Muziekinstrumenten in kroegen

Boedelinventarissen van kroegen zijn te herkennen aan de herbergnaam of het gebruik van een term als jachtweide. Van de 38 zekere Groninger kroeginventarissen uit de periode 1640 – 1738 die ik aantrof in Rechterlijke Archieven III J, noemen er 27 geen enkel muziekinstrument. Dat is een grote meerderheid van 71 %. Op 5 staat een clavecimbel (4) of een klavier (1), op 6 vinden we violen en op 2 bassen, altijd in het gezelschap van de violen.

Kijken we naar de ruimtelijke distributie over de stad, dan bevinden deze muziekinstrumenten zich bijna louter in enkele herbergen in de middeleeuwse stadskern. Zo beschikt de Bolderij, aan de Herestraatkant van het Raad- en Wijnhuiscomplex op de Grote Markt, in 1643 over een clavecimbel, in 1679 over een clavecimbel en 2 violen en in 1680 over een bas en een viool. Andere herbergen met muziekinstrumenten zijn de Valk aan het Messenmakerstraatje of Hoogstraatje (nu Poststraat, in 1666 met een clavecimbel), de Smidskroeg aan de Jacobijnerstraat (in 1681 met een viool), de fysiek nog steeds bestaande Sint Jacob of Kremerskroeg midden in de Zwanestraat (1685 bas en twee violen), de Oude Chrispijn of schoenmakerskroeg aan de Jacobijnerstraat (1725 met een oud clavecimbel) en de Blauwe Engel, een wijnhuis aan de Grote Markt (in 1740 met een klavier).

Buiten de middeleeuwse binnenstad, in de zeventiende eeuwse uitleg en ‘op de Stadstafel’,  zie je geen muziekinstrumenten op de inventarissen van kroegen staan. Er is één enkele uitzondering op die regel: in de David aan de Hereweg ligt er in 1722 een viool. Op dat moment is er ook veel te doen over muziek in die herberg, maar daarover een andere keer meer.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.