Zielbewaarder
Geplaatst op: 3 maart 2019 Hoort bij: Taal 1 reactieIk zat eigenlijk te zoeken op het beroep ‘werver’ (van soldaten en matrozen). Dat leverde niet veel op in Alle Groningers en voor de grap probeerde ik het met de negatieve volksaanduiding zielverkoper, kortheidshalve %ziel. En zie: daar kwamen geen zielverkopers tevoorschijn, maar zielbewaarders.
Zielbewaarder, wat is dat nou weer? Het kolossale WNT geeft twee mogelijkheden: 1) zielenherder, dus een pastor, en 2) de hoofdman van een boogschuttersgilde.
Mogelijkheid 2) was voor Groningen sowieso uitgesloten, bij gebrek aan schuttersgilden. En een dominee of pastoor (1) werd misschien wel eens zielbewaarder genoemd in ‘t een of ander stichtelijk geschrift, maar vast niet door een nuchtere ambtenaar der burgerlijke stand die wist dat hij een predikant of priester voor zich had.
Ik kijk nog eens naar de drie Groninger akten met de beroepsaanduiding ‘zielbewaarder’. Ze stammen uit de jaren 1829, 1830 en 1831 en betreffen resp. een Jan Steffens Brouwer (28), een Folkert Abel Abels (37) en een Jan Alberts Zielman (38). Door die laatste familienaam en door de woonplaats van alle drie – Finsterwolde – gaat me een lichtje op. Een zielbewaarder is de half Groningse, half deftige aanduiding voor het gangbare zijlwaarder (zeg maar sluismeester).
Het WNT behoeft op dit punt zeer beslist aanvulling!

Goed gevonden!