‘Verlos ons van uw praatjes over kunst’
Geplaatst op: 26 juni 2011 Hoort bij: De actuele wereld 1 reactie“Nu de literatuur nog, hoor ik Halve Zoolstra sissen. Het gecastreerde haantje Rutte staat er bij en lacht. De biertappende hormoonophoping Opstelten staat er bij en schuddebuikt. De witte poederwolk Wilders staat er bij en snuift van genot. Verhagen valt nergens te bekennen, want hij kronkelt ergens daar beneden, tussen de palingen in de snotemmer.”
>>> Komrij (via Micha Boon)
Paul Sixta – Op ’n diek
Geplaatst op: 24 juni 2011 Hoort bij: Het Noorden, Wadden 4 reactiesFilm over de dijklandschappen langs de Friese en Groninger waddenkust verkent tevens de grens van film en fotografie. Hij werd gemaakt door de Rotterdammer Paul Sixta voor een symposium over het toerisme in dit gebied.
Groot op je scherm is-ie extra mooi!
Thomas de tattooman
Geplaatst op: 23 juni 2011 Hoort bij: Hoogkerk 4 reacties
Ik doe vanochtend mijn schuurtje open, trek mijn fiets tevoorschijn en zie dat de achterband plat is. Gister vast door dat glas bij het parkeerterrein van Niemeijer gereden.
Dan maar met de bus. Die langs de Peizerweg laat nog een poos op zich wachten, maar die langs het Hoendiep komt er net aan. In Hoogkerk zelf stapt er een bekende figuur in, die ik fotografeerde bij de demonstratie tegen de afbraak van het gesubsidieerde werk, op 13 april. Hij komt tegenover me zitten. Een paar dames aan de andere kant van het gangpad kijken een paar keer besmuikt opzij.
We raken aan de praat, ik bied hem aan om die foto naar hem op te sturen en krijg zijn mailadres. Vanavond bedankt hij me hartelijk voor de opgestuurde foto, zo kom ik aan zijn volle naam en zijn website en merk ik van daar af al verder surfend dat het iemand is die al behoorlijk wat media-aandacht heeft genoten. Zo stond hij hij met een nog grotendeels onbewerkt gezicht in het Dagblad, en was hij ongeveer tegelijkertijd te zien op de regionale buis. Het toppunt was echter een portret in Man bijt Hond, twee jaar geleden:
Ook Hoogkerk heeft zo zijn markante persoonlijkheden.
Stalhouder Nienhuis, tel. 69
Geplaatst op: 22 juni 2011 Hoort bij: Stad toen 5 reacties
Advertentie in het Groninger Adresboek van 1900. Luxe paarden waren geen werkpaarden, ze gingen niet voor een kar maar onder een zadel. Maandpaarden kon je per maand huren, waarschijnlijk waren dit wèl werkpaarden.
Verkeersomleidingsbordenmaker
Geplaatst op: 21 juni 2011 Hoort bij: Hoogkerk 13 reacties
Les 1 van de typografische cursus voor verkeersomleidingsbordenmakers is met goed succes afgesloten: de letters in de woorden staan recht hun gelid. Nu les 2 nog, waarin de verdeling van de woorden over de ruimte wordt behandeld.
Gekwantificeerde smaak
Geplaatst op: 21 juni 2011 Hoort bij: Kunsten Een reactie plaatsen| Oudheid |
10 |
|
| Middeleeuwen |
525 |
|
| 16e eeuw |
367 |
|
| 17e en 18e |
2146 |
|
| 19e eeuw |
697 |
|
| 20e eeuw |
394 |
De inhoud van mijn plaatjesmap ‘Kunstverzameling’ met de aantallen plaatjes per periode. De map voor de 17e (en in veel mindere mate de 18e) eeuw bestaat voor ongeveer de helft uit genre, met bijvoorbeeld 59 maal een Ostade, 41 keer een Teniers etc.
Devin Townsend – Solar Winds
Geplaatst op: 19 juni 2011 Hoort bij: Muziek 5 reactiesSoms is Vera net een ouderwetse folktent. Zoals jongstleden woensdagavond, toen de Canadees Devin Townsend er speelde:
En omdat het zo herfstig is, doe ik er dit nummer ook maar even bij: Fall.
Ben niet bij dit concert geweest, had zelfs nog nooit van de man gehoord, de video’s zijn niet van mij maar van Hiddos.
'Hier ist alles bunter und lockerer als in Deutschland'
Geplaatst op: 18 juni 2011 Hoort bij: Kunsten 5 reactiesEen paar blaadjes uit een Duitse agenda, met een collage van impressies na een bezoek aan Groningen.
Zie ook deze.
Kamilleplantage
Geplaatst op: 18 juni 2011 Hoort bij: Hoogkerk 8 reactiesIemand vroeg me een poos geleden of ik de Peizerweg, waarlangs mijn woonwerkverkeer zich tegenwoordig afspeelt, geen vervelende route vond. Nee!, was mijn antwoord. Er is altijd wel wat te beleven. Zo bloeide de laatste weken een ware kamilleplantage op braakliggende bouwpercelen bij de Hunsingolaan. Elke ochtend rook het daar enorm naar kamille. Nu houdt niet iedereen van die geur, weet ik, maar ik voor mij vond het telkens een heel aangename sensatie.




Vroeg me nog wel af hoe al die kamille daar terechtkwam. Zat het zaad er al in de grond, is het misschien meegekomen met opgebracht zand, of zou iemand het moedwillig hebben uitgezaaid?
Bejaard in Odoorn
Geplaatst op: 17 juni 2011 Hoort bij: Drenthe vrogger Een reactie plaatsenBeide portretten zijn bijna een eeuw oud, maar heel goed van kwaliteit, wat een beetje vreemd is omdat het om een arbeidersechtpaar gaat. In elk geval kan ik er lang naar kijken, naar Teunis Karst en Lammechien Veldman.
Pannekoek, Poffert en Meelzak vormden een povere horeca
Geplaatst op: 16 juni 2011 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 2 reacties
In een brief van 13 juni 1783 schrijft Tjaard Anthonie van Iddekinge, de jongste zoon van Groningens machtigste regent, over een reis per trekschuit van Friesland naar Groningen. In de snikke werd er voorgelezen en at men een maaltijd met aardbeien. Men trad er even uit bij het Noordhorner Tolhek om naar het landschap ter weerszijden van het Hoendiep te kijken, want:
“Hier heeft men een uitmuntend gezigt van zeer schoon land en heerlijkheden.”
Links zag je Zuidhorn met de Hanckemaborg en rechts had je het Huis Byma, bij Faan en Niekerk. Vervolgens gaat de trekschuit met Van Iddekinge junior op Hoogkerk aan. En dan somt hij de drie namen op van herbergen langs het Hoendiep. Het eerste huis heette De Pannekoek, het tweede De Poffert en het derde De Meelzak, “waar voornamelijk ’s winters herberg werd gehouden”.
Deze herbergen langs het Hoendiep droegen dus alledrie namen welke verwezen naar de meelspijzen die men er nuttigde. Alleen De Poffert bestaat nog, zij het als buurtschap die naar de herberg genoemd is. De namen van de twee andere établissementen zijn weggezakt in vergetelheid.
Van Iddekinge at niet in een van de herbergen, misschien om reden, want de kwaliteit van het geboden voedsel was er abominabel. Althans, als we dominee Hebelius Potter mogen geloven, die in 1808 langs hetzelfde diep kwam. Hij gaf een vernietigdende recensie:
“…nergens zeker kunt gij in ons geheele land slechter herbergen aantreffen, dan langs de trekvaart tusschen Dokkum en Groningen. Hoewel men den vasten tijd van de komst der jaagschuiten weet, vindt men er echter nimmer iets gereed of in behoorlijke orde, geen water aan de kook, geen vuur aan den haard, terwijl de verregaande morsigheid die allerwegen, in vertrek, aan meubelen en bedienden gevonden wordt, een afkeer verwekt om het noodige te gebruiken, zoo men het nog al bekomen kan.
Ik vroeg om thee, doch kreeg tot antwoord van eene ijsselijk morsige dikke vette dienstmeid of vrouw – want daarin is, in deze huizen, juist geen groot onderscheid te bespeuren – dat het theedrinken juist bijkans een uur gedaan geweest was. En dat, nota bene, in eene herberg.
Ik kon dus, daar ik op de regte theeklok niet aangekomen was, geene thee, en niets anders bekomen dan een dronkje bier in een walgelijk morsige kan, die in geen half jaar geschuurd scheen te zijn, en een glas, dat ruim zoo veel naar horen als naar glas geleek.
Zelfs in het voormalig Commissarishuis te Stroobos, thans door eenen anderen huurder bezeten en bewoond, waar voorheen eene honger- en dorstverwekkende zindelijkheid heerschte, had thans volstrekt het tegendeel plaats en had alles meer het aanzien van de gemeenste kroeg, dan van eene ordentelijke herberg. Dan genoeg hiervan. Het is thans zonder uitzondering met alle herbergen langs dezen streek even eens gesteld.”
Zoals we bij het logje over Bourtange gezien hebben, trof Potter ook wel eens een goede herberg aan in onze contreien. In 1808 vervolgde hij zijn reis langs het Winschoterdiep en zijns insziens verschilden de herbergen daar nogal in kwaliteit van de bovengenoemde:
“Langs dezen kant, en door dit gedeelte van Groningerland reizende, ontmoet men betere herbergen dan aan den kant van Vriesland. De huizen zijn beter ingerigt, er heerscht een veel grootere zindelijkheid, en men kan in alles zijne begeerte weldra voldaan krijgen met goede waar, voor tamelijken prijs.
Vooral te Winschoten zal de reiziger altijd op den middag eene gedekte en wel voorziene tafel, en voor het overige in het deftig Logement van den beschaafden vriendelijken TER STEEG, en in dat van den gullen NOORDHOF, alles zoo vinden, als hij het wenschen kan, of hij zou niet weten hoe hij het hebben wilde. Het eerste behoeft zeker, wat deszelfs geheele inrigting betreft, voor geen Hollandsch Logement onder te doen.”
Dat onderdoen gold dus wel voor De Pannekoek, De Poffert en De Meelzak langs het Hoendiep. Deze voldeden bij lange na niet aan de kwaliteit zoals die in Holland gewoon was.
—
Bronnen: Centraal Bureau voor de Genealogie te Den Haag, familiearchief Van Iddekinge (toegang 166) doos 3, brief T.A. van Iddekinge aan zijn schoonouders d.d. 13 juni 1783; en H. Potter, Reize door de oude en nieuwe Departementen van het koningrijk Holland, en het hertogdom Oldenburg, gedaan in den jare 1808 (Haarlem 1808) deel I pag. 102, 103, 134 en 135.
Het vervallen Bourtange ten tijde van Napoleon
Geplaatst op: 15 juni 2011 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties
“De weg van Winschoten naar de Bourtang is niet onaangenaam, vooral in het begin. Verder komende bevindt men zich aan alle zijden door akelige moerassen ingesloten. In den zomer met gras begroeid, zou men op het oog niet zeggen, dat dit zulke losse gronden waren. Ook kan men, na eene langdurige droogte, hier en daar met het rijtuig gebruik van dezelve maken, doch bij regenachtig weder doet men wel, zich, gelijk men somtijds kortheidshalve doet, niet op dezelve te wagen, wil men niet tot hals en ooren in het slijk blijven steeken, gelijk ik zulks eenmaal door de onbedachtzaamheid mijns voermans ondervonden heb. Beter en voorzigtiger doet men altoos, den koninklijken weg te volgen; dezelve is overal goed, en loopt door Wedde en Vlagtwedde, twee tamelijk groote, doch niet zeer aanzienlijke dorpen in Westwoldingerland. Tegen de middag bevonden wij ons in de Bourtang, en hadden het oogmerk onze reis verder voort te zetten, doch door gebrek aan paarden en wagen was dit voor dien dag eene volstrekte onmogelijkheid.
Wij namen onzen intrek in het Heeren Logement, bij de wedewe HEERES, die ook eene gepriviligeerde voermannerij heeft. In een beschrijving van dit Heeren Logement zal ik niet uitweiden. Hetzelve is zekerlijk niet zoo aanzienlijk als vele logementen, vooral in groote steden. Doch gemak en overvloed kan men voor weinig geld hebben bij deze brave vriendelijke weduwe en haren even braven zoon. Niet dat men hier, zoals in vele Heeren Logementen, met een paar blaadjes salade of een enkel mager coteletje of carbonaadje behoeft tevreden te zijn, of in het algemeen met datgeen wat de waard belieft op te dischen of voor te dienen. Neen. men stelt hier bij deze goede vrouw eenigermate zelfs de wet. Men zegt wat men hebben wil en hoe, en, zoo deze vordering niets onmogelijks behelst, bekomt men het ook zeker, en in alle gevallen durft men ook zelfs wel in de keuken omzien en nagaan hoe het met de toebereiding gaat, eene vrijheid, die in menig Heeren Logement bijna zoo veel als gekwetste majesteit zou zijn. Zonder velerleije en keur van geregten te wenschen, heb ik mijne spijs en drank gaarne zindelijk en goed bereid, zonder dit eerste is het mij, ook bij eene grage maag, onmogelijk iets te nuttigen. Maar bij vrouw HEERES vond ik het zoo, dat ik er gaarne eene week, ja al was het ook langer, vertoeven zoude, en hare kostelijke thee, waarvan zij ons haar geheele voorraadkistje gulhartig toevertrouwde, zal ik niet ligt vergeten.
Hier meer dan genoeg ledigen tijd hebbende, werd de namiddag met wandelen doorgebragt. In den engen omtrek dezer vesting, van nog geen vierde uurs gaans in het rond, is juist niet veel te zien, ook is het gezigt van de wallen, van het omliggende moerassige land, niet zeer belangrijk. Van binnen zoo wel als van buiten teekent alles diep verval en verwaarloozing. De deftige wooningen van den Commandant en andere aanzienlijke lieden, hier voorheen geëmployeerd, staan ledig en bouwvallig. Het schoone ronde plein in het midden, voorheen zoo zuiver onderhouden, is met gras begroeid, en meer aan eene weide gelijk, dan aan eene straat. De dubbele of driedubbele ophaalbruggen zijn gebroken en de grachten met riet en struikgewas begroeid. Zoo vrolijk en onderhoudend bij een bestendig garnisoen het leven hier voorheen was, zoo stil en doodsch is alles thans. De kerk is akelig en gelijkt meer eene slechte schuur dan een gebouw, geschikt tot godsdienstige bijeenkomsten en oefeningen. In een woord, de geheele vesting, uit- en inwendig, doet duidelijk zien, dat de Keizer der Franschen geen belang hoegenaamd in dezelve stelt. Douaniers ziet men hier, gelijk bijna overal in dat uitgestrekte rijk, met hun naauwlettend gierig oog elken binnenkomenden wagen scherp bespiedende en onderzoekende, of misschien niet iets te vangen is.
(…)
Nog dien zelfden avond paarden en wagens te huis gekomen zijnde, werd de volgende morgen tot het voortzetten van de reis bestemd, en vastgesteld dat de jonge HEERES zelve ons naar Lingen brengen zoude. Van dezen togt valt niet veel te zeggen. Paarden en wagen waren voortreffelijk, het weder goed, doch de weg geheel eenzaam en op sommige plaatsen verschrikkelijk zandig.”
Bron: H. Potter, Lotgevallen op eene reis van Friesland, door Westfalen en het Waldekse, naar Hanau in september 1813 (Amsterdam 1816) pag. 37 – 41.
Swaalfke – Naaigerei
Geplaatst op: 15 juni 2011 Hoort bij: Kunsten 2 reactiesHier heb ik al eens geattendeerd op een virtuele knopenbak-ervaring (eveneens een Flickr-slideshow. Voor wie de serie van Swaalfke groot wil zien, dat kan ook.
‘Het schoonste en rijkste gedeelte van deze provincie’
Geplaatst op: 14 juni 2011 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen“Onder zulke aangename, mij vertroostende gedachten en bespiegelingen, vervorderde ik mijnen weg, die mij dezen dag niet verder bragt dan in de Scheemda, een groot en fraai dorp, waar ik mijn nachtverblijf nam. Den volgenden morgen vroeg, begaf ik mij met mijnen voerman weder op reis. Het was het schoonste weer dat men kon wenschen; eene frissche heldere lucht. Mijn weg liep door het schoonste en rijkste gedeelte van deze Provincie, namelijk het Oldampt, over de fraaije dorpen Oostwolde , Midwolde , Finsterwolde enz.. Dan eens zat ik op een mijner koffers, naast mijnen vriendelijken en goeden voerman, op wien ik toch, op dit oogenblik, de naaste betrekking in de wereld hadde, met hem over koeitjes en kalfjes, over oude en nieuwe dingen pratende; dan eens wandelde ik op het schoone van den weg afgescheidene zandige voetpad, en was verrukt over de schoonheid en rijkheid van dezen oord, in vette weiden, hooge bouwlanden, fraaije lusthuizen en verbazende groote en schoone boerderijen, zoo duidelijk zich vertoonende. Buiten zoo veel vertooning van welgesteldheid en rijkdom, vallen ook bijzonder in het oog de prachtige en rijke woningen der geestelijkheid, schooner en rijker van inkomsten, dan misschien in eenig ander gedeelte van het vaderland.”
Bron: H. Potter, Lotgevallen en ontmoetingen op eene mislukte reize naar de Kaap de Goede Hoop in de jaren 1804, 1805 en 1806 (Haarlem 1806) pag. 13.


Recente reacties