Sappemeerster Elfringen en Olderwetsche Zeeuwen
Geplaatst op: 31 januari 2017 Hoort bij: Drenthe vrogger, Geschiedenis 3 reacties
Twee maal bleef de Veendammer Albert Gerrits in gebreke. Drie weken na Sint Jacob 1787 zou hij Jan Derks, een koopman van buiten de streek, “50 zakken zoomer zeeuwse aardappelen en 50 zakken elfring aardappelen” leveren. De eerste soort was blijkbaar wat beter dan de andere, want de Zeeuwen deden ruim 16 stuiver de zak, terwijl de Elfrings 2 stuivers minder kostten.
Wat later beloofde Albert Gerrits bovendien Jan Derks voor Slochtermarkt 1000 zakken “elfring aardappelen” te fourneren voor 8 stuivers per zak, met nog 8 dukaten op de koop toe. Omdat Jan beide keren de beloofde piepers niet ontving, sprak hij Albert erop aan voor het Oldambtster gerecht. Het ene zaakje eindigde met een schikking, het andere komt daarna evenmin ter sprake, zodat ook dat zal zijn bijgelegd.
Deze rechtszaakjes zijn interessant om de tijdsaanduidingen en – vooral – de beide aardappelrassen. Slochtermarkt (de eerste woensdag van oktober) was kennelijk een algemeen bekende verwijzing. Over Sint Jacob heb ik het hier wel vaker gehad. De laatste melding die ik zag, was van 1745, maar ook in tweede helft van de achttiende eeuw kende men de heiligendag blijkbaar nog.
Van de beide aardappelrassen had ik nog nooit gehoord en ik dacht even dat het ging om de oudste melding van aardappelrassen überhaupt, maar daarin bleek ik me te vergissen. Bieleman citeert in zijn magnifieke proefschrift namelijk een vooraanstaand Eeldenaar die circa 1773 melding maakte van tien soorten aardappels, waaronder Zeeuwse Rode en Elferingen.
Volgens die Eeldenaar was de aardappel in zijn omgeving inmiddels een “algemene spijs” bij rijk en arm geworden. Bij de gegoeden stond er zelfs aardappeltaart op het menu. De armen aten al helemaal geen andere kost meer dan piepers. Daar in Noord-Drenthe was de opmars van de knol in 25 jaar voltooid, want de allereerste melding van aardappelteelt hier kwam in 1748 uit Zuidlaren. In de naburige veenkoloniën begon men er een jaar of wat eerder mee. Of het daar net als op het zand de grotere boeren waren, die ermee pionierden, is vooralsnog onbekend, maar ligt voor de hand.
Volgens de sociograaf Keuning bestond er voor 1773 al veenkoloniale uitvoer van consumptieaardappelen naar Hamburg. Het ging onder meer om Sappemeerster Elfringen en Olderwetsche Zeeuwen. Blaupot ten Cate noemt dezelfde soorten voor 1800, toen er zo’n 200.000 zakken vanuit de veenkoloniën naar Hamburg werden verscheept.
Dominee Rutgers van Kolham meldt dat de Elfringen daar omstreeks 1790 als beste aardappelras algemeen werden verbouwd. Rond 1850 kwam de variëteit nog steeds “legio” voor in die omgeving.
Zijn ambtgenoot Uilkens van Wehe en Zuurdijk, die zijn tuindershandboek (1855) nog veel meer soorten noemt, schaart de Zeeuwen en Elfringen bij de vroege aardappels en heeft een alternatieve naam voor de laatsten:
“Elfringen, ook Muizen genaamd, groeijen uitmuntend op zand en duingronden. Zij schieten hare wortelen uit de vele putten die deze aardappels hebben, doch door den bovengrond en minder benedenwaarts, waarop men dezelve op grooteren afstand poot dan de kruipers; zij hebben veel loof en eene witte bloem. De knol is langwerpig en fijn van meel, doch het zware of dikke einde van den knol is beter van smaak als het dunne puntige, zijnde deze punt ook meer witachtig, spekkig of glazig, dan het dikke einde, wanneer men den aardappel gekookt heeft.”
Een jaar nadien memoreert T. Borgesius, landeigenaar en burgemeester van Oude Pekela, dat de fijne consumptie-aardappels van de zandige klei of zavel, ook in Groningerland, geheel verdwenen zijn door de aardappelziekte die vanaf 1845 heerste:
“zoodat het, bij het eventuee ophouden der ziekte, zelfs zeer moeilijk zal vallen, om de muisjes, Zeeuwschen en Elfringen-soorten in voldoende hoeveelheid ter uitplanting te verkrijgen.”
Ook Molema maakt later in zijn Groninger woordenboek melding van de Elfringen, volgens hem elders ook wel ‘Elfen’ genoemd. Bij het lemma terzake voert hij een hele reeks aardappelrassen of -variëteiten van voor 1845 op, waaronder de ‘zomerzijsen’ ‘zömerzeeusen’, ‘zeelanders’ of ‘zeilanders’. Met de Elfringen behoorden deze tot de puikste soorten.
De Elfringen en de Zomerzeeuwsen, beide namen staan ook op de Oranje Lijst van de Oerakker, een stichting voor het behoud en gebruik van oude groentegewassen onder auspiciën van de Wageningse universiteit. Bij beide rassen staat evenwel aangetekend dat ze niet meer in de handel zijn, en dat er zelfs geen genetisch materiaal van bewaard gebleven is. Wat ooit doorging voor een beste aardappelsoort, lijkt nu dus van de aardbodem verdwenen.
—
Bronnen:
- RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 59 (civiele processen) notities d.d. 28 augustus, 16 oktober en 20 november 1787.
- Jan Bieleman, Boeren op het Drentse zand (1987) 536-538 en achterin bij de noten 537-543, noot 97.
- H. Molema, Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19de eeuw (Groningen 1887) 100, lemma elfringen.
- S.J. Rutgers, Beschrijving van Kolham (Groningen 1849) 80-81.
- S. Blaupot ten Cate, Voorlezing over de opkomst van de veenkoloniën Hoogezand en Sappemeer (Hoogezand-Sappemeer 1854) 41.
- T. F. Uilkens, Groot Warmoeziershandboek deel I (Arnhem 1855) 12.
- T. Borgesius, ‘Verhandeling over de teelt van aardappelen op veenondergronden of zogenaamde dallanden’, Tijdschrift ter bevordering van Nijverheid 1856, 277.
- J. Kok, Het landbouwbedrijf in de Veenkoloniën (Deventer 1919) 62-67.
- H.J. Keuning, De Groninger veenkoloniën; een sociaal-geografische studie (Amsterdam 1933) 122-125.
Veel meer foto’s dan verwacht op de Tonnis Post Fotodag in museum Bellingwolde
Geplaatst op: 29 januari 2017 Hoort bij: Kunsten 12 reactiesMet collega M. vanmiddag naar de Tonnis Post Fotodag in Museum Oude Wolden in Bellingwolde. Dirk Kome en Eddie Marsman, bezig met een boek en een tentoonstelling over de fotograaf Tonnis Post, bekeken er foto’s, aangedragen door particulieren uit de wijde omgeving. Toen we aankwamen stond de parkeerplaats van het museum al vol, en binnen bleek het aanbod veel groter dan verwacht. De heren hadden het er zowaar druk mee:

Uiteraard kwamen er vooral familiefoto’s voorbij:

Maar er zat toch ook wel wat topografie tussen – werkers aan een sluis van het Boelo Tijdenskanaal?

Een grote afdruk van de tableau de la troupe van de gymnastiekvereniging Allebé uit Winschoten, met in haar midden een vaandel:

De scanafdeling:

Geanimeerde gesprekken over het binnengebrachte beeldmateriaal:

Wat dichterbij:

In het museum was ‘Duizend dingen‘, de tentoonstelling van dierbare gebruiksonderwerpen, nog aan de gang, met onder meer dit setje houten opscheplepels:

Bij een uitstalling van oud kinderspeelgoed dit spelletje waarbij steeds drie kaartjes aan elkaar gelegd moesten worden – het door elkaar schudden gaf dan lachwekkende combinaties. Maar deze soldaat en liereman liggen goed:

Het complete betaald voetbal in poppetjes van aardewerk (?), ca. 1956:

Uit de eigen collectie van het museum deze prachtige Johan Dijkstra – arbeiderswoning te Rhederbrug met moestuin:

En deze gloedvolle Els Amman:

Rond 1980 had ik geruime tijd een werk van haar te leen uit de Groninger artotheek. Destijds viel me die invloed van Chagall niet zo op.
Ik denk dat ik maar eens laifhebber wordt van dat museum in Bellingwolde.
Breien was ooit mannenwerk
Geplaatst op: 28 januari 2017 Hoort bij: Geschiedenis 7 reacties“De mannen en jongens achten het nu wel meestal schande om te breiden en laten dit aan de vrouwen en meisjes over; doch vroeger was het algemeen dat niet de vrouwen maar de mannen verschillende kleedingstukken breidden, zoo niet om te verkoopen, dan toch voor zoo veel eigene huishouding behoefde.”
Uit: S.J. Rutgers, Beschrijving van Kolham (Groningen 1849) 87.
Bijzonder aardige plaatsbeschrijving, die her en der veel aandacht geeft aan de lokale flora en fauna. Eigenlijk zou een dskundige natuurliefhebber uit die omgeving eens de natuur van toen met die van nu moeten vergelijken.
De kaart achterin het boekje is ook te vinden in de repository van de Groninger UB.
Met een drone over het suikerfabrieksterrein
Geplaatst op: 26 januari 2017 Hoort bij: Hoogkerk, Stad nu 9 reactiesRondvlucht met een drone over het terrein van de voormalige Groninger suikerfabriek, aan de westkant van de stad. De camera keert terug over het Hoogkerker Hegepad. De wereld om deze objecten heen is weggewerkt, wat een vervreemdend effect geeft:
Gemengde herinneringen aan de Drachtster tram
Geplaatst op: 25 januari 2017 Hoort bij: Drenthe vrogger Een reactie plaatsen
Restanten van de trambrug over ’t Oude Eelderdiep bij Peizermade (2008).
Voor Jan S. Niehoff (1923-2014) vormde Roden, waar hij rond zijn tiende, elfde ’s zomers bij zijn oom logeerde, een soort van “droomwereld”. Ver van tevoren keek hij al naar die logeerpartijen uit:
“Het bijzondere begon al met de reis per tram (niet: trem!) die, heel anders dan de trein midden door de bewoonde wereld liep, rakelings langs de bomen van de weg, waarover de rook zwierde, de rook, waarvan de zwavelgeur door de openstaande luikjes met geel glas in een verhoging van ’t witte plafond de coupé binnendrong. Een kartonnen bordje “Niet Spuwen” boven de deur, dat heftig ging slingeren als de tram met zangerig wielgeluid een bocht nam.”
Naast zijn oom woonde het gezin van de Roder gemeentesecretaris. Met diens zoon Ids was de jeugdige Niehoff bevriend:
“In hun huis heerste een melancholieke sfeer, die ik later kon duiden, nadat ik vernam, dat ze niet lang voordien hun oudste kind Albert hadden verloren: hangend buiten een balcon van de tram was hij, op reis tussen de school in Groningen en Roden met het hoofd tegen een boom geslagen. Sindsdien hadden voor mij die voorbijschietende bomen iets boosaardigs.”
Een krantenbericht over dat gruwelijke ongeluk kwam ik een hele poos geleden al eens tegen. Het gebeurde op 12 mei 1934 bij Peizerwolde. De jongen, 17, was vrijwel op slag dood. Wat een drama moet dit geweest zijn voor die ouders.
—
Bron: Brief (in concept of afschrift) van Jan S. Niehoff te Appingedam aan Peter van der Velde te Roderwolde, zomer 1998. In: RHC Groninger Archieven, Toegang 2966 (archief Jan S. Niehoff) inv.nr. 1.
“Wagenwijd open, die deur!”
Geplaatst op: 25 januari 2017 Hoort bij: Geschiedenis, UK + RUG Een reactie plaatsenSluitzegel van het Universitair Asyl Fonds, het latere University Assistance Fund (UAF), op een Clercke Cronike van 18 november 1949:

Dat jaar hielp het fonds, dat gelden inzamelde bij studenten en alumni, zo’n 70 studenten, “die om der gewetenswille uit het eigen land zijn uitgeweken”. Het ging voornamelijk om Tsjechoslowaken die geen toekomst zagen onder het communistische bewind. Voor deze studentvluchtelingen hielden studentmusici ook wel eens een “Weldadigheidsconcert“.
Opgaande zon boven de Peizerhoven
Geplaatst op: 25 januari 2017 Hoort bij: Hoogkerk Een reactie plaatsen
Tuuk, tuut, dan wel piek – met welke roep men de kippen in Groningerland tot zich lokte
Geplaatst op: 24 januari 2017 Hoort bij: Taal 11 reacties
Mijn oud-tante Lieuwkje, van Friese komaf, maar wonende te Feerwerd in het noordelijk Westerkwartier, riep de kippen bij het voeren altijd tot zich door “piek piek piek” te roepen, waarbij ze het woordje piek telkens veel langer uitrekte dan ze in een gesprek zou doen. Tegen dat woord piek keek ik als jongetje uit Drenthe eerst heel vreemd aan, weet ik nog. Een kip was toch een kip en geen piek?
Vond nu in de Kaartenbank van het Meertens Instituut een kaart waarop de dominante lokroepen van de kip per regio aangetekend staan. Helaas is de kaart ongedateerd, maar de sterk verbleekte onderlegger doet me denken aan soortgelijk materiaal uit de jaren 60 in de Groninger Archieven. Uit de Meertenskaart heb ik ’t Groningerland geknipt en zijn provinciale contouren zichtbaar gemaakt met een groen lijntje.
Op de kaart zijn drie symbooltjes dominant. Het zwarte driehoekje voor “tuut” overheerste in heel Oost-Groningen en zelfs in het Lageland ten westen van het Eemskanaal. Op het Hogeland bij de Waddenkust daarentegen riep men kippen liever met tuuk aan, gezien alle rode rondjes met schuine dwarsstrepen aldaar.
Maar tuut of tuuk maakt natuurlijk weinig uit. Echt afwijkend is het Westerkwartier. Hier vormen de groene vierkantjes de meerderheid en lokte men de kippen, net als mijn oud-tante dat deed, met een piek-piek-piek. Zoals Oost-Groningen wat dat betreft aansloot op Drenthe, sloot het Westerkwartier aan op Friesland.
Poolshoogte op het achterplaatsje – bij de comeback van Peter Schaap
Geplaatst op: 23 januari 2017 Hoort bij: Muziek, Oosterpoort, Stad toen, Uncategorized 3 reacties
Peter Schaap maakt een eenmalige comeback als liedjeszanger. Veertig jaar geleden stopte hij met het maken van muziek op podia. Het succes kneep zijn bron af. “Ik schreef altijd over dingen die ik zelf meemaakte”, vertelt hij op TV Noord,
“en maakte eigenlijk nauwelijks wat mee. Je zat in de auto naar ‘t optreden en je ging weer naar huis. Of je zat in de studio, en dat soort dingen. Maar dat was niet iets inspirerends. Dus op een gegeven moment heb ik me daarvan teruggetrokken (…) en ben wat anders gaan doen.”
Veertig jaar geleden, rekendereken, dat was in 1977.
Maar toen maakte Peter best wel wat mee! Hij zat bijvoorbeeld een keer ’s nachts na sluitingstijd in de Plu’s, toen daar de politie binnenviel.
Folkcafé De Plu’s, moet je weten, had een dagvergunning, zodat de tent al om één uur ’s nachts moest sluiten. Maar dan was het vaak nog vreselijk gezellig. Zo die keer ook, dat Peter Schaap er aan de bar zat. Jan Stelma, de kroegbaas, had het licht wel gedimd, de deur op de grendel en de gordijnen dichtgedaan, maar het kroegrumoer drong toch tot de buitenwereld door en een boze buurman moet de politie hebben gebeld.
Een aanrijtijdje later werd er hard op de buitendeur van de Plu’s gebonkt. Politie! Iedereen hield zich op slag muisstil. Jan riep naar voren dat hij eraan kwam, volgde een klaarliggend scenario, deed de achterdeur open en alle aanwezigen slopen op hun tenen het achterplaatsje op, waar nog net wat ruimte over was tussen de hoog opgetaste stapels wijnflessen.
Ook Peter Schaap stond daar, bibberend in zijn heel hippe, maar tevens erg dunne bloesje. Tamelijk langdurig, want de politie zag natuurlijk wel aan glazen, asbakken en over stoelleuningen gedrapeerde jasjes dat er pas nog volk binnen was geweest en zat Jan daarom kwaadaardig zuigend uit te vragen.
Dat duurde maar en duurde maar tot een verstoppeling op het achterplaatsje moest niezen, en een van die enorme stapels wijnflessen met donderend geraas ineenstortte.
Jan probeerde de agenten nog wijs te maken dat dat om zijn krolse kat ging, het rotbeest, maar zulks wilde er bij de opsporingsbeambten niet in. Zij vermoedden gespuis en namen resoluut poolshoogte op het achterplaatsje. Qua bekeuringen sloeg de Groninger politie een flinke slag, die nacht.
De Plu’s hield zich nog geruime tijd netjes aan de vergunning, zelfs de buren bleken er naderhand goed over te spreken. Het hele geval zou vast een prooi der vergetelheid geworden zijn, als Peter Schaap het niet in zijn hoofd gehaald had om opnieuw op te gaan treden.
Rondje Ezinge
Geplaatst op: 22 januari 2017 Hoort bij: Westerkwartier 4 reactiesAangebroken bult kuilgras, Gravenburg:

Steentil:

Poldermolen Eolus bij het Aduarderdiep heeft gezinsuitbreiding gekregen:

Aan de andere kant van het diep strikte segregatie tussen ganzen en koeten. Op de achtergrond kijkt een zilverreiger of er iets te snaaien valt:

Garnwerd in de verte:

De kerk op de wierde van Ezinge. Onderweg zag ik wel wat kinderen schaatsen op slootjes, zoniet hier op de ijsbaan:

Restanten van een schuur bij de Oldijk:

Noorderhaven, Groningen:

Boete voor inpikken andermans zitplaats in de kerk van Wildervank
Geplaatst op: 22 januari 2017 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactieDie keer dienden een collega van de drost als stadsbestuurder, Raadsheer S. Gockinga, en doctor J. Venema zich aan bij de drostenborg in Zuidbroek. Met zijn beiden vormden ze de kerkvoogdij van Wildervank, d.w.z. het college dat de kerkelijke gebouwen ter plaatse in een goede staat moest zien te houden en de fondsen daartoe inde. Tot die inkomsten behoorde de huur van de voorste kerkbanken, op te brengen door de wat meer gegoeden die deze banken hadden gehuurd. Soms echter, vonden die hun plaatsen bezet. Het gevolg laat zich raden: stennis in de kerk. De kerkvoogden Gockinga en Venema klaagden daarom bij de drost,
“hoe dat hare gehuirde kerkesitplaatsen meermalen door anderen worden geoccupeert, versoekende dienshalven dat hierop een penaliteit van 10 à 15 st[uiver] voor de armen te verbeuren, by kerckenkundig[ing]e te laten waarschouwen en dat de kercke dienaar by weigeringe tot dadelike pandhalinge werde geauthoriseert.”
Anders gezegd: op het innemen van andermans gehuurde zitplaats moest een boete van 10 tot 15 stuivers komen te staan, welke boete voor de diaconie bestemd was. Voor het invoeren zou deze regeling eerst na een godsdienstoefening worden aangekondigd. Een overtreder van het verbod kon dan niet zeggen dat er niet gewaarschuwd was. Als hij of zij niet dadelijk betaalde, dan mocht de dienaar van de kerkvoogdij een onderpand bij hem of haar in beslag nemen, bijvoorbeeld een jas, of een bijbel of testament met zilveren of koperen krappen. De overtreder moest dat onderpand dan met het bedrag van de boete komen lossen, of het beslag aanvechten bij de drost.
Op 14 juni 1740 gaf de drost hiervoor toestemming. Hij bepaalde dat de boete op het innemen van andermans gehuurde zitplaats in de Wildervankster kerk 10 stuivers per overtreding zou zijn. Voor een niet onaanzienlijk deel van de bevolking benaderde dat bedrag een dagloon, als het al niet een dagloon was.
Ommetje Eiteweert-Leegkerk
Geplaatst op: 21 januari 2017 Hoort bij: Hoogkerk 4 reactiesKastanjeknoppen – ’t zel weer veujoar worren:

Populieren aan de Roderwolderdijk,Hoogkerk – een elftal aalscholvers treedt aan in 5-3-2 opstelling met hangende vleugelbacks:

Doorkijkje boomgaard voorheen Kweeklust:

Ganzenvlucht:

Jan S. Niehoff en de Winschoter Courant
Geplaatst op: 21 januari 2017 Hoort bij: Geschiedenis, Media Een reactie plaatsenBegin jaren 70 ontpopte Jan S, Niehoff, schoolarts te Appingedam, zich als actievoerder tegen het Plan Kikkert dat van een groot deel van Westerwolde een militair oefenterrein wilde maken:
“Dikwijls vielen me ’s avonds laat nieuwe argumenten tegen het oefenterrein in; ik ordende ze dan in een krantenartikel. Hiermee reed ik meermalen tegen middernacht naar Winschoten om het daar in de brievenbus van de Winschoter Courant te deponeren. Dat – progressieve – blad bestaat helaas niet meer, het had toen om en nabij de 30.000 abonné’s. Door zijn felle weerstand tegen het plan-Kikkert en als klankbord heeft het ons veel steun verleend. In dat opzicht is het jammer dat veel kleine maar gezaghebbende bladen als de Winschoter zijn opgegaan in grotere, die in controversen als deze de wederzijdse belangen ontzien, vaak voorzichtig-neutraal reageren of ze uit de weg gaan.”
Uit: Jan S. Niehoff, Memoires (Bedum 2015) 85.
Aan de dood ontsnapt bij Ouessant
Geplaatst op: 19 januari 2017 Hoort bij: Uncategorized 2 reactiesHerinnering aan een coastertrip in de jaren 50:
“Onze reis werd door de weergoden niet begunstigd: Ouessant, het eilandje dat met een sterke vuurtoren wacht houdt voor Bretagne’s westpunt, lag dik ingepakt door mist, erlangs loopt een drukke vaarroute, dus trachtten we van tijd tot tijd de wattige stilte te splijten door fluitstoten. Niettemin doemde plots een duister gevaarte voor ons op: met onaandoenlijke kluisgaten staarde het over ons heen. Het reuzenschip scheen maar niet op te houden en voor ons net op tijd om er vrij van te lopen, zagen we de ronding van z’n kont, waarachter de mist zich onmiddellijk sloot. “Dat was ‘m”, zei de kapitein effen. “D’r hoefde geen verrekijker bij.”
Uit: Jan S. Niehoff, Memoires (Bedum 2015) 48.
Smokkelaarster zet kind in
Geplaatst op: 18 januari 2017 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactie
De boedelinventaris van Geertruid Anthonij. RHC Groninger Archieven 731-1948.
Ze had niet veel spullen, Geertruid Anthonij, de weduwe Eijldert Wierts te Wildervank. Haar boedelinventaris uit februari 1734 beslaat slechts één enkele pagina. In haar heldere, misschien enigszins aandoenlijke handschrift noteerde ze wat slaapgoed, wat simpel ijzeren kookgerei en aan huisraad slechts een tafel met vier stoelen en een “eten spinde”. Ze had vast een winkeltje, want ze beschikte over een toonbank, een houten weegschaal en wat rekjes. Dat was alles, op nog wat schotels na. Bestek ontbrak, zo bezien aten zij en haar kinderen met de handen.
Zij en wijlen haar man hadden wel een koophuis. Er zat nog 412 gulden aan onafgeloste hypotheek op; 140 gulden was afbetaald. De waarde van het huis moet bij aankoop dus minstens 552 gulden zijn geweest, een bedrag dat men zo ongeveer voor een kleine middenstandswoning neertelde. Naast de hypotheekschuld had Geertruid echter nog wat losse schulden aan leveranciers. Zelfs als ze het huis voor dezelfde prijs kon verkopen als zij en haar man het destijds hadden gekocht, stond ze nog altijd voor ruim 314 gulden in het krijt. Met die weinige spullen in haar huis kon ze dat nooit en te nimmer afbetalen. Ze zat er tot de nek toe in.
Toch beloofde ze haar vier minderjarige kinderen samen 100 gulden bij de afkoop, die haar in ruil de volledige beschikking gaf over het huis en de inboedel. De drie oudsten waren al boven de achttien, die konden hun aandeel in de afkoopsom, als ze dat wilden, onmiddellijk opeisen. De jongste, nog geen achttien, bleef in huis voor rekening van de moeder. Geertruid zou dit kind op haar kosten naar school sturen, om het lezen en schrijven te laten leren. Op zijn achttiende kreeg het dan ook zijn deel van het beloofde bedrag.
Zo stond het in het contract van afkoop, dat Geertruid en de voogden van haar kinderen overeenkwamen en lieten verzegelen. Maar die voogden klaagden naderhand over haar bij de drost:
“Remonstranten pupillen moeder zig met smokkelen ophoudende, zelfs haar kind daartoe mede gebruikende om uit de Pekela in de Wildervank onvreje waren over te brengen, verder an remons[tran]ten in q[uali]te weygerende haar jongste kind ter school te laten gaan om tot het leezen en schrijven onderwezen te worden, haar kind van smokkelen niet willende onthouden, zaken van de uiterste quade consequentie. De pagtenaren de moeder nu jongst met onvreje waren hebbende ontdekt, te vreesen staande dat dienswegen de boedel van suppleanten pupillen moeder door breuken en proceskosten staat [te] worden geabsorbeert, waardoor de kinder van de beloofde 100 cae[oli] g[u]l[den] dusdanig worden ontwaart…”
Doordat ze haar kind niet naar school stuurde, kwam Geertruid het contract met de voogden niet na. Haar jongste kind schakelde ze in bij smokkel tussen Pekela en Wildervank, waar nog vrij veel ongerept veen lag. Daarbij was ze betrapt door particuliere belastinggaarders die de inning van een bepaalde belasting hadden gepacht. De voogden vreesden dat boete en proceskosten Geertruids huishouden nog verder in het rood zouden drukken, daarom wilden ze dat Geertruid borg stelde voor de afkoopsom die ze haar vier kinderen beloofde,
“om in eventum van deze 100 car. gl. niet gefrustreert te worden”.
Ook zagen de voogden graag dat de drost Geertruid zou bevelen om haar kind naar school te sturen en
“zig inkomstig te onthouden van het zelve tot smokkelen in het overhalen van onvreje waren uit de Pekela verder te anplojeren”
Voor het geval dat Geertruid dat toch deed, wilden ze graag een stok achter de deur. Dan moest de drost nadere maatregelen nemen.
Op 20 juli 1734 willigde de drost dit verzoek op alle punten in. Geertruid Anthonij werd gelast borg stellen voor het beloofde geld. Ook moest ze haar jongste kind dagelijks naar school sturen, op straffe van “nader dispositie”.
Wat betreft de belastingpachters vond ik geen civiel (boetstraffelijk) proces, noch een crimineel vonnis. Waarschijnlijk maakte Geertruid Anthonij dat in het particulier af met de pachters, zonder dat Gedeputeerde Staten zich er als rechtbank voor belastingzaken mee hoefden bemoeien. Ook in het prothocol met sententies, uitgesproken door de Oldambtster drost ontbreekt Geertruids naam. De smokkelzaak zal met een sisser zijn afgelopen.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6117 (samengevatte rekesten met apostilles of kantbeschikkingen).

Recente reacties