Ansen, bouwval

Afanja berichtte laatst neermalen over een schijnbaar reddeloze bouwval in Ansen, waar volgens mij klanten van mijn vader hebben gewoond. Toevallig kwamen we er vanmiddag twee maal langs. Op de terugweg was er wel even wat tijd was om de boel in nadere ogenschouw te nemen:

Gat in ’t dak, waar weldra de bomen uit zullen groeien (zo leert de ervaring):
047
De linker helft van de achtergevel lijkt nog niet zo lang geleden vernieuwd:
053
Rechts waren ze ook bezig, maar daar werd al niet meer gevoegd. De achtergevel en de zijmuur zijn hier van elkaar gescheurd:
055
De bijbehorende schuur:
056


RUG in suikerzakjes

img214

img217

img215

img216


Nidurland

Henk Scholte gunde me vandaag een blik in een schoolatlas die op de Faeröer-eilanden wordt gebruikt. Dit is de Faeröers-pedagogische visie op Nederland. Opmerkelijk: Assen en Middelburg staan er – als enige oude provinciehoofdsteden – niet in, maar Madurodam wel!:

Nl in Faroer atlasje

Overigens lijkt dat oyggjar voor eilanden sprekend op het oog dat in veel namen van Waddeneilanden zit (Schiermonnikoog, Rottumeroog, Wangeroog, Spiekeroog etc.).

 


Een toonbeeld van levensvreugde

Piet Sigaar 1986_07271

Pietje Segaar, ook wel Moal Pietje, was een Groninger stadstype, dat in 1901 overleed in het krankzinnigengesticht van Medemblik Wagenborgen. Van hem zijn er redelijk wat foto’s bewaard gebleven, maar wat hem nou precies tot zo’n populair mikpunt van camera’s maakte, is minder doorgrondelijk dan zijn voorkomen.

Bij toeval vond ik een later getuigenis van een oud-stadsverslaggever:

“Ieder kende Pietje en Pietje kende ieder. Elke morgen al vroeg liep hij in de Herestraat op en neer en raapte al de sigarenpeukjes op, die door de boemelaars ’s nachts waren weggeworpen. En dan liep hij verder de hele dag de Herestraat op en neer, rokend en met een gezicht waarvan de levensvreugde afstraalde.”

Een gelukzalige gek, kortom. Iedereen zou even gelukzalig willen zijn, maar weet ook dat de gekte er dan bijhoort.

Bron van de foto: RHC Groninger Archieven 1986-07271.

 


‘Thans weer een sieraad van het Noord-Drentse landschap’

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid heeft vanwege de Molendag, aanstaande zaterdag, een hele zut molenfilmpjes op zijn YouTube-account gepost, waaronder deze over de oliemolen van Roderwolde uit 1959, toen die molen net opgeknapt was. Het filmpje brengt mooi in beeld, wat zo’n oliemolen verwerkt:


Kranenborg

img208

Zoekend naar heel andere foto’s uit mijn pre-digitale tijdperk (qua foto’s), vond ik deze terug van de boerderij op de hoek van de Peizerweg en de Hunsingolaan. De foto is waarschijnlijk begin 2005 gemaakt. De boerderij was toen al een poos anti-kraak bewoond geweest en stond vervolgens, als ik het me goed herinner, langdurig leeg. Zakte ze zelf al scheef, dat gold helemaal voor het stookhok aan de westkant. Niet lang daarna is de hele zaak gesloopt, er staat nu een nieuwbouwbuurtje met rietgekapte boerderettes villa’s.

Het binnenstraatje waaraan die nieuwbouw staat, heet Drentse Laan. Dat was van de Middeleeuwen tot ongeveer 1900 de naam van de Peizerweg. De oudste en heel lang de enige bebouwing aan de Drentse Laan was die aan het uiteind, bij de bocht naar Peize. Op de plek van het gefotografeerde pand verrees omstreeks 1770 echter de herberg Kranenborg. Ziehier een beschrijving uit 1827:

1827 sept 18

Het pand op de foto oogt wel een stuk jonger dan dat. Gezien de afgeronde hoekjes aan de bovenkant van de ramen, zal de voorgevel uit de periode 1860-1880 zijn geweest. Het portaal van de voordeur lijkt echter wat ouder.

Uitdrukkelijk geeft de advertentie aan dat het vastgoed zich ten zuiden van de Drentse Laan bevond, in de gemeente Groningen. Ten noorden van de Drentse Laan (en later dus de Peizerweg) lag ter plaatse de gemeente Hoogkerk. Nog steeds kan je dat zien aan de nogal afwijkende huisnummering aan weerskanten van de Peizerweg.

In dezelfde tijd dat de advertentie in de krant stond, waren ook ambtenaren van het kadaster aan het werk. Zij noemden een sectie aan de noordkant van de Drentse Laan Kranenborg. Tegenwoordig is dat een bedrijventerrein bij de A7, dus ten zuiden van de Peizerweg. Er wordt nogal eens raar omgesold met toponiemen, zeker in de gemeente Groningen.

img209


Rondje Westerkwartier

Afsteekpaadje om snel op het viaduct in de Roderwolderdijk te komen:
2014-05-05 002
Arcadisch tafereel bij de Lettelberterpetten:
2014-05-05 005
Reed in Lettelbert per ongeluk een particulier pad op. Daar liepen deze parelhoenderen:
2014-05-05 006
Meidoorn:
2014-05-05 011
Laagvlakte met paardenkudde tussen Lettelbert en Midwolde:
2014-05-05 017
De Middenweg tussen Tolbert en Boerakker:
2014-05-05 034
Bij de Dijkweg tussen Bakkerom en de Mensumaweg ging de lucht zwanger van de meidoorn- en fluitekruidgeuren:
2014-05-05 038
Dijkweg 2:
2014-05-05 051
Obsoleet damhek bij de Dijkweg:
2014-05-05 054
Fluitekruid, blauwgras, fluitekruid (Dijkweg):
2014-05-05 055
Dijkweg 5:
2014-05-05 062
Veengebied ten zuiden van de Dijkweg
2014-05-05 065
Vanaf ’t Kret – de Osseweide met zwanen; op de achtergrond de torenspits van Zuidhorn:
2014-05-05 086
Langs de Mensumaweg bij Niekerk: Fluitekruid met op de achtergrond een pas geprepareerd aardappelveld:
2014-05-05 095
Koeienkolonne bij de Dijkstreek:
2014-05-05 107
Fuutjes op het Hoendiep:
2014-05-05 120


Onlander ommetje

2014-06-04 010

2014-06-04 019

2014-06-04 026

2014-06-04 031

2014-06-04 036

2014-06-04 047

2014-06-04 049

2014-06-04 065


Ommetje Winsum

Kleiwerd vanaf de Noodweg even voorbij Gravenburg:
2014-05-03 005
Middeleeuwse tochtsloot even ten westen van Dorkwerd, die diende voor de ontwatering van Lieuwerderwolde (Hoogkerk + Leegkerk). Rechtsachter de nieuwe schuur  van de Kolde Ovend:
2014-05-03 007
Ouwe Hunzemeander (niet het water maar het land met de bloemetjes), Klein Garnwerd:
2014-05-03 018
Drogende klei:
2014-05-03 019
Winsum, Isolatorenlaan (eigen weg):
2014-05-03 024
Vraag me niet wat voor agrarische werkzaamheden hier precies worden verricht, maar die boer gebruikt er een mooi oud trekkertje voor (Schilligeham):
2014-05-03 029
Schaphalsterzijl:
2014-05-03 033
Ouwe dijk bij de Roodehaan:
2014-05-03 034
Bij de boerderij in Feerwerd die vroeger van mijn oud-tante en oom en hun zoons was (en waar ik in de jaren zestig meermaken logeerde), zijn nu ook de boomstompen weggehaald, zodat de roekenkolonie definitief niet meer zal terugkeren:
2014-05-03 040
Rooie blaarkop op de Feerwerdermeeden:
2014-05-03 045
Garnwerd in clair-obscur:
2014-05-03 047
Bij de Zijlvesterweg hoorde ik links van me uit een sloot gealarmeerd eendengesnater opklinken. Mèt zag ik een reiger daar wegvliegen die iets groots in zijn snavel droeg. Hij streek rechts bij een sloot neer, helaas achter een hek, maar ik was er nog net snel genoeg bij om de laatste stuiptrekkingen van het geroofde eendekuiken vast te kunnen leggen:
2014-05-03 056


Wat zijn mollebonen?

Onlangs bleek me weer eens, dat er nog steeds verwarring bestaat over de molleboon die de Groninger zijn bekendste bijnaam verschafte. En dat terwijl de Wikipedia toch zo’n goede definitie geeft. Deze sluit althans goed aan bij de beschrijving die ik vond in een krant van bijna een eeuw geleden:

“De molleboonen vormen nog een echte Groninger versnapering. Wanneer een vreemdeling in Groningen komt. koopt hij direct in den een of anderen winkel eeri zakje molleboonen. Molleboonen zijn niets anders dan gewone paardeboonen, die tot aan ’t ontkiemen toe gekweekt, daarna gedroogd en vervolgens in den oven geroosterd zyn.

Over den oorsprong van ’t woord molleboon is men het niet eens. Sommigen beweren, dat mol eigenlijk molt = mout betekent. Anderen zeggen, dat ze oorspronkelijk gebakken werden in een mol, een langwerpigen ronden bak.

De bekende molleboonbrander was wel de heer Straatman aan ‘t Zuiderdiep, die dan ook als Hofleverancier het Rijkswapen boven de deur heeft. De firma Straatman — thans de heer Perdok — ontvangt nog heden ten dage bestellingen uit alle oorden des lands. ’t Is dan ook een heerlijke en tevens gezonde versnapering, zoo’n zakje Groninger molleboonen.

Een schilder werd eens geïnspireerd door deze half ontbolsterde boonen. Hij ontwierp prentbriefkaarten — werkelijk aardig, waarop molleboonen, in hun grille vormen gestyleerd werden tot koddige menschfiguren.”

Notitie: Straatman en Perdok waren beide brood-, koek- en banketbakkers. De mollebonen zullen ze gewoon in de oven hebben meegeroosterd tijdens het bakken van hun andere producten. Perdok zat oorspronkelijk aan de Schoolholm, maar nam per 1 mei 1914 de zaak van Straatman op Zuiderdiep 71 (nu een tapijthandel; nabij de Haddingestraat) over. In de Eerste Wereldoorlog waren de paardebonen kennelijk ergens anders voor nodig, maar in oktober 1918 kon Perdok het publiek verheugd meedelen, dat de mollebonen weer verkrijgbaar waren. In 1950 overleed hij, zijn weduwe zette de zaak nog tot zeker 1954 voort.


Ommetje met dreigwolk

2014-05-02 013

2014-05-02 018

2014-05-02 027

2014-05-02 038


Een korte verhandeling over de vorm en kleur van doodskisten

De noordelijke landschaps- en uitvaartorganisaties laten doodskisten maken van noordelijk hout, zo is vandaag in het nieuws. Een Dokkumer kistenmakerij maakt zulke ‘Landschapskisten’. Van elke kist beurt het landschapsonderhoud 100 euro.

Volgens een informatieblad van het Groninger Landschap wordt het kisthout alleen maar geschaafd en geschuurd en niet geverfd. De speciale site van de Landschapskist laat slechts één enkel model zien,  een plat exemplaar van de spreekwoordelijke zes planken.

Dit is niet het model dat in het noorden vanouds in zwang is geweest, begreep ik onlangs. Heel lang prefereerde men hier de zogenaamde huusholten, kisten met zeg maar een schuin dakje erop. Bovendien stigmatiseerde onbehandeld hout, omdat het voorbehouden was aan een bepaalde categorie overledenen. Om een encyclopedisch woordenboek uit 1786 te citeren (p. 432):

“In de provinciën van Friesland, Overyssel, Groningen en andere plaatzen van ons Gemeenebest, maakt men egter gewoonlyk het dekzel der doodkisten met twee schuins tegen elkander opstaande planken, by wyze van een huisdak, ook wel uit vyf stukken, zynde alsdan een smal plat middelstuk tusschen de beide schuinse planken ingevoegd (…). Wordende deeze kisten in voornoemde provinciën meestal uit eikenhout vervaardigt. In Friesland egter wordt aan geringe behoeftige lieden om de goedkoop witte vuurenhouten kisten met platte dekzels gegeeven, daar alle de overigen zwart worden gemaakt (’t welk te Amsterdam ook plaats vindt) daar men het zelve genoegzaam voor een schande zou rekenen in eene witte kist begraaven te worden.”

Het zwart als rouwkleur is allang uit de mode, omdat het maar cru gevonden werd, maar ik meen dat enkele van mijn grootouders in de jaren zeventig nog in zo’n huisjesachtig model zijn begraven. Vanwege de grotere bewerkelijkheid en de daarmee gepaard gaande meerkosten zal dit in de laatste decennia dan wel verdwenen zijn, neem ik aan (want ik heb me verder niet in dit aspect van de funeraire cultuur verdiept). In elk geval zouden onze voorouders die Landschapskist maar een armoedig kavalje gevonden hebben…


‘De rijkaard leeft zelfzuchtig voort’

1 Mei. Een slaaf geboorne en verdoemd in hongersfeer zijn we allang niet meer en het redelijk willen hebben we dus maar afgeschaft. Daarom ebt de stroom al meer en meer. Vandaar dat het eerste couplet van de Internationale voor ons finaal zijn actualiteit verloren heeft. Maar het tweede geldt, na die wellicht wat al te plompe beginregel, nog volop:


De Prins kwam door Hoogkerk (1736)

In april 1736 kwam de net meerderjarige stadhouder Willem IV per jacht over het Hoendiep naar Groningen om hier de eed van trouw te doen aan de Staten van Stad & Lande. Zijn vrouw Anna van Hannover, een Engelse koningsdochter, ging met hem mee. Volgens de Europische Mercurius werden Hunne Hoogheden opgewacht bij de Vierverlaten en kwamen ze dus door Hoogkerk:

“Hare Hoogheden vertrokken den 19den dezer in een jacht van Leeuwaarden, en overnachtten te Noorthorn. Den 20sten ’s morgens traden dezelve wederom in het jagt, om zich naar Groningen te begeeven. De Gedeputeerden van de Heeren Staten gingen ten 11 uren mede in een jacht, en voeren tot aan de sluizen van Hoogkerk, om den Prins en de Prinsesse van Oranje aldaar af te wachten. Hare Hoogheden ten half een uur op die plaats gearriveerd zynde, ontfingen in hun jacht de complimenien van de gemelde Gedeputeerden , welke aan hare Hooglieden betuigden de vreugde, die zy en alle de inwooners gevoelden over de eere van te ontfangen eene Prinsesse niet min doorluchtig door hare geboorte dan door hare deugden enz. en verzelden vervolgens den Prins en de Prinsesse tot naby de Stad. Aan de poort gekomen zynde, traden hare Hoogheden in een koets, en deeden, onder het losbranden van 50 stukken kanon en een generale décharge van de musquettery van het Guarnizoen en de Compagniën Burgers, hunne intreede…”


Belangstelling voor geschiedenis neemt af

Ik hoor en lees nogal vaak dat de belangstelling voor geschiedenis toeneemt. Volgens mij is dat een cliché en ik had er altijd al twijfels bij, maar die worden nu bevestigd door een klein onderzoekje. Afgemeten aan de aantallen zoekopdrachten, zoals geregistreerd door Google Trends, neemt de laatste tien jaar de belangstelling voor geschiedenis namelijk danig af en dat niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Engels, Duits en Frans:

1 - int geschiedenis

2 - int history

3 - int geschichte

4 - int histoire