Schoolmeesterskrabbels
Geplaatst op: 9 september 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenIn het archief van de classis Winschoten, voor 1816 de classis Oldambt en Westerwolde geheten, zit een boekje met een gereformeerde catechismus en een geloofsbelijdenis, waaronder de dominees en schoolmeesters van de streek tussen 1623 en 1797 hun handtekeningen moesten zetten. Vooral de krabbels van de schoolmeesters vormen soms ware kalligrafische hoogstandjes. Een mooi handschrift was natuurlijk sowieso een pre voor een schoolmeester, maar in het Oldambt stonden door de relatief goede salarissen ook vaak vooraanstaande vakbroeders. Zoals:
– J. Waslander (ca. 1690 in Zuidbroek):

– Petrus Selvius (1711, Termunten):

Deze Selvius was afkomstig uit Grijpskerk, waar hij in 1686 gedoopt werd als zoon van de schoolmeester Johannes Petrus Selvius. Een oom van hem stond als predikant van Wierum, waar Petrus dus zijn eerste betrekking als onderwijzer kreeg (1706 – 1709). Na zijn Termunter periode (1711-1723), oefende hij zijn beroep uit in Nieuw Scheemda (1723-1724) en in de Martinischool van de stad Groningen (1724-omstreeks 1733). Op dit hoogtepunt van zijn loopbaan raakte hij in financiële problemen, wellicht wegens drankzucht. In elk geval werden de goederen in zijn armetierige woonkelder, waaronder een clavichord, wegens schulden bij opbod verkocht. Hij verhuisde naar de Ommelanden en was nog schoolmeester in Midwolde (1733 – 1739) en Baflo en Niehove (1745-1750), maar werd hier uiteindelijk als onderwijzer afgezet. (Bronnen: Jaap Bottema – ‘Naar school in de Ommelanden’ en Jaap Bos).
Overigens is Selvius niet de enige schoolmeester op deze twee pagina’s met een turbulent leven. Linksonder zien we de handtekening van Pieter Venema. Deze schoolmeester, afkomstig uit de stad Groningen, stond vanaf 1709 in Beerta, waar hij in 1714 een algebraboek schreef. In 1717 ontpopte hij zich echter als een aanhanger van de mystica Antoinette Bourignon, wat nogal tegen het zere been was van de orthodox-bevindelijke predikant van Beerta, die er zelfs een passage in een stichtelijk boek aan wijdde. Omstreeks 1730 keerde Venema terug naar de stad Groningen, waar hij ook weer ruzie had met de kerkeraad, en een paar jaar later emigreerde hij naar New York, waar hij niet alleen opnieuw een wiskundeboek publiceerde, maar om godsdienstige redenen ook weer bonje kreeg, dit maal zowel met de kerkelijke autoriteiten als de gouverneur.
– Lubbertus Römelingh (1716, Noordbroek):

Deze Römelingh, zoon van een schoolmeester in Farmsum, was tevens organist en stond eerder in Leermens (1713 – 1716), Hij stierf in 1732.
– Berend Derks Olthof (1746 komend van Groningen, stond in Uiterburen onder het kerspel Zuidbroek):

Gelieve niet…
Geplaatst op: 9 september 2007 Hoort bij: Kunsten Een reactie plaatsenbij uw zondaagse ontbijtje te bekijken…
(Naja, ik had u nog zo gewaarschuwd.)
Het Groninger Adresboek
Geplaatst op: 7 september 2007 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen
Ooit kreeg of erfde ik het van mijn oud-tante Elsiene Perton, die in een flatje aan de Friesestraatweg woonde: mijn exemplaar van het Groninger Adresboek, dat van 1961 dateert. ’t Is nogal een lijvig boekwerk, zo’n 1200 pagina’s dik, met reclame op de gele kartonnen omslag en stoffen rug, en uiteenvallend in vier apart genummerde onderdelen:
- Informatie over instellingen en verenigingen, zeg maar een soort van stadsgids, op 96 groene pagina’s;
- Een alfabetische lijst van alle hoofden van huishoudens en hun adressen, op 522 pagina’s wit papier;
- Een soort gouden gids van beroepen en bedrijven op 80 gele pagina’s;
- Een alfabetische stratenlijst, met per straat alle adressen en daarbij de namen van de hoofden der huishoudens, op 494 pagina’s wit papier.
Van die adresboeken heeft RHC de Groninger Archieven een indrukwekkende serie. De meeste werden zo vaak geraadpleegd, dat men het wijs achtte om ze op microfiche te zetten. De allereerste kwamen al uit in 1817, 1854, 1865 en 1872/73, maar die bevatten alleen de namen en adressen van fabrikanten en de wat grotere koop- en ambachtslui. Na 1880, als alle hoofden van huishoudens erin staan, komt er gemiddeld bijna iedere drie jaar een nieuwe aflevering uit, in het Interbellum lijkt de frequentie zelfs jaarlijks te zijn geweest, maar na mijn deel zijn er ook nog edities uitgekomen in 1964, 1968 en 1972, al hebben die een iets andere opzet. Zo staan in het allerlaatste deel geen beroepen meer, waarmee de sjeu er voor de latere lezer wel een beetje af is.
Ook de UB heeft een reeks. Bij particulieren echter, zijn er niet zo vreselijk veel exemplaren meer. Als je ernaar googelt vind je bijvoorbeeld maar een enkele melding op veilingsites en tweedehands-boekensites. Waarschijnlijk deed men ze weg als er een nieuwe uitkwam, net zoals men dat bij telefoonboeken doet. Natuurlijk verloor de informatie na verloop van tijd ook haar praktische waarde. In het algemeen geldt, dat van het meest verspreide drukwerk, zoals vroeger de almanakken en de huis-aan-huisreclamefolders nu, het minst bewaard blijft.

Ik haalde mijn Groninger Adresboek van de week weer eens tevoorschijn, toen Maya de Beij me in een mailtje wees op ‘Stadjers in The Sixties‘. Op die site plaatst Jan Colly scans uit het stratendeel van het adresboek van 1964, met bij sommige straten bijzonderheden over individuele bewoners. Dat kunnen dan mensen met aparte beroepen zijn, of bekende stadsfiguren als volkszanger Jan de Roos (Verlengde Nieuwstraat) of kunstenmaker Plopatou (Zuiderpark).
Soms kan een balletje raar rollen. Omdat Colly een hele lijst met straatnamen op zijn site heeft, wees ik er Kor Feringa op, die op een Groninger straatnamenpagina bijhoudt. Kor mailde me terug dat hij als werkstudent indertijd meewerkte aan de Groninger Adresboeken van 1961 en 1964, dus precies de exemplaren van schrijver dezes en Colly. Wat meer is, hij was over zijn werk ook eens geïnterviewd door de Nieuwe Provinciale Groningse Courant. Dat stuk bleek op zaterdag 8 februari 1964 in de “krant van jan Tude” te staan, en wel in de bijzonder aardige rubriek ‘Ick kiek noch int’ , verzorgd door ene ‘Burger’. Diens artikel ging over de productie van het Adresboek dat een paar maanden later in juni zou verschijnen. In het hiernavolgende put ik uit dit stuk, en de toelichtingen die Kor er mij per mail op gaf.
Officieel uitgever van het Groninger Adresboek in deze jaren was Bureau De Zee. De advertentie-acquisitie echter deed Drexhage en de Zee NV, “erkend advertentie-, reclame- en adviesbureau”. Beide bedrijven hadden hun burelen op Verlengde Visserstraat 15, waar ze de beschikking hadden over vier telefoonlijnen. Volgens Kor waren beide bedrijven het eigendom van Idzard Johan Gatso de Zee, een prominent lid van de Groninger Commerciële Club, en zoon van de F.J. de Zee, een Fries dichter die voor de oorlog burgemeester van Veendam was geweest. Maar in het bedrijf zat ook de oudste zoon van Idzard, F.J. junior, die toentertijd aan de Waterhuizerweg in Haren woonde. Deze F.J. leeft mogelijk nog steeds. Ook de opvolger in rechte van het bedrijf bestaat overigens nog, dat is DZM (Drexhagen, de Zee, Marcread) aan de Coehoornsingel.

Volgens het krantenstuk van 1964 investeerde de uitgever 60.000 gulden in het Groninger Adresboek van dat jaar. Het was “het meest gelezen boek van Groningen”, aldus F.J. de Zee jr. De oplage bleek 2.000 exemplaren. Deze gingen tegen verschillende prijzen van de hand. Gewoonlijk kostte het boek 40 gulden, “een vrij pittige prijs” . Maar veel klanten hadden er van te voren op ingetekend, en die betaalden slechts 30 gulden. Voorintekenaars die bovendien het adresboek van 1961 inleverden, hoefden zelfs maar 25 gulden te betalen. Zonder reclame en tweedehands handel mee te rekenen was het rendement 33 %, als louter de maximale prijs zou worden betaald, maar de kortingen drukten dat natuurlijk behoorlijk. In elk geval was de uitgave volgens De Zee junior “geen goudmijntje”, maar “een erezaak”.
Naar Kor Feringa zich herinnert, was het boek ook in de boekhandel te koop, maar leverde de uitgever de meeste exemplaren aan intekenaars. De Zee senior was niet voor niets een prominent lid van de Commerciële Club – het grootste deel van de oplage ging naar winkels en bedrijven. Voor deze doelgroep had het adresboek ook een belangrijke functie, denk ik: bij levering op rekening (‘op de pof’) kon de ondernemer er in nakijken of een klant wel op het adres woonde dat hij opgaf. Ook de politie nam trouwens 15 stuks af. En dan waren er nog veel particuliere kopers, waarvan sommige het adresboek lazen als een roman.
Dan de productie. Veel werk van Kor ging zitten in de samenstelling van de groene stadsgids voorin, ongeveer vier werkweken van zes uur arbeid per dag. In een van die weken pleegde hij ongeveer 300 telefoontjes om aan informatie te komen of informatie te checken. Verder boog hij zich over de eindredactie van het hele adresboek, “geen geringe taak”, integendeel: “een gigantisch karwei”. In het adresboek stonden ongeveer 50.000 adressen die hij en zo’n 25 andere medewerkers eerst moesten controleren. Bij ongeveer eenderde van de adressen was er sprake van mutaties, en dat betekende dat er bijna 17.000 opnieuw moesten worden gezet met de ouderwetse regelzetmachine bij de drukkerij van Jakob van Denderen aan de Paulus Potterstraat.
Zoals gezegd, vergeleken bij de uitgave van 1961 had die van 1964 een iets andere opzet. Op de omslag stonden geen advertenties meer. Ook werden nu alle bedrijven in het adresboek genoemd, zelfs al woonde de eigenaar helemaal niet in het pand. De belangrijkste wijziging echter, was dat voorheen alle volwassen kinderen en inwonende kamerbewoners vanaf 21 jaar werden opgenomen, terwijl de uitgever in 1964 de grens bij 25 jaar ging leggen. Vooral de nogal vaak verhuizende studenten vielen zo uit het adresboek van 1964 weg, maar ook de inwonende verpleegsters van ziekenhuizen. Bovendien schrapte men de bewoners van verzorgingstehuizen.
“Hun namen werden dus wel aangeleverd”, zegt Kor. Dat aanleveren van de Burgerlijkse Standsgegevens, gesorteerd op beginletter en per straat, gebeurde door het gemeentelijke Bureau Bevolking dat het bevolkingsregister bijhield. Over deze leverantie had de uitgever een deal met de gemeente. “De gemeente”, aldus het krantenstuk, “heeft er uiteraard ook belang bij dat Groningen over een adresboek beschikt. Hoeveel steden van de grootte van Groningen kunnen nog een zo massaal visitekaartje presenteren?”
Tegelijkertijd ligt hier ook de belangrijkste reden dat de indrukwekkende serie adresboeken na 1972 ophoudt. Tegen de volkstelling van 1971 rees al wat verzet, en na 1972 kon de gemeente dergelijke privacy-gevoelige gegevens niet meer met goed fatsoen verkopen aan een marktpartij. Aan de andere kant bestond er bij de belangrijkste afnemers ook steeds minder behoefte aan de informatie uit de adresboeken. Klantcontacten werden zakelijker. Winkeliers verkochten steeds minder op de pof.

Grunn.nl gaat heel raar met copyrights om
Geplaatst op: 6 september 2007 Hoort bij: Webdinkies Een reactie plaatsen

Op een pagina van Grunn.nl staat deze straatfoto van circa 1920, die gemaakt is in de Oosterpoorter Oliemulderstraat. De foto werd aan Grunn.nl geleverd door een H. Hoeksema, wiens naam op de pagina vergezeld gaat van een copyrighttekentje. Net of Hoeksema die foto maakte, of er het intellectuele eigendom van heeft. Dat is niet zo. Indertijd kocht bijna elke volwassen bewoner, afgebeeld op die foto, een of meer exemplaren van de fotograaf. Niet alleen zijn er zo nogal wat afdrukken verspreid, die alle nazaten vrijelijk mogen dupliceren, ook staat de plaat nog eens voorop het boek van Gerard Offerman over de geschiedenis van de Oosterpoort (1987). Daar kan je achteraf dus absoluut geen copyright bij claimen.
Op een andere pagina bij Grunn.nl staat een foto die beschikbaar werd gesteld door Marc Groote, een van de moderatoren van die site. Opmerkelijk is dat Groote er een copyright-teken en zijn eigen naam (© 2007, Marc Groote) bij plaatste, zodat het net lijkt of hij het intellectuele eigendomsrecht op de voorstelling heeft. Dat is absoluut niet waar. Op de foto staat immers de tekening afgebeeld, die Frans le Roux maakte van een opengewerkte Martinitoren (opschaalbaar). Niet Groote heeft dus het geclaimde copyright, maar Frans le Roux.
Grunn.nl en Groote gaan dus nogal merkwaardig om met copyrights. Andermans eigendom wordt nogal gemakkelijk geclaimd. Het grappige is dat op een pagina over de Jozefkerk prompt een mededeling in een popup verschijnt, als je de foto op die pagina wil downloaden: “Respecteer het copyright van de schrijvers en fotografen”. Maar de foto op die pagina is dan ook gemaakt door G.J. Groote, naar ik hoorde de vader van Marc…
De uitrol van rode lopers tegen fietsen
Geplaatst op: 6 september 2007 Hoort bij: Stad nu Een reactie plaatsen
Vandaag rolden verkeerswethouder Karin Dekker en ondernemersspreekbuis Theo Venema eendrachtig een rode loper uit op het trottoir voor boekhandel Selexyz Scholtens aan de Guldenstraat.
De rode loper moet fietsers vermurwen om hun vehikels een eindje verderop neer te zetten, zodat voetgangers ongehinderd kunnen passeren. Een experiment, van de zomer, met een dito loper voor V&D aan de Grote Markt was een succes, want het bleek inderdaad zo te werken en nu zijn andere winkels en instellingen aan de beurt, zoals de Albert Heijn in de Korenbeurs en de UB aan de Broerstraat.
Vanwege de gemeente werd bovenstaande publiciteitsfoto verspreid. Wat me nu opvalt is ten eerste de nonchalante wijze waarop het duo Dekker & Venema de loper uitrolde. Hiervan kan toch geen positieve invloed uitgaan op slordige fietsparkeerders. De wethouder heeft de cityclub-baas ook arglistig wat harder laten trappen dan zij zelf deed, zodat de loper een afwijking naar links kreeg, en op afstand bleef van de reeds geparkeerde fietsen. Nu we het toch over die rijwielen hebben: zeker twee zijn gespoten in de clubkleuren van GroenLinks, de partij van wethouder Dekker. Gaat het hier wellicht om een verkapte politieke reclame?
Tegelijk met de rode loperactie is er nogal wat werving voor de bewaakte rijwielstallingen onder de OB, achter V&D, en in de parkeergarages aan de Haddingestraat en onder de Pathé-bioscoop aan de Ruiterstraat. Tot 1 januari zijn die gratis, aldus biljetjes die gister overal aan fietsen hingen, en die je dus na verloop van tijd overal op straat zag liggen. De gemeente heeft het flyeren dan wel verboden, maar aan dat verbod hoeft ze zich zelf kennelijk niet te houden.

Simon Kuipers leest Leidse lummels de les in hun eigen krant
Geplaatst op: 5 september 2007 Hoort bij: UK + RUG Een reactie plaatsen
De Universiteit van Leiden wil dermate graag een überconcurrerende topuniversiteit zijn, dat ze niet de minste inbreuk op haar imago meer kan velen, en besloten heeft het universiteitsblad Mare helemaal de tanden uit te trekken. Er mag geen nieuws meer in staan. Het mot een tam leibandeblaadje worden.
In de NRC is daar al protest tegen aangetekend, in de Trouw staat er ook een commentaar of twee, maar de kroon spant Mare nu zelf, door Simon Kuipers, de collegevoorzitter van de RUG, aan het woord te laten. En wat zegt hij over de positie van de Groninger universiteitskrant UK?:
“Wij hechten zeer aan de onafhankelijkheid van ons universiteitsblad. Onze wetenschappers, studenten en ander personeel mogen alles zeggen wat ze willen, mits niet in strijd met de goede zeden of de wet. Het staat iedereen vrij diepgaande kritiek uit te oefenen op faculteitsbesturen, directeuren of het college van bestuur. Dat houdt ons scherp. Binnen een universiteit moet dat ook kunnen, onze academie is immers primair een gemeenschap van en voor vrijdenkers. Daarvoor is een onafhankelijk medium onontbeerlijk en dat is bij ons de UK.”
Hulde aan deze man!!!
(Met dank aan Davey voor het attenderen en Reyer voor de foto.)
Fongersfiets gevonden van bijna een eeuw oud
Geplaatst op: 4 september 2007 Hoort bij: Stad toen 26 reacties
Medio augustus vond de in Friesland woonachtige oude fietsenliefhebber André Koopmans op Marktplaats een originele Fongers BB 60. De aanbieder woonde nota bene vlakbij, in Noord-Nederland. Alleen de bijbehorende remmen ontbraken aan het rijwiel, terwijl er een verkeerd achterwiel en een oud Gazelle-zadel bij zat. Volgens Koopmans is het de oudste Fongers-herenfiets van Nederland en nog steeds goed te gebruiken. Hij wil het rijwiel compleet restaureren.
Fongers was altijd een oerdegelijk, maar ook nogal een exclusief merk, dat mikte op de bovenkant van de markt. Een eeuw geleden was de BB 60 zelfs de allerduurste fiets van Nederland. In het bedrijfsarchief van Fongers, zoals dat wordt bewaard in de Groninger Archieven, vond Koopmans een reclameplaat voor de BB 60 terug, en ook het verkoopboek waarin zijn exemplaar ingeschreven staat. Het bleek op 20 mei 1908 te zijn verkocht aan de Haagse bankier mr. Jerome Heldring. Diens nazaten waren zeer verrast dat de fiets van hun overgrootvader nog steeds bestaat.
Drentse kentekenregistraties
Geplaatst op: 3 september 2007 Hoort bij: Familie Een reactie plaatsenGut, mijn oud-oom Anton Vondeling woonde in 1928 al in Vledder. Bovendien had hij als electriciën van de Laagspanningsnetten toen al een auto met het nummerbord D5654. Zijn broer, mijn grootvader Albert Vondeling, eveneens electriciën maar dan in Dwingeloo, ontbreekt echter de hele tijd in de Drentse provinciale kentekenregistratie die van 1906 tot 1951 bestond. Blijkbaar kocht hij die Amerikaanse jeep toch wat later, toen hij aannemer van kabelwerken was.
Maar wacht eens even, gaat het wel alleen om auto’s? Het Drents Archief doet dat zo voorkomen, maar ik denk niet dat dat zo is. Want mijn andere grootvader, de commies Harm Perton in Uffelte, had alleen een motor, die hij in de oorlog voor de Duitsers verstopte en na de oorlog niet aan de Binnenlandse Strijdkrachten wilde afstaan. Toch komt ook hij vanaf 27 augustus 1927 in de Drentse kentekenregisters voor en wel met D5522.
Een verre verwant, Willem Perton, aanvankelijk in Nieuw-Schoonebeek, had tussen 1922 en 1938 overigens D2657, een kentekennummer dat in dat laatste jaar overging op een Folkerts in Paterswolde.
—
NB: de links bij dit logje werken geen van alle meer, omdat het Drents Archief de boel omgezet heeft zonder voor permanente links te zorgen. (24.11.2013)
Faliekante VIVA-mislukking
Geplaatst op: 3 september 2007 Hoort bij: Media Een reactie plaatsen
Bedenk ja als VIVA voor je jubileum een leuk verjaardagscadeau, loopt de zaak finaal in het honderd omdat ze potjandorie spiegelen, de glazen zijkanten van de bushokjes waar je lezeressen kunnen poseren voor hun zelfgemaakte coverfoto. Had nou maar een proefopstellinkie gemaakt. Of nog goedkoper, advies gevraagd aan een professionele fotograaf.
In Groningen staat het bushokje overigens in de Grote Kruisstraat, tegenover het Heymansgebouw van de sociale faculteit. Kennelijk verwacht VIVA een grote belangstelling bij psychologiestudentes.
De intocht van Willem Frederik (1651)
Geplaatst op: 2 september 2007 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsen
Een van de nieuwe titels die de DBNL gister op het web heeft gezet is ‘Gloria parendi; dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654′.
Deze Willem Frederik van Nassau Dietz (1613-1664) bekleedde zijn waardigheid in Groningen en Drenthe pas vanaf 1650, toen zijn onstuimige neef Willem II van Oranje Nassau overleden was. In zijn dagboeknotities van voor 1650, de meest uitvoerige, schrijft Willem Frederik dan ook bar weinig over Groningen, en veel over Friesland. Dan gaat het vooral over militaire zaken en benoemingen van ambtenaren en bestuurders, waar vaak nogal wat gekuip en gekonkel aan vooraf ging. Ook maakte de stadhouder meer woorden vuil aan de triktrakspelletjes die hij met zijn trouwste metgezellen speelde, en de kwantiteit en kwaliteit van zijn stoelgang, dan aan de buurgewesten. Hoogstens lezen we hier en daar, dat de Stad Groningen en de Ommelanden bij voortduring met elkaar in het garen liggen, en dat Burgemeester Eyssinge, de man met de klem der regering in de stad, de macht van de jonkers zoveel mogelijk fnuikte.
De meest uitvoerige passage die Willem Frederik aan Groningen wijdt, is die over zijn plechtige intocht, op zaterdag 20 mei 1651 (pagina 748 e.v.) Voor de historicus zijn zulke intochten nogal rituele gebeurtenissen – ze zagen er allemaal eender uit – maar de tijdgenoot maakte er natuurlijk maar een of twee in zijn leven mee, en voor hem was het wel degelijk iets heel bijzonders.
De stadhouder en zijn gevolg arriveerden die middag om twee uur bij de stad. Daar kwam de provinciale ruitercompagnie, waarover de stadhouder het bevel voerde, hem tegemoet, iets later gevolgd door de Gedeputeerde Staten in hun karossen. Toen de stadhouder deze heren klaar zag staan, kwam hij van zijn paard af, en na hun welkomstwoorden en gelukwensen, en zijn dankwoord en belofte om zijn dienst even trouw te vervullen als zijn voorzaten al hadden gedaan, gingen de Gedeputeerden weer in hun koetsen en de stadhouder weer op zijn paard. Vervolgens reed de stoet met voorop de ruitercompagnie, in het midden de stadhouder, en aan het eind de koetsen met de Gedeputeerden naar de A-poort. Vanaf dat punt tot aan het Prinsenhof stond de gewapende burgerij met gepresenteerde snaphanen langs alle straten opgesteld. Daarachter stond veel volk dat de stadhouder tekens van respect, vreugde en genegenheid gaf. Bij het Prinsenhof kwamen de Gedeputeerden hem opnieuw complimenteren en daarop volgden alle bestuurscolleges van Stad en Lande in volgorde van belangrijkheid: Burgemeesteren en Raad van de stad Groningen, de Staten van de Ommelanden, de provinciale Rekenmeesters, de rechters van de Hoofdmannenkamer en de heren professoren van de nog jonge Academie.
Opmerkelijk is dat Burgemeester Eyssinge verstek liet gaan. Wel verzekerde hij de stadhouder via een andere heer dat hij hem toegenegen was. Een hele rij stedelijke en Ommelander heren deed dat persoonlijk. Die visites duurden totdat de Burgerwacht drie salvo’s gaf en er ook een kanon op de Grote Markt werd afgevuurd. De twaalf burgercompagnieën en de soldaten van het garnizoen marcheerden langs het Prinsenhof, toen was het half zeven en vertrokken de officieren van het hof. De stadhouder las nog wat Duitse brieven, nodigde zijn reisgenoten uit en vermaakte zich met hen tot tien uur, toen de Gedeputeerden hem uitnodigden om een groots briljant vuurwerk te komen bekijken, wat de prins en zijn officieren deden onder het genot van een drankje, en wel tot twaalf uur.
“Ik ben zeer goet ontwikelt”
Geplaatst op: 2 september 2007 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
(Winschoter Courant 1893)
Filet Frisian
Geplaatst op: 2 september 2007 Hoort bij: Het Noorden Een reactie plaatsenEne Marjolein levert op het weblog van Huub Mous een recept voor Filet Frisian. Ingrediënten: een liter Berenburg en vier belegen oud-Friezen. Naar de afkomst verschilt de uitkomst: komen ze uit bijvoorbeeld De Wouden, dan krijgt het gerecht een “knoestige smaak”. Er is veel variatie mogelijk, aldus Marjolein. Maar één ding is uit den boze: “Gebruik geen Groningers, want dan schift de hele boel”.
Mensen van de Gideon
Geplaatst op: 1 september 2007 Hoort bij: Stad nu Een reactie plaatsenOns Belang, de vereniging van de ‘vrije geesten’ op de Gideon, bestaat 25 jaar. Daarom organiseert de bewonersclub dit weekend een muziekfestival op de landtong tussen het Oude en het Nieuwe Winschoterdiep. Eerlijk gezegd ging ik er vanmiddag niet heen voor de bands, al vielen die me honderd procent mee. Nee, ik wilde de gelegenheid te baat nemen om woonwagens, keten, loodsen en geïmproviseerde onderkomens te fotograferen. Maar achteraf leverden de stadsnomadische landschapjes toch niet de mooiste foto’s op. Dat waren de portretten die ik tussendoor kon maken. Zoals die van Koeskoes, nu(4 augustus 2024) al wat jaartjes wijlen.
– Entree 5 euro:

Overzicht van het festivalterrein:

Koeskoes ken ik al zo’n dertig jaar. Minstens de helft van die periode woont hij op Gideon, en hij wil daar ook niet meer weg. Hij leidde me rond over het terrein dat zo’n 5 hectare groot is:

Scène bij de buitentap (niet echt scherp, maar wel mooi):

De Generaal, van wie ik altijd aannam dat hij eigenaar van alle grond was, zorgde voor warme happen:

De linker vogel wilde graag op de foto met zijn maat:

Deze petten passen iedereen:

Het was nog rustig in de kroeg:

De nieuwe RUG-homepage & de eeuwige terugkeer
Geplaatst op: 1 september 2007 Hoort bij: UK + RUG Een reactie plaatsenHoeperdepoep zat op de stoep en laat ons vrolijk wezen. Maandag begint het nieuwe academiejaar, en vandaag heeft de RuG haar nieuwe homepage:

Op dit digitale boegbeeld zal men de afko RuG niet meer aantreffen, omdat deze in internationaal verband associaties op zou wekken met een Engelse term voor vloerkleedje. Ook zijn het wapen en de rest van het logo en de standaardbalk op de webpagina nu gedacht in een Bordeaux-achtig rood. Hetgeen, maar dit terzijde, al tot een enorme correspondentie tussen enerzijds Plopatou en anderzijds de RuG, de Hoge Raad van Adel, en de Provincie Groningen heeft geleid. Plopatou vindt dat de RuG het provinciale wapen verkracht heeft en houdt als oud-Fortunist ook niet zo van rood.
Tussen 2003 en vandaag zag het RuG-smoel op internet er ongeveer zo uit:

Persoonlijk vond ik dat iets te stemmig. Bij het doorvoeren van deze digitale huisstijl verdwenen ook een heleboel persoonlijke, erg anarchistisch opgemaakte pagina’s van medewerkers, om plaats te maken voor personeelspagina’s in een standaard-sjabloon waar geen kraak of smaak meer aan was.
Dan vond ik deze homepage, fungerend vanaf de millenniumwisseling tot 2003, leuker. Alleen riepen de kleuren bij mij wat vage associaties op met de Roemeense vlag:

Geinig was ook die boom der kennis, uiteraard in zomertooi. Tot slot nog even de homepage zoals de RuG die voor 2000 had, en die geen hond zich meer herinnert:

Qua blankheid en wapen lijkt de nieuwste opmaak terug te grijpen op deze oudste. Nietsche zei het al: Alles is een eeuwige terugkeer van altijd hetzelfde, zij het in iets andere vorm. En ach, zolang geen hond zich dat herinnert is dat ook niet erg, toch? Overigens haalde ik beide laatste homepages van het onvolprezen Archive.org, de grote bewaarkamer voor wat anderen niet meer kunnen luchten of zien op internet.

Recente reacties