Rondje Peize
Geplaatst op: 6 augustus 2016 Hoort bij: Drenthe 2 reactiesBij het Omgelegde Eelderdiepje – een paadje afgezet met diverse hekkerij; verboden toegang voor onbevoegden:

De DC3 van de Dutch Dakota Association – ook morgen kan je nog met een rondvlucht meedoen:

Zuiderdijk – koe met aanminnige stier:

De stier na de afwijzing:

Peizermaden vanaf de Brusselseweg met op de achtergrond de stad:

Jonge merel in de berm, Achterstewold bij Peize – hij kon kennelijk niet vliegen, maar toen ik afstapte en hem probeerde te benaderen vluchtte hij snel een droge sloot in:

Grazende Belg bij maisperceel, Achterstewold:

Rijpe haver op de Stenhorst:

Het werd net gemaaidorst:

Rondvliegende haverdoppen:

Gezicht richting stad vanaf een pad achter het gemaaltje bij Sandebuur:

Fouragerende ooievaar bij Matsloot; op de achtergrond de Apenrots van de Gasunie en La Liberté:

Rondje Eiteweert – Leegkerk
Geplaatst op: 6 augustus 2016 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk 1 reactieHamersweg:

De bocht in de Gouwe:

Eindje verderop:

Langmadijk:

Luchtland:

Sloot:

Witte koe met rooie oren aan de Roderwolderdijk:

Aduarderdiepsterweg – grazend veulen:

Wraakzuchtige ongehuwde moeder krijgt vernoemingsverbod opgelegd
Geplaatst op: 4 augustus 2016 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieWarner Willems (1739-1809) was net als zijn vader Willem Warners collector van Midwolda. Dat betekende dat hij in die omgeving verantwoordelijk was voor de registratie, heffing en inning van de directe belastingen zoals het hoofd- en heerdstedengeld, op de bezaaide landen, de hoornde beesten en paarden. Hij kwam dus veel onder de mensen en zijn functie bracht met zich mee dat hij maar beter van onbesproken gedrag kon zijn.
Dat was hij niet. Als ongehuwd man had hij een dienstmaagd, die sinds kort echter niet meer bij hem inwoonde. Deze Jacobje Klasens was hoogzwanger. In janauari 1772 vertelde ze rond dat het kind van hem was. Ze dreigde zelfs
“het kindt bij den doop met den name van denselven (namelijk Warner Willems) te doen benoemen, het welk nergens anders toe strekt dan om suppl[iant] in zijne ere en goede name te beledigen”
Dat wilde de collector niet over zijn kant laten gaan en daarom verzocht hij de drost Jacobje te verbieden
“om dit haar kindt met de name van den suppl[iant] of jemant zijner naast bestaande, ’t zij levende off reets gestorven [te benoemen], komende ook gene van de namen van rem[onstreer]des eerste bloedvrienden overeen met die van zijde van den suppl[iant]”.
Ook moest dit verbod aan de plaatselijke predikant worden meegedeeld, zodat die niet alsnog Jacobjes kind met de naam van Warner of een van diens naaste familieleden zou dopen.
De drost gaf Jacobje drie dagen de tijd om haar kant van de zaak te belichten, daarna zou hij de zaak afdoen. Ze moest dan voorlopig even wachten met het laten dopen van haar kind tot die “finale dispositie” .
Er kwam geen bericht van Jacobje binnen bij de drost. Die willigde daarom het verzoek van Warner Willems in en verbood Jacobje Klasens
“het kindt bij haar in onegte geprocreëert met de namen van Warner off Willem bij de Heijl[igen] doop te laten benoemen”.
Dit besluit, genomen op 29 januari, werd daarna zowel aan haarzelf als aan de plaatselijke predikant bekend gemaakt.
Pas op 8 maart, de verjaardag van prins Willem V, in Midwolda vaak aanleiding voor een bijzondere godsdienstoefening, zou de zoon van Jaobje in de kerk van Midwolda worden gedoopt. Hij kreeg de naam Claas, naar haar eigen vader.
Willem Warners zou pas vier jaar later, in maart 1776, trouwen met een meisje uit Nieuwolda. Het was een ‘moetje’: vijf maanden later werd hun zoon Willem gedoopt.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6123.
Jubileumlepel Coöperatie De Toekomst
Geplaatst op: 4 augustus 2016 Hoort bij: Familie, Stad toen 15 reacties
Deze kwam ik nog tegen bij de laatste onverdeelde spullen van mijn moeder: een lepel in een formaat tussen thee- en eetlepel, uitgegeven bij het vijftigjarig bestaan van de Groningse Coöperatie De Toekomst. Bij mijn weten heb ik deze lepel nooit eerder bij haar gezien. Hoe ze eraan komt, Joost mag het weten, in de stad woonde destijds geen familie en van rooie initiatieven moest ze meestal ook weinig hebben.
Wel gek, ben je bij tijd en wijle bezig met de geschiedenis van De Toekomst, zowel op dit blog als elders, kom je onvermoed zoiets tegen in de ouderlijke nalatenschap.
Olympiakoorts in het buurtrestaurant
Geplaatst op: 3 augustus 2016 Hoort bij: De actuele wereld, Hoogkerk 1 reactieDe Olympische koorts is toegeslagen in het buurtrestaurant:

Het buurrestaurant maakt deel uit van een zorgcentrum en ik stel me zo voor dat de kok bij het samenstellen van dit menu terdege rekening heeft gehouden met de favoriete sporten onder zijn klandizie. Die houdt er dan opmerkelijke voorkeuren op na, althans, verschillende van de uitverkoren sporten zou men hier wellicht niet zo snel verwachten.
De gerechten komen voornamelijk uit het ijzeren frituurrepertoire. Dat kanovaren en basketball vertegenwoordigd worden door respectievelijk een frikandel en een eierbal, zal voortkomen uit terecht geconstateerde vormverwantschappen. Met een patatje oorlog voor het boksen kunnen we ook wel vrede hebben. Het waterpolotoetje zal neerkomen op bessola of watergruwel.
Over sla voor het worstelen is vast wat langer nagedacht. Het is inderdaad vaak een heel geworstel om sla ordentelijk met mes en vork naar de mond te krijgen.
Of zou het zijn dat het vele werk dat de kaken hebben met het vermalen van sla, gezorgd heeft voor die koppeling?
Schipper talmt met vervoer van graan
Geplaatst op: 2 augustus 2016 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenOp 18 december 1771 deed koopman Menno Sijpkens zijn beklag bij de Oldambtster drost. Hij vertelde hoe hij de schipper Albert Bisschop had ingehuurd om een vracht koren naar Amsterdam te brengen. Bisschop zijn schip was al dik een week eerder met dat graan beladen, maar hij maakte nog niet de minste aanstalten om het weg te brengen. Eerst kon het schip vanwege de lage waterstand niet over ’t Waar komen, zodat koopman Sijpkens een andere schipper erheen had moeten sturen om het te lichten, wat op 11 december gebeurd was. Daarna echter was Bisschop met zijn schip voor het huis van Sijpkens in Zuidbroek gaan liggen, en weigerde hij te varen “voor ’t aanstaande jaar”.
Sijpkens vreesde dat de inactiviteit van de schipper hem zou duperen, want de graanprijzen waren “zeer wisselvallig”. Bovendien kon het koren in het scheepsruim gemakkelijk bederven. Daarom vroeg hij de tussenkomst van de drost – of die de schipper wilde bevelen met zijn lading naar Amsterdam te varen voor het bedongen vrachtloon, “’t welk hem bij ’t ontladen direct zal worden betaalt volgens usance”. Daarbij wilde Sijpkens zich het recht voorbehouden om Bisschop aan te spreken op een schadevergoeding wegens prijsdaling of bederf, veroorzaakt “door des schippers versuim”.
De drost liet er geen gras over groeien en ontbood beide partijen voor de volgende ochtend om negen uur. In deze zitting liet hij ze “breedvoerig” aan het woord. De schipper erkende hier volmondig dat Sijpkens hem had ingehuurd om dat koren naar Amsterdam te brengen, waarvoor hij ook best een goed vrachtloon had bedongen van 7 gulden per last. Opmerkelijk was, wat Bisschop hierbij vertelde over de route – hij was verplicht de lading graan
“ten spoedigsten na Hollandt te vervoeren over Vrieslandt, soo zulx gepermitteert mogte zijn, ofte anders bijlangs de Zoltkamp…”
Waarom het niet over Friesland zou mogen, staat er helaas niet bij – misschien omdat het al wat vroor en stevig ijs voor de Friezen ook weer zo zijn voordelen bood? Of zou het een fiscale belemmering zijn? In elk geval was de route over Friesland preferent. Vanuit Zuidbroek leek die sneller en/of minder gevaarlijk in dit jaargetij, dan die buitenom over de Wadden.
Hoe dan ook, de schipper noemde een voorwaarde die zijn opdrachtgever Sijpkens juist verzweeg. Volgens Bisschop hadden ze afgesproken dat “dat het graan hem binnenboordt zoude worden besorgt op den 5 deser”, dus op Sinterklaasdag, terwijl dat feitelijk pas twee dagen later gebeurde. Daarna kwam dan nog de episode met de lage waterstand bij ‘t Waar en de lichting van het schip. Maar die deed eigenlijk niet ter zake. De late belading van het schip door koopman Sijpkens vormde de èchte oorzaak van de vertraging, althans in de ogen van Bisschop. De schipper stelde zich in postuur en maakte bezwaar de lading nu nog te vervoeren, “gemerkt het geavanceerde saisoen”. Met midwinter, kortom, lag hij liever aan de wal.
De Drost vond dat verweer echter onvoldoende. Hij gelastte Bisschop de lading graan “op het spoedigste” naar Amsterdam te transporteren, en anders zou alle schade voor hem zijn. Ook mocht koopman Sijpkens daar een declaratie voor indienen.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6123.
Alsof je naar een vulkaan zit te kijken
Geplaatst op: 1 augustus 2016 Hoort bij: Hoogkerk 4 reactiesBij Leegkerk:




Ommetje Kuzemer
Geplaatst op: 31 juli 2016 Hoort bij: Westerkwartier 1 reactieAduarderdiepsterweg – jong paard schuurt zich aan betonpaal:

Hoendiep voorbij Enumatil – deze gaf maar een paar druppels af:

Bij Briltil – ondanks het instabiele weer vloog deze meneer met zijn luchtscooter naar het westen:

Zijn voorland gezien vanaf ’t Faan:

Schuur op ’t Faan:

In Niekerk onweersgerommel, maar ik dacht dat ik de dans wel weer zou ontspringen. In Oldekerk begon de twijfel:

Wat dichterbij de bui, in een bocht:

Nu toch maar even in een bushokje gedoken:

Net op tijd:

Het voordeel van zo’n bui is dat alles wat groen is enorm opfrist. De ijskelder van de Kuzemerkooi:

Kuzemerweg:

Tel uw zegeningen één voor één, maar dan anders gezegd op een bordje langs de Kuzemerweg:

Hoek Kuzemerweg en Kloosterpad:

Bij het Kloosterpad stak ik even een dam van een weiland in, om naar de lucht te kijken. Bleken daar een paar reeën rond te struinen, voorop een geit, die de richting bepaalde, achter haar aan een jonge bok:

Hier en daar werd een hapje geproefd:

Ze hadden me wel in de gaten, maar waren niet echt schuw. Ze eindigden hun tocht ook vrij dichtbij – laatste beeld van het bokje vlak voordat het achter een bosschage verdwijnt:

Maarsdijk:

Hoek Hoendiep en Lettelberterdiep, Enumatil:

Bij de Poffert droogde een aalscholver zijn vleugels:

Wat er aan de achterkant zo uitzag:

Rondje Lieveren – Enumatil
Geplaatst op: 30 juli 2016 Hoort bij: Drenthe, Onlanden 6 reactiesMan heeft zich met campingstoel op de dijk van de Gouwe geposteerd en zit een boekje te lezen:

Wisselend bewolkt:

Er liepen dus maar liefst 28 ooievaars rond op een stuk hooiland, dit zijn er 11:

Achter de wagen aan:

Vleeskoeien bij Foxwolde:

Het tolhuisje daar, nu eens van de zijkant:

Weehorsterweg onder Roden – een dikke bult zand, helemaal bezet met kamille:

Het Lieversche of Oude Diep:

Langs het paadje naar de vistrap groeit uitbundig deze grijsgroene plant met donkerrode bloempjes. Bijvoet blijkt de naam (met dank aan Hendrika):

Lieverschediep, stroomafwaarts van de vistrap:

Beetje langs deze beek zitten struinen, tot ik een paar mensen met enorme macro-lenzen tegenkwam. Twee dagpauwogen op koninginnekruid (alweer dank aan Hendrika), met op de achtergrond nog een hooibeestje:

Parende juffertjes:

Koevinkje:

Het wordt een goed lijsterbessenjaar (trouwens ook aan appels geen gebrek):

Mensingebos:

De kerk van Roden was open. Romaans doopvont:

Bij het orgel, geschonken door de familie Hoppinck in 1776, zit een gedicht van Lucas Trip, destijds een nationale beroemdheid. Erboven uitbundig rococo-snijwerk:

Dat bekroond wordt met een eekhoorn:

Bij de Zulthe wordt een boerderij, rijksmonument, grondig gerestaureerd. Dit is het stookhuis:

Een eind verderop stond een blaarkopkalfje te drinken en te pissen tegelijk. Helaas hield het met drinken op toen ik de camera in stelling bracht (het pissen hield nog even aan):

Tussen Leek en Midwolde veel boerenwormkruid in de berm, waar aardig wat bijen en zweefvliegen op zaten:

Stuifmeelbolletjes:

Gerestaureerde boerderij in MIdwolde aan de achterkant:

Op het viaduct tussen Lettelbert en Oostwold deze atalanta:

Gezicht op richting Lettelberter Petten vanaf dat viaduct – de molen in de verte staat in Enumatil:

Vreemde wolkenlucht: aan de ene kant een soort vlokjes, aan de andere kant vegen.

Puttertje bij het Hoendiep zuidzijde:

Ook daar: dit spreeuwenjong op een hek:

Jong esdoornblad
Geplaatst op: 30 juli 2016 Hoort bij: De actuele wereld 1 reactie

Gezien bij de golfbaan in Roden.
Ooievaars op Onlander hooiland
Geplaatst op: 30 juli 2016 Hoort bij: Onlanden 4 reactiesFilmpje gemaakt vanmiddag om een uur of half twee, kwart voor twee. In totaal waren het er 28 stuks. Op datzelfde Onlander hooiland vlakbij Roderwolde fourageerden er een paar jaar eerder ook al een stuk of 12, maar dit sloeg natuurlijk alles.
Woestijnsprinkhanen in Groningerland
Geplaatst op: 29 juli 2016 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Woestijnsprinkhanen, zoals ze in 1748 over Engeland uitzwermden. Gravure in Thomas Pennant, A Tour in Wales (1781).
Terwijl een enorme veldmuizenplaag, die vooral in het Oldambt huishield, ogenschijnlijk even verminderde, leek het of zich eind september 1824 een nieuwe “verwoestende geesel” aandiende: er kwamen woestijnsprinkhanen neer, het eerst op de Oostwolder- en Finsterwolderpolder en wat later op de Noordpolder, bij Ulrum en ten zuiden van de stad Groningen. Gelukkig ging het slechts om geringe aantallen; bij Emden, in Oost-Friesland, waren het er wat meer.
In stukken die andere kranten grif overnamen, berichtte de Groninger Courant over de komst van de Gryllus migratorius, zoals Linnaeus het beestje had genoemd. Daarbij ging het blad uitgebreid in op de ‘natuurlijke historie’ van het dier, “om het oordeel van het publiek op ware gevolgtrekkingen te bepalen”. Zo zou de woestijnsprinkhaan in zijn vlucht sterk lijken op het insect, “’t geen wij vileinbijter of glazenmaker (Libella) noemen”, al was de sprinkhaan veel zwaarder en had hij extra springpoten, waarmee hij minstens 9 meter afstand kon overbruggen. Een wijfje droeg wel 150 eieren, die het in ‘t najaar afzette en die in het voorjaar uitkwamen. Na vier verpoppingen begon in juni “hunne hooge vlugt, met den wind heinde en verre voortgezweept”.
Het blad meldde dat de woestijnsprinkhaan slechts in warme nazomers vanuit Libië en Arabië overkwam, en dat hij in 1747 en 1748 “ontzettend veel schade” had aangericht in Silezië, Polen, noordelijk Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië. In september 1747 bereikte hij op een zuidoostenwind deze noordelijker gelegen Europese contreien via Walachije, Moldavië, Zevenbergen en Hongarije. Aanvankelijk schonk men er weinig aandacht aan, tot de afgezette eieren in april 1748 uitkwamen en in juni het zwermen begon.
“zoodat in het midden van die maand de verwoesting, door hen aangerigt in het gras en opgeschoten graan , alom de aandacht der regeringen tot zich trok, doch niet meer konde worden gestuit, en zij in augustus en september zich heinde en ver verbreidden.”
Hieruit moest de les getrokken worden dat een vroegtijdige bestrijding veel ellende kon voorkomen. Al kon een strenge winter ook handig zijn – die van 1748 op 1749 maakte een eind aan de woestijnsprinkhanenplaag.
Overigens bracht de krant graag een onderscheid aan met een inheemse sprinkhaan, die zich in Drenthe en Westerwolde blijkbaar wel eens tot een plaag ontwikkeld had: de locusta Germanica.
—
Bron:
Groninger Courant van 28 september en 12 oktober 1824.
‘Boer tussen kunst & koren’
Geplaatst op: 28 juli 2016 Hoort bij: Kunsten 3 reacties
Vandaag op de kop af 54 jaar geleden, stond Albert Waalkens op de cover van de Katholieke Illustratie.
Binnenin het blad, later opgegaan in de Nieuwe Revue, vind je een uitgebreid beeldverslag. De boer uit Finsterwolde dankte de ongewone belangstelling aan het feit dat hij “doelbewust nieuwe wegen heeft ingeslagen”. In en om zijn boerderij zag men namelijk een grote collectie abstracte kunst. Zelfs aan zijn verschijnling kon je het merken:
“De heer Waalkens laat tot in zijn uiterijk zien, dat hij de moderne kunst is toegedaan. Hij ziet er uit als een schilder, compleet met kortgeknipte baard, golfbroek, kleurig hemd en sportjasje. Niets aan hem verraadt de boer, zoals men gewend is zich die voor te stellen.”
Vooral de kunstenaar Siep van den Berg was ruim met zijn werk in Finsterwolde vertegenwoordigd. Waalkens leerde hem als leerling op de Middelbare Landbouw School in Groningen kennen en ze raakten bevriend: Van den Berg was degene die de toch al bestaande kunstliefde van Waalkens aanwakkerde en omboog naar het moderne. En ook was Van den Berg er de oorzaak van, dat Waalkens een kunstgalerie begon.
Dat kwam zo. Waalkens zou voor zijn oude vriend een tentoonstelling organiseren in het pas opgeknapte gemeentehuis van Finsterwolde, maar mocht daar nog geen spijker in de muur slaan. Reden om de expo te verplaatsen naar Waalkens’ ongebruikte koestal, die voor dit doel helemaal verbouwd werd . Aanvankelijk zou het een eenmalige aangelegenheid zijn, maar een Amsterdamse galeriehouder kreeg er lucht van en die wist Waalkens over te halen er een permanente zaak van te maken.
Bij de opening was de opkomst zo groot, dat voor het eerst in het bestaan van Finsterwolde er het verkeer geregeld moest worden. Omdat de zaak vlakbij de destijds nogal veel gepromote Groene Kunstweg lag, kwamen er ook geregeld Duitsers en Scandinaviërs langs. “Er zijn zelfs mensen die er een fikse reis uit Leeuwarden voor over hebben”, aldus de Katholieke Illustratie, die daarmee vast een grapje van Waalkens overnam.
Dit exemplaar van de Katholieke Illustratie kreeg ik onder ogen dankzij filmer Buddy Hermans. Hij maakt momenteel een documentaire over Albert Waalkens met de werktitel ‘Boer tussen Kunst en Koren’. In april volgend jaar gaat de film in première in de Klinker in Winschoten. Dan is het tien jaar geleden dat Waalkens overleed.
“Je kunt er pas over oordelen als je er geweest bent”
Geplaatst op: 27 juli 2016 Hoort bij: autobio 6 reacties“Je kunt er pas over oordelen als je er geweest bent”, was een kreet die een jaar of dertig à vijftig geleden voortdurend tegen bestrijders van de Apartheid werd ingebracht. En ja, ik heb hem in een discussie ook wel eens aan moeten horen.
Het is natuurlijk volstrekte kolder – dezelfde mensen die deze kreet aanhieven hadden meestal wel hun mening klaar over Cuba of de Sovjet Unie, zonder dat ze die staten ooit bezochten. Van buitenaf is vaak ook een globaler oordeel mogelijk dan van binnenuit.
Tegenwoordig hoor je de kreet nooit meer en terecht niet. Stel je voor dat we over Isisland steeds zouden moeten horen: “Je kunt er pas over oordelen als je er geweest bent”.
Als je er geweest bent, kan je dat niet eens navertellen.
—
Onlander hooierij
Geplaatst op: 26 juli 2016 Hoort bij: Onlanden 6 reacties
Iemand die zeg 25 jaar in coma lag, zou, aangenomen dat zijn geheugen nog intact was, toch wel heel vreemd tegen dit plaatje aankijken. Destijds ging het hooi nog niet in rollen. De zichtbare stadsgebouwen zijn ook nieuw voor hem.

Recente reacties