Vergetelheid en herinnering in de Folkingestraat
Geplaatst op: 9 oktober 2015 Hoort bij: Kunsten, Stad nu, Stad toen Een reactie plaatsenEen wandeling door de Grunobuurt
Geplaatst op: 7 oktober 2015 Hoort bij: Stad nu 6 reactiesDe Grunobuurt, gebouwd in de jaren twintig door een woningbouwvereniging voor spoorwegpersoneel, staat er al jaren half gesloopt bij. Door de economische crisis viel de nieuwbouw stil. Op een flinke lap braakliggende grond zijn inmiddels moestuinen aangelegd:

Blijkbaar is er ook een put geslagen. Er staat in elk geval een ouderwetse waterpomp met een zwengel:

Een toegangshek is opgebouwd uit de letters van Gruno, welke corporatie overigens al twintig jaar Nijestee heet:

Straat met oud- en nieuwbouw:

Bij de Snelliuskerk dit vogelhuisje met een kruisje:

Er hangen opmerkelijk véél vogelhuisjes in deze wijk:
Ze zijn begin dit jaar gemaakt door kunstenaar Lena van der Wal. Er is zelfs een route van.
Andere mensen laten hun kids graag kickboksen:

Sport en spel, mozaïek van Anno Smith (1915-1990) over wie er vanaf volgende week een tentoonstelling in het Groninger Museum te zien is:

Grappig schoolgebouw uit de wederopbouwperiode met geschakelde lokalen en lessenaarsdaken:

Meditatiecentrum:

Typografische ontsporing op een gevel van Patrimonium, de woningbouwvereniging die in het zuiden van de wijk de grootste huisbaas is:
Dat 1936 komt nog authentiek over, de naam Patrimonium al niet meer en het grootschalig uitbazuinen van de oplevering in 1976 getuigt bepaald niet van de ingetogenheid die de stillen in den lande eigen zou zijn.
Kamerlingh Onnesstraat 20, het adres waar mijn oudtante Geeske Perton en haar man Hilvert Timmer, in het stoomtijdperk machinist bij de staatsspoorwegen, langdurig hebben gewoond – herinner me nog van een bezoek dat ik de portiek-etagewoning behoorlijk klein vond:

Over het fabeltje dat Nederland de tolerantie uitvond
Geplaatst op: 6 oktober 2015 Hoort bij: De actuele wereld, Geschiedenis 6 reacties
Deze tweet van hedenochtend door een bekend auteur weerspiegelt een idée reçue of gangbaar idee dat de waarheid lelijk geweld aan doet. Nederland is namelijk NIET de uitvinder van religieuze of politieke tolerantie!!!
Ter ondersteuning van het idee worden vaak voorbeelden uit de zeventiende en achttiende eeuw aangehaald, zoals ook nu weer bij de tweet van Kuijer, want een onderwijzer merkt in een reactie op:
“heb het gisteren de kinderen van mijn klas met geschiedenis uitgelegd. Spinoza mooi voorbeeld.”
Spinoza en vooral zijn leer werden echter niet getolereerd. Spinoza is verbannen uit zijn eigen geloofsgemeenschap en de hier te lande heersende calvinistische kerk waakte tot diep in de achttiende eeuw fel tegen zijn leer. Spinoza kon zijn pleidooi voor de vrijheid van meningsuiting slechts anoniem en in het latijn publiceren en later werk, eveneens anoniem en in het latijn, werd verboden. Zodoende kon dit werk alleen onder de toonbank worden verkocht en raakte het alleen in kleine kring bekend. Aanhangers die in de volkstaal ruchtbaarheid gaven aan Spinoza’s denkbeelden, verdwenen tot in diep in de achttiende eeuw in de kerker. Ik bedoel maar: als de behandeling van Spinoza als een voorbeeld van tolerantie mag gelden, dan is het Rusland van Poetin eveneens tolerant.
Een ander voorbeeld uit de zogenaamde Gouden Eeuw dat vaak wordt gebruikt ter staving van onze vermeende tolerantie, is dat van de Hugenoten. Maar die werden hier louter gastvrij opgevangen, omdat het om calvinisten ging: geloofsgenoten van de hier te lande heersende gezindte. De opvang was dus geen daad van tolerantie, maar van calvinistische solidariteit. Men voelde zich als geloofsbroeders verantwoordelijk voor de Franse martelaren. Wat niet wegnam dat rijke Hugenoten hier een oneindig warmer onthaal vonden dan arme. Men hield bij alle religie ook het eigenbelang terdege in de gaten.
De ware toetssteen van tolerantie is niet of geloofsbroeders gastvrij worden ontvangen, maar of de ‘eigen’ religieuze minderheden volledige vrijheid wordt gegund en of hun aanhangers politiek-juridisch gelijkwaardig zijn aan die van de bovenliggende partij. Als we ons even beperken tot de grootste religieuze minderheid, die van de rooms-katholieken, dan zien we dat zij tot vrij ver in de achttiende eeuw in grote delen van ons land niet mochten samenkomen in eigen kerken. Vergunde een overheid kerkbouw, dan was het menigmaal orangistisch en calvijnsgezind volk, dat die bouw in eerste instantie met geweld wist te verhindereen. Kwam zo’n kerk ergens toch tot stand, dan mocht hij ook vooral niet teveel opvallen. Een toren hebben of een klok luiden, bijvoorbeeld, was voorbehouden aan de bevoorrechte gereformeerde gezindte. Ondanks hun ‘lage profiel’ vormden katholieke ‘schuilkerken’ vaak een van de eerste mikpunten bij orangistische oproeren, gedragen door de meerderheid van ons Nederlandse volk (1748; 1785-1787). Ook na de formele gelijkberechtiging van katholieken en protestanten (1796) bleven katholieken trouwens nog lang tweederangs burgers. Tot in de twintigste eeuw gold het bijvoorbeeld als zéér ongewenst dat een katholiek hoofd van het postkantoor te Groningen zou zijn.
Voor wat betreft de politieke tolerantie hoef ik maar te wijzen op de bejegening die socialisten voor de oorlog, en communisten en radicalen erna ondervonden. Menigeen kon niet het werk krijgen, dat hij ambieerde, dankzij machinaties van onze veiligheidsdienst.
Nee, Nederland voorstellen als uitvinder van de politieke en religieuze en politieke tolerantie is het handhaven van een leugen, weliswaar een populaire leugen, maar daarom nog niet minder leugenachtig.
En eraan voorbij gaande of Vaderlandsliefde überhaupt wenselijk is: trots op een fictief verleden is sowieso misplaatst.
Eerste droom van Geschiedenisdag in daad omgezet
Geplaatst op: 6 oktober 2015 Hoort bij: Stad nu, Stad toen 4 reactiesDe Dag van de Groninger Geschiedenis, a.s. zaterdag, heeft als thema ‘Tussen droom en daad’. In 1910-1911 droomde een jongeman uit Helpman zich een vliegtuig. Dat crashte al gauw, maar een propeller bleef bewaard en die werd gister op een grote foto van het vliegtuig gemonteerd:

Naschrift donderdag 8 oktober:
Zie ook.
Eeuwig groeien de coniferen
Geplaatst op: 6 oktober 2015 Hoort bij: Familie 1 reactie
Deze nogal saaie foto van coniferen op onze erfgrens, door mij gemaakt in de warme zomer van 1975, had eventueel moeten dienen als bewijs in een rechtszaak.
Het kwam zo. Volgens mijn moeder keek, nee loerde onze buurvrouw ‘Olde Ale’ vanuit haar keukentje steeds weer ons huis in. Omdat mijn moeder daar meer dan beu van was, en Olde Ale volgens haar niet wilde luisteren, liet mijn moeder coniferen tegen de erfgrens neerzetten, nog net op onze grond.
Olde Ale echter, meende dat het haar territorium betrof. Onder het motto “Ikke grond kopen en ie der bossies op zetten” kortte zij de coniferen in met een grote heggeschaar. “Hele tjoeken haalde ze derof’, aldus mijn moeder die dit horticulturele vandalisme tamelijk begrootte.
De coniferen bleven groeien. Olde Ale haalde de gemeente-opzichters erbij en die spanden een draad van het midden van de ene kadastersteen naar het midden van de andere kadastersteen. Zij kwamen eenparig tot de conclusie dat de coniferen op onze grond stonden. Zij gaven mijn moeder, kortom, gelijk.
Dat vond Olde Ale niet leuk! Terwijl mijn moeder was “an de liende” aan het hangen was, begon Olde Ale met modder te gooien. “De hele was had ik eronder”, vertelde mijn moeder. Zij vulde een emmer met water en gooide dat over Olde Ale heen: “’t Was net een verzöpen kadde”.
Mijn moeder belde zelf de politie met de mededeling dat ze voor eigen rechter had gespeeld. Volgens haar praatte de politie met Olde Ale en zei haar dat ze op moest houden. Sindsdien heerste er een ijzig bestand bij ons in de straat.
De coniferen bleven groeien.
Rondje Stedum
Geplaatst op: 4 oktober 2015 Hoort bij: Ommelanden 9 reacties(Foto’s gister gemaakt.)
Een ‘Plantenasiel’ bij de ingang van EMG Faktors aan het Eemskanaal. Een bedje (grond) is er en wel in het badje, maar het broodje in de zin van natje en droogje lijkt vrij naatje vandaar dat de planten in dit asiel nogal verpieteren of zelfs zieltogende zijn:

Eemskanaal in de richting van de stad – het schip op de voorgrond ligt normaal in Zoutkamp, de Jacoba II een eindje verderop is van een scoutingclub:

Mocht dit een vliegenzwam verbeelden dan zou ik het uitgesproken advies niet opvolgen:

De Voorwaarts Voorwaarts, het vlaggeschip van de provincie Groningen, ligt er sinds zijn aanvaring met een Leeuwarder brug, eind augustus, nog steeds mastloos bij in het Eemskanaal:

Bij de ingang van het Bevrijdingsbos aan de Stadswegkant bij Noorddijk:

Christus voor Pilatus (de man die zijn handen in onschuld waste) – pas gerestaureerde gewelfschildering uit het begin van de zestiende eeuw in de kerk van Garmerwolde:

Lichtval in die kerk:

Zwaan op herenbank:

De grafsteen van jonker Everhardt de Mepsche op de Tackenborch (overleden 1646), met min of meer hetzelfde familiewapen dat in de kerk van Noordwolde te vinden is:

Een deel van de Garmerwolder kerk is in 1859 afgebroken:

Die kerk vanaf het achterliggende kerkhof – op de voorgrond het grafmonument van een recent overleden oud-voorgangster:

Groeten uit Ten Post:

Achter Stedum – schuur met op de achtergrond de lange oprijlaan die voerde naar de borg Nittersum (afgebroken in 1818):

Die laan vanaf de Lopster kant:

Omgeploegd veld bij de Eemshavenweg tussen Stedum en Middelstum:

Tussen Onderdendam en Winsum:

Even op visite geweest in het huis te Obergum:

De tegelfragmentententoonstelling van Open Monumentendag lag er nog. Het onderstaande zou een kiepkerel voorstellen. Zelf dacht ik eerst aan een smartlap, maar het zou ook het een of andere kermisspelletje kunnen zijn:

Een luchtballon bij Harssens:

De dichtgroeiende tochtsloot langs het nieuwe fietspad naar Hoogkerk:

Rondje Roden
Geplaatst op: 2 oktober 2015 Hoort bij: Drenthe 2 reactiesUitloper Stadspark richting Groningerweg:

Onlanden – ganzen in paniek door passerende helikopter:

Onlanden, landschap:

Hoekje bij Roderwolde:

Foxwolde:

Foxwolde – daar moet haast wel een pomoloog wonen, gezien het assortiment appels langs de weg, o.a. notarisappels, moesappels en Groninger Kroon:

Foxwolde – blaarkoppen in afwachting van hun boer:

Zwartbont vee bij het Lieversche Diep:

Schuur op de Weehorst:

Dezelfde schuur, andere kant:

Tussen Roden en Lieveren kwam er een cowboy voorbij:

Hooiland tussen Roden en Lieveren:

Bramen, ook nog onrijpe:

Onlander coulissen van boerengeriefhout:

Onlanden – zes van de ongeveer vijftien ooievaars die te zien waren op afgemaaide percelen; op de achtergrond de KPN-telefoontoren aan de Peizerweg:

Wagen met potplanten bij een schuurtje in ontbinding, Peizermade:

Rondje Loon
Geplaatst op: 30 september 2015 Hoort bij: Drenthe 11 reactiesHet dal bij de Vogelzangsteeg, Noordlaren:

Zelfde wegje , andere kant:

Terwijl ik die foto’s bij de Vogelzangsteeg maakte, kwamen er zeker drie zware tractoren met grote bakken grond voorbij. Ik ging de Lageweg op en zag aan de lage kant eerst wat bulten grond in het land liggen, en vervolgens een soort uitgegraven, ondiepe watergang. Je zou haast denken dat hier een aflopend Hondsrug-beekje gereconstrueerd werd:

Schipborg – ze waren uitverkocht:

Hek bij het Oudemolensche Diep:

Elk vakje in de leuning van de brug over het Looner Diep was bezet met een kruisspin. Deze was bezig met het repareren van haar web:

Veld bij de Gasterenseweg

Nog een beek:

Een dubbele ophaalbrug in Assen-Noord:

Onbedoelde land-art bij de Taarloseweg onder Vries:

Vervallen schuur, zelfde lokatie:

Groningerstraat tussen Vries en De Punt – vliegenzwam met omhoogstaande hoedranden vormde psychedelisch hippiepatroon:

Bij Glimmen speelden wat kindertjes op en om een grote bult zand. Het was geen wit zand, wat helemaal makkelijk verschuift, maar toch: het griezelde me toe. De moeders stonden doodgemoedereerd in de schaduw (rechts) ernaar te kijken en te klessebessen. Heb ze toch maar even toegeroepen, hoe gevaarlijk dit kan zijn. Daarna werden de kinderen vlug bij de bult weggehaald:

Glimmen, bij de Rijksstraatweg:

In Haren mag Circus Renz nog wat langer voorstellingen geven (tot 4 oktober):

In het weiland naast de tent liepen wat olifanten. Een bordje bij het hek bezwoer dat ze niet optraden. Dat zijn dan dure kostgangers:

Herfstrondje Leutingewolde
Geplaatst op: 29 september 2015 Hoort bij: Drenthe, Ommelanden 6 reactiesBij de Bornstertol gooiden ze voor de zomervakantie een sloot dicht. Nu graven ze er een nieuwe sloot met een dubbele kniebocht:

Sigaartje?

Rode bessen bij Roderwolde:

Vliegenzwam bij Foxwolde:

Leutingewolde, de bekende schuur:

Tussen Leuringewolde en Roden – Schotse hooglander in massagesalon:

Enumatil:

Er was weer veel gras gemaaid – de laatste snee bij Enumatil:

Eikels veel gezocht in oorlogstijd
Geplaatst op: 28 september 2015 Hoort bij: Drenthe vrogger 8 reacties
Kwam dit affiche weer tegen. Het plaatje scande ik uit het een of andere oorlogsboek, alleen kon ik niet terugvinden welk. Het trof me, omdat het aansluit op een herinnering: begin jaren zestig zamelden Havelter kinderen van mijn leeftijd nog eikels in, die ze voor een grijpstuiver verkochten. Getuige het affiche werd dat inzamelen in de oorlog gestimuleerd, niet alleen qua eikels, maar ook voor wat betreft beukenootjes en kastanjes.
De hernieuwde kennismaking met de poster vormde aanleiding tot een klein historisch onderzoekje in de krantendatabank Delpher en Staten- Generaal Digitaal. En als zo vaak: je trekt aan een draadje en er gaat een wereld voor je open.
Uit mijn onderzoekje kwam ten eerste, dat er in de negentiende eeuw al wel eikels werden ingezameld in Drenthe, maar dat dat nog voornamelijk gebeurde voor de aanplant van eiken. Berichten in de Drentsche Courant dat Gelderse en Brabantse boeren eikels aan varkens en schapen voerden, doen vermoeden dat die praktijk in Drenthe minder in zwang was. Het gebruik van eikels, kastanjes en beukenootjes als veevoer bleef hier marginaal, in vredestijd tenminste. Of er uit beukenootjes bakolie werd geperst, zoals in Friesland, heb ik voor Drenthe niet gevonden. Wel kregen ook hier in oorlogstijd al deze boomvruchten veel meer waarde. Krachtvoer, veekoeken, en ook vetten schoten in prijs omhoog, terwijl de wegvallende koffie-import maakte dat eikels opeens veel waard werden als grondstof voor een koffiesurrogaat: eikelkoffie. Die toepassing van eikels was in beide wereldoorlogen zelfs vele malen belangrijker dan de aanwending als veevoer.
Dat de vraag naar eikels, kastanjes en beukenootjes in de Eerste Wereldoorlog enorm toenam, zie je vooral aan het sterk groeiende aantal ‘te koop gevraagd’-advertenties van allerlei opkopers in de diverse kranten. Van het ingezamelde verdween echter eerst nog veel over de Duitse grens. Daarom kwam er op 25 oktober 1916 een uitvoerverbod. Om nog meer greep op de eikelhandel te krijgen, verleende de rijkoverheid in 1918 zelfs een aankoopmonopolie aan de Nederlandse Vereeniging van Eikelhandelaren. Alleen die mocht nog eikels leveren aan het Rijkskantoor voor Thee en Koffie, dat de fabrieken voor koffiesurrogaten bediende. De Vereeniging van Eikelhandelkaren was het, die her en der Rijkseikelinzamelaars als opkopers aanstelde:

Nieuwsblad van het Noorden 12 oktober 1918.
Eikelrapers kregen een garantieprijs van 16 cent per kilo eikels. De opkopers beurden 18 cent de kilo van de eikelhandelarenclub en maakten dus 2 cent per kilo winst. Het Rijkskantoor betaalde de eikelhandelaren 22 cent de kilo, zodat die op hun beurt dus 4 cent de kilo verdienden. Hun vereniging maakte zodoende in het laatste oorlogsjaar ruim 283.000 gulden winst. Elk van de zes leden (3 van de Veluwe, 1 uit Zwolle, 1 uit Brabant en 1 uit Zwijndrecht) kon ruim 47.000 gulden in de zak steken, iets waar na de oorlog kamervragen over werden gesteld. Uiteraard kwam na de wapenstilstand van november 1918 de koffie-import weer op gang, zodat hele voorraden eikels waardeloos werden. Op de Veluwe zijn die deels opgevoerd aan groot wild.
In 1940, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, schoten de vraag naar en de prijzen van eikels, kastanjes en beukenootjes opnieuw omhoog. Dat jaar bleef de handel nog vrij, maar in 1941 kwam er een regeling tot stand voor de inzameling, die voortaan onder auspiciën van de Nederlandsche InkoopCentrale van Akkerbouwproducten (N.I.C.A.) zou geschieden. Het land werd daartoe in acht (later tien) districten verdeeld. Aan het hoofd van elk district stond een Hoofdagent – vaak een bosbouwer, boomkweker of zaadteler – die er de inzameling moest organiseren via agenten of opkopers. De laatsten moesten in elk geval over voldoende opslagruimte beschikken. Bij hen moesten de rapers van het district hun ingezamelde eikels, kastanjes en beukenootjes inleveren. In 1942 en 1943 bleef deze regeling bestaan, met dien verstande dat schoolkinderen voortaan onder leiding van onderwijzers naar beukenootjes zouden gaan zoeken.
Bij deze regeling werden de prijzen van ingezamelde eikels, kastanjes en beukenootjes van bovenaf vastgesteld. Voor eikels werd de vaste prijs 10 cent per kilo, waar ze in 1940 nog 12 cent per kilo deden, tegen 1 of 2 cent voor de oorlog (en 16 cent in WO I). Voor de volumineuzer kastanjes kregen de rapers voortaan 4 cent per kilo. Bleven de prijzen wat betreft deze twee boomvruchten in 1942 en 1943 op hetzelfde niveau, die van beukenootjes, nog goed voor 40 cent per kilo in 1941, werd toen verlaagd tot 30 cent, nog aanzienlijk hoger dan de vrije prijzen van 1940 toen de beukenootjes 10 tot 22 cent per kilo deden (waaraan je aardig de groeiende vetschaarste kunt aflezen).
Overigens vielen de opbrengsten van de aldus geregelde inzameling danig tegen. Volgens het Drentsch Dagblad van 20 oktober 1942 kon er in een normaal jaar wel 500 ton eikels in Drenthe worden verzameld. In 1941 kwam er echter slechts 12 ton binnen bij de Hoofdagent in Assen, terwijl er in 1942 maar 9 à 10 ton werd ingeleverd, dus ongeveer 2 % van een potentiële oogst. In 1943 groeide dit weliswaar tot 50 ton, maar ook dat was niet meer dan 10 % van wat er binnen had kunnen komen.
Voor de niet zoveel in Drenthe voorkomende kastanjes bleef de oogst van 1941 op 1942 stabiel op zo’n 15 ton – in 1943 kwam hiervan een derde meer binnen: 20 ton. Ondanks de verplichte inzameling door schoolkinderen (vanaf 1942), stelde de oogst aan beukenootjes nog het meest teleur. Was er in 1941 een 50 kilo ingeleverd, in 1942 ging het om 1 enkele ton en in 1943 om helemaal niets.
Volgens de Drentsche Courant lag de tegenvallende eikel-opbrengst zowel in 1942 als 1943 voornamelijk aan rupsen die in het voorjaar de eikebloesems opvraten. In 1943 merkt de krant echter op:
“Ook is een groote hoeveelheid niet ingeleverd, maar rechtstreeks aan de varkens opgevoerd.”
Iets soortgelijks was er in 1942 al aan de hand met de beukenootjes (1942):
“De oogst aan beukenootjes is moeilijk vast te stellen, omdat alles wat opgeraapt wordt lang niet wordt afgeleverd. In vele huisgezinnen wordt deze oliehoudende vrucht even geroosterd en dan als een lekkernij opgepeuzeld.”
De Drenten konden de eikels en beukenootjes, kortom, veel beter voor hun eigen gerief gebruiken. Elders zal het niet anders zijn geweest. Vandaar wellicht, dat de inzameling van de diverse boomvruchten na 1943 niet meer in de kranten ter sprake komt. Mogelijk bestond de regeling nog wel, maar werd die bekend verondersteld en kon de ruimte in de steeds dunner wordende kranten veel beter worden benut dan voor deze zaak. Ik vermoed evenwel, dat de kosten van de regeling niet meer opwogen tegen de opbrengsten, zodat de inzameling stilzwijgend weer geheel en al werd overgelaten aan de vrije markt.
Daarmee was het dus nog niet gedaan met de inzameling, alleen onttrekt die zich aan onze waarneming, Een sfeerbeeld als dat van oktober 1942 bleef voorlopig nog actueel:
“Als men in den namiddag over den Brink in Assen wandelt, bemerkt men daar onder het statig geboomte een ongewone bedrijvigheid, die een scherp contrast vormt met de rust, welke er van deze ‘historische’ plek uitgaat. Een krioelende kinderschare is er, bukkend en kruipend, ijverig in de weer om de vruchten, welke de hooge eiken, de massieve beuken en de weelderige kastanjeboomen hebben afgeworpen, te vergaren in de meegebrachte linnen of papieren zakjes of zoo maar in de broekzak.
Dit gaat nu al eenige weken zoo en de gazons vertoonen door al dit gesjouw reeds het beeld van het kaalgetreden doelgebied van een voetbalveld. Maar de kinderen hebben, nuttig werk als ze verrichten, vrij mandaat. Dit tafereel van rapende kinderen kan men tegenwoordig overal ontdekken, waar de boomen hun dracht aan vruchten aan de aarde afgeven, in de allereerste plaats natuurlijk in de bosschen, maar ook in de particuliere tuinen, waar een kastanje of beuk zijn takken ter hemel spreidt, doemt de jeugd op om de vruchten te rapen. Zoo is het in Assen, zoo is het in Drenthe, zoo is het in het geheele land.”
Dwars door de stad
Geplaatst op: 26 september 2015 Hoort bij: Stad nu 9 reactiesGevelsteen in de Kleine Pelsterstraat, afkomstig van brouwerij Het Witte Kruis, die in de zeventiende eeuw in het wijde van de Herestraat stond, op de hoek van de Kleine Pelster. De steen is het bovenste kwart een keer kwijtgeraakt, de twee kwadranten daar zijn hun voorstellingen kwijtgeraakt. Rechtsonder zit een kogge-achtig schip:

En linksonder zijn de contouren van een paard en wagen zichtbaar:

Windwijzer met paard op pand aan de Nieuwe Ebbingestraat:

Ook daar – gevelsteen met gouden ster, anno 1630:

Aan de Rodeweg verkeert het gevelsteentje met de snikke of trekschuit helaas nog in de toestand van 2013:

Nieuwe Ebbingestraat ter hoogte van het Noorderplantsoen – het blok rond café De Groene Weide:

Nieuwe Ebbingestraat gezien naar het zuiden, om winkelsluitingstijd:

Vanaf de Ebbingebrug – plankpeddelaarsters:

Grenadinelied
Geplaatst op: 25 september 2015 Hoort bij: Stad toen 3 reacties
Grenadinelied CP. RHC Groninger Archieven 1774-1445.
Calmer Polak Gzn. bracht in 1903 Grenadine op de markt en daarmee zorgde zijn bedrijf voor het eerst voor een merknaam die tot een soortnaam werd. Later kwam daar nog Ranja bij. Andere bedrijven lukte dit met aspirine en maggi.
Bovenstaand versje zal gezien ook de partiële Jugendstil-vormgeving niet lang na 1903 als bijsluiter of geschenk bij een fles Grenadine hebben gezeten.Het is getoonzet op een bekend orangistisch lied, dat vooral populair was in de achttiende eeuw.
In de kop van het liedvel vinden we als souvenir aan oud-Groningen een evocatie van de Poelepoort, die in 1828 werd afgebroken. In zijn vorm was die poort laat-middeleeuws. Op de verdieping zat een stadsgevangenis voor burgers. Zij verdienden een iets beter onderkomen dan gewone ingezetenen zonder burgerrecht. Die verdwenen in het Rozendal of het Pontje.
Terug naar het depot: de romantische Van Mesdags en Van Houtens
Geplaatst op: 24 september 2015 Hoort bij: Kunsten, Stad toen Een reactie plaatsenDat de doopsgezinde koopliedenfamilies Van Mesdag en Van Houten allang tot het artistieke geneigd waren voordat nazaten zich als full time kunstschilders vestigden, wordt aangetoond door enkele stukjes uit hun familiearchief. Die stukjes tonen ook nog een romantische inslag, terwijl de latere schilders zich juist bekenden tot het impressionisme.
Memoriestuk gemaakt van het haar van Martha Hermine van Houten en Martha van Houten-Scheltens. De eerste overleed in 1859 op zestienjarige leeftijd, de tweede in 1862 toen ze 77 jaar oud was:

Eenzelfde stuk, maar dan uit 1876 ter nagedachtenis van de toen overleden Anna van Mesdag-Reinders (1823-1876) en haar dochter Saakje van Mesdag (1862-1864):

Destijds was het bewaren van haarlokken om affectieve redenen nog vrij gewoon. De Van Mesdags en Van Houtens deden er ook nog wat mee, maar vermoedelijk waren ze hierin ook niet uniek.
Van Martha van Houten-Scheltens zijn er bovendien twee schilderijtjes bewaard gebleven, waarvan dit met een kerkje en een eenzame wandelaar bij helder maanlicht er een is:

Van Gilles van Mesdag, de man van Anna Reinders, hebben we nog dit berglandschapje, dat vooral ook door de boom sterk doet denken aan werk van Caspar David Friedrich:

Dit spul heb ik maandag weer naar het depot gebracht – het definitieve einde van de Eerelman-expositie, waarbij o.a. de artistieke voorkeuren van de Groninger elite in kaart werden gebracht.
Krantenlezer, ca. 1800
Geplaatst op: 23 september 2015 Hoort bij: Geschiedenis, Media 1 reactie
Krantenlezer. Detail centsprent uitgegeven door H,V. Huisingh, boekhandelaar te Winschoten. RHC Groninger Archieven 1536-3069.
Zo lazen m’n beide grootvaders ook de krant: bedachtzaam lurkend aan een pijp, dan wel sigaar. Roken en nieuws horen zowat bij elkaar zegt het rijmpje onder het plaatje, beide zijn even vluchtig. (Vandaar dat ze misschien ook wel die bedachtzaamheid oproepen.)
Het prentje is een fragment van een centsprent voor kinderen. Naar de mode te beoordelen, zal de houtsnede met het mannetje van 1780, 1790 dateren. Qua letters zal de prent enkele tientallen jaren jonger zijn, wat ook wel klopt met de levensfeiten van Hinderikus Vechnerus Huisingh, de boekverkoper en drukker die de prent uitgaf. Hij werd in 1785 geboren in Groningen, had een vader die ook al drukker was terwijl zijn tweede voornaam ook duidt op een drukkerskomaf, en hij trouwde in 1809 in Winschoten, waar hij vanaf 1813 bij de aangifte van kinderen boekverkoper heet. In 1855 stierf hij – ik meen me te herinneren dat hij wel meer centsprenten uitgaf.
Een stiekeme verkering in de jaren 40
Geplaatst op: 22 september 2015 Hoort bij: Familie 4 reacties
Bij de condoleancebrieven wegens het overlijden van mijn moeder zat er eentje die een geheim uit een ver verleden verklapte.
“Mijn vader vertelde dat hij een half jaar verkering heeft gehad met jullie moeder. Het bijzondere aan het verhaal was dat het een stiekeme verkering was en zij hebben die dan ook beëindigd, zo vertelde mijn vader, omdat ze beiden wel wisten, of dachten te weten, dat pa Vondeling mijn vader, de boerenzoon, geen goede verkering vond voor zijn dochter…”
Dit verhaal kende ik helemaal niet, hoewel mijn moeder wel een bescheiden repertoire op dit gebied had.
Mijn grootvader was van heel kleine middenstandskomaf en is zelf boerenknecht geweest, voordat hij in de electra belandde (eerst als knecht, later als baas). Bovendien kwam zijn vrouw van een boerderij. Ik denk dus niet dat hij uit standsoverwegingen tegen een boer als schoonzoon was. Zeker niet als ik zie dat diens familie aan het westeind van Dwingeloo op de OldenHut zat, wat toch geen keuterij was.
Mijn moeder was fysiek niet zo sterk, ze heeft een poosje op een verpleegstersopleiding gezeten, maar kon het ziekenhuiswerk niet aan. Ik denk dat we daar ergens de reden moeten zoeken van mijn grootvaders (veronderstelde) onwelwillendheid. Trouwen met een boer impliceert het meewerken op een boerderij, de fysieke zwaarte van dat werk zal wel vaker een mooie relatie in de weg hebben gestaan.
Ik heb de briefschrijfster verzocht om haar vader mijn vriendelijke groeten te doen en erbij te zeggen dat ik blij ben, dat hij destijds een blauwtje liep.

Recente reacties