Herfst bij de sluis en de haven

2015-10-23 002

2015-10-23 004

2015-10-23 007

2015-10-23 010


Mijn overgrootvader als leedaanzegger

Z.H.Vondeling_Hendrik blogversie

Hoewel mijn moeder de eerste acht, negen jaar van haar leven in Zuidhorn doorbracht, had ze daar maar een paar herinneringen aan. Een daarvan betrof haar grootvader Hindrik Vondeling, die schoenmaker was, maar ook, onder andere, parttime barbier en leedaanzegger. In die laatste functie droeg hij een zwarte rokjas met tressen en een ministerssteek. Als kind moest ze daar niet veel van hebben, vertelde ze. Ze was er bang voor.

In mei 1925 was hij officieel door de Zuidhorner begrafenisvereniging ‘De Laatste Eerbewijzen’ als voorganger benoemd. Dat gebeurde aan het eind van een ledenvergadering in café Meinema in Briltil. De vereniging had 405 leden, zo lezen we in het verslag, en omdat er in het afgelopen jaar slechts 10 begrafenissen door de vereniging waren bekostigd, schoot er een aardig bedrag over dat op een spaarbankboekje bij de lokale Postspaarbank werd gezet.

Op dat moment was Hindrik Vondeling, die met zijn vrouw naast de opgang van het kerkhof aan de Jellemaweg woonde (een opgang die naar hen ook wel Vondelings Ree heette) al anderhalve maand in touw voor de begrafenisvereniging. Althans, op 26 maart 1925 deed hij zijn eerste aangifte van een overlijdensgeval ten gemeentehuize. In de twintig jaar dat hij zijn functie bekleedde, zouden er nog een kleine 400 volgen, zo’n beetje de helft van alle overlijdensaangiften van de gemeente Zuidhorn:

Jaar Aangiften Vondeling Totaal aantal akten Percentage
1925 17 36 47 %
1926 24 44 55 %
1927 24 48 50 %
1928 18 32 56 %
1929 28 61 55 %
1930 15 32 47 %
1931 14 35 40 %
1932 24 41 59 %
1933 19 43 44 %
1934 21 42 50 %
1935 13 41 32 %
1936 26 50 52 %
1937 20 43 47 %
1938 17 41 41 %
1939 17 40 43 %
1940 21 48 44 %
1941 21 49 45 %
1942 18 38 47 %
1943 22 40 55 %
1944 8 38 21 %

Aanvankelijk deed men altijd met twee man aangifte, vanaf 1934 gebeurde dat door één. Bij nader inzien bleek Hindrik Vondeling zowat alle Zuidhorner sterfgevallen voor zijn rekening te nemen, terwijl de andere dorpen daar eigen personen voor hadden – in 1937 was dat de venter Willem Hoiting voor Noordhorn,  terwijl de watermulder Wietse van Duinen het voor Oostwold deed.

Bij Hindrik Vondeling zie je een dipje qua activiteit in 1935. Misschien was hij toen ziek, maar misschien was er ook wat anders aan de hand. Hij stond bekend om zijn practical jokes, en als voorganger en leedaanzegger pompte hij de klompen die buiten bij een pompstraat stonden wel eens vol water. Ik kan me voorstellen dat zijn werkgever dat niet op prijs stelde.

Hij was al vrij oud toen hij aan dit werk begon: 58. Op zijn 77-ste hield hij ermee op. Zelf overleed hij op 23 juni 1946, ruim een half jaar na zijn vrouw.

2015-10-24 046

Met dank aan Arnold Wegman van Zuidhorn in beeld voor de bovenste foto!


Geinponems in een donker hoekje – op visite bij Monument & Materiaal

In de hal enkele vitrines met vondsten van de archeologen die bij Monument & Materiaal inwonen, Dit is een tuinvaas van roodbakkend aardewerk, ik denk van omstreeks 1700, die in het Boterdiep is aangetroffen (ook destijds waren tuinen regelmatig het doelwit van vandalen):
2015-10-21 008
Vloerstubbers van heide:
2015-10-21 010
Brandewijnskommetje, gevonden in de Prinsenstraat:
2015-10-21 012 brandewijnkommetje Prinsentraat 11
Op de binnenplaats dit gevelornament uit Gouda, waar wel meer spullen vandaan bleken te komen:
2015-10-21 015
Op de deurenafdeling een sleutel met het beeldmerk van Bruynzeel:
2015-10-21 017
Siersmeedwerk, eind negentiende eeuw:
2015-10-21 026
Zespuntige ster, ergens in de achttiende eeuw in hout gesneden:
2015-10-21 037
Topstuk uit Gouda of omgeving – snijwerk uit bovenlicht. Er was enige discussie of de mercuriusstaf met dubbele esculaap nou op handel in het algemeen of op apothekerij sloeg:
2015-10-21 043
De geinponems onder de gevelornamenten in een donker hoekje:
2015-10-21 048
Roos van Jericho (of opstandingsplant):
2015-10-21 055
Bij de uitgang een balk, beschilderd in de zeventiende eeuw, aangetroffen bij een verbouwing van een winkel in de Herestraat:
2015-10-21 058
Buiten krijgen we nog zicht op loofwerk:
2015-10-21 062


Tante Trijn

persoonskaart Tante Trijn, Leeuwarden blog

En zo vind je op het eind van de dag nog wat: de ‘persoonskaart’ van tante Trijn. Enkele spullen die ik van mijn moeder erfde, zijn van tante Trijn afkomstig. Ze overleed op oudejaarsdag 1972, vlak voor mijn grootvader.

Veel weet ik niet van haar. Ze was de oudste zuster van mijn grootvader en – hoorde ik ooit van mijn moeder – een gezelschapsdame bij een vermogende familie in Leeuwarden. Daar woonde ze in een kamer bij die familie in. De naam van die familie was ik kwijt, ik meende dat het Buma was. Een nicht van mijn moeder dacht Bottinga, naar een voormoeder van ons uit een Termunter vissersfamilie.

Ik dacht: laat me eens naar de site van het Historisch Centrum Leeuwarden gaan, wie weet hoe Us Mem een haas vangt. En ja hoor, daar staat het bevolkingsregister online met een persoonskaart van Trijntje Vondeling, en die blijkt eind 1934 vanuit Den Haag bij een familie Y.J. Botma aan de Harlingerstraatweg te zijn ingetrokken als “assistent in de huishouding”, wat iets anders is dan gezelschapsdame.

Nu die Botma nog doorlichten natuurlijk. Leden van die familie zaten ook in Groningerland, ze kwamen vooral uit de Dongeradelen, heb ik de indruk. Ik hoorde het verhaal dat deze familie een lijfrente voor tante Trijn kocht, maar daar later wat verbolgen over deed, omdat ze er een boerderij voor hadden moeten verkopen.

Tryn Vondeling


Zand in de raderen van het recht – de kafkaiaanse inefficiency bij justitie

  1. Digitaal > papier
    De politie stuurt de documenten zoals proces-verbalen digitaal naar het OM, dat de documenten uitprint.
  2. Papier > digitaal
    De prints gaan per auto van Groningen naar Almelo (drie maal ’s weeks), waar men ze scant.
  3. Digitaal > papier
    Almelo stuurt de documenten digitaal naar Groningen terug, waar ze weer uitgeprint worden voor de rechters.

En dan staan we nog verbaasd te kijken dat criminelen strafvermindering krijgen doordat hun zaak zo lang op zich wachten laat.

Bron: DvhN via


Een geheime schat in mijn moeders huis

2015-10-16 052

Bij de verdeling van mijn moeders antiquiteiten, had een van mijn jongere broers zijn zinnen gezet op een geallieerde granaathuls, gemaakt in het jaar 1941 en vermoedelijk gebruikt in het Westerkwartier, voorjaar 1945. Het ding stond in de vensterbank van het kleine slaapkamertje.  Hij tilde het op, maar vond het nogal aan de zware kant. Bovendien rammelde het een beetje. Bij een graai in het binnenste van de huls bleek dat er een heleboel koperen centen in zaten. Centen uit de guldentijd. We hebben de bult muntjes vanuit de huls uitgestort in een geldkist die een andere broer meenam.


Proeven van middenstandspoëzie uit de puddingfabriek

1

2

3

6

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1774 (documentatie bedrijven etc.) inv.nr. 1444 (AJP ofwel A.J. Polak, Viaductstraat, Groningen) diverse notaatjes uit het Interbellum, hiervan de koppen.


Gemeente Groningen prefereert Friese verbastering boven authentieke padnaam

2015-10-15 019

In haar onmetelijk zelfgewaande wijsheid heeft de gemeente Groningen het fietspad tussen de Van Zwedenlaan en de Peizerweg ’t Hegepad genoemd, zogezegd naar de Hege Vier, een paar stukken weiland in de buurt met veenterpjes.

Ik zou graag de schriftelijke bron voor deze naam willen zien. De Hege Vier ken ik namelijk alleen als de Hoge Vier en dat Hege zal dus een verschrijving van een Friese eigenaar en/of notaris zijn. Mogelijk betreft het zelfs domweg een leesfout. In elk geval is de naam niet echt oud. Het land ter plaatse heette rond 1800 immers nog Fraterland. Zo bezien prefereert de gemeente Groningen een Friese verbastering boven een veel authentieker naam.

Het is niet de eerste keer dat de gemeente Groningen een zootje maakt van de straatnaamgeving. Binnenkort hoop ik een lijstje te kunnen geven van de blunders die de gemeente zich in dit opzicht veroorloofde.

 


Verslaggever over de rooie vanwege de regen

Via


Tochtsloot ontwaternaveld

Het moet welhaast het allerlaatste eindje van het Westerkwartier zijn geweest, maar de Tochtsloot tussen de Van Zwedenlaan en de Peizerweg is eindelijk ontwaternaveld. Dit was het beeld van hedenochtend kwart voor negen:

2015-10-14 001

Er kwam nogal wat biomassa aan de wal:
2015-10-14 008

Men begon halverwege de sloot, bij het veenterpje. Dacht even vanwege de onthulling van de padnaam, morgen, maar vanmiddag bleek het hele eind naar de Peizerweg gedaan en er was dus geen half werk geleverd. Wel lagen her en der nog jennerige blaadjes waternavel in de sloot. Loerend op hun kans, ’t volgend voorjaar, om wortel te schieten. Hopelijk komt er een winter met een mooie droge vorstperiode.


De klare lijn in een VVV-krant

Waarschijnlijk vlak voor de Eerste Wereldoorlog verscheen een VVV-krant met deze kop:
1 - de kop
Links een stoomschip:
2 - sleepboot
Rechts een stoomtrein:
3 - stoomtrein

Middelen van vervoer waarmee men Groningen bereikte.

Van de hand van dezelfde tekenaar zijn verder wat gebouwen in advertenties. Zoals een bekende fietsenfabriek aan de Hereweg:
4 - Fongers
En koffiebrander en theepakker Tiktak aan het Damsterdiep.
5 - Tiktak

Beide bedrijven zijn tamelijk overdreven voorgesteld, maar dat was (en is) zo de gewoonte in de reclame.

Verder de heren- en kinderkledingzaak van L. de Vries Hzn. aan het begin van de Brugstraat – met de pauwen bovenaan de voorgevel:
6 - H. de Vries

Maker van de tekeningen was een E. Schlette, die in 1907 ook de tekeningen leverde voor de nieuwe kop van het Zondagsblad van het Nieuwsblad van het Noorden, een kop die vooral de rust moest uitstralen die nodig was voor ongestoorde krantenlectuur alsmede kalme overdenking van het gelezene:
7 - 1907 Zondagsblad NvhN 1907
Uitsnede met rechts de symbolen voor kunst en nijverheid, “de hoofdbronnen onzer volkswelvaart”:
8 - 1907 Zondagsblad NvhN 1907 detail

Bron van de VVV-krant: RHC Groninger Archieven, Toegang 1774 (documentatie bedrijven etc.) inv.nr. 2838.1 (Vreemdelingenverkeer).


‘Bij duizenden verdwenen de oorijzers in den smeltkroes’

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Berend Kunst, Boerin met oorijzer (ca. 1840). Collectie museumboerderij Hermans Dijkstra, Midwolda.

“Tegenwoordig neemt het dragen van oorijzers in Groningen, zoowel in de stad als ten plattenlande, meer af dan in Friesland. Vooral in het oosten der provincie, in het Oldambt, is het oud germaansche hoofdtooisel zeer in verval. Zelfs wordt het in de rijk gezegende polders in de omstreken van Beerta en aan de oostfriesche grenzen door de boeredienstmeiden niet algemeen meer gedragen. Het vraagstuk of men de oorijzers zou blijven dragen dan of men ze, gelijk reeds deze en gene gedaan had, zou afzetten en het haar naar de fransche mode zou kappen, heeft eene heftige beweeging onder de oldambtster vrouwen teweeggebracht.

Omstreeks het jaar 1856 waren er eenige dames en burgervrouwen te Winschoten, Hoogezand en Sappemeer, in de Wildervank en de Pekel-A en te Veendam, die den voorouderlijken en nationalen hoofdtooi verwierpen en “met los haar gingen” of “het hollandsch droegen”, zooals men het volgen van de fransche kleederdracht in de noordelijke provinciën noemt. Vooral de talrijke kapiteinsvrouwen of “mouders”, zooals zij door het zeevolk spottenderwijze worden betiteld, de vrouwen van scheepsgezagvoerders, hadden daartoe gereede aanleiding als ze, gelijk dikwijls geschiedde, hare mannen op zeereizen vergezelden en in Engeland, of in de havens van de Oostzee en Middellandsche zee of zelfs in Noord- en Zuid-Amerika wel genoodzaakt waren het oorijzer tijdelijk af te zetten, teneinde niet al te zeer in die vreemde streken door het nieuwsgierige volk te worden aangegaapt. Zoo vergat ook lichtelijk deze of gene, als ze weer in hare woonplaats was teruggekeerd, om het gekapte haar te ontvlechten en weer onder het oorijzer en de kanten muts te verbergen.

Onder de rijke boerinnen in de Beerta enz. was er al spoedig eene enkele, die uit overgroote weelde niet meer wist wat ze wel zou doen om maar te toonen dat ze rijk was en zich kon kleeden zoo als ze wilde (waartoe ze ook alle recht had) en die het gegeven voorbeeld volgde, om daardoor zoo veel te minder eene boerin te schijnen, wat ze toch altijd bleef; want dat haar smaak door het afzetten van het oorijzer er niet op verbeterd was, bewees ze door nu het haar op te steken met een groote gouden kam, zoo als de duitsche vrouwen dat met een hoornen of beenen kam doen.

Natuurlijk staken de vriendinnen en geburen over deze nieuwigheden de hoofden bij elkander en verwekte deze zaak bij haar zooveel ergernis aan den eenen kant en zooveel belangstelling, goedkeuring en navolging aan de andere zijde, dat het bespreken van het voor en tegen van het oorijzer aan de orde van den dag was en de gemoederen in hevige beweging bracht. De dames belegden vergaderingen, hielden meetings; de oorijzerkwestie was scheering en inslag van alles wat besproken werd. Na hevige discussiën en vurige debatten namen eindelijk damesvereenigingen te Winschoten, in de Pekel-A enz. het besluit om het dragen van oorijzers voor goed vaarwel te zeggen. De leden ervan gaven aan andere vrouwen het voorbeeld; zoodra heur hoofdhaar de noodige lengte had bereikt om gekapt te worden, werden de oorijzers voorgoed afgezet (…). Bij duizenden verdwenen de oorijzers in den smeltkroes. De goudsmeden beleefden slechte tijden; de coiffeurs en parfumeurs en hoe de leden van die fransche bende meer mogen heeten, hadden gouden dagen. (…)

Niettegenstaande de vrouwen-omwenteling echter (…) zijn de oorijzers nog bij lange na niet uit het Oldambt, veel min uit het overige Groningerland verdwenen, en verhoogen nog duizende groninger “wichter” de schoonheid van haar blank gelaat en de glans van hare heldere oogen met den blinkenden diadeem…”

Bron: Johan Winkler in J. ter Gouw (red.), De Oude Tijd, jrg. 1871, p. 145-148.

Vergelijk: De oma van mijn oma liep een paar modes achter.


Een auto-zendeling in Finsterwolde

“Het was vijf jaar geleden, dat ik in Finsterwolde was geweest. Welk een verschil toen en nu.
 
Vijf jaar geleden reden wij naar dit communistisch dorp vanuit Oostwold. Het was niet op zeer vriendelijke wijze, dat wij toen ontvangen werden.
 
Wij werden ontvangen met de vraag of wij uit Rusland waren weggejaagd en toen wij vertrokken werd ons nageroepen: „Groeten aan jullie hemel.”
 
Daartusschen moesten wij allerlei uitroepen, waarvan „Rood front” de meest onschuldige was, aanhooren en werden wij vergast op de „Internationale”. Toch mochten wij ook in 1931 daar de boodschap van onzen Koning brengen.
 
Nu stapten wij af voor de woning van ds. De Leeuw en viel ons oog op het aardige gebouwtje naast zijn woning.
 
Ds. De Leeuw heeft hier een moeilijken, doch rijk gezegenden arbeid. Door mevrouw De Leeuw bijgestaan, mag hij aan zeer vele kinderen in de verschillende samenkomsten het Evangelie brengen, terwijl iederen Zondagavond, in de moedersamenkomst in de week en bij het bezoek in de huizen ook aan de volwassenen de boodschap des heils wordt gebracht.
 
De samenkomst, die wij hier hielden, was vrij wat beter dan die van vijf jaar geleden. Wel werd ook nu de „Internationale” gezongen, wel werd ook nu om brood geroepen, doch in het algemeen werd hier goed en door velen met aandacht geluisterd.”

Bron: S. Schotvanger, Uit het dagboek van een auto-zendeling (Amsterdam 1936).

Overigens lijkt het Handboek voor gereformeerde Evangelisatie van drie jaar later wat minder optimistisch over de zending onder “de door het communisme verkankerde arbeidersbevolking van Finsterwolde”.


Groninger Geschiedenisdag 2015

De historische schepen lagen vanochtend op de Zuiderhaven in de oosterzon te blinken:
2015-10-10 005
K. ter Laan, wederopgestaan via Erik Bulthuis, opende de Dag:
2015-10-10 019
Eerste ronde over de informatiemarkt – schilderij van Geert Schreuder in de stand van het Streekhistorisch Centrum Stadskanaal roept de sfeer van een oude veenkolonie op:
2015-10-10 027
Hans Beek van de Stichting Groningen Orgelland vertelde wat nieuwtjes uit die wereld:
2015-10-10 035
Joods vaandel:
2015-10-10 036
Onderonsjes:
2015-10-10 047
Op het hoofdpodium de Grey Pigeons, ouwe indo-rockers:
2015-10-10 063
In een van de stalletjes onder de arcade deze verzameling baret-insignes:
2015-10-10 077
Folkzanger Fred Piek (ooit Fungus, Amazing Stroopwafels) speelde twee hele fijne sets in het restaurant van Cascadeplein 10:
2015-10-10 082
Nog meer boekenmarkt:
2015-10-10 083
Aftrap van Onderzoek Onderweg – twee flitslezingen over lopend onderzoek:
2015-10-10 089
Weer bij de infomarkt – Jos Rietveld interviewt de aimabele Hero Jan Hooghoudt, Tjerk Bekius registreert het met zijn camera:
2015-10-10 099
Hoofdpodium – Inge van Calcar en band:
2015-10-10 105
Restaurant nr. 10 – George Welling met onder meer een prachtig lied, hem ingegeven door de Groningse neiging om overal ja op te zeggen ja:
2015-10-10 111
De afsluitende geschiedenisquiz in aantocht – de organisatie was er wederom in geslaagd  de prachtigste hoofddeksels aan te schaffen:
2015-10-10 118
Naar men zei Z-siders bekeken nog één keer incognito de KNVB-beker:
2015-10-10 151


‘De wereld wil bedrogen worden, dus wordt zij bedrogen’

NSB-affiche met meeuw en vrijheid

Bron: de jaren ’40-’45 een documentaire (Bezige Bij, Amsterdam, 1961)