Drie Provinciënrit

Paard met plezier bij Peizermade: 2014-06-07 012
Buizerd tussen Roderwolde en Leek wil niet op de foto:
2014-06-07 026
Acrobaat op afgehooid land bij Het Leekster Hoofddiep:
2014-06-07 068
Zuilen- en spantenstel bij het Leekster Hoofddiep:
2014-06-07 073
Herbruikbare dakpannen op hetzelfde bouwkavel:
2014-06-07 076
Ingang joodse begraafplaats bij het Leekster Hoofddiep:
2014-06-07 085
Ooievaars worden al gewoon:
2014-06-07 091
De Haspel richting Haulerwijk:
2014-06-07 105
Bij Een West rechtsomkeert gemaakt, omdat de lucht voor me begon te betrekken. Aardbei op een voetstuk bij de Dwarshaspel:
2014-06-07 114
Via de Allardsoogweg bij Bakkeveen, de Bremenweg en de Bremenwei, ’t Foarwurk en de Klauwertswei bij Siegerswoude naar Frieschepalen. Tussen die plaats en Marum dit huisje:
2014-06-07 123
In Marum staat een stel mensen al jaren bij de bushalte op de ESA-bus te wachten:
2014-06-07 125
Nog net niet voluit bloeiende leeuwebek ratelaar in de berm langs de ventweg van de A7:
2014-06-07 132


Naar Appingedam over Westeremden

Een ouwe DAF bij het Eemskanaal:
2014-06-06 013
Veldje bij Ruisscherbrug waar het wemelt van havikskruid:
2014-06-06 026
Boomgaard, Thesinge:
2014-06-06 032
Een witte kwikstaart bij de Peertil:
2014-06-06 037
Stedum, wapen op de toren:
2014-06-06 042
In Westeremden lag de hoofdroute er uit. Ik dacht even dat ze de wierde gingen reconstrueren naar de toestand van voor 1850, maar de uitbaatster van het glicé-winkeltje stelde me gerust: die grond wordt hier alleen even opgeslagen:
2014-06-06 045
Tussen Westeremden en Loppersum deze loods in aanbouw met bijna blinde trapgevel:
2014-06-06 046
Drie zwaantjes in formatie:
2014-06-06 079


Stadssmid na misval ook zakelijk uit de gratie

Lang geleden heeft Beno Hofman het verhaal eens uitgeschreven van de smid Lambert Elvering, die in 1696 op overspel betrapt werd. Terwijl de magistraat Elvering veroordeelde tot een boete van 300 daalder, zette de kerkeraad hem af als diaken en schorste hem bovendien als lidmaat, zodat hij het avondmaal niet meer mocht bijwonen.

Wat in Beno’s verhaal buiten beeld bleef was de zakelijke kant van Elverings déconfiture. Tijdens de zaak werd Elvering “stadssmid” genoemd, wat niet wilde zeggen dat hij op de loonlijst van de stad stond, maar wèl, dat hij de stad het een en ander aan ijzerwaren leverde (van spijkers en hang- en sluitwerk tot brugleuningen). In die rol komt Elvering veelvuldig voor in de stadsrekeningen. Uit de rubriek geleverd ijzerwerk in die rekeningen noteerde ik de waarde van Elverings leveranties en ook de totale waarde van al het geleverde ijzerwerk, om zo die bedragen tegen elkaar af te kunnen zetten.

Eerst de nominale waarde van Elverings leveranties:

a - nominale waarde in fl vstadsleveranties ijzerwerk doorm Lambert Elvering

Omstreeks 1670 was Elvering al smid, maar hij genoot nog niet meteen het volle vertrouwen van de stad. Het gros van het geleverde ijzerwerrk kwam in die tijd nog van Jan Geerts Wildervanck. Vanaf de tweede helft van de jaren 1670 leverde Elvering de stad echter gemiddeld voor zo’n 1000 à 1500 gulden per jaar aan ijzerwaren. Dat waren flinke bedragen, als je bedenkt dat iemand van 125 à 150 gulden een jaar kon leven. In de jaren 1685 en 1690 komt Elverings naam niet in de stadsrekeningen voor, maar in die jaren besteedde de stad überhaupt weinig aan ijzerwerk (in beide jaren nog geen 400 gulden). Vlak voor Elverings misval en afstraffing beleefde hij zijn fijnste jaren qua hoogte van de rekeningen die hij bij de stad mocht indienen. In 1696, het jaar van zijn misval, halveerde het bedrag al meteen, de bedragen erna doen denken aan restpostjes of achterstallige rekeningen, en tussen 1699 en 1703 gunde de stad hem helemaal niets meer. Ook de bedragen aan het eind van zijn leven waren maar marginaal, vergeleken bij die van de hoogtijdagen. In 1705 of 1706 stierf Elvering, want het geringe postje van 1706 staat op naam van zijn weduwe.

Uit de grafiek blijkt, kortom, dat Elvering ook zakelijk helemaal uit de gratie was. Na zijn veroordeling en afzetting wegens overspel besteedde de stad nog maar heel weinig bij deze zondaar.

Een en ander krijgt nog wat meer reliëf door de waarde van Elverings leveranties af te zetten tegen de totale waarde van het aan de stad geleverde ijzerwerk (dus inclusief dat van andere leveranciers). Percentueel kwam Elverings aandeel neer op:

b - van alle stadsijzerwerk leverde Elvering percentueel

Van 1677 tot 1693 leverde Elvering vaak 80, 90 procent van al het ijzerwerk dat de stad nodig had. In 1694 en 1695 was hij zelfs (praktisch) alleenvertegenwoordiger van de branche. Begin april 1696 werd hij in hoger beroep veroordeeld en dat jaar halveerde meteen zijn  aandeel, terwijl er daarna vrijwel niets van overbleef. Ook los van de zware boete rekende de stad hem zijn delict zeer zwaar aan.

Vrijwel zeker werd het voorbeeld van de stad gevolgd door institutionele klanten waarop de stad toezicht uitoefende, zoals kerken, gast- en weeshuizen en scholen. De vraag is of ook particuliere klanten het lieten afweten. Ik denk van wel. Als de stad de producten van een bepaalde ambachtsman betrok, leverde hem dat goodwill op. Ging de stad zijn deur voorbij, dan lieten allicht ook allerlei gewone klanten zich niet meer zien. Zij wilden evenmin worden geassocieerd met zo’n schuinsmarcheerder. Uit het morele drama van de stadssmid vloeide zo een zakelijk drama voort.


Wat leest de boer en wat zit er in zijn flesje?

In ruim een jaar tijd heeft RM Prenten, het Twitter-account van het Rijksprentenkabinet oftewel de prentenafdeling van het Rijksmuseum, slechts 18 volgers verworven. Veel te weinig voor de juweeltjes waarop het account ons attendeert, maar ook begrijpelijk gezien het feit dat RM Prenten het sociale medium vrijwel uitsluitend als een zender opvat.

Zo had RM prenten onlangs dit juweeltje in de aanbieding van een lezer op leeftijd, die ingespannen tuurt op een vel papier in zijn linkerhand, terwijl hij in zijn rechterhand een vierkant flesje halfvol vocht vasthoudt::

1 - man leest recept bij haarlemmer olie

Volgens RM Prenten maakte Cornelis Dusart (1660-1704) deze prent die als titel kreeg: ‘Brieflezende boer’. Dat blijkt conform de opgave van het Rijksmuseum, dat de voorstelling dateert op de periode 1679-1704.

Op mijn tweet dat de uitgebeelde senior geen brief leest, maar drukwerk, namelijk de bijsluiter bij dat flesje met medicinaal drankje, vermoedelijk Haarlemmer olie, gaf RM Prenten helaas geen sjoege. Het is natuurlijk ook maar een kreet van iemand, zo op Twitter, waarom zou je daar op reageren?

De kwestie liet mij echter niet los, ik keek eens in mijn documentatiemapjes en vond inderdaad enig materiaal dat mijn getweete stelling adstrueerde, maar toch ook nuanceerde.

Allereerst het flesje in ’s mans rechterhand. Het is niet rond maar rechthoekig en heeft een hals die smaller is dan de schouders. Een soortgelijk flesje zien we op een tekening van een straatventer, toegeschreven aan dezelfde Cornelis Dusart die bovenstaande prent maakte, welke tekening berust in het British Museum:

2 - Dusart - de Haarlemmer olieventer

Mij zijn geen voorbeelden bekend van het venten met alcoholica. Op alcohol wilde de overheid – vooral ook om fiscale motieven – een strakke greep houden en daar paste ambulante handel niet zo bij. Venters die medicijnen aan de man brachten, vormden daarentegen een bekend verschijnsel. Vooral ging het om Haarlemmer olie, dat immers overal tegen hielp. Zo ventte ene Harmen Simons (69) in 1771 vanuit de stad Groningen met Haarlemmer en andere oliën en medicijnen in het noorden van Drenthe, waar hij  Zuidlaren, Annen, Gieten, Bonnen en Eext aandeed. Onderweg logeerde hij in herbergen.

Dat het flesje op de prent van de lezende boer een medicijnflesje is, staat voor mij vast, temeer daar het om een oude man gaat.  Het flesje zit ook niet voor niets in zijn rechterhand, de belangrijkste in een tijd dat linkshandig schrijven je met de plak afgeleerd werd en je met je rechterhand nog dure eden zwoer. Al gaat de aandacht op de prent primair uit naar het vel papier, dat flesje staat niet voor niets centraal in de voorstelling.

Ik meen dus dat er een medicinaal drankje in dat flesje zit. Maar of dat Haarlemmer olie is, ben ik gaan betwijfelen. Want Haarlemmerolieflesjes hadden nauwelijks schouders – die leken nog het meest op reageerbuizen, getuige enkele plaatjes, ooit van Marktplaats geplukt:

3 - Haarlemmerolieflesjes div.

Uiteraard zal het wat jongere exemplaren betreffen, maar deze vorm hebben de Haarlemmerolieflesjes zeer lang gehad. Alleen weet ik niet wanneer die vorm werd ingevoerd, het kan best zijn dat Haarlemmer olie in de jaren na haar introductie (1696) eerst nog in geschouderde flesjes zat.

Dat de man op de prent naar een bijsluiter tuurt, daar blijf ik ook bij. Het is in elk geval drukwerk en geen handgeschreven brief. De tweekoloms opmaak wijst op drukwerk, het beeldmerk midden boven in de kop doet dat evenzo. Zonder dat medicijnflesje zou je kunnen denken dat het om een krant ging. Maar ook bijsluiters die betoogden dat het middel onder goddelijke zegen werkte en dat men zich moest hoeden voor imitaties, kenden een dergelijke opmaak. Zo zag, anno 1791, de bijsluiter van de Haarlemmer olie er uit:

4 - Bijsluiter 1790 Meppel

Medio jaren tachtig vond ik deze in het Drents archief, maar helaas ben ik het mapje met de bijbehorende, papieren notities momenteel even kwijt. In elk geval betrof het een casus van merkvervalsing te Meppel, dat weet ik nog wel. De fabrikant van de Haarlemmer olie riep de hulp in van de Drentse of de Meppeler overheid, om dit ook elders veel voorkomende euvel te beteugelen.


Vervagend rood

De kwaliteit van de kleur rood, zoals gebruikt voor affiches van zich socialistisch dan wel communistisch noemende partijen, neemt laatstelijk zienderogen af. Allereerst een voorbeeld uit Westerbroek:

Vervagend rood a 2014-05-31 052

Het eens gloedvol rood geweest zijnde propagandamateriaal van de SP, uiterst links op het bord, is nog nauwelijks te lezen. Terwijl het rood in de affiches van nota bene de PVV en Jezesleeft op kleur is gebleven.

Iets soortgelijks zien we op de grens van Oostwold en Midwolda in het eertijds vuurrode Oldambt:

Vervagend rood b 2014-05-31 176

Bijna alleen aan de ster is nog te zien, dat dit een affiche van de VCP was. Weliswaar liggen de verkiezingen voor de gemeenteraad iets langer achter de rug dan die voor het Europees parlement, maar toch lijkt het vervagende rood bijna symbolisch voor de verschietende kleuren bij het stemvolk in onze provincie.


Donders: ‘orthodox-gereformeerd’ bezwaar komt neer op bijgeloof

Ik vind het dus vreemd, van die orthodoxe Barnevelders, dat ze bezwaar maken tegen die juichpakken, omdat de naam Donders eraan verbonden is. Een bekend boek van de ‘oude schrijver’ C. van Niel, dat sinds de eerste verschijning in 1660 voortdurend en ook onlangs weer herdrukt is, heet immers de Donderslag der Godlozen.

Tegen dat donder of donders op zich kan dus geen fundamenteel bezwaar bestaan. Wèl heeft men dat tegen donders als vloek. Als die fundi’s nu tegen juichpakken gaat fulmineren omdat de maker Donders heet, dan is dat een uitbreiding van het taboe, of overgeloof (in de zin van Aberglaube of bijgeloof).

nav


Naar Finsterwolde

Het fietspad langs het Nieuwe Winschoterdiep voorbij de vergisters is een stuk verbeterd:

2014-05-31 014
Haventje met opknappers bij Westerbroek:

2014-05-31 040

Dorpsgezicht Westerbroek:

2014-05-31 044

Takelmechaniek bij scheepswerf, Westerbroek:

2014-05-31 045

Dorpsgezicht bij het kerkhof van Kolham:

2014-05-31 065

Gevelsteen met het wapen van Stad & Lande op de kerk van Kolham:

2014-05-31 068

Veenboerderij – Achterdiep noordzijde, Sappemeer:

2014-05-31 077

Dorpsgezicht Achterdiep nz.:

2014-05-31 087

Die groeiden hier vroeger niet, denk ik:

2014-05-31 096

Uiteind Achterdiep:

2014-05-31 101

Vervallen arbeiderswoning bij de Sappemeersterweg, richting Noordbroek:

2014-05-31 107

Harddraver met beknotte staart in gevel van boerderij bij Noordbroek:

2014-05-31 113

Landschap tussen Noordbroek en Scheemda:

2014-05-31 115

Gele kwikstaart nabij Nieuwolda. Hij had eerst een vette bij in zijn snavel, waarschijnlijk bestemd voor zijn kroost. Maar hij wilde zijn nest niet verraden en bleef daarom op het hek zitten. Uiteindelijk slikte hij de bij maar door, zodat hij zijn snavel vrij had om zijn jongen voor mij te waarschuwen:

2014-05-31 153

Vervallende boerenschuur aan het Kolkenpad tussen Nieuwolda en Midwolda:

2014-05-31 164

Het nieuwe kanaal bij Midwolda is nog niet volgestroomd:

2014-05-31 172


Rondje Een

Putters of distelvinken – dit voorjaar zag ik ze al bij het Hoendiep en bij Schaphalsterzijl, maar telkens als ik mijn camera gericht heb, zijn ze gevlogen. Dit keer, in de Onlanden, stonden ze me zegge en schrijve één plaatje toe:
2014-05-30 002
Foxwolde:
2014-05-30 013
Ooievaarsnest aan het Moleneind onder Roden – nog geen jongen te zien:
2014-05-30 018
Maispatroon bij de Driebergendijk tussen Roden en Peize:
2014-05-30 024
Kippenkotje onder bloeiende vlier, op dezelfde lokatie:
2014-05-30 027
Vingerhoedskruid, Zuidesch Lieveren;
2014-05-30 034
Bij het gehermeanderde Grote Diep lag een grote plak ingedroogde klien (veenspecie):
2014-05-30 037
Zelfde plak, andere hoek:
2014-05-30 039
Maispatroon bij Steenbergen:
2014-05-30 059
Doorkijkje naar de laagte voorbij Steenbergen:
2014-05-30 062
IJsje gehaald bij het zéér oud-bruine café Hofsteenge in Een:
2014-05-30 067
Onder de brug in de dominee Germsweg tussen Een en Veenhuizen deze Niagara in de Zesde Wijk:
2014-05-30 075
Ik heb er ook nog een filmpje van gemaakt:

Bloeiende grassen onderweg naar Norg;
2014-05-30 077
Pril graan bij Donderen (rogge?):
2014-05-30 081
Witte koe tussen Donderen en Bunne:
2014-05-30 092


Hemelvaart zei u?

2014-05-29 b 003 Hemelvaart zei u

Bij het Transferium Hoogkerk, vanavond. Bijna een religieuze stockfoto.


Pruimtabak van Gruno door pure intimidatie aan de man gebracht

Gruno pepert het in (1929)

(1929)


Een eenrittenkaartje van het GVB

Deze zat tussen paperassen van mijn vader:
img224b
Ik denk niet dat hier veel van bewaard zijn? Hoewel er een datum en expiratietijd op dit exemplaar staan, ontbreekt jammer genoeg het jaartal. Ik vermoed echter dat het uit de jaren zestig of begin jaren zeventig stamt. Destijds lagen zulke kaartjes bij alle bushaltes, vooral bij het Hoofdstation, Verhoudingsgewijs lijkt me de ritprijs trouwens vrij hoog.

Achterop staat, naast een reglementje, reclame voor Tiktak, dat door een misverstand een logo met een klok nam:
img225


Transgenerationele merkentrouw

img221b

Bij het kopen van een kilootje Opperdoezen bij de firma Oudenbosh aan de Paterswoldseweg, viel me in hoe mijn moeder altijd prat ging op de Friese klei-aardappelen die zij op de kop had weten te tikken. Friese klei-aardappelen waren volgens haar extra lekker, een bewering die zich aanvankelijk niet goed liet falsificiëren, al geloof ik zeker dat het zo was.

Laatst had ik een soortgelijk inval bij de aanschaf van een pak Douwe Egberts koffie, zoals u ongetwijfeld weet eveneens een Fries product. Ondanks de toch niet misselijke concurrentie van allerlei andere, wellicht ook meer voor de hand liggende, Groninger merken, bleef mijn moeder altijd DE trouw, althans voor wat betreft de koffie (qua thee kwam er soms wel eens Tiktak op tafel). Die koffie-voorkeur nam ik over en bleef er ook altijd in volharden. Spaarde mijn moeder DE-punten voor divers koffie- en theegoed onder bijbetaling van veel te veel geld, de punten van mij kreeg ze erbij.

Het hoog opgeven van Friese klei-aardappelen, de merkentrouw aan DE, ik denk dat die hebbelijkheden eigenlijk niet van mijn moeder zelf, maar van de moeder van mijn moeder komen. Die kwam oorspronkelijk uit de noordoosthoek van Friesland, belandde met haar ouders in het Westerkwartier en later met haar man in Drenthe, maar bleef altijd Fries met haar zusters praten. Toen ze op sinterklaasdag 1962 aan een hersenbloeding stierf, liet ze ook een nogal Fries cadeau voor me na, te weten een Kameleon-boek. Dit was het eerste deel in wat een tamelijk lange rij zou worden. op de lagere school vormde die serie met allerlei strips mijn favoriete lectuur.


Middagster rondje

Wisselend bewolkt bij Lagemeeden:
2014-05-25 007
Nubische geiten zonnebadend op de landtong tussen het Aduarderdiep en de Zuidwending (nabij Nieuwbrug):
2014-05-25 012
Een wat vreemd ogende samenscholing van koeien bij Schilligeham (waarschijnlijk wachtten ze op de boer):
2014-05-25 029
Klein Garnwerd – het gras op de slootkant is altijd malser:
2014-05-25 034
Garnwerd – gecamoufleerde molen:
2014-05-25 035
Paddepoelsterweg – grutto:
2014-05-25 044
Nog mooier dan 1 tureluur op een hek is 2 tureluurs op een hek:
2014-05-25 046
De meest nabije was al gauw gevlogen – ziehier de overblijver:
2014-05-25 051


Bloemenrand

Langs het nieuwe fietspad tussen Zuidhorn (Zuiderweg) en Den Horn (sportveld):

2014-05-24 030

2014-05-24 036

2014-05-24 040

2014-05-24 044

Het rruikt er sterk naar kamille. Vorig jaar kwam er nog weinig op van het wilde bloemenmengsel dat de gemeente Zuidhorn hier inzaaide, maar dit jaar is het hier feest.


De westelijke ingang van het Stadspark bij Peizermade

2014-05-22 025

Een collega van me verbaasde zich van de week over deze en een soortgelijke betonpaal bij de Groningerweg (of N372) ter hoogte van Peizermade. Het setje kloeke palen markeert het uiteind van een lange, min of meer rechte bosstrook, die via de volkstuinenstrips van de Bruilweering naar het Stadspark voert. “Het is daar bij Peizermade toch helemaal geen Stadspark?”, aldus mijn collega: “Het is er niet eens gemeente Groningen. Weet jij hoe dat zit en wanneer die palen daar neergezet zijn?”

Dat laatste kon ik op basis van stijl en belettering nog wel beredeneren: de palen moeten er in het Interbellum gekomen zijn. Het stond me bij dat ik hier al eerder een gedachtenwisseling over had gehad, maar daar kon ik de vinger niet goed op leggen. En omdat de vraag me niet losliet, besloot ik er ’s avonds een Delpher-query aan te wijden.

Het eerste dat ik met de termen Peizerstraatweg + Stadspark + ingang vond, was een verslag van de algemene ledenvergadering van de Vereniging Stadspark in het NvhN van 30 april 1925. Daarin wordt er melding van gemaakt dat er twee secundaire toegangswegen tot het Stadspark opgeleverd zijn:

“Op de sierlijke bruggen en op den zuidelijken wandelweg naar den  Peizerweg wordt de aandacht gevestigd De plantsoenen zijn ook hier  gereed gekomen, evenals de brug over het Eelderdiep zoodat wij staan  aan den vooravond van den dag, waarop deze weg geheel in gebruik kan worden genomen. Dank zij den onvolprezen heer Leonard Springer mag van een „park” worden gesproken, dat zïch als verlengstuk daar uitstrekt ten westen van het Stadspark. Ook de weg en zijn toegang bij den Peizerstraatweg ter hoogte van het café Mensinga werden voltooid.”

Dat café Mensinga, ook wel Parkzicht, stond min of meer op de plek waar nu de KPN-antennetoren staat. Dat is dus een andere entree/uitgang, namelijk die bij de toegangsweg welke tegenwoordig Campinglaan heet. De andere weg, de westelijke waar het hier om begonnen is, kreeg in zich een brug over het oude Eelderdiepje. Momenteel liggen er twee bruggen in, omdat er eind jaren twintig, parallel aan het oude Eelderdiep, nog het Omgelegde Eelderdiep bij kwam.

De westelijke toegangsweg tot het Stadspark kende dus net als het Stadspark een beplanting die door landschapsarchitect Leonard Springer was ontworpen. Deels liep ze over grond van de gemeente Eelde (nu Tynaarloo). Wat verder in Delpher sonderend, bleek tot mijn verrassing, dat de grond hier in 1923 door de gemeente Groningen gekocht was voor het Stadspark. Vermoedelijk zijn dan beide betonpalen bij de westelijke ingang ook uit de stad Groningen afkomstig. Het zou me absoluut niet vreemd voorkomen, als hun ontwerp van Siebe Jan Bouma zou zijn.

Overigens herinnerde ik me dankzij de zoekerij ook, waar ik die eerdere gedachtenwisseling vinden moest: bij het lemma Peizermade van de Plaatsengids. Ruim een jaar geleden verbaasde zich daar een Wim Bongertman over de stenen palen:

“Was hier vroeger de ingang van het stadspark? Dat is dan wel vreemd omdat het stadspark toch echt een park is en na deze steen geen spoor te vinden is van een park.”

Ik giste toen al dat de stenen er gelijk met het Stadspark waren gekomen, “waarschijnlijk om de kortere weg voor fietsers te markeren”. Een antwoord dat ik gemist had, was intussen dat van P. D. Schoonenberg op 1 december jl. Hij bevestigde al vanuit zijn eigen geheugen dat het om een officiële toegangsweg tot het Stadspark ging, die in eigendom was van de gemeente Groningen, en dat er oorspronkelijk sprake was van een parkaanleg met de vijvers en rododendrons, die je nu nog wel kunt zien, al wordt de bosstrook dan in tegenstelling tot vroeger aan de natuur overgelaten.

2014-05-23 012