte kopstoot pardoes omver, “Dat wordt Palthe”, verzuchtten de omstanders.
- 2.12.1967
Kop: “Valutatermieten ondergraven gouden zuilen voor de dollar”
Noorder Rondblik denkt dat er voor de oorlog veel meer openbaar leven in café’s was dan nu.
- 4.12.1967
Ingezonden brief: Langharigen zijn allemaal zielige non-valeurs. Zie verder 11.12 voor de antwoorden: “Liever lang haar dan de op maat geschoren praat en eetbal van een massamuis”.
- 7.12.1967
De Gronstra is tegen een campus op Paddepoel. Het studentenleven moet zich blijven afspelen in de binnenstad.
- 8.12.1967
Sneeuw verrast Nederland.
Bij een Praat-In krijgt de Jeugdraad van meneer J.J. Matthijsse (teven stichtingsvoorzitter van het Jan Tuin Centrum) de wind van voren. Onder de 140 aanwezxigen Henri de Wolf (Hannibal voor buren), provo-voorman Thom Jaspers en Chris (=Kees) van der Hoef. Er werd ontzettend gewauweld.
- 12.12.1967
Mensen die hun stoep niet sneeuwvrij maken krijgen een bekeuring.
Discussie over de groentijd bij het corps.
- 14.12.1967
Gesprek over de fusie van de uitgeverijen Wolters en Noordhoff. Zie verder 20.12: de fusie is beklonken. Er ontstaat een bedrijf met 575 man personeel, de grootste schoolboeken-uitgeverij van Nederland, met ongeveer eenderde marktaandeel en een fonds van 4000 titels.
Groningen heeft ongeveer 3500 slechte en twijfelachtige woningen.
- 15.12.1967
De inpoldering van de Dollard kan in 1970 beginnen. De winst is 9000 hectare land, waarvan 5000 nu al boven NAP ligt.
Ter compensatie van de verloren gegane inrichtingen Krotje en Tour 66 komt er mogelijk repetitieruimte voor beatbandjes in een ontruimd deel van de Harmonie.
De Groei Top 10 van deze week:
- Beatles – Hello Goodbye
- Bee Gees – Holiday
- Cuby and the Blizzards – Distant Smile
- David McWilliams – Days of pearly Spencer
- Flowerpotmen – Walk in the Sky
- Procol Harum – Homburg
- Dave Dee & co. – Zabadak
- Beach Boys – Wild Honey
- Monkees – Daydream Believer
- Bee Gees – Massachusetts
(Van het laatste nummer was Harry Muskee een enorme fan, heb ik me door oud-roady Sjoerd van Dorp laten vertellen. Na een concert waren de jongens Cuby een keer kwijt – zat hij in de vrachtwagen steeds maar weer zwijmelend dat plaatje te draaien.)
- 20.12.1967
Het katholieke weekblad Het Noorden verdwijnt per 1 januari 1968. Het was opgericht in 1881, en tussen 1913 en 1965 een dagblad. Interview met hoofdredacteur J.F.A. Griepink: “De gewone man is geen weekbladlezer”
De laatste oliebollen in het rooie dorp, 68 te slopen huisjes in de Oosterpark. Volgens de gemeente zijn de huizen er te klein.
De boekhandelaar S.G. krijgt 75 gulden boete wegens het voorhanden hebben van porno.
- 21.12.1967
Pier Tania opent de bioscoop in het Concerthuis als vertegenwoordiger van B&W.
Jan Roos trad op bij Aegir.
Ingezonden brief tegen lang haar: God schiep man en vrouw en wilde dat er onderscheid zou zijn: “Dat lange haar en die hele nozemboel lijkt mij een opstand tegen het wettig gezag”. Briefschrijver spreekt ook over “normloosheid”.
- 22.12.1967
De uitgevende stichting ontslaat Bart Tromp als hoofdredacteur van de Clercke. Er zouden al geruime tijd controverses binnen de redactie zijn. Zie verder 28.12: Bart Tromp heeft geen bericht van zijn ontslag gehad en voelt zich dus niet ontslagen. Vorig jaar werd er een verlies gedraaid van 16.000 gulden.
Albert Waalkens won de culturele prijs van de provincie.
- 28.12.1967
De vuurwerkwinkel van Boekholt aan de Nieuweweg raakt in brand, doordat twee jongens een rotje in de zaak gooiden. Twee meisjes gewond. Er is voor een ton schade.
- 29.12.1967
Ir. Henk Marinus Goudappel is man van het jaar vanwege het verkeersplan voor het centrum van Groningen. Het NvhN wijdt pagina 15 helemaal aan de verkeersplanoloog.
- 30.12.1967
De Groninger wateren liggen tjokvol met binnenvaartschepen, drie tot vijf rijen dik. Ongeveer 500 schippers, ook veenkoloniale, vertoeven hier met de kerstdagen. In Huize Maas was er een avond van de bevrachter NIMV: van de 125 leden waren er 80 aanwezig.
EERDER HIER:

Recente reacties