Amerikaanse legerkaarten

Ook aangetroffen gisteravond: een paar joekels van kaarten van stad en provincie Groningen. De fysieke exemplaren zijn gemaakt door het Amerikaanse leger ergens eind jaren vijftig. Ze zitten in de bieb van de universiteit van Texas, die de scans voor haar studenten op het web zette:

  • Die van de stad (gecombineerd met Emden) is nauwelijks gedetailleerd. De Amerikaanse legerchauffeurs moesten weten hoe ze er het snelste doorheen konden komen.
  • Die van de provincie (met een belendend stuk Duitsland) is juist veel te gedetailleerd, in die zin dat alle grote sloten er ook op staan.

De Toekomst, Taco Mesdagplein

“De ingang van het gebouw werd en wordt nog gevormd door een poort, versierd met beeldhouwwerk van A. van der Lee.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“De beide opgaande zijden dezer poort worden gevormd door twee meer dan levensgrote figuren. Aan de ene zijde een landarbeider met zijn schop…”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“…aan de andere kant een industrie-arbeider met zijn voorhamer. Zij zijn de symbolische voorstellng van de arbeid, waarop heel de maatschappij steunt.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“Op hun nekken rust een fries, waarin een zinnebeeldige voorstelling is gebeeldhouwd. In het midden gaat de zon op over een betere, meer op broederschap gebaseerde wereld en over die zon heen reiken twee figuren elkaar de hand, als symbool van de saamhorigheid van alle mensen.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“De mannenfiguur rechts, met de vlag, wijst aan hen die volgen de weg naar die betere wereld…”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“…aan de andere zijde geven de figuren van een man met vrouw en kind en van de oude man aan, dat de betere wereld slechts bereikt zal worden als allen eendrachtig optrekken.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“Moge deze allegorische voorstelling van het coöperatieve streven velen inspireren om mede te strijden voor een rechtvaardiger samenleving. Het is slechts een strijd van den geest, niet van het geweld, doch hij moet gevoerd worden voor de toepassing van het coöperatieve beginsel, op het practische leven van alle dag en onze strijdleuze is: Eén voor allen, allen voor één!”

In het voorjaar van 1913 verhuisde coöperatie De Toekomst haar bakkerij en bedrijfskantoren naar het Taco Mesdagplein, nadat ze als grootwinkelbedrijf aan de Coehoornsingel uit haar jasje was gegroeid. De geciteerde passages komen uit het tamelijk zeldzame gedenkboekje De Toekomst 50 jaar; Geschiedkundig overzicht van de Coöp. Productie- en Verbruiksvereniging ‘De Toekomst’ u.a te Groningen, aan de hand van haar notulen samengesteld door den tegenwoordigen directeur H.A. Bastiaans (Groningen 1938).

Al is de Toekomst allang verdwenen, in het pand zit nog steeds een coöperatie, maar dan van schippers, voor de aankoop van oliën, vetten etc.

Ik was nog nooit in die straat geweest, maar had het fries wel eens gezien in een of ander boek over het socialisme hier in Groningen. Sinds medio mei, toen Suzanne een foto van het kunstwerk op Flickr plaatste, had ik al zin om het eens te gaan bekijken. Door de aankoop van dat gedenkboek kwam het er vanmiddag van.


Van belang voor feministen en macho’s

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het octavodeeltje lag in 1751 voor een schelling of sestehalf (5,5 stuiver) te koop in de boekwinkel van Jacob Sipkes. Sipkes was tevens de drukker en uitgever van de Groninger Courant. In het nummer van 2 april dat jaar had hij nog wat ruimte over. Vaak vulde hij die met boekenreclame, en dit keer zette hij er op zijn manier de titel neer:

“Ernstige en Boertige REEDENVOERING tot bewys Dat de Vrouwen verre van edeler dan de Mannen zyn, ten voordeligste genomen in de Weereld niet anders dan een noodzakelyk kwaad zyn, teegenstrydig met het werkje van H.C. Agrippa die ’t Vrouwelyke Geslagt in agting en waarde meer houd als dat van de Mannen. Opgedraagen aan Alle Heeren, Meesters, en Opper-Bevelhebberen der vrouwen en Huysgezinnen door Symon van Leeuwen, S.J. Zoon.”

Medio jaren tachtig, toen ik deze titel uit de krantenlegger overschreef, vond ik het grappig dat een mij tamelijk bekende discussie eeuwen geleden blijkbaar ook al speelde. In de marge van mijn notitie zette ik alvast een categorie neer: M.V.M. Voor het geval dat ik eens iets over man, vrouw en maatschappij in het verleden zou willen gaan schrijven.

Vandaag, bij het overtikken van die ouwe notitie, besloot ik op de auteur en de titel te gaan googelen. De schrijver, een Haagse notaris de leefde van 1625 tot 1682, behoorde volgens Buisman tot de populairste van de zeventiende eeuw. De titel bleek niet voorradig in de Groninger UB, maar wel weer in de KB. En – verrassing – het werkje is te koop bij een internet-antiquariaat, Deliver as Promised, dat hem aanbiedt in één band met het vrouwvriendelijke betoog waarop het reageerde, welk betoog geschreven is door de Duitse humanist Henricus Cornelius Agrippa (1486-1535):

“Vermaakelyk tractaat. Waar in op een Satyrische en aangename wyse ondersogt en aangetoond werd dat het Vrouwelyk Geslagt in agting en waarde, vrij meer in Luister en aanzien gehouden moet werden als dat van Mannen. In de Vyftiende Eeuw in het Latyn Beschreven door Henricus Cornel. Agrippa neevens een kort uittreksel van desselfs Leeven; in welke deselve geweest is history-schrijver van Keiser Karel de Vijfde.”

Beide deeltjes in het bandje zijn gedrukt in 1733, en volgens het antiquariaat zeer zeldzaam. Van het ene zitten er maar twee exemplaren in Nederlandse bibliotheken, en van het andere maar drie. Het bandje bij het antiquariaat is zelfs het enig bekende, waarin beide tractaatjes gebundeld zijn.

Het boekje van de Haagse notaris die voor de eer van de mannen opkwam mag dan indertijd een habbekrats – nou ja een half dagloon voor een kloeke arbeider – gekost hebben, op dit moment vraagt het antiquariaat 1100 euro voor de bundeling. Dat is enigszins boven mijn budget.

Met mijn M.V.M.-notitie zat het overigens wel snor – het antiquariaat noemt ’t bandje:

“Of interest to feminists and mail chauvenists!”


De moord op Jan de Wit en zijn broer (1672)

“Nu toch was het veld ruim voor de leiders der oproerige menigte, den goudsmid en schutter-officier Verhoeff, den schepen Van Banchem, den notaris Van Saenen, den pokmeester Van Vaelen en andere gezeten of kleine burgers, over het algemeen ongunstig bekende personen. De beangste regeering van Den Haag trachtte Verhoeff, die al in het begin de eerste rol speelde, nog tot rede te brengen, maar hij weigerde gehoor te geven aan de aanmaning om de orde te helpen bewaren en verklaarde zonder omwegen den dood der gebroeders te willen. Zijn schuttercompagnie drong op de gevangenis in en de deur werd met kogels doorschoten. Verhoeff dreigde haar met hamers te zullen openen, toen de cipier eindelijk toegaf. Het was juist vier uur. De woeste bende stroomde binnen en vond de broeders kalm bijeen, Cornelis te bed, Johan zittend aan het voeteneind en voorlezend uit den Bijbel. Eenige schutterofficieren, die zich eenige uren te voren bij hen hadden gevoegd en hen thans nog wilden verdedigen, werden op zijde geworpen en onder wild getier werd Johan reeds met een kolfslag aan het hoofd gewond en door Verhoeff naar beneden geleid, Cornelis, half gekleed, ruw van de trap naar buiten gesleurd, onderweg geslagen en gekwetst door kolfslagen en pieksteken.

De beide broeders namen elkander nog bij de hand maar werden spoedig gescheiden en onder de luide kreten der woeste bende op straat nedergeworpen. Het eerst stierf Cornelis onder ruwe kolfslagen, dolksteken en bijlhouwen, daarna Johan, deze onder luid geschreeuw tegen Verhoeff, welke met hem sprak over zijn aandeel in den noodlottigen toestand des lands maar hem nu losliet; hij liep met den mantel om het hoofd op de gelederen van Verhoeff’s vendel in en werd eerst door een pistoolschot à  bout portant getroffen, daarna door kolfslagen en musketschoten afgemaakt. Om half vijf was alles afgeloopen en dansten de ontzinden, dronken van het vergoten bloed, rond op en om de lijken, die eindelijk bij de voeten aan den lantaarnpaal op het Groene Zoodje werden opgehangen, gruwelijk uiteengerukt en stukgesneden door woestelingen, die een bloedig aandenken begeerden.”

Uit: deel III (boek VII, hoofdstuk VIII) van de ‘Geschiedenis van het Nederlandsche volk’ door P.J. Blok. Alle vier de delen zitten bij de nieuwe aanwinsten van de DBNL voor deze maand.


Secreets-klacht

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

“Ach! Hoe werd ik veracht
By Grooten en by Leeken,
Te recht doe ik mijn klacht,
T’onrecht werd ik versteeken;
Men plant my hier of daar
In hoecken niet zeer kuis,
Als of ik niet en waar
Noodzakelijk in ’t huis.
Ik ben zeer goet nochtans,
Men kan my ook niet missen
‘Zy vrouwen ofte mans,
Sy kakken en sy pissen.
Geen Koninck, Prins noch Heer,
Geen Paus noch Kardinal,
En wat van dien is meer,
Sy kakken altemaal.
De Meisjes teer en zwak,
Sy dienen niet vergeten,
Sy krijgen mee al kak,
Sy kunnen ’t niet uitzweeten.
Tot my vlucht idereen,
Beladen met dees Maers,
Als sy maar voelt de ween
Des zwangeren Aers.
’t Helpt geen Ambassadeurs
In uwe plaats te zenden,
Maayken moet zelfs de keurs,
En Jan de broek afbenden.
Maar die wil metter spoed
Verlost zyn daar ’t hem pakt,
Die buige met ootmoet,
Drukt hy, ik weet hy kakt.
Die niet kakt by gebrek,
Is ’t niet och arm, och lacy,
Moet hy niet naar d’Apteek
En halen een Purgacy?
Bedenkt dit nu wel aan,
Weest niet meer zo confuys,
Maar stelt my nu voortaan
In ’t beste van uw huys.”

Deze Secreetsklacht komt uit Sweerts‘ boekje (IV, 119/120) over de opschriften (1698). Als je het mij vraagt kende de tekstschrijver die indertijd voor Popla toiletpapier het ‘Koning, Keizer Admiraal‘ bedacht, dit boekje van Sweerts ook.

De bovenste foto is van mezelf en betreft de authentieke plee van museumboerderij Hermans Dijkstra te Midwolda. Bij de onderste foto gaat het om ’t opgegraven secreet van Huis Panser aan de Grote Markt te Groningen – die foto werd gemaakt door de dienst RO/EZ van de gemeente Groningen.

Geplaatst op 22 juni 2008 sekreet b


De Zwijnenbisschop

Hiëronimus Sweerts (IV, 107) geeft ook een tekst van een varkensslachter. Deze man had zijn dakdeur laten beschilderen met een portret van Bernhard von Galen, alias Bommen Berend, waarop de Münsterse bisschop een zwijn bereed:

“Hier ziet gy Barent van Galen, in sijn Pontificaal verheven,
Zo als hy ter jagt plagt te rijden in sijn leven,
Gevolgt van sijn adeldom in gelijke pragt,
Als opperste Jaagmeester van de Westfaalsche Swijne-jagt.”

De varkensslachter kende blijkbaar de spotprenten van zijn tijd, want op een ervan berijdt de bisschop eveneens een varken:

Geplaatst op 21 juni 2008 zwijnerijder

Bernhard von Galen heette ook wel de Zwijnenbisschop. Dat kwam doordat Westfaalse ‘ekkelschinken’ – hammen van varkens die eikels aten voor ze werden geslacht – een fameus exportprodukt waren van zijn vorstendom. Maar zijn voornaam had er ook mee te maken. Immers, van Bernhard naar Berend naar beer (oftewel mannetjesvarken) is het maar een paar stappen.

De oorlogszuchtige prelaat werd zelf ook wel als zwijn voorgesteld op een spotprent die je omgekeerd moest houden voor het zien van zijn ‘ware gedaante’:

Opnamedatum: 2008-1-9

Zie ook.


Een curieuze huwelijksverbintenis

Uit het Boek der Huwelikse Geboden van Amsterdam:

“Den 22. Mey 1632 zyn gecompareert voor de Heeren Commissarissen om in den Huwelyken Staat bevestigt te worden, Steven Jaspersz van Groeningen, Oud, zoo hy verklaarde, twee en tnegentig Jaren, met Tietjen Hermansen uit Norden, Oud ontrent Sestig Jaren.
Hy verklaarde dat hy sijn voorige Huisvrouw een en Sestig Jaren gehad hadde en dat hy daar vyf en twintig Kinderen by hadde gehad. Hy was ontrent twee Jaren Weduwenaar geweest, hy tekende sijn Naem noch sonder bril, hy hadde mede goet gehoor.
Sy verklaarde, dat sy vyf en twintig Jaren Weduwe geweest hadde.”

Aangetroffen in het vierde boek op pagina 51 van Hiëronymus Sweerts alias Jeroen Jeroense zijn Koddige en Ernstige opschriften Op Luyffens, Wagens, Glazen, Uithangborden, en andere Taferelen (Amsterdam 1698, reprint Zaltbommel 1969).

Met dank aan Otto Knottnerus voor de attendering. Binnenkort volgen hier alle Groninger teksten uit dat verzamelwerk.


Het andere Mokum

In 1962 maakte fotograaf Wim van der Linden een fotoboek over de krotten van Amsterdam. Een deel van dat fotoboek staat nu, met een Bijlmer-propagerende speech uit die tijd, hier.

Info


Ongegund brood overal aanwezig

Geplaatst op 6 juni 2008  a

Bij het doorlichten van Van Lennep en Ter Gouw op Groningen, zag ik dat – zoals Lars Sanders hier ook al meldde – zij eveneens het motief van de kat, de uil en de muis behandelen. Ze geven zelfs maar liefst zes voorbeelden van (pag. 158 – 160). Maar, daar zitten weer niet de gevelstenen in Onderdendam en Ommen bij.

Hun voorbeelden kwamen uit Warnsveld (bakkerswinkel), Utrecht, van de weg tussen Breda en Tilburg (boerenherberg), Veendam (werfhuis voor zeevolk), Dordrecht (uniformen-kleermaker), en van de weg tussen Steenbergen en Wouw (twee herbergen tegenover elkaar). Daarmee blijkt het verschijnsel een landelijke dekking te hebben gehad, en niet voornamelijk Noordoost-Nederlands, zoals ik meende.

Van Lennep en Ter Gouw bewaarden hun lekkerste verhaal voor het laatst. De voorstelling met kat en uil vloeit daarin voort uit een soort wapenwedloop:

“Aan den weg tusschen Steenbergen en Wouw werden Kat en Uil ook gevonden aan twee herbergen tegen over elkander, en daarvan wordt de volgende geschiedenis verhaald:

In de vorige eeuw was de Kat reeds een welbeklante herberg; onder de afbeelding van de Kat las men: in de Kat tapt men. Baas Stock, de bezitter van ’t huis aan de overzijde, besloot zijn konkurrent te worden, en liet een Muis op zijn uithangbord schilderen, en daaronder: in de Muis tapt men. Dadelijk liet baas Broos uit de Kat zijn bord veranderen, en gaf zijn kat een muis in den bek. Dit vond Baas Stock al te bijtend, hij wierp zijn Muis weg, en liet een Uil schilderen die ook een muis in den bek had. Naauwelijks hing die Uil daar, of baas Broos liet onder zijn Kat schrijven:

O Uil, wat dat gij nu benijdt,
De muis die is mij toegezeid.

Baas Stock, niet linksch, deed dadelijk onder zijn Uil het antwoord schrijven:

O Kat, hoe zijt Gij zoo vermeten?
Het onrechtsbrood wordt meest gegeten.

In 1825 woonden de zoons van beide konkurrenten nog elk in hun tapperij en leefden als goede buren. Doch de beide uithangborden waren toen reeds lang verdwenen, en de herbergen bekend als de Kat en de Muis.”

Van Lennep en Ter Gouw dachten al wel dat hun zes voorbeelden lang niet de enige zouden zijn:

“Vermoedelijk waren ze allen kopijen van een bestaande prent met de bijbehoorende toelichting.”

Ik heb heb meteen gekeken of die prent nog te vinden is. In de kunsthistorische databases die ik vanavond doorlichtte zit hij niet. Eerlijk gezegd denk ik ook nog steeds dat een fabel de bron vormde.


De Uithangteekens – doorgooglebaar

Geplaatst op 3 juni 2008

Bij de nieuwe DBNL-titels voor juni staan er weer verscheidene die ik ook in de boekenkast heb staan. Maar dat geeft niet. Zo’n werk als ‘De Uithangteekens‘ van Van Lennep en Ter Gouw las ik indertijd maar voor eenderde uit. Toen werd het me iets teveel van ’t goede. Als naslagwerk was het lichtelijk gemankeerd, maar dankzij de botjes zijn met een dag of wat beide delen in één keer doorgooglebaar. Wat een zegen!


De vrouw met de twee baarden

Dondersteen miste de vrouw met de baard op de kermis. Nou vooruit dan maar: de vrouw met de twee baarden:

Geplaatst op 27 mei 2008

 

Zie verder


Melk is goed voor elk…

Geplaatst op 27 mei 2008  melk

Joris Driepinter, de Melkbrigade met de M-brigadiertjes, de Mobiele Melkbar en slogans als ‘Met melk meer mans’ en ‘Melk de witte motor’ behoren tot de nieuwe aanwinsten van het ReclameArsenaal, dat dankzij een schenking nu beschikt over een compleet overzicht van collectieve zuivelreclame tussen 1934 en 1999.

Van de M-brigade en Joris Driepinter herinner ik me nog dat die in een bepaalde leeftijdscategorie nogal suf werden gevonden. Vandaar dat de collectieve zuivelpropagandisten reclame gingen maken met de mobiele melkbar – in fancy autobussen – en met de hippe slagzin ‘Melk is verrukkeluk’.

Het stak altijd wel nauw met zulke reclame, want van een andere slogan maakte het volk weldra een eigen rijmpje:

‘Melk is goed voor elk,
behalve voor Jan
want die pist er van.’

Zoeken in de database


De Winschoter kermis van 1895

Geplaatst op 26 mei 2008  a

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het redactionele stukje komt uit de Winschoter Courant van 26 mei 1895, de advertenties stonden in die krant op 29 mei, de dag dat de kermis begon. Zo’n ménagerie (circus) als van Kriechel is tegenwoordig in Winschoten niet meer welkom.


Museumboerderij Hermans Dijkstra in Midwolda

De plaatselijke historicus Jan Pieter Koers gaf me vanmiddag een privé-rondleiding in boerderij Hermans Dijkstra in Midwolda. Achter de schuur zitten gastenverblijven en in de schuur een restaurant, maar een groot deel van de schuur en bijna het gehele voorhuis vormen een museum dat een beeld geeft van de Oldambster boerenstand.
Dit is het voorhuis, in 1858, 1859 opgetrokken in Zwitserse chaletstijl en aanzienlijk uitgebreid in 1877, toen een nieuwe generatie de boerderij overnam:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Hoog op de voorgevel een cartouche met attributen van de Oldambster landbouw: paard en wagen, ploeg, spaden en een bijenkorf:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bij en in de paarden- en koeienstallen staan en hangen allerlei oude landbouwwerk- en voertuigen. Jan demonstreert hier hoe een draineerbuis onderin een sleuf werd gelegd. Ik dacht dat die sleuven zo’n dertig centimeter diep waren, maar volgens Jan waren ze zeker een meter diep.  Met de lange, dunne spa rechts van zijn hand groef men de eerste steek van de sleuf uit. Daarna werd met de gekromde spaden (nog verder naar rechts) de sleuf uitgediept:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Zaaibakken:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

In het museum zit heel veel vrijwilligerswerk. Dat geldt zowel het vastgoed, als de mobilia. Hier een boerenwagen, gereconstrueerd uit afzonderlijk aangeleverde onderdelen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een multifunctionele wipkar – op de boom kon men een extra wagenbodem leggen, die met een stuk hout door de beugel werd vastgezet. De wielen van zo’n kar waren in het Oldambt een stuk zwaarder uitgevoerd dan op het Hogeland:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De eetkamer – bij het raam staat een stoel met een Jugendstil-achtige rugleuning uit de meubelfabriek van Pander in Groningen. Pander was indertijd een heel degelijk merk en had een een enorm goede naam:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

In het interieur zitten nogal wat Jugendstil-elementen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Tot 1994 is de boerderij bewoond geweest. De laatste boer en zijn vader fokten Oldenburger werkpaarden en wonnen daar vele prijzen mee:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een blik in de linnenkast met onder meer antiek gestreept ondergoed, dat nog net kon worden gered voordat het naar het Leger des Heils zou gaan:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De koren- en zaadzolder boven het voorhuis – op de balken staan nog talrijke krijtnotities over de voorrraden die hier werden opgeslagen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een blik op de voortuin door het oude, welvende glas:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Jan, nogmaals bedankt!


Sixties

Wauw, te gek weet je wel

Een grote waffel in Tilburg

Voor een konkrete analiese